Op mijn tuin groeien de aardbeien, de bomen hangen vol pruimen, appels, peren, de struiken zitten tjokvol druiven, bramen, rode bessen en frambozen. Alleen mijn vijg doet het wat minder. Maar vanavond toen ik alles weer even kwam inspecteren (kleine tomaatjes, de pepertjes in bloei en de kiwi eveneens) kwam hij toch parmantig met z'n kopje omhoog. Mooi hoe de natuur zijn gang weer gaat na zo'n verschrikkelijk koude en niets ontziende winter. Aan sommige zaken merk ik het wel. Sommige groenten doen het echt niet. Anderen schieten nu met dit warme weer omhoog. Geldt overigens ook voor het onkruid, maar dat mag de pret niet drukken. Morgen even lekker schoffelen. En daarna jam maken. Want ook de takken van de kruisbessen hangen zwaar door onder hun gewicht van de oogst.
Zondag zijn we ook van dat domme voetbal af (sorry liefhebbers), maar hier op de buurt word ik werkelijk gek van de mensen met hun vuvuzela's, megafoons en gegil en geschreeuw. Iedereen is voortdurend dronken zo lijkt het en houdt nergens rekening mee. Nee dan die mooie vruchten op de tuin. Die praten tenminste niet.
dinsdag 6 juli 2010
dinsdag 29 juni 2010
Mooie benen

Ik heb ze. Mooie benen. Het is misschien arrogant om dat van jezelf te zeggen, maar die poten onder mijn lijf mogen er zijn. Dat dacht ik gisteravond toen ik naar mijn heilige onderdanen zat te kijken tijdens een urendurende raadsvergadering. Ze zijn bruin geworden van een weekje Terschelling, ze staken niet in enige bekleding en ze staken rank en slank naar buiten. Piepten onder een leuk jurkje vandaan. De hoge hakken hielpen, zeker, maar toch. Ik keek wat verliefderig naar mijn eigen benen en dacht:"God wat heb ik mooie benen. Bedankt daarvoor wie daar ook voor gezorgd heeft. " En ik keek naar de benen van anderen en vond dat die van mij in dat hele gebouw toch de mooisten waren. En vandaag dacht ik dat weer. Toen ik op de bank lag en mijn lange onderdanen had uitgestrekt op het uiteinde van de leuning. Ik hoop dat ze houd. Net als Tina Turner, op je 70e nog hooggehakt laten zien wat je hebt. Heerlijk lijkt me dat.
maandag 22 februari 2010
Trouwdag van mijn ouders

Vandaag is de trouwdag van mijn ouders. Ze of eigenlijk we hadden vandaag gevierd dat ze 48 jaar geleden in de echt werden verbonden. Er ging nooit een jaar voorbij dat we daar geen aandacht aan schonken. Meestal zorgden zij voor eten, want dat was een centraal thema bij ons thuis. Als je maar voldoende eten had, dan was alles goed. Dus werd er geslacht, verbouwd, ingevroren, geweckt en ga zo maar door. En er was die doos met snoep in de kast, waar we altijd even een greep uit deden. Waar ik soms wel tien grepen uit deed, als er drop in zat.
Helaas valt er niet veel meer te vieren, dan de herinnering die we aan ze hebben. Vorige week heb ik nog even een bloemetje bij ze neer gezet, maar vandaag was ik zo laat thuis van een lange dag werken dat het al donker was op de begraafplaats. Dus morgen maar even. Ik denk niet dat ze dat erg vinden, ik heb de hele dag toch wel aan ze gedacht.
Ik merk ook een verschuiving in het omgaan met de dood. In het begin wilde ik niet anders dan bij ze zijn en kwam ik er wekelijks, of eigenlijk zelfs dagelijks. Dat is nu al lang niet meer het geval. Ik zeg ze nog wel altijd gedag als ik ga reizen en als ik terug ben. Even aanschuiven zit er immers niet meer in. Ik geloof dat ik die momenten ook nog steeds het ergst vind. Dat er niemand meer is die op je wacht, waarvoor je het allerbelangrijkste bent. Daar tegenover staat dat hun lijden voorbij is en dat is me ook een lieve duit waard.
