maandag 6 mei 2013

Onverwacht bezoek

Soms is het heel leuk om onverwacht bezoek te krijgen. Vroeger vond ik dat overigens niet; ik had altijd het idee dat mensen me dan uit mijn dagelijkse zaken haalden die veel belangrijker waren. Tegenwoordig is ongepland bezoek gewoon leuk. Deur open, kom binnen, wat wil je drinken. Maar dan gaat het over vrienden.

Als er opeens officieel onverwacht bezoek voor de deur staat heeft dat soms een wat andere uitwerking. Deze keer was dat een meneer van de woningcorporatie. Voor een soort inspectie. Omdat we een nieuwe badkamer/toilet krijgen moest hij even kijken hoe de situatie er bij lag. En dat had hij dus niet aangekondigd, hij kwam zomaar even langs.
Oh jee dacht ik, heb ik daar wel opgeruimd? Ik kwam net onder de douche vandaan en overal slingerden nog washandjes, badhanddoeken en onderbroeken. Stapels wasgoed. Als je weet dat zo’n man komt, ruim je dat van tevoren even op, maar ja daar stond hij dan. Met ook nog eens de camera in de aanslag, dus mijn onderbroeken zijn nu waarschijnlijk voor de eeuwigheid vastgelegd. Ook in de wc moest hij zijn. Gelukkig had ik die net geboend. Je wilt toch ook niet dat zo’n man daar komt als het er niet zo proper is. Of nog erger, als je zelf net op de pot hebt gezeten.

Enfin dat was allemaal niet het geval en ik was al lang blij dat dit allemaal wat normaal verliep. Wilde hij opeens ook nog even boven de situatie bekijken. En boven staat mijn wasmachine. En voor die wasmachine gooi ik altijd mijn vieze kleren neer die nog gewassen moeten worden. En op het bed waar mijn logees liggen heb ik altijd stapels schone kleren liggen. Niet netjes, maar in een soort bergen. Alles in mij schreeuwde: nee, nee doe het niet. Maar zijn zware voetstappen weerklonken al op de trap.

Klots, klots daar ging hij. Ik kon niet bedenken wat er voor die wasmachine zou liggen, dus klotste ik maar achter hem aan. En ja daar zag ik ze liggen; 2 onderbroeken. Gebruikten in dit geval omdat ze de wasmachine in moesten. Niet dat je daar direct van over je nek moest gaan, maar de man hing wel bijna met zijn neus in mijn gedragen slips toen hij de situatie ‘van dichtbij’ bekeek. Ik wilde eerst heel hard wegrennen, toen de onderbroeken voor zijn neus wegkapen. Maar beide kon niet. Hij had vragen over de situatie dus moest ik wel blijven en ik kon me moeilijk tussen hem en de wasmachine wringen om de slips snel weg te moffelen. Daarom bleef ik maar wat schaapachtig staan. Ook hier gingen mijn onderbroeken weer op de foto. En ik bedacht me dat ik de volgende keer toch echt vraag of hij over 10 minuten even terugkomt. Ruim ik mijn onderbroeken in die tussentijd even op.

woensdag 10 april 2013

Wii en Alzheimer

Een Wii moet een Alzheimerpatiënt die steeds maar moet bewegen thuis in bedwang houden. Een dementerende moet met een apparaat in zijn huis zo danig in zijn vrijheid beperkt worden dat hij de deur niet uitloopt of elders in de woning schade aanricht. Het zijn een paar uitkomsten uit de nulmeting die de gemeente De Friese Meren adviseert.

Ik dacht dat ik mijn ogen niet geloofde. Een Wii voor mensen met Alzheimer? Een stroomstoot als iemand die dementeert de deur probeert te openen? Dat laatste staat er natuurlijk niet, maar hoe wil je een dementerende anders die deur niet uit laten gaan anders dan hem op slot te draaien en met alle gevaren van dien. Er zijn legio verhalen van mensen met die aandoening die zich gewoon langs de regenpijp naar beneden lieten glijden omdat ze toch echt naar buiten wilden. En daarbij dus een heup, arm of nog erger braken. Ik verzucht het al langer maar ons land is gek geworden. En nu lijkt onze gemeente ook nog eens krankjorum te zijn. Hoe kun je met je volle verstand aanraden om een Wii aan te schaffen voor iemand met zo’n aandoening?

