dinsdag 17 september 2013

Een nieuwe bank en haar in mijn kam


Vanochtend deed ik na de wasbeurt van mijn haar crèmespoeling in mijn pruikje. Daarna kam ik het altijd uit. Voor het eerst sinds maanden zaten er vervolgens enige haren in de kam. En dat stemde me vrolijk. Voor vorig jaar juni vond ik altijd overal haren. In mijn bed, op de grond en in mijn kam. Toen ik kaal was natuurlijk helemaal niets meer en nu is het bosje dus weer zo lang dat er zo nu en dan een haartje uitvalt. En dat stemt blij. Yes, schreeuwde ik naar mezelf vandaag. Er zit schot in de zaak.

Om de feestvreugde te verhogen, heb ik vandaag een nieuwe bank gekocht. Mijn oude had ik weggedaan omdat ik meende zo’n sta-op stoel te moeten kopen. Het ding werkt niet goed en de leverancier zegt dat hij hem komt repareren maar dat is tot op heden nog steeds niet gebeurd. Ik zit dus continue met mijn benen recht vooruit. En dat is pijnlijk voor mijn rug. Het ergste is nog wel dat ik niet even lekker kan gaan liggen. Ja, dat kan wel, maar daar krijg je pas echt rugpijn van. Ik lig dan namelijk in een soort kronkel, scheef en raar en dat doet mijn ruggengraat niet bepaald goed. Over 6 tot 8 weken wordt mijn mooie nieuwe RODE bank geleverd. Onder het motto lang leve het leven, leve de kleur. Ik heb het exemplaar samen met mijn broertje uitgezocht zodat we ook wat quality time broer en zus hadden. Even bijpraten, kopje koffie erbij. Het leven is mooi.

maandag 16 september 2013

Matthijs

Matthijs zie ik elke avond. Net zoals zoveel Nederlanders. We luisteren naar hem, zijn aandachtig zijn onderwerpen en kijken naar zijn bijzondere gasten en luisteren naar bands of solo artiesten die hij weet ik waar altijd vandaan haalt. Matthijs is de getapte jongen met het mooie blonde wilde haar. Maar dat was Matthijs een dikke twintig jaar geleden ook al. En toen zaten wij op wat in de volksmond School voor Journalistiek heet. En op die school moest je ook stage lopen.

In onze jaren kon je nog kiezen voor twee specialisaties en de geschreven pers mensen (zoals ik) die dus kranten en tijdschriften wilden vullen, gingen niet zo goed samen met de radio en tv mensen. Die waren namelijk wat wilder en wat losser. En naar onze smaak soms ook wat te veel zonder geweten. De lessen radio en tv en geschreven pers waren vanzelfsprekend niet in gezamenlijkheid, maar in de pauze kwam iedereen van deze deeltijdopleiding wel samen om met koffie de moraal weer wat op te peppen. Want we deden het er allemaal bij en moesten dus twee keer in de week naar Zwolle kachelen om daar nog 4 uur in de collegebanken te zitten.

En om de zes weken hadden we tentamenweek. Dan sloten we ons zelf op en studeerden tot we er bij neervielen. En daar weer tussen door schreven we scripties alsof ons leven er van af hing. Een sociaal leven hadden we bijna niet meer, maar we deden wel de opleiding die we zo graag wilden halen. Natuurlijk dwaal ik hiermee af van het oorspronkelijke onderwerp, want dat is dus Matthijs.
Stage en Matthijs. Want een aantal van onze radio en tv studenten liepen stage bij Matthijs. En de vrouwen mochten meer dan dat alleen bij Matthijs, als u begrijpt wat ik bedoel. Maar de affaires van Matthijs met onze medestudenten werden daar onder de koffie besproken. En vanaf dat moment had ik eigenlijk wel een hekel aan Matthijs. Want wat hij deed was niet bepaald netjes.