In het begin deden broerlief, zijn gezin en ik ook vaak nog wel iets in gezamenlijkheid op deze bijzondere dagen, maar dat is helaas ook voorbij. Dan namen we een emmer met drankjes mee naar het graf, namen zelf een bubbeltje en goten op het graf berenburg en jenever uit. Zodat zij ook mee konden toosten. Waarschijnlijk een raar gezicht voor omstanders, maar het gaf ons het gevoel dat ze er toch echt bij waren en ze hun slokje toch ook nog kregen. Misschien moet ik dat toch maar weer eens voorstellen op een mooie zonovergoten dag als het zoooo ingetogen is op hun laatste rustplaats.
Helaas valt er niet veel meer te vieren, dan de herinnering die we aan ze hebben. Vorige week heb ik nog even een bloemetje bij ze neer gezet, maar vandaag was ik zo laat thuis van een lange dag werken dat het al donker was op de begraafplaats. Dus morgen maar even. Ik denk niet dat ze dat erg vinden, ik heb de hele dag toch wel aan ze gedacht.
Ik merk ook een verschuiving in het omgaan met de dood. In het begin wilde ik niet anders dan bij ze zijn en kwam ik er wekelijks, of eigenlijk zelfs dagelijks. Dat is nu al lang niet meer het geval. Ik zeg ze nog wel altijd gedag als ik ga reizen en als ik terug ben. Even aanschuiven zit er immers niet meer in. Ik geloof dat ik die momenten ook nog steeds het ergst vind. Dat er niemand meer is die op je wacht, waarvoor je het allerbelangrijkste bent. Daar tegenover staat dat hun lijden voorbij is en dat is me ook een lieve duit waard.
In het begin deden broerlief, zijn gezin en ik ook vaak nog wel iets in gezamenlijkheid op deze bijzondere dagen, maar dat is helaas ook voorbij. Dan namen we een emmer met drankjes mee naar het graf, namen zelf een bubbeltje en goten op het graf berenburg en jenever uit. Zodat zij ook mee konden toosten. Waarschijnlijk een raar gezicht voor omstanders, maar het gaf ons het gevoel dat ze er toch echt bij waren en ze hun slokje toch ook nog kregen. Misschien moet ik dat toch maar weer eens voorstellen op een mooie zonovergoten dag als het zoooo ingetogen is op hun laatste rustplaats.
zondag 17 januari 2010
Depressie, niets om je voor te schamen
Depressie. Honderdduizenden lijden eraan in Nederland, maar weinig durven er voor uit te komen. Laatst had ik een aanvaring met iemand omdat ik op haar Hyves had geschreven dat ik helemaal naar was van de slaappillen die ik had genomen. Mijn beste vriendin was net overleden en ik had moeite met slapen en nam daarvoor middelen om die spiraal te doorbreken. Maar ik mocht dat niet schrijven. Taboe. Dat houd je voor jezelf. Ik houd het al lang niet meer voor mezelf dat ik een grote aanleg voor depressies heb. Ik slik al denk ik wel 20 jaar antidepressiva en ze hebben mijn leven gered. Na 3 overweldigende depressies waarbij de dood nog de enige uitkomst leek, heb ik deze middelen gekregen. Na een nare inwerkperiode van een week of zes waarin je je lichamelijk beroerder voelt dan ooit is daar dan opeens het licht. Alles lijkt weer enigszins normaal, je kunt weer functioneren, de wereld voelt een stuk minder eenzaam. Ze hebben kortom mijn leven gered.
Maar er wordt nog steeds vreemd op gereageerd als ik zeg dat ik antidepressiva slik. Van “Dat heb jij toch helemaal niet nodig?” tot dat dit helemaal niet bij mij past. Altijd vrolijk, fruitig en fris. Redelijk geslaagd in het leven en altijd bezig met van alles en nog wat. Mensen hebben snel een oordeel klaar over dat soort zaken blijkbaar, vinden het denk ik een brevet van onvermogen. Geluk zou niet mogen afhangen van middelen of zo. Om die reden ben ik in het begin wel een aantal keren gestopt. Ik dacht dat ik het zelf wel zou kunnen, maar na een bepaalde periode kreeg ik toch weer klachten. Eerst heel langzaam een gevoel van onbehagen. Daarna wat dieper wegzinken in die put. Vaak vervolgens paniekaanvallen met hyperventilatie. Fijn is dat allerminst. Dus dan toch maar weer beginnen. Vaak weer met een ander middel, weer die beginklachten van ongelofelijk misselijk zijn, diarree hebben, een enorm droge mond, verschrikkelijk slaperig zijn. Dus heb ik nu een onderhoudsdosis en heb ik me voorgenomen daar ook niet meer van af te stappen.