Wie bedenkt dat van het team? Heeft zo iemand wel eens omgang gehad met iemand die aan de ziekte leed? Overigens snap ik heel goed dat we in dit land niet door kunnen gaan zoals het altijd ging. Dat er geen geld meer voor is en dat gemeenten onheus zwaar worden belast. Dat het uit de lengte of uit de breedte moet komen. Maar daarin heb je fatsoenlijke oplossingen en onfatsoenlijke. De zelfredzaamheid van de cliënt staat voorop, wordt steeds geroepen. Laat dit nu net een punt zijn waarom mensen onder andere thuiszorg en verpleeghulp hebben. Want zo leuk is het niet om jezelf niet meer te kunnen redden.

Ik durf te wedden dat menigeen die nu iedere week thuiszorg heeft wel eens een traantje plengt of heeft geplengd omdat ze zelf die ramen niet meer kunnen lappen of dat bed niet meer zelf kunnen verschonen. Wie dan nu zometeen zo’n huis moet schoonhouden is me een raadsel: onze regering is momenteel met zo’n afbraakproces bezig dat mensen van gekkigheid niet meer weten hoe ze een baan moeten houden. Overigens staat dat ook in de wet: wie WW krijgt moet ook werk in de verte accepteren. Als je dan een baan hebt in Amsterdam, moet je nadat je ’s avonds laat terugkomt zeker nog aan de poets bij je ouders. Of bij je buren die geen kinderen hebben. We slaan door in dit land, waar mensen die banken laten ploffen gewoon op de Bahama’s kunnen gaan zitten terwijl de rest van Nederland op de blaren mag zitten. Meisje (www.meisjelemmer.blogspot.com)

maandag 18 maart 2013

Rabobank

Volgens mij willen ze me niet. De jongens en de meisjes (om maar in de taal van gedeputeerde Poepjes te blijven) van de Rabobank. Ze hebben me al een beetje omdat ik er een paar rekeningen heb lopen, maar voor wat ik verder wil is blijkbaar geen enkele interesse. Al enkele weken geleden stuurde ik ze via de internetsite waar je ook kunt bankieren een verzoek om een gesprek met een deskundige.

Heel duidelijk vermeldde ik daarbij dat het om banksparen ging. Want ik heb ooit een lijfrente afgesloten, maar die moet ik betalen tot ik 67 ben. En ik hoop van harte dat ik dat haal, maar als je eenmaal kanker hebt gehad is bijna 20 jaar nogal ver weg. Genieten is dan het devies en daar is geld voor nodig. Geld dat ik niet heb, omdat ik als zelfstandige bijna een jaar geen inkomen had. Bovendien wil ik niet blijven betalen voor iets waar ik mogelijk helemaal niets aan heb.

