dinsdag 7 september 2021

Je bent een lafaard

 Ik ben boos. Nee ik ben laaiend. Nu zijn heel veel mensen tegenwoordig boos. Op elkaar, op de overheid, op de gemeente, op de boeren en de boeren weer op de overheid, op mensen van de GGD, op mensen die van racen houden, op prinsen die dat racen mogelijk maken, mensen die van racen houden op mensen die dat stom vinden, op mensen die zich wel willen laten vaccineren en op mensen die zich niet willen vaccineren bijvoorbeeld.

Mijn boosheid gaat echter over een heel ander onderwerp. Ik ben heel erg enorm niet te stuiten ziedend op de man (moet ik hem man noemen of moet ik hem ellendeling noemen?) die het normaal vond om een 75-jarige in zijn eigen huis aan te vallen en dusdanig te verwonden dat de man naar het ziekenhuis moest worden afgevoerd.

Wat haal je je in je hoofd?
Wat haal je je in je hoofd als je zoiets doet zou ik je wel eens op de man af willen vragen? Hoe weinig respect heb je voor iemand die je opa had kunnen zijn? Stel dat iemand anders dat met jouw opa had gedaan? Of met je vader. Zou je het dan ook nog een normale actie hebben gevonden? Mijn vader werd nooit 75 jaar. Ziekte nam hem dat perspectief af. Als het aan jou had gelegen had deze man misschien die leeftijd ook bijna niet bereikt. En was het geen ziekte die hem dat afnam, maar jouw eigen handen.

Er is werk genoeg

Er komen overigens nog veel meer vragen in me op. Je wilde de man geld afhandig maken lees ik in de politieberichten. Nu zal je vast weinig moraal kennen en mogelijk al helemaal geen arbeidsethos hebben. Maar ik zeg het toch maar gewoon: Je kunt gewoon werken voor je geld. Dat doet ieder normaal mens. Aan de banen zal het niet liggen. Er is momenteel een enorm tekort aan van alles. Of je nu in de bediening aan de slag wilt, als techneut wilt werken, of in de productie: de banen liggen voor het opscheppen. Weet je waar trouwens ook heel veel vraag naar is? Naar mensen in de zorg. Naar mensen die slachtoffers oplappen zoals jij ze maakt. Misschien moet je daar eens een dag meedraaien. Eens kijken of je dan nog zo’n held bent.

Hoe voelt het om een 75-jarige te lijf te gaan?

Maar blijkbaar is het fijner om iemand de hersens in te slaan en hem (een deel van) zijn armetierige pensioentje afhandig te maken.
Wat me overigens vooral interesseert is het volgende:”Hoe voelt het om een levend mens van 75 jaar gewoon te lijf te gaan? Ik schrijf gewoon, maar in mijn wereld - niet zo beste kerel - is dat totaal niet gewoon. In mijn wereld dragen we mensen van 75 jaar op handen en proberen we hen het respect te geven wat ze verdienen. En ze verdienen respect : voor hun leeftijd, respect voor het feit dat hun handen voor ons gewerkt hebben, respect voor het feit dat ze allerlei paden voor ons gebaand hebben, respect voor het feit dat zij ons een toekomst gaven. Maar ook heel gewoon en heel simpel omdat ze mens zijn.

Jij daarentegen hebt deze man misschien wel met een trauma voor de rest van zijn gepensioneerde leven opgezadeld. Een lieve man die nooit een vlieg kwaad heeft gedaan. Een man waar wij als gemeenschap nu omheen moeten gaan staan, zo stel ik voor. Zodat hij weer vertrouwen krijgt in de mensheid en de straat weer op durft. Waardoor hij mag beseffen dat niet iedereen zo slecht is als jij. Want jij, Jij bent een lafaard. En eigenlijk deze woorden niet eens waard. Maar hij, het slachtoffer is deze aandacht wel waard. Meer dan waard zelfs. En onze aandacht en omkijken. Nu en de komende jaren.

zaterdag 8 mei 2021

Waarom we in Lemmer zo weinig voor elkaar krijgen

 We horen er niet meer bij, in Joure kan wel alles en in Lemmer niks. We liggen aan het voeteneinde en ze vergeten ons. Het zijn van die uitspraken die iedereen in ons dorp wel kent. En omdat ik al jaren de politiek in onze gemeente volg (ook toen we nog gewoon de gemeente Lemsterland waren) kan ik mededelen: het klopt volledig. Ik heb alle hoeken van deze nieuwe gemeente gezien en ook gezien wat waar allemaal wel voor elkaar gebokst werd. En het is een feit dat er in Lemmer veel achter de helsdeuren vandaan moet komen of dat het gewoon niet gebeurt. Of dat het gemeentebestuur onwetend is, van wat zich er afspeelt.