Overigens zijn antidepressiva geen wondermiddelen die er voor zorgen dat je helemaal geen negatieve gevoelens meer hebt. Integendeel. Ik huil nog net zoveel als daarvoor, kan me nog steeds heel naar voelen over dingen. Alleen is dat in proportie. Ik ga er niet meer aan kapot, zit geen maanden achter de geraniums terwijl ik de deur niet uit durf of zo teneergeslagen ben dat niets me meer interesseert. Ook zijn antidepressiva geen gelukspillen. Ik heb wel eens het idee dat mensen denken dat je na het slikken van zo’n pilletje opeens als een happy de peppie figuur overgelukkig door je dagen springt. Niets is minder waar. De stofjes die wij depressievelingen in onze hersenen missen, maar die normale mensen wel hebben, worden er door aangemaakt. En het zorgt dus voor een “normaal”gevoel. ” Verslavend zijn de pillen dan ook niet. Het enige wat je merkt als je er eens eentje of twee vergeet is een heel raar gevoel in je hoofd. Een soort duizeligheid die onprettig is, maar geen ongeluksgevoel. Daarom moeten antidepressiva ook afgebouwd worden en niet omdat ze iemand in de zevende hemel brengen. Bovendien zijn de middelen ook geen vrijbrief om alle risico’s maar weer te nemen die een depressie in de hand werken. Goed op jezelf passen blijft nog steeds het devies. Daarom heb ik altijd voldoende slaap nodig en moet ik er voor waken dat ik dat ook krijg. En lukt dat een tijdje niet dan moet ik ook daarbij hulp van buiten hebben, want anders zit ik zoweer in die spiraal naar beneden. Slaapgebrek brengt een proces naar beneden op gang dat bijna niet te stuiten is. Maar ook verder voorzichtig zijn met wie je omgaat, hoeveel problemen je op je nek neemt en wat je doet om die toch tere balans in je hersenen in evenwicht te laten zijn, is belangrijk.
Ik neem zo weer even mijn minimale dosis. Die ligt gewoon naast de fruitschaal en mijn favoriete reistijdschriften. Voor iedereen zichtbaar en niets geheims aan.
woensdag 6 januari 2010
Anders ben je zo alleen
Och god, wat zeg je dan tegen zo’n lieverd? Hij en zijn zusje van 7 hadden dit samen besproken en vonden eigenlijk niet dat ik zo achter kon blijven. “Ja want we kunnen wel skypen en zo, maar ja dan kunnen we niet meer knuffelen,”zei hij erachter aan. En toen somde hij de voordelen op van het skypen. Hij zou me de vissen laten zien die hij ging vangen. Als ze dood of levend waren. En als hij uit school kwam zou hij me voor de camera vertellen hoe het nu met hem ging. En kon ik echt niet mee, dan moest ik maar vooral vaak komen. “Ja dan moet je echt gewoon maanden komen logeren bij ons,” voegde hij eraan toe.
Ik legde uit dat het wel wat moeilijk voor me was om naar Noorwegen te verhuizen, omdat mijn werk nu eenmaal bestaat uit het Nederlands. En dat spreken de Noren niet zo goed, zei ik. “Ha, nee,”begreep hij. “Maar Meintje, wanneer kan ik nu dan weer even bij jou logeren? Kunnen we in het weekendje niet even theedrinken en dan afspreken?”
“Natuurlijk lieverd, “zei ik tegen hem en op het einde van het gesprek was er natuurlijk weer dat moment dat we moesten ophangen maar het niet konden. “Ik doe het nu hoor”. Ja doe dan. “Nee nu, jij”. En hij liet het gepaard gaan met twintig keer zeggen “tot in het weekend als we gaan afspreken wanneer ik kom logeren he?”.