Ik gun het mijn broer en zijn gezin van harte, maar wil nu ook graag zelf genieten. Maar al die zaken zijn nogal ingewikkeld en ik vroeg me af of je zo’n lijfrente ook kunt omzetten in banksparen, maar dan in een vorm waarbij je eerder over je geld kunt beschikken. En zonder dat je eerst 52 procent aan de belasting afdraagt en dan nog eens 20 procent boete. Want dan valt er nog weinig te genieten. Op het mailtje aan de Rabobank, tenslotte hun eigen systeem, kwam geen enkel bericht.
Bellen
Daarom ben ik gaan bellen. Of ze nog iets met me wilden. Dat wilden ze. Ik zou gebeld worden. Maar dat werd ik niet. Dus toen ik in Sneek was, maar even binnengelopen. Hier in Lemmer hoeft dat namelijk niet, dat heb ik al een keer eerder geprobeerd en toen bleek wel dat hier geen expertise was op dat gebied. In Sneek stond in de computer dat er een afspraak voor me was gepland. Een belafspraak om precies te zijn. En ook die kwam niet. Dus ging ik weer bellen. En toen werd ik wel teruggebeld. Een aardige mevrouw maakte een afspraak met me. Ik legde de situatie uit, ze had geen idee dat het over banksparen ging, maar ze was bereid om de hele zaak met me door te nemen. Oude regimes van lijfrente, nieuwe regimes van lijfrente. Dat soort zaken. Ik had weer hoop. Tot ze 4 dagen voor de afspraak afbelde. Hij kon niet doorgaan. Waarom is me nog steeds een raadsel, maar dat kon niet. En ik zou gebeld worden voor een nieuwe afspraak. We zijn inmiddels weer een dikke week verder en er heeft zich nog steeds niemand gemeld. Ik ga er dus maar van uit dat ze me niet willen daar bij die Rabobank. Ik ga dus maar kijken of er andere partijen zijn die dat wel willen. Tis graag of niet.

dinsdag 12 maart 2013

Even een slang doorslikken zegt de dokter

Anders dan de kop doet vermoeden ben ik niet naar de dierentuin geweest. De slang waar ik vandaag mee te maken had leeft niet in een kooi, maar in de handen van de dokter. Hij was er overigens niet minder angstaanjagend door. Hierboven op de foto zie je wat ik vanochtend heb moeten inslikken. Alsof het een lekkernij was. Nou dat was het niet.

Ik kuch en slik al maanden erg moeilijk. Ik ben hees en moet constant mijn keel schrapen. Daarnaast heb ik al lang het gevoel dat er iets in mijn slokdarm zit dat er niet hoort. Voordat ik ziek werd had ik dat probleem ook al. Hoestbuien tot ik moest kotsen duidden er op een gegeven moment op dat er toch echt iets fout zat. Maar dat had niets met bronchiën of longen te maken, het bleek maagzuur te zijn dat terug liep in mijn keel.

Om daar achter te komen moest ik naar de KNO arts. Die stopte toen een klein slangetje in mijn neus en kwam daarmee uit in mijn keel. Alles ontstoken was zijn uitkomst. Ik moest van alles doen om die schade te beperken. Een dieet, geen drank, niet laat meer eten, slapen met klossen onder het bed waar het hoofdeinde zich bevindt en maagzuurremmers slikken. Dat deed ik allemaal braaf en dat leek te werken. Ik moest echter wel weer terugkomen, maar heb dat nooit gedaan. Ik had iets anders te doen, namelijk borstkanker overwinnen. Maar deze maand bekroop me een grote angst: dat kuchen en schrapen, die ellende in mijn keel die in het kwadraat was teruggekomen moest wel een oorzaak hebben. Natuurlijk zat daar ook kanker, dat kon niet anders. Zo werkt dat nu eenmaal bij kankerpatiënten.

Eerst stak ik mijn kop nog in het zand, maar uiteindelijk werd de angst me toch te groot. Ik meldde me weer bij de KNO arts, maar die vond dat er eerst weer een verwijsbrief moest komen. Mijn huisarts is de beroerdste niet en ze gaf dat papiertje snel. Met lood in mijn schoenen ging ik naar de beste man toe. Weer ging er een slang door mijn neus in mijn keel (ook niet fijn), maar hij kon niets vinden. Om zeker te zijn verwees hij me door naar de internist. Ik kon direct doorlopen om een afspraak te maken en weken geleden leek die afspraak nog heel ver weg te zijn. Maar afgelopen weekend besefte ik me, nu gaat het echt gebeuren.

