Posts tonen met het label Meintje Haringsma. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Meintje Haringsma. Alle posts tonen

zondag 21 december 2014

Raadsleden die de WOB moeten gebruiken om informatie te krijgen

Raadsleden die de Wet Openbaarheid van Bestuur moeten inzetten om informatie te krijgen voor het werk dat ze doen. Het is de bittere waarheid in de gemeente De Friese Meren momenteel en het klopt volgens mij van geen kanten.

Voor raadslieden is het belangrijk dat zij weten wat er speelt in hun gemeente om een weloverwogen beslissing te kunnen nemen. Dat lijkt me evident. Want hoe kun je beslissen over iets als je niet weet wat er aan de hand is? Toch lijkt de gemeente De Friese Meren daar heel anders over te denken. Zij onthoudt raadsleden van de diverse partijen vertrouwelijke informatie. Zegt gewoon, dat ze die informatie niet krijgen.

Nepdemocratie

Op zich is dat niet alleen gek, het kan volgens mij niet eens. Als college van burgemeester en wethouders en ambtenaren (die je niet moet uitvlakken als bestuurslaag) informatie achterhouden en dus meer weten dan jij, werkt dit een goede democratie niet bepaald in de hand. Het heeft er bovendien alle schijn van dat er dan iets te verbergen is. In de tijd dat gemeente Lemsterland nog bestond, konden de gemeenteraadsleden gewoon over die informatie beschikken.
Het lag op een aparte plek (niet altijd even slim genoeg ergens neergelegd zodat de pers het ook kon lezen) maar het was voor hen dus in te zien. Wat ook zo hoort.

Raadsleden die de wet moeten gebruiken om achter informatie te komen
En nu moeten raadsleden bepaalde informatie die zij nodig hebben om een goed besluit te nemen verkrijgen door een beroep te doen op de Wet Openbaarheid van Bestuur. Dat betekent een hele papierwinkel invullen, waarna vervolgens wordt beoordeeld of die informatie beschikbaar wordt gesteld of niet. Die wet wordt in het algemeen gebruikt door ons, de mensen van kranten en omroepen. Omdat ook wij heel vaak niet te horen krijgen wat we willen horen. Omdat er omheen geluld wordt, omdat ze vinden dat de democratie daar niet bij gebaat is, omdat er soms geheimen aan het licht komen die B&W liever niet naar buiten wil hebben. Ook dat is al vreemd, maar dat je je eigen gekozen volksvertegenwoordigers die informatie onthoudt is niet alleen vreemd, het is een aantijging tegen alles waar dit land voor staat.

Volksvertegenwoordigers
Wij kiezen met onze verworven rechten mensen die onze belangen behartigen. Die mensen moeten dan wel de kans krijgen om dat te doen. Daarbij is informatieverstrekking een groot goed. Natuurlijk laten zij zich ook informeren via andere kanalen. Maar wat ambtenaren al hebben uitgevonden of beslist, wat een voorgeschiedenis is of wat er allemaal al ligt aan feiten – het hoort daar allemaal bij. Als een raadslid bovendien bij elk punt waar hij de vertrouwelijke informatie van wil verkrijgen een verzoek moet indienen in het kader van deze wet is hij nog wel even bezig. Want zo’n verzoek indienen voor alle informatie kan volgens mij niet eens. Het betekent bovendien ook nog eens dat die informatie wel eens veel te laat kan komen voor uiteindelijke besluitvorming, omdat daarvoor weer een bepaalde periode voor besluitvorming staat. Zo kun je dingen mooi traineren. Belachelijk.
M

vrijdag 21 november 2014

Mijn buurman is overleden

Mijn buurman is overleden. Zomaar opeens was hij er niet meer. Ik keek altijd naar hem vanuit het raam en dan zwaaiden we naar elkaar. Soms deed ik dat zonder lenzen in. En dan zwaaide ik ook wel eens naar de verkeerde. Want dan zag ik niet dat het de Thuiszorg was of iemand van de familie. Soms belde hij me op, mijn buurman. Omdat hij altijd heel graag een stukje in de krant wilde. Samen maakten we een reeks over zijn jaren tijdens de oorlog. Toen was hij gelegerd in Duitsland en dat waren zware tijden. Na die zware tijd verloren hij en zijn vrouw twee van hun kinderen tijdens een auto ongeluk. Nog altijd kon hij daar niet over vertellen zonder in tranen te zijn.

Toen ik ziek was, belde hij me ook regelmatig. Om me een hart onder de riem te steken. Zijn zuster zo vertelde hij, had honderd jaar geleden ook borstkanker gekregen. Maar ze loopt nog steeds vrolijk rond zo voegde hij er dan aan toe. En dat ik me daar maar aan moest vastklampen. Omdat hij verdriet kende, kon hij het ook invoelen denk ik.