Dus dacht ik elke keer als ik Matthijs zag: “Klootzak.” En toen zag ik hem opeens vorige week voorbij komen met een openbaring. Mensen moesten vertellen wat hun guilty pleasures waren als het om de muziek gaat. Liedjes dus die je keihard mee blèrt, maar waar je je eigenlijk wel voor schaamt. De tafelgasten kwamen met Hello, is it me you’re looking for van Lionel Richie, Lady in Red van Chris de Burgh, Jermaine Jackson en Pia Zadora en zelfs Ein bisschen Frieden van Nicole. En toen moest Matthijs. En hij biechtte op, zonder zich daarvoor te schamen, dat hij genoot van Roger Whittaker met Last Farewell. Zoetsappiger dan dat kun je het nauwelijks hebben. En toen begon diezelfde Matthijs opeens ook nog mee te zingen. En dat was meer dan aandoenlijk. En toen dacht ik zomaar opeens:” Ach die Matthijs toch.” En ik vergaf hem. Voor al zijn klootzakkerigheid.

maandag 9 september 2013

Hard en meedogenloos

Ik ruik hem, ik voel hem, ik zie hem. Hij komt op kousenvoeten langs geslopen en neemt helemaal weer bezit van ons land. En ik vind het helemaal niets. Komende week nog een keer nazomeren, onder hopelijk mooie temperaturen en dan is zoals het woord het al zegt de zomer weer voorbij. En dat vind ik verschrikkelijk, want voor mij kan hij niet lang genoeg duren. Ik heb me toch een hekel aan herfst en winter, dat is met geen pen te beschrijven. Altijd donker, altijd koud. Niet lekker buiten zitten, niet de zon op je gezicht. Geen terrasjes meer, lekker teuten op de weg, afspreken om naar een eiland te gaan, met je kont in het gras liggen en kauwen op een grassprietje. Niet meer zwemmen in de zee met hoge golven, niet meer pootjebaden of met de boot weg. In plaats daarvan wakker worden als het donker is en thuiskomen als het alweer donker is. En de kachel ondertussen op turbo, want ik heb het eigenlijk altijd koud. Nu alweer stapel ik kledingstuk op kledingstuk. Hemd, shirt, trui en daarover heen nog een fleece. Dat mag ook wel vind ik: gisteren gaf mijn autometer aan dat het 17 graden was. In de zon wel te verstaan. Natuurlijk hebben we nog even lekker buiten gezeten, maar daar moest op een gegeven moment ook een jas aan te pas komen. Mijn winterjas, wel te verstaan. Ik denk wel eens dat ik eigenlijk deep down een gereïncarneerde Afrikaan ben. Alleen mijn huid is wit, maar de rest is zwart. En ik houd van de zon. Meer dan wat dan ook houd ik van de zon. Altijd. Van januari tot januari. Hoewel ik me ook wel besef dat wij hier geen moessons hebben (hele delen van Afrika staan nu blank en de helft van de bevolking lijdt daardoor aan malaria) en dat dus echt een voordeel is, zou ik er toch wel wat voor voelen om naar een land af te reizen waar die zon zich veel vaker laat zien. Ook gewoon met kerst. Eens ging ik met kerst naar Portugal met mijn lief. We zaten in de bikini en zwembroek onder de kerstballen. Wat was dat heerlijk! Bovendien vraag ik me af hoe lang deze winter weer gaat duren. Voor mijn gevoel was dit van het afgelopen jaar langer dan ooit. Als klein kind dacht ik altijd dat de zomers eeuwen duurden, maar tegenwoordig zijn die in mijn beleving ultra kort en de winters extreem lang. Mocht er weer zo’n exemplaar komen, dan houd ik het voor gezien. Ik koop niet eens meer zo’n daglichtlamp, ik koop gewoon daglicht. Elders wel te verstaan. Waar die zon wel schijnt. Hard en meedogenloos.

zondag 1 september 2013

Spelletjes en hartkloppingen

Ik ben verslaafd. Ik geef het toe. Niet aan drank of drugs. Niet aan eten (nou ja dat wel op z’n tijd). Maar ik ben verslaafd aan al die domme spelletjes die ik via Facebook kan spelen. En volgens mij is deze verslaving net zo erg als aan al die andere middelen.