Even daarvoor had mijn broer me gebeld. Ik had een behoorlijke fout op mijn werk begaan, een feit niet gecheckt en daarvoor en plein public het boetekleed aangetrokken. Wat normaal is. Hij wilde me een hart onder de riem steken en meldde me dat ik me er ook weer niet al te veel van aan moest trekken. En dat hij de ingezonden brief die iemand over dit voorval had geschreven toch wel heel baud vond. Waar hij gelijk in had. Er werden weer dingen bijgehaald die met het feit zelf niets te maken hadden. Ik werd volledig afgebrand. Zo gaat het vaak als mensen fouten maken. Niet het feit zelf wordt bekritiseerd, maar er wordt van alles bijgehaald. Wat maakt dat mijn respect voor dergelijke lieden er niet groter op wordt. Ik heb ook altijd geleerd dat je het hebt over wat fout is en niet over allerlei andere dingen die daar niets mee te maken hebben. Maar goed boosheid is iets wat veel mensen aanzet tot hatelijkheden die ik niet altijd begrijp. Bovendien had ik mijn excuses al aangeboden en had ik direct toegegeven dat ik fout zat.
Maar het is wel verdomde prettig dat je dan familie hebt die je dan een hart onder de riem steekt. Gewoon omdat ze van je houden.
maandag 4 januari 2010
Een groot moment van geluk
Het afgelopen jaar was een slecht jaar. Een in en in slecht jaar. Mijn beste vriendin stierf. Ze had een naar ziekbed, had ongelofelijk veel pijn, maar ze was een kanjer. Zoals ze altijd al een kanjer is geweest. Ik mocht getuige zijn van haar ziekte en haar sterven en dat is een voorrecht. Maar ook vreselijk. Want als buitenstaander kijk je ernaar en je kunt niets doen. Ja wat praktische zaken. Eten koken, boodschapjes halen. Aan haar bed zitten en haar troosten. Met haar doornemen hoe ze het wil als ze er niet meer is. Haar afleggen zodat er geen vreemde handen aan haar lijf meer hoeven. Dat is allemaal gebeurd. En nu is ze er niet meer. Ze laat een gigantische leegte achter die bijna niet gevuld kan worden. Maar ik hoop dat ze het goed heeft daar waar ze nu ergens zweeft. Ver weg is ze wel. Ik kan haar niet voelen, terwijl ik mijn ouders wel altijd kon en kan voelen. Maar dat was ook wat ze wilde. Nadat we haar hadden afgelegd is ze direct gekist en toen naar de aula gereden. Haar ouders en haar broer hebben afscheid genomen en toen is op haar wens de kist gesloten. Om haar geest de ruimte te geven uit haar lichaam te verdwijnen. Zodat wij haar hier niet zouden houden met ons verdriet en onze pijn. Volgens mij is dat gelukt.
De leegte vullen is dus niet gemakkelijk, maar je doet wat. Afgelopen november besloot ik toch op vakantie te gaan. Met allerlei gelijkgestemden, maar vreemden. Onwennig op Schiphol. Ik te laat, want ik kwam in een gigantische file terecht. Wel op tijd voor het vliegtuig, maar bijna te laat voor de gezamenlijke incheck. Toch was er direct de klik met sommigen. Op vakantie kon ik soms mijn draai niet vinden. Bleef wel eens een dag achter op mijn kamer, omdat ik een berichtje van het thuisfront had gehad. Haar as was gearriveerd, ze is weer thuis, dat soort zaken. Mijn nieuwe vakantievrienden waren overigens alleraardigst. Als ik een dag op mijn kamer had gehangen kwamen ze me zoeken. En ik mocht het er altijd over hebben.
En toen kwam er die wonderschone dag. Naast ons op het strand het rugbyteam van Zuid-Afrika. Erg mooie mannen, maar ook erg bronstige mannen. Het maakte ons wat giechelig, want ze waren allemaal 20 of nog jonger. Door die sfeer of gewoon omdat we het zelf zo leuk hadden maakten we opeens een fotoshoot in het water. Een aantal gewone meiden en onze heerlijke beer van de groep. Hij als man met de Harem, wij gedwee aan zijn voeten. Niet met het gespierde lichaam van de rugby boys, maar zovele malen mooier van binnen. Het werd lachen, gieren, brullen. Helemaal toen er opeens in dat tropische Maleisië een regenbui losbarstte die zijn weerga weer niet kende. We gingen voor de zon, maar kwamen in de moesson terecht. Maar de hulp was nabij, want het café aan het strand was bereikbaar. En de cocktails overheerlijk in zo’n bui. Daar stonden we dan. Drijfnat, met een fijne cocktail in de hand, de jongens van de bar swingend op de leukste muziek. En Cees, onze Cees kreeg ons zover dat we ons nog een keer heel erg nat lieten regenen. In onze jurkjes, badpakken en bikini’s stonden we daar midden in dat hemelgeweld. Daar was even dat enorme pure geluk dat ik lang ontbeerd had. En een uitbundigheid die ik gemist had.