Niet alleen de schuld van de gemeente

En toch is dat niet alleen de schuld van de gemeente. Want in dorpen die veel kleiner zijn, krijgen ze wel veel voor elkaar. En dat komt omdat ze daar een dorpsbelang of plaatselijk belang hebben. Zo’n vereniging krijgt van iedereen in het dorp signalen over wat er aan de hand is en stapt er vervolgens mee naar de gemeente. Er wordt zeker eens in het jaar vergaderd, het bestuur houdt alles goed in de gaten. En datzelfde bestuur zit met de regelmaat van de klok om tafel met het gemeentebestuur om aan te geven wat er in hun ogen niet goed gaat, wat er beter moet of wat er nodig is.

Geld dat we mis lopen

Daarbij komt nog dat er ook geldpotjes zijn waar plaatselijke belangen aanspraak op kunnen doen. Ook die geldpotjes gaan nu dus aan onze neus voorbij en dat betekent dus ook dat hele leuke initiatieven niet of minder worden ondersteund dan in andere plaatsen. In kleinere plaatsen als Balk waar ze zo’n vereniging wel hebben, wordt echt veel bereikt. Dus waarom hebben wij niet zo’n vereniging voor plaatselijk of dorpsbelang? Misschien omdat niemand het belang er van weet? Of omdat er een bestuur voor nodig is en het vaak dezelfde mensen zijn die bestuurlijke functies bekleden en die dun gezaaid zijn? Als ik kon, zou ik zo’n vereniging oprichten en zou ik ook wel bestuurslid willen worden. Omdat het gewoon heel belangrijk is om zo’n instantie te hebben die onze belangen verdedigt. Maar dan zou er sprake zijn van dubbele petten. Twee heren dienen kan nu eenmaal niet. Misschien als ik met pensioen ben, maar ja dat duurt helaas nog zeker een jaar of 10 (als het tegen die tijd niet langer is).

Is dit een oproep voor mensen die  geen weet hadden van het belang van zo’n dorpsbelang en denken: Jeetje ja dat moet er echt komen. Nou ja eigenlijk wel. En misschien roepen we dan over een jaar wel: we doen wel mee, we hebben ons lot in eigen hand genomen.


Jij was als Oerol, maar dan iedere dag van het jaar

De meeste mensen die mij kennen weten dat er 1 week in het jaar is, die voor mij heel speciaal is. Al tientallen jaren ga ik namelijk naar het Oerol festival op Terschelling. Met mijn beste vriendinnetje die ik niet zo vaak zie omdat zij in het buitenland woont, vieren wij dan de sterren van de hemel. We dansen en sjansen, kijken de mooiste voorstellingen, komen bij van katers, drinken prosecco op het festivalterrein, maken wandelingen naar strand, duinen en bos en voelen ons omringd door mensen uit een mooiere wereld. Want dat is het: een mooiere wereld waarin mensen het leven vieren, maar vooral lief zijn voor elkaar.

Zelfmedelijden
Vorig jaar ging Oerol niet door. Maar dit jaar zou het onder heel veel restricties wel doorgaan. Gisteren kwam die rottijding dat het toch niet door kan gaan. Het raakte me hard in mijn maag. Oerol betekent altijd weer opladen en daar was ik enorm aan toe. Waarom niet iedereen testen dacht ik, voor we de boot opgaan? Of voor elke voorstelling? Het is ook wat krom, omdat volgens mij nog steeds heel veel mensen wel gewoon naar Terschelling gaan. Het wordt dus sowieso druk. Maar goed ik zat dus enorm te sippen daarover en het zelfmedelijden vierde hoogtij.

Kippenvel
Tot ik naar de brievenbus stapte en daar een kaart vond. Overduidelijk een rouwbericht. De tekst die boven dat bericht stond bezorgde me kippenvel.

´Ik wil iedereen bedanken die van mij hield,` stond er.