Want ik heb hartkloppingen, ik ben gejaagd en ik spreek met mezelf af dat ik maar tot drie uur mag spelen, maar dan wordt het toch steeds weer heel snel vier uur. En als ik ’s ochtends uit bed kom ga ik eerst spelen en dan pas douchen en thee drinken. Ik neem nergens meer de tijd voor; ik ben alleen nog maar daar mee bezig.

Hoe de spellen heten weet ik niet eens. Iets met crush en met Pets. Ik moet bonen achter elkaar zetten en dan komt er soms zo’n soort vuurbal tevoorschijn die alles laat verdwijnen. En als ik er drie op een rij heb dan krijg je een soort verpakkinkje er om heen en die zoeft ook weer alles van het beeld. Ik switch van het ene spel naar het andere, want in het andere moet ik huisdieren redden. Die staan dan op gekleurde stenen en die stenen moet ik zien te verwijderen. En ik wordt gejaagder en gejaagder en met mij de hele rest van mijn Facebook vrienden. Want op elk verzoek voor een nieuw leven krijg ik weer een exemplaar.

Als ik dus zo zit te zenuwlijeren doen anderen dat op datzelfde moment ook en ook zij proberen bonen van een rijtje te schieten, huisdieren te redden en oogst binnen te halen. We zitten niet gezellig bij elkaar met een kopje koffie en Monopoly of Mens-Erger-Je-Niet, nee we zitten overal verspreid met RIS handen van de muis als een bezetene te spelen. Alsof ons leven er van afhangt. En levert het wat op? Welnu. Als je het volgens mij goed wil doen moet je zelfs ook nog betalen.

Dat doe ik dan net nog niet, maar ik zie soms scores bij mensen waarvan ik denk: Oké, jij hebt dus ook nog de creditkaart getrokken om verder te gaan met dit spel. Want ook dat doen we: we houden elkaar op de hoogte van onze score. Als ik iemand heb ingehaald is dat zo’n prestatie dat het systeem zelf er voor zorgt dat ik met een druk op de knop dat aan al die mensen kan laten weten die lager dan ik hebben gescoord. Alsof dat een verdienste is. Eerder ben ik van al die spelen af gegaan, maar op de een of andere manier zit ik er nu opeens weer op. Toen snapte ik het ook niet zo goed, soms nu nog steeds niet trouwens, maar nu ik merk dat ik echt hartkloppingen van het gedoe krijg, wordt het misschien wel eens tijd voor een bezoekje aan de Jellinekkliniek. Afkicken van Facebookspelletjes, het moet toch niet gekker worden.

maandag 26 augustus 2013

Hygiëne: een fijne vieze onderbroek

Toen ik las dat 15 procent van de mensen ontevreden is over de hygiëne van de partner moest ik toch even gniffelen. Als je dus 10 mensen tegenkomt, dan vindt 1,5 dat de partner nu niet bepaald de meest frisse is die er rondloopt. En daar moet je dan het bed mee delen!
Verder lezend zag ik dat 83 procent van de mensen die meededen elke dag van onderbroek te wisselen. Dat impliceert dus dat bijna 20 procent dat niet doet. Het grapje over omgekeerde slips kent iedereen wel, maar dat iemand gewoon nog maar een dagje in het ondergoed kruipt, gaat er bij mij niet in. Ook met de mondhygiëne is het blijkbaar niet zo goed gesteld. Maar 40.5 procent poetst de tanden in ieder geval 1 keer per dag. De resterende 60 procent slaat dus gewoon dagen over.