De avond duurde overigens tot in de kleine uurtjes. Onze eetafspraak vergaten we en onze badkleren zijn niet meer uit geweest. Nou ja toen we weer in bed rolden uren, uren en uren later. Maar toen hadden we eerst de rugbyboys nog een blauwtje laten lopen. Er gaat ten slotte niets boven onze eigen kerels.
De leegte vullen is dus niet gemakkelijk, maar je doet wat. Afgelopen november besloot ik toch op vakantie te gaan. Met allerlei gelijkgestemden, maar vreemden. Onwennig op Schiphol. Ik te laat, want ik kwam in een gigantische file terecht. Wel op tijd voor het vliegtuig, maar bijna te laat voor de gezamenlijke incheck. Toch was er direct de klik met sommigen. Op vakantie kon ik soms mijn draai niet vinden. Bleef wel eens een dag achter op mijn kamer, omdat ik een berichtje van het thuisfront had gehad. Haar as was gearriveerd, ze is weer thuis, dat soort zaken. Mijn nieuwe vakantievrienden waren overigens alleraardigst. Als ik een dag op mijn kamer had gehangen kwamen ze me zoeken. En ik mocht het er altijd over hebben.
En toen kwam er die wonderschone dag. Naast ons op het strand het rugbyteam van Zuid-Afrika. Erg mooie mannen, maar ook erg bronstige mannen. Het maakte ons wat giechelig, want ze waren allemaal 20 of nog jonger. Door die sfeer of gewoon omdat we het zelf zo leuk hadden maakten we opeens een fotoshoot in het water. Een aantal gewone meiden en onze heerlijke beer van de groep. Hij als man met de Harem, wij gedwee aan zijn voeten. Niet met het gespierde lichaam van de rugby boys, maar zovele malen mooier van binnen. Het werd lachen, gieren, brullen. Helemaal toen er opeens in dat tropische Maleisië een regenbui losbarstte die zijn weerga weer niet kende. We gingen voor de zon, maar kwamen in de moesson terecht. Maar de hulp was nabij, want het café aan het strand was bereikbaar. En de cocktails overheerlijk in zo’n bui. Daar stonden we dan. Drijfnat, met een fijne cocktail in de hand, de jongens van de bar swingend op de leukste muziek. En Cees, onze Cees kreeg ons zover dat we ons nog een keer heel erg nat lieten regenen. In onze jurkjes, badpakken en bikini’s stonden we daar midden in dat hemelgeweld. Daar was even dat enorme pure geluk dat ik lang ontbeerd had. En een uitbundigheid die ik gemist had.
De avond duurde overigens tot in de kleine uurtjes. Onze eetafspraak vergaten we en onze badkleren zijn niet meer uit geweest. Nou ja toen we weer in bed rolden uren, uren en uren later. Maar toen hadden we eerst de rugbyboys nog een blauwtje laten lopen. Er gaat ten slotte niets boven onze eigen kerels.
zondag 20 december 2009
Een gedwongen, maar heilzaam isolement
Alweer komen de sneeuwvlokken met duizendtallen tegelijk uit de lucht vallen. Er is geen doorkomen aan. Mijn auto staat op een plaats waar hij
volgens mij nooit meer vandaan komt en ik kluun van winkel naar winkel met mijn boodschappen-tasje. Wat ik vaker zou moeten doen overigens gezien de net voorbije klimaattop.
volgens mij nooit meer vandaan komt en ik kluun van winkel naar winkel met mijn boodschappen-tasje. Wat ik vaker zou moeten doen overigens gezien de net voorbije klimaattop.