En gebeuren dat deed het. Gisteren moest ik bij hem op spreekuur komen om te kijken of het onderzoek dat voor vandaag gepland stond echt door moest gaan. Toen hij mijn geschiedenis hoorde, oordeelde ook hij dat het nodig was. Stiekem had ik nog even gehoopt dat hij dwars door mijn keel, schildklier, maag en twaalfvingerige darm kon kijken, maar dat was helaas niet het geval. Ik moest en zou een slang opvreten, ook wel gastroscopie genoemd. Mijn broer zei dat het wel meeviel, dat ik me maar niet al te grote zorgen moest maken. Anderen hadden daar een andere mening over. En ik wist nog dat mijn moeder op een gegeven moment weigerde om dat onderzoek nog te ondergaan. Maar ja wat had ik voor keuze?

Vannacht maar een dikke slaappil genomen, in de hoop dat ik vanochtend dan nog zo ontspannen zou zijn dat ik die hele slang niet zou voelen. Nou echt wel. Bij binnenkomst zag ik het exemplaar al liggen. Ik schrok me dood. Het was niet een klein slangetje zoals je zou verwachten, maar meer een tuinslang. En dat moest in dat kleine keeltje van mij. Ik kreeg eerst een soort ring tussen mijn tanden en toen werd de slang op mijn tong gelegd. Mooi dat het eerste kokhalzen toen al begon. En niet alleen in mijn keel, mijn hele slokdarm en darmen deden mee. Zal me een mooi gezicht zijn geweest. De slang ging steeds verder in mijn lijf en op een gegeven moment verbaasde ik me erover dat mijn buik helemaal opzwol. Geen wonder: er werd allemaal lucht in geblazen. Kon er ook nog wel bij. De dokter manoeuvreerde ondertussen met die slang van links naar rechts en gaf aanwijzingen aan de assistent die de slang moest ondersteunen. Ik vroeg me vertwijfeld af waar ze toch in godsnaam mee bezig waren.

Ik probeerde rustig te blijven en kalm te ademen en dan ging het wel. Tot ik merkte dat het kwijl uit mijn mond liep. Toen snapte ik dat ik niet voor niets op een soort pamper lag met mijn hoofd. Alles wat uit me lekte werd daar opgevangen. Af en toe kwam mijn peristaltiek weer in beweging en leek het alsof mijn hele lijf aan het kotsen was. Maar dan zonder kots. Toen eindelijk de slang uit mijn keel werd getrokken, kwam er van alles mee. Een soort golf van alles wat zich in mijn maag bevond, ondanks het feit dat ik al vanaf gisteravond tien uur nuchter was. Ik werd afgeboend en mocht toen naast de dokter komen zitten. Die toonde me prachtige foto’s van mijn binnenkant, want de slang was niet alleen voorzien van een lampje, maar is blijkbaar ook een spiegelreflexcamera. De uitkomst was echter dat er niets te zien was en dat mijn binnenkant er roze en gaaf uitziet al die van een baby. Ik kreeg een folder mee van oorzaken waardoor al dat kuchen kon komen. Het zijn waarschijnlijk gewoon de naweeën van de chemo. Die maken van je slijmvliezen namelijk een grote woestijn.

Ik ben blij dat het dit de uitkomst is, nog blijer dat dat onderzoek voorbij is, maar mijn keel voelt momenteel aan als een rasp. Steek er een wortel in en er komt een salade uit.

zondag 10 maart 2013

Koekjes

Ik heb een haat-liefde verhouding met koekjes. Niet omdat ik ze niet lekker vind. Nee, ik heb die rare band met ze omdat ik ze misschien wel te lekker vind. Maar ook omdat ik vind dat ze slecht zijn. Lege calorieën, veel te veel suiker, rare e-nummers. Beter is het om een boterham te nemen, waar wel stoffen in zitten die wat doen voor je lijf.
Het heeft er ook mee te maken dat ik geen maat ken. Van zaken die ik lekker vind, blijf ik eten. Nee, het is geen Boulimia, maar er zit gewoon geen rem op. Geef mij een zak drop en hij gaat tot aan de bodem leeg. Daarna ben ik zo kotsmisselijk dat ik niet meer aan eten moet denken, maar ondanks dat doe ik het elke keer toch weer. Hetzelfde geldt voor chips. Geef me zo’n grote baal Bolognaise chips en hij gaat tot de laatste kruimel op. Volgens mij proef ik ook helemaal niet meer wat ik eet, die hand gaat als vanzelf van de zak naar mijn mond (nee ik doe het ook nog eens niet fatsoenlijk in een bakje.)