Die hebben dus gewoon mos op de tanden staan stel ik me zo voor. Dat alles bedenkend ga je graven in je eigen verleden. Natuurlijk heb je daarin ook mensen die je nu op z’n zachts gezegd niet bepaald fris vond ruiken. Of waarbij je wel eens een graai in een kledingstuk deed en dan toch hele vreemde zaken tegenkwam. De romantiek is er dan snel af moet ik zeggen.

Zo verbleef ik een keer bij een vriendje. We hadden het meer dan gezellig tot ik zijn onderbroek op de grond zag liggen. Het tart ieder voorstellingsvermogen om aan te geven wat zich daarin allemaal bevond, maar ik was op slag misselijk. Nou, je libido is dan heel snel verdwenen! Vanzelfsprekend zal ik ook niet altijd even fris hebben geroken. Na een dag hard werken of hoge temperaturen heeft iedereen denk ik wel zo zijn luchtjes. Bijna ieder weldenkend mens gaat dan volgens mij eerst even douchen. Dit schrijvende moet ik opeens denken aan die lover die zo biologisch dynamisch was dat hij zich niet waste. Althans niet met iets dat reinigend vermogen had. Hij geloofde niet in zeep.

De geuren die daardoor van zijn haar afkwamen waren een kruising tussen een ranzige frietzaak, een asbak en een gaarkeuken. Etensluchten en rookluchten gaan namelijk allemaal in je haar zitten. Ik dacht nog aardig te zijn en heb een heel regiment aan biologisch verantwoorde verzorgingsproducten voor hem gekocht. Dat viel niet in goede aarde; de relatie werd al snel verbroken. Ik was te weinig begripvol. Dat geloof ik ook wel; ik ging over mijn nek van wat me werd voorgeschoteld. Het was zogezegd een dealbreaker. Waar ik me ´s ochtends het bed uitspoedde om alle cruciale delen eens goed te reinigen en mijn ochtendgebitslucht weg te werken, vond hij dat die van gisteren, eergisteren en zelfs de week er voor er lekker bij hoorden. Ik heb bedankt.

Actie pampers maandboxen

maandag 19 augustus 2013

Weekendje weg

‘Oh, nee. Ik dacht altijd al dat mensen dat doen, maar ze doen het dus echt. ‘ Mijn vriendin waar ik een weekendje mee naar Berlijn ben, kijkt me vol afgrijzen aan. Ik heb mijn schoenen in de kast gezet en dat vervult haar klaarblijkelijk met de meeste weerzin die een mens zich maar kan voorstellen. Ze heeft het over straatvuil en hygiëne en natuurlijk heeft ze gelijk. Maar ik maal eigenlijk niet zo om dat soort dingen. Ik heb altijd geleerd dat je daar weerstand van opbouwt. En ik sta er eigenlijk ook nooit bij stil.

Wie mij kent weet dat er in mijn woning altijd een bom lijkt te zijn ontploft. Die ruim ik zo nu en dan weer op, maar hij komt ook altijd weer terug. Ik ben slordig. Ja ik ben slordig. En dat soort zaken komt pas aan de orde als je met z’n tweetjes op een kamer verblijft. Over geld hebben wij geen problemen. We maken een pot en betalen daar uit wat we nodig hebben. En wil iemand een goedkoop kopje thee en de ander een cocktail van 15 euro dan doen we daar gelukkig niet moeilijk over. Want dat haat ik.

En we willen ook graag dezelfde dingen zien: we sjouwen langs mooie gebouwen en gedenkwaardige plekken. We nemen een rondvaartboot. Maar gaan ook lekker eten en shoppen. In dat opzicht doen we het heel goed. Alleen op die kamer is het een ander geval. Zij ruimt de hele dag achter mijn kont op, ik vraag me af waar ze zich toch de hele dag druk over maakt. Dat dat jurkje daar ligt is helemaal niet erg: het ligt er warm en droog. Waar ik me dan weer over verbaas en wat zij niet snapt is dat zij met de deur open plast. Dat zijn van die persoonlijke dingen die ik dan weer liever niet aan de buitenwereld toon. En die ik ook niet van een ander hoef te horen. In een grote woning kun je dat soort zaken nog wel afschermen, maar op een kamer van een paar meter bij een paar meter worden dit soort zaken opeens heel duidelijk. Niet pijnlijk, helemaal niet pijnlijk. Want we hebben het gewoon heel fijn daar in die Heimat. We verwonderen ons er alleen over dat je zo gelijk en toch ook zo verschillend kunt zijn.