’s Avonds gaan de kaarsjes aan en zet ik de zoveelste bak thee. Best knus zo, maar er is ook verder niet zoveel keuze. Gisteravond een laatste stappersavond in het dorp. Waar velen komen (van mijn leeftijd en dat is uitzonderlijk) en wat altijd gezellig
is. Maar om al klunend daar naartoe te gaan, ik had er de kracht even niet voor. Misschien is dat tevens wel het voordeel van zo’n gedwongen situatie: je kunt niet zoveel en moet daarin dus berusten. Plannen genoeg voor de komende week. Dansfeesten, borrels en andere zaken. Maar het kan gewoon niet. De realiteit heeft ons ingehaald. Wat ook wel weer duidelijk is. Als er niets te kiezen is, is de keuze uiterst makkelijk. En in ons westerse wereld hebben we een overvloed in keuze en of ons dat nu zo leuk heeft gemaakt is twijfelachtig. We zijn er vaak innerlijk geen mooiere mensen van geworden.
We wilden vandaag met een aantal vriendinnen het bos in. Mooie foto’s maken van al die witte bomen en lekker wandelen. Het punt is alleen dat het bos onbereikbaar is. Sterker nog, je komt de straat niet eens uit.
Wat rest is blij zijn met wat je wel hebt. Je eigen huisje dat warm is. Voldoende eten en drinken. Een boekenkast vol boeken en tijdschriften, de tv die het nog altijd doet. Een heerlijk bed en een warme douche.
Opgesloten zitten in je eigen huis dus, omdat de omstandigheden dat nu eenmaal veroorzaken. Bij ons zijn het maar tijdelijke omstandigheden. Er zijn miljoenen mensen op deze aarde die altijd in zulke situaties verkeren en waarbij het om basisprocessen gaat. Geen eten, geen drinken, geen sanitaire voorzieningen, geen medische hulp. Een wereld van verschil. Ondertussen draait 3FM op een ietwat dolkomische manier geld bijeen voor malarianetten. Uitstekend doel, want ik heb de mensen gezien die met het geel in hun ogen (lever die niet meer goed functioneert door chronische malaria) en doodziek door de binnenlanden van Gambia doolden. De keuze om 5 euro te geven voor zo’n net en dan ook nog eens nationaal in de belangstelling te staan (want in dit land is het motto nog altijd voor wat hoort wat) is er gewoon. Die 5 euro hebben we allemaal en 3 pilsjes overslaan betekent het redden van een mensenleven. Rare keuzes eigenlijk.
is. Maar om al klunend daar naartoe te gaan, ik had er de kracht even niet voor. Misschien is dat tevens wel het voordeel van zo’n gedwongen situatie: je kunt niet zoveel en moet daarin dus berusten. Plannen genoeg voor de komende week. Dansfeesten, borrels en andere zaken. Maar het kan gewoon niet. De realiteit heeft ons ingehaald. Wat ook wel weer duidelijk is. Als er niets te kiezen is, is de keuze uiterst makkelijk. En in ons westerse wereld hebben we een overvloed in keuze en of ons dat nu zo leuk heeft gemaakt is twijfelachtig. We zijn er vaak innerlijk geen mooiere mensen van geworden.
We wilden vandaag met een aantal vriendinnen het bos in. Mooie foto’s maken van al die witte bomen en lekker wandelen. Het punt is alleen dat het bos onbereikbaar is. Sterker nog, je komt de straat niet eens uit.
Wat rest is blij zijn met wat je wel hebt. Je eigen huisje dat warm is. Voldoende eten en drinken. Een boekenkast vol boeken en tijdschriften, de tv die het nog altijd doet. Een heerlijk bed en een warme douche.
Opgesloten zitten in je eigen huis dus, omdat de omstandigheden dat nu eenmaal veroorzaken. Bij ons zijn het maar tijdelijke omstandigheden. Er zijn miljoenen mensen op deze aarde die altijd in zulke situaties verkeren en waarbij het om basisprocessen gaat. Geen eten, geen drinken, geen sanitaire voorzieningen, geen medische hulp. Een wereld van verschil. Ondertussen draait 3FM op een ietwat dolkomische manier geld bijeen voor malarianetten. Uitstekend doel, want ik heb de mensen gezien die met het geel in hun ogen (lever die niet meer goed functioneert door chronische malaria) en doodziek door de binnenlanden van Gambia doolden. De keuze om 5 euro te geven voor zo’n net en dan ook nog eens nationaal in de belangstelling te staan (want in dit land is het motto nog altijd voor wat hoort wat) is er gewoon. Die 5 euro hebben we allemaal en 3 pilsjes overslaan betekent het redden van een mensenleven. Rare keuzes eigenlijk.
Abonneren op:
Posts (Atom)