Vroeger hadden we ten minste nog van die kleine zakjes waar je je niet misselijk aan kon eten, maar tegenwoordig moet alles groter en meer. En dat is ook te zien: veel mensen hebben denk ik hetzelfde eetgedrag als ik en eten net zolang door tot ze de bodem van de zak of het pakje zien. Toch heb ik ook een andere kant van koekjes ontdekt. Als je ziek bent en er veel mensen langskomen, moet je er voor zorgen dat de inwendige mens van de ander goed verzorgd wordt. Dat betekende dus dat er koffie en thee in huis moest zijn. En koffiemelk en suiker natuurlijk voor diegenen die dat gebruiken (ik zelf dus zelden, omdat ik geen koffie drink of nauwelijks). Maar er horen ook koekjes bij. Voor de meeste mensen is een kopje koffie of thee zonder koekje namelijk geen echt koffie-, of theeuur.

Om mijn al eerder beschreven vreetgedrag in te tomen haalde ik gewoon nooit koekjes in huis. Maar nu moest dat dus wel, wilde ik al die lieverds die mij een goed en warm hart toedroegen een beetje tevreden houden. Dus koop ik tegenwoordig koekjes. Koekjes in soorten en maten. Van stroopwafels tot gevulde koeken, van exemplaren van de bakker tot die uit de supermarkt. Altijd iets lekkers bij de thee of de koffie. En het heeft toch wel wat: zo’n lekkernij in je kast. Het geeft toch een soort troost of zo, maar het is vooral voor degenen die bij je op bezoek komen een soort welkom. Overigens blijf ik dat moeilijk vinden, want ik weet dat ik ze betere zaken kan voorzetten. Maar terwijl ik dit typ, heb ik wel een pak kletskoppen burgemeester gemaakt. I rest my case.

dinsdag 19 februari 2013

Paardenvlees

Vroeger was ik een paardenmeisje. Reed ik op Arabieren tot ik een ons woog door de bossen van Gaasterlân-Sleat. Kamde ik de manen van de zo specifiek ruikende dieren. En was ik geabonneerd op een ponyblad en hingen de posters van de viervoeters boven mijn bed. Wie nu denkt dat paardenmeisjes geen paardenvlees eten heeft het mis. Althans dit paardenmeisje niet. Paardenworst – heerlijk. Paardenvlees, heerlijk mals en niet te versmaden. En heel vetarm. Dus ook erg goed voor de lijn. Ik ben dan ook wat verbaasd door de hele discussie die momenteel wordt gevoerd. Niet dat ik niet begrijp dat je wilt weten wat er in je eten zit. Ik ben daar een groot voorstander van. Geen etiket gaat aan mijn neus voorbij zonder dat ik weet wat er in een artikel zit. En het hoort natuurlijk niet om paardenvlees in een gerecht te stoppen als je op het label zet dat er rundvlees in zit. Bovendien heeft het met gewin te maken, dus ook dat klopt niet. Helemaal mee eens. Aanpakken die hap. Wat ik niet zo begrijp is dat mensen vooral gedoe maken over het feit dat er überhaupt paardenvlees wordt gegeten. Alsof een koe een andere dood sterft dan een paard. Bovendien - en dat vergeten heel veel mensen worden paarden niet geslacht om het vlees. Dus eigenlijk heeft een paard het beter dan een koe als het daar om gaat. Hypocriet vind ik het vooral dat mensen dood vallen over het feit dat er iets zit in een gerecht dat er niet in hoort, want naar mijn mening is modern eten volgepropt met troep. Bekijk een doorsnee kant-en-klaar gerecht en de e-nummers, kleurstoffen en geurstoffen zijn veruit in de meerderheid. En dat schijnt niemand wat te deren. We vreten er lustig op los aan al die troep, stoppen onszelf vol met chemische verbindingen en vallen dan dood over een stukje paardenvlees. Ik zou zeggen, eten dat vlees. En wie er tegen is uit oog van principe, zou misschien ook eens moeten kijken hoe een rund wordt geslacht en verwerkt. En wie echt principieel is zou gewoon vegetariër moeten worden. Dan ben je consequent. Ik ken mensen die gek zijn op ganzenlever en het normaal vinden dat zo’n dier een trechter in zijn keel krijgt om zijn lever lekker te vervetten. Diezelfde mensen vinden dat ze de grootste dierenliefhebbers zijn en huilen hete tranen als een hond of ezel iets wordt aangedaan. Ik kan dat niet rijmen. Wie echt tegen dierenleed is zou nooit meer een dier moeten eten. Of op z’n minst een dier dat nog een diervriendelijk bestaan heeft geleid. En dat geldt voor de meeste paarden die als biefstuk eindigen.