Ik viel stil. Gelijktijdig dwarrelde er een veertje uit de kaart naar beneden. Vederlicht dacht ik. Maar dit overlijden is niet vederlicht. Dit overlijden is als een granaatinslag. Eentje die voorzien was, maar van een omvang die niet redelijk is. Nu is overlijden nooit redelijk en soms toch ook wel weer. Vaak komt er een einde aan iemands lijden. Maar dat lijden had er sowieso nooit moeten zijn. Lieve Mirjam is niet meer. Lief, liefde, was haar tweede naam. Misschien zelfs wel haar eerste. Geen wonder dat haar winkeltje in Lemmer Liefs uit Lemmer heette. Ze belichaamde dat concept. Zacht, meelevend, vol werkelijke aandacht, lief met een hoofdletter L. En altijd bezig voor anderen. Nooit vragen, nooit klagen, die zin kwam bij me op.

Het bleef over anderen gaan

Ik las alle berichten die we hadden uitgewisseld op Messenger. De eerste was eentje voor een doneeractie voor iemand die heel ziek was. Nee, niet zijzelf. Iemand anders. Toen ik door de jaren heen scrolde, kwamen er opeens verontrustende berichten. Ze was zelf ziek. Heel erg ziek. Maar als ik vroeg hoe het ging, gaf ze eigenlijk nooit antwoord. Er kwam altijd een wedervraag hoe het met mij ging. Haar verhaal was echter  schokkend. Dat zag het levenslicht toen we een artikel over haar publiceerden omdat alternatieve behandelingen in het buitenland haar extra tijd zouden geven. Verkeerde diagnose gesteld. Dus verkeerde behandeling en dan ook nog een lichaam dat veel te heftig reageerde zodat er een soort chemovergiftiging ontstond. Hoeveel pech kun je hebben? Er waren overigens mensen die grif gaven, maar ook die hele vreemde vragen stelden. Dat deed verdriet. Ze onderging de alternatieve kuren voor een deel en daardoor voelde ze zich beter. Of misschien leek dat maar zo. Vorig jaar belandde ze toch weer in het ziekenhuis. Ik maakte een pakketje met wat verwenspullen erin en bracht ze bij haar thuis. Dat ik haar niet kon ontmoeten, leek me logisch, ik wilde het pakketje alleen maar afgeven. Een paar dagen later kreeg ik een berichtje: dat ze het zo erg vond dat ze me niet had kunnen ontmoeten. Dat ze aan ons dacht. Maar ze voelde zich zo slecht!

Jij was Oerol, maar dan iedere dag
Op haar Facebookaccount zag ik steeds vaker dat ze herinneringen wilde maken. Voor het veel te jonge gezin dat ze noodgedwongen moest achterlaten. Maar ook dat ze zoveel kracht putte uit de kleine dingen: de kip die een ei had gelegd, mooie plaatjes van voetstappen in de sneeuw, van de poes, van de natuur. Maar vooral van haar man en 3 kinderen waar ze kostte wat het kost bij wilde blijven. Haar dochter liet haar gedachten er over gaan in een stuk uit het hart en liet weten dat het te bizar voor woorden was in welke nachtmerrie deze 5-eenheid terecht was gekomen. Ze was bloedeerlijk en sprak van de vreselijkste chemo's, biopten, pillen, scans en prikken. De verkeerde diagnoses, miskleunen, onmenselijke artsen die alleen voor hun studie gaan. “Alle levensverwachtingen die gegeven zijn. Je hebt ze allemaal overleefd, overtroffen!” zei ze verder. Op wilskracht dacht ik. Maar ook jouw wilskracht was niet onuitputtelijk. En het lijden waarvan wij slechts een fractie zagen, ongetwijfeld eigenlijk niet te dragen.

En nu dus die kaart. Die hele bijzondere kaart waarin jij bedankt. Maar niet jij, wij moeten jou bedanken lieve Mirjam. Om wie je bent, om wat je gaf en omdat je de wereld een heel stuk mooier maakte. Omdat jij Oerol was, maar dan iedere dag.

Dank dat jij van ons hield.


 

dinsdag 6 april 2021

Lijkt dit niet op een systeem dat we kennen uit andere landen?