Als zij op de terugweg van Berlijn naar Nederland opeens verandert in een soort autocoureur (nadat we uren lang in de file hebben gestaan) verbaast me dat weer. Ze scheurt met 150 over de Duitse Bahn, neemt rotondes alsof de duivel ons op de hielen zit. En daar ben ik dan weer niet zo van. Ik roep dat ik nog niet dood wil en zij vindt mij waarschijnlijk een enorm watje. En dat ben ik ook. De dag na het weekend bellen we elkaar op: Wat mis ik je. Wat hadden we het goed! En zo was het ook.

maandag 12 augustus 2013

Gemeentekennis

Je zou denken dat de ambtenaren van De Friese Meren wel een beetje weten wat er leeft in Lemsterland. Zeker als ze aanwezig zijn op een bijeenkomst die gaat over Lemmer. Toen ik de laatste keer bij een vergadering was, bleek daar bitter weinig van waar. Zo had men daar nog nooit gehoord van de Zuid-Friesland.

De mevrouw die mij vroeg me in te schrijven op de presentielijst kwam speciaal vragen wat Zuid-Friesland dan wel mocht zijn. Toen ik haar verbaasd aan keek en haar zei dat ik het vreemd vond dat zij dat niet wist, had ze niet echt een antwoord anders dan dat zij daar niet over gaat.

Op zich is dat al vreemd: ambtenaren zouden toch moeten weten wat er zoal gepubliceerd wordt over ons mooie grondgebied. Omdat ze dan weten wat er leeft, maar ook om zaken bij te houden die mogelijk belangrijk zijn. Bovendien adverteert de gemeente in dit blad. En zoveel kranten zijn er nu ook weer niet op het terrein van De Friese Meren. Ik tel er hooguit 5.

Omdat wij dus niet bekend waren, werd er ook lustig op los gebabbeld. Er werden zaken gezegd die naar mijn idee niet zo goed kunnen. Zo zei een ambtenaar letterlijk dat er in Lemsterland raadslieden waren die aan stemmingmakerij deden. Dergelijke uitspraken horen niet in het openbaar is mijn mening. Daar komt bij dat raadslieden er zijn om het openbaar belang te dienen. Dat kan nooit verward worden met stemmingmakerij.

Het toont verder vooral aan dat Lemsterland nog steeds een vreemde eend in de bijt is. Want vergaderen in Lemsterland gaat er nu eenmaal anders aan toe dan in Skarsterlân of in Gaasterlân-Sleat. Raadslieden zijn daarnaast erg betrokken en vertonen zich vaak op bijeenkomsten waar iets wordt uitgelegd of waar betrokkenen zich uit kunnen spreken tegen of voor iets. Dergelijke uitspraken doen overigens het ergste voor de toekomst vrezen.

Nu is het natuurlijk de vraag of Lemsterland überhaupt nog veel afgevaardigden kan gaan leveren voor de nieuwe raad. Maar is dat wel het geval dan lijkt het alsof ze de mond zal worden gesnoerd. Voor het democratisch gehalte niet bepaald een goede zaak. Overigens toont het ook aan dat de ambtenarij wel een hele dikke vinger in de pap heeft, daar waar raden uiteindelijk toch de definitieve besluiten moeten nemen. Ik adviseer De Friese Meren in ieder geval om een avondje voorlichting te houden over de media die aanwezig zijn in het gebied. Dan worden er tenminste niet meer zulke flaters geslagen.