maandag 4 februari 2013

Vodafone

Het is weer de tijd van het jaar dat je je boekhouding van het vorige jaar moet zien af te sluiten. Ik was vorig jaar aardig op dreef tot er een ziekte tussendoor kwam en ik weinig puf had om bonnetjes uit te zoeken. Daarbij stagneerden werk en dus rekeningen, dus veel was er toch niet in te boeken.

Vorige week had ik opeens de geest en hup daar ging het dan. Uitzoeken wat bij welk rekeningafschrift hoorde. Kasbonnetjes bij elkaar zoeken, rekeningen controleren. Het is mijn werk niet zo, maar het moet gedaan wil je de heren en dames van de belastingdienst tevreden houden. Met een handig lijstje bij de hand van zaken die ontbraken moest ik de site van Vodafone op. Die sturen, net als heel veel anderen namelijk geen rekeningen meer. Uit milieuoogpunt zeggen ze. Maar volgens mij is de boom die ik gebruik voor het uitdraaien van mijn rekeningen net zo kostbaar als de boom die zij er voor gebruiken. Bovendien draai ik nooit de rekening direct uit en dat betekent dus aan het einde van het jaren stapels papieren.

Maar nu wilde dat dus niet. Op de een of andere manier kon ik de rekeningen niet openen. En dat moet toch van de belastingdienst, dus wat doe je dan? Bellen. Naar de helpdesk. Vanzelfsprekend krijg je daar een telefonisch keuzemenu. Als je bij nummer 5 bent, ben je alweer vergeten wat nummer 4 ook alweer was. Voor 45 eurocent mocht ik iemand spreken. Tenminste dat zeiden ze. Maar toen ik nog een heel riedeltje had aangehoord over dat alles ook op de website te vinden was, werd de hoorn erop gegooid. Geen mens gesproken. Ik moest toch die rekeningafschriften hebben dus moedig als ik was, probeerde ik het nog maar een keer. Ik was inmiddels bijna een euro verder.

Tot mijn grote plezier kreeg ik nu toch wel een levend iemand aan de lijn. De jongen stelde allemaal heel moeilijke vragen. Welke browser ik gebruikte (weet ik dat?) en of ik Adobe wel bijgewerkt had. Ik ben een oen op dat gebied zei ik, maar ik weet wel dat ik geen rekeningen kan afdrukken. Hij gaf tips en zei dat ik dat maar eens moest proberen. Wat ik natuurlijk braaf heb gedaan. En zo waar na een update kon ik opeens rekeningen tevoorschijn toveren. Na het gesprek werd ik gebeld. Of ik mee wilde doen aan een tevredenheidsonderzoek. Dat wilde ik wel. Wat ik wilde was mijn gal spugen over het feit dat ik zomaar van de lijn was gegooid. Maar dat mocht niet. Ik mocht alleen beoordelen hoe de jongen in kwestie me had geholpen. En dat was goed. Hem er voor laten boeten wilde ik niet. Dus heb ik de telefoon er maar opgegooid. En niemand die terugbelde om te vragen waarom dat was.