Het hoge woord was er eigenlijk uit. En het kwam uit alle kelen van de gemeenteraadsleden. Niet uit de mond van iemand die ze toch al moeilijk vinden van een in hun ogen te sociale partij: nee alle fracties waren er nu opeens klaar mee. Waarmee? Met de communicatie binnen de gemeentelijke organisatie. Die deugt namelijk niet. Of laten we het aardiger zeggen: er schort hier en daar echt flink wat aan. En nu zelfs de burgervader het benoemd heeft in zijn blog, wordt het toch wel heel echt. Voor mij was het dat overigens al heel erg lang. Door de jaren heen, heb ik te veel gefrustreerde mensen gesproken die zich niet serieus genomen voelden of waarvan zaken op miraculeuze wijze waren verdwenen.  En dan ging het niet om een louche pandjesbaas of een onderwereldfiguur, waarbij je dat misschien zou verwachten. Het ging om ons eigen gemeenteapparaat, 

Mensen krijgen helemaal geen antwoord als ze iets opsturen, iets willen of juist niet willen. Of het verdwijnt op wonderbaarlijke wijze (mijzelf ook al een keer gebeurd. Toen moest ik het maar persoonlijk afgeven, want mails kunnen kwijtraken, zo luidde het oordeel. Ik dacht juist dat iets dat tussen een stapel papieren ligt, veel gemakkelijker kwijtraakt, maar daar zat ik dus helemaal mis mee.)  Mensen worden bovendien niet serieus genomen als het niet uitkomt, ze krijgen veel te laat een antwoord of een antwoord dat nergens op slaat.

Jullie moeten luisteren!!!

Ik zat te kijken naar zo’n digitale uitzending waarin dit alles werd besproken en wilde bijna door mijn eigen microfoon schreeuwen:”Maar er wordt ook veel te weinig naar de burger geluihuisterd”. Maar dat mocht ik natuurlijk niet.

En zonder ons als media op de borst te willen slaan, maar vaak komt er pas actie als wij een keer in het geweer komen. Dan wordt het onderwerp blijkbaar breder uitgemeten, gaan ook andere media moeilijke vragen stellen en zo gaat het balletje dan rollen. Maar waarom vraag je je af? Waarom wordt iemand die al talloze brieven heeft geschreven en net zoveel telefoontjes gepleegd, pas gehoord als wij er een artikel over publiceren? Of als een raadslid het aankaart?

Het lijkt op een systeem

Zo zou het toch niet moeten werken in een gewone democratische structuur? Dat we afgelopen week zagen dat het op nationaal niveau dus ook mooi rommelt, verbaast mij niets. Ik heb door de jaren heen al flink wat zaken zien gebeuren waarvan ik dacht:Is dit echt waar? Is dit geen slechte droom waar ik zo wakker uit wordt?” En nee, ik zeg echt niet dat het overal fout gaat. Natuurlijk zijn er ook heel veel zaken die ongelofelijk goed gaan. En mensen maken nu eenmaal fouten, ook dat is geen ramp. Maar als er een patroon in fouten lijkt te zitten, dan word ik achterdochtig. Dan lijkt het op een systeem. En dachten we niet dat we die altijd alleen in heel andere landen zagen?


 

dinsdag 23 maart 2021

Einde aan de Meimeringen in de Zuid-Friesland

 

Dat dingen veranderen in het leven, mag duidelijk zijn. Het afgelopen jaar heeft dat helemaal wel aan het licht gebracht. Vanochtend kreeg ik een telefoontje dat dingen ook weer anders maakt: deze rubriek gaat uit de Zuid-Friesland verdwijnen. Veranderingen, te weinig ruimte, van dat soort zaken. Ik zat me te bedenken hoe lang ik dit eigenlijk gedaan heb: 

In 2009 schreef ik mijn eerste Meimering

In 2009 schreef ik een eerste epistel, maar ik weet niet eens of die op deze plek ook is gepubliceerd. Het begon gewoon thuis in mijn kamertje waar ik altijd alles los en vast schreef. Gewoon omdat ik dat leuk vond. Die eerste ging over het overlijden van een oom van me en werd bijna 8000 keer online gelezen. We zijn inmiddels 11 jaar verder en wat me het meeste is bijgebleven, zijn ook eigenlijk nog steeds de verhalen over mensen die zijn overleden. 

In memoriams

Het klinkt misschien raar, maar met die woorden kon ik ze toch nog een beetje laten voortbestaan. Ik wilde ze graag een podium geven, wilde herinneringen aan hen voor altijd ´ergens` laten bestaan.  Dat was overigens niet groter dan wat ze hadden betekend voor hun geliefden, die illusie of intentie had ik niet. Maar zo leefden ze nog een beetje voort. Ooit heb ik wel gedacht om die in memoriams te bundelen in een boek. Met mooie foto´s er bij als de nabestaanden dat wilden. Misschien is dat nu een goed moment om me daar echt eens in te verdiepen.

De geitenwollen sokken van de wethouder

Verder was de gemeente natuurlijk een geliefd onderwerp in deze kolommen. Vooral de zaken die in mijn ogen beter hadden gekund, kwamen vaak aan bod. Maar ook – lachwekkend eigenlijk – een keer de sokken van de wethouder. Dat waren van die geitenwollen breisels en dat ontroerde me dan wel weer. Dat ik daar dan de hele avond bijna onophoudelijk naar kon kijken en daar de meest vreemde fantasie├źn over kon hebben. En dat dan allemaal in woorden goot. Maar ik schreef ook over de scharrels van Rutte (tegenwoordig heel actueel, want ze vragen het hem allemaal), de man van het elektriciteitsbedrijf die geconfronteerd werd met mijn onderbroeken in de afwasmand, haar in je brood en luizen in je snoepjes en over een vriend die een einde aan zijn leven te maken. De ene keer serieus, de andere keer hopelijk grappig en vaak ook met verdriet. Na deze keer mag ik nog 4 keer eentje maken, verzoeknummers mogen vanaf nu ingediend. Op een andere plek ga ik overigens wel gewoon door. Maar dat zal dan niet meer in print zijn. 

donderdag 11 maart 2021

We zijn het een beetje beu



Als een burger al 7 keer aan de bel heeft getrokken over het feit dat hij vreest hij dat en zijn buurtgenoten in de zomer nergens kunnen staan met hun auto is die bel al bijna lam. Het gebeurde een omwonende van de supermarkt in aanbouw in Lemmer. Tot 2023 kan er op wat nu een bouwput is niet geparkeerd worden. En dat betekent dat toeristen allemaal moeten uitwijken naar een ander stekkie met hun bolide als die lockdown is verdwenen. 

Parkeren

En waar doen die recreanten dat: dan gaan ze in de straten staan die daar dichtbij liggen. De Parkstraat bijvoorbeeld. Of de Bantegastraat. En dan is het niet vreemd dat bewoners van de overheid vragen om daar op in te spelen. Door een ontheffing zodat je niet eerst in Rutten je auto hoeft te parkeren en dan naar Lemmer moet lopen. Maar als je dan de gemeente daar al 7 keer op gewezen hebt en er gebeurt dan vervolgens niets is dat toch een beetje vreemd. Daar word je vertrouwen in de lokale overheid dan niet groter van. Als er dan vervolgens toch onaangekondigd een ambtenaar op de stoep staat in het weekend die ook nog  vertelt dat je ook wel aan de andere kant van Lemmer kunt parkeren, is dat toch een beetje raar.  

Inmiddels heb ik begrepen dat de gemeente eigenlijk vindt dat er helemaal geen parkeerprobleem is. Het valt allemaal wel mee, vindt ze. En in andere plaatsen is het ook zo, dus ja wat kan het bommen... Dat een groot deel van Lemmer helemaal niet op een zoveelste supermarkt zit te wachten in een oude dorpskern die bovendien geen porem is op die plek en dat er tot 2023 problemen zijn met wel degelijk dat parkeren, het doet er blijkbaar niet toe. Voorheen woonden wij in de Parkstraat en daar kon je in de zomer echt je auto vaak niet kwijt. En ooit gaat die lockdown er toch wel weer een keer af en waar moeten dan in godsnaam al die mensen staan? Geen parkeerprobleem? We hebben altijd al een parkeerprobleem. Ga in de zomer eens met je auto veel boodschappen halen die je niet op je fiets kunt halen en je blijft rondjes rijden om bij een winkel te komen. En door nu net 2 jaar langer dat terrein niet te bestemmen voor dat parkeren (ook nog eens honderden plekken) is echt de nekslag. 

We horen er als Lemmer niet meer bij

We horen er al niet meer bij, zo hoor ik steeds vaker. Sinds we onderdeel zijn van gemeente De Fryske Marren ligt Lemmer wel heel ver af van haar `hoofdstad` en vooral haar hoofdbestuur. En de goednieuwsshow die diezelfde gemeente houdt, werkt niet mee. Naast de parkeerkwesties hebben we in Lemmer momenteel de ongebreidelde bomenkapkwestie. Iets waar veel burgers zich aan storen. Niet alleen omdat ze het niet snappen: maar ook omdat ze er door worden overvallen. Een brief krijgen omdat je je auto even weg moet zetten voor snoeiwerkzaamheden blijkt later een volledig gekapte boom op te leveren. Helemaal geen brief in je bus krijgen, thuis komen en opeens zien dat 2 beuken volledig zijn gescalpeerd, gebeurt ook.  Keer op keer wordt beterschap beloofd, maar keer op keer gaat het ook fout. Hoeveel projecten van burgerparticipatie en de politiek dichter bij de burger willen ze in De Fryske Marren nog ontwikkelen voordat ze door hebben dat communicatie gewoon met burgers praten is? En ze vooraf inlichten voordat je iets doet? Zo moeilijk kan dat toch niet zijn? 


maandag 21 december 2020

Oud papier

Toen ik nog op de lagere school in Lemmer zat, stond er bij de Dam altijd een papier container. Als kinderen werd ons gevraagd om thuis en in de buurt papier in te zamelen. Met het geld dat daarmee verdiend werd, kon de school leuke dingen doen. Bovendien vonden wij het als kinderen prachtig  om dit te doen. Op de woensdagmiddag langs de deuren en dan vragen of ze oud papier voor je hadden. En dan samen met vriendjes en vriendinnetjes opscheppen over de hoeveelheid die we had ingeleverd of het gewoon samen doen. 

Saamhorigheid in de buurt

Ons buurtje was daar goed in namelijk, in samen doen. Klapper van het jaar was de inzameling van telefoonboeken. Bijna niet meer voor te stellen dat je vroeger een telefoonnummer uit een boek haalde. Waar iedereen ook nog in stond met adres en al, maar ja ik ben nog van die generatie. Ook stond er nog een telefooncel bij ons in de straat. Ook die hokjes zijn volledig uit beeld verdwenen. Maar ik dwaal af, de nostalgie neemt het van me over blijkbaar.

Inzamelen van telefoonboeken

Het inzamelen van die telefoonboeken was dus een soort wedstrijd. Wie de meeste bij elkaar raapte, kreeg volgens mij zelfs een prijs van de meester. Wel logisch, die zware jongens bevatten flink wat pagina´s en leverden dus veel op.

Oud papier inzamelen levert niks meer op

Afgelopen weken kwam aan de inzameling van papier in onze gemeente een einde. De papierprijs is dramatisch gedaald. Verenigingen die het altijd inzamelden  moeten er zelfs geld op toeleggen. Ik had de eer om een aantal van de vrijwilligers te interviewen in een ander deel van de gemeente. En daar heerste treurnis. Droefheid. Sommigen hadden een kwart eeuw papier ingezameld, anderen al bijna 50 jaar. Het was een deel van hun leven geworden. Maar het mooie was ook dat ze allemaal werden bijgestaan door de jongere garde. Die op vrijdagavond misschien wel uit gaat, maar er op zaterdagochtend er toch maar mooi weer stond. De karren waren voor deze laatste keer versierd, de vrijwilligers werden getrakteerd en bedankt.

Gemeenschapszin verdwijnt

Een vrijwilliger zei iets dat me aan het denken zette. Dat je met het verdwijnen van zo´n initiatief ook de gemeenschapszin onderuit haalt. Dat niet altijd alles in geld is uit te drukken. Dat jeugd en ouderen hier samenkomen en dit wordt vergeten. Hij vertelde eveneens dat hij het beleid van de gemeente niet snapte. Die moet namelijk iedereen een bak leveren, elke maand een ophaaldienst bij de deuren langs laten gaan en daarvoor personeel inhuren. Terwijl zij alles gratis doen. Ik heb het de gemeente gevraagd. Die zei dat er toch al personeel beschikbaar was en betaald wordt. Maar hoe dan? Laten zij andere werkzaamheden dan vallen? Net als die man begrijp ik het niet. Wel dat de papierprijs dramatisch laag is. Maar niet hoe het dan voor een gemeente wel uit kan. En die mienskip die zo hoog in het vaandel staat, maar niet als het op centen aankomt? Zucht…