Het gaat slechter na overlijden vrouw

De laatste 2 jaar ging het veel slechter met hem. Zijn vrouw die hij altijd had verzorgd, moest naar een verzorgingshuis. Ze werden gescheiden van elkaar, maar zo vaak als mogelijk ging hij bij haar op bezoek. Toch was dat heel wrang. Aan de ene kant kon hij het niet meer, aan de andere kant wilde hij het zo graag. En hij miste haar zo. Dat gemis werd nog veel erger toen ze overleed. En ik kon me dat zo goed voorstellen. Vanaf dat moment belde hij regelmatig even op. En soms duurde me dat dan te lang, omdat ik heel druk was met mijn werk. Aan de andere kant vond ik het ook naar; hij voelde zich echt alleen dat kon je aan alles merken. Vreemd was dat niet, het echtpaar was zo lang samen geweest. Ze deden alles samen en ik geloof ook dat ze gelukkig waren. En dan zit je daar opeens alleen terwijl je in de 90 bent. Ik wilde nog altijd even een keer bij hem langs gaan. Maar dan ben je weer druk, druk. En nu kan het niet meer. Ik voel me daar schuldig over.

Kaarsje branden
Als ik de afgelopen dagen uit het raam keek zag ik een kaarsje branden voor zijn raam. Ik denk dat hij in het bijgebouwtje lag opgebaard. Ik zag steeds mensen komen en gaan. En er zat altijd wel iemand in de kamer. Ik denk dat ze bij hem waakten. Wat ik een ongelofelijk mooie gedachte vond. En waarvan ik zelf nog altijd vind dat ik dat ook bij mijn vader had moeten doen. Maar er was niemand die me daar bij wilde helpen en we waren toen al zo aan het einde van ons Latijn. Maar bij hem waakten er dus volgens mij mensen. Zodat hij niet alleen was.

Elke nacht als ik naar het toilet ging, keek ik naar het lichtje en groette hem even. 'Dag buurman' zei ik dan. 'Ik hoop dat het u nu beter gaat. Dat u weer bij uw vrouw en uw kinderen bent. Zonder pijn en verdriet.' Het lichtje is nu uit, ik denk dat de begrafenis of de crematie is geweest. Dus zeg ik nog een keer: Dag buurman, ik hoop dat u nu ergens bent zonder verdriet en pijn.

'

dinsdag 8 april 2014

Heeft u dat nu ook?

Soms zou ik dat wel eens willen vragen. Zomaar aan iedere willekeurige voorbijganger. Heeft u dat nu ook? Donderdag had ik zo’n moment. Ik moest voor een interview naar een juwelier in mijn nieuwe werkomgeving. Aangezien ik daar niemand ken is het toch altijd anders dan hier.

Hier weten ze wel wat voor vlees ze in de kuip hebben. Want ze kenden mijn heit en mem, mijn pake en mijn beppe en al mijn ooms en tantes. Hier weet je al snel hoe het zit (ook als je dat eigenlijk niet zo goed weet, want er wordt ook wel een hoop onzin verkondigd). Maar daar? Nee. Bij een interview weet je überhaupt nooit waar je terecht komt dus dat is altijd gissen. Ik had gebeld, dat was leuk en gezellig maar in de werkelijkheid is het toch vaak anders.

Ik maak me dan een voorstelling en dan komt er opeens een heel ander type de zaak inlopen. Denk je dat iemand 25 is, blijkt hij 65 te zijn. Of hij of zij lijkt aardig en is dat dan weer niet. En omgekeerd natuurlijk. Van dat soort werk. Maar nu moest ik dus naar een juwelier. En toen ik net mijn auto geparkeerd had en een bonnetje uit de automaat had getrokken besefte ik me: Ik draag eigenlijk bijna geen sieraden. Het was bijna net alsof ik als vegetariër naar een slager ging en hem van alles moest vragen waar ik geen verstand van had. Nu is dat natuurlijk wel een beetje onzin, want ook zonder zelf iets te doen kun je wel de juiste vragen stellen. Maar toch voelde ik me wat ongemakkelijk daar aan die tafel met mijn blote hals en blote handen.

Ik keek ook steeds naar de ondernemers of hun ogen niet voortdurend af dwaalden naar al die plekken waar allerlei diamanten hadden kunnen zitten. Maar ik geloof dat dit wel redelijk meeviel. In plaats daarvan hadden we het wel even over de overval met dodelijk afloop bij een andere juwelierszaak en of zij dat wel eens hadden meegemaakt. Dat hadden ze gelukkig niet. In de winkel ondertussen een dame die de mooiste sieraden uitzocht en ook in een setje bij elkaar. Het stond haar mooi, dat moet gezegd. En als ik het goed kon inschatten was ze ook een vaste klant. Die bij elke jurk een ander setje had.

En ik zat er bij en ik keek ernaar en dacht: “Misschien moet ik ook wel aan de setjes. Dan zie ik er ook zo mooi uit.” Maar toen hoorde ik de prijzen en dacht ik aan alle reizen die ik daarvan kon maken. Dus ging ik weer. Met even blote handen en nek als ik gekomen was.

donderdag 26 september 2013

Een kamer vol exen

Mijn collega is helaas ontslagen bij ons bedrijf. Wij vinden dat allemaal vreselijk. Omdat het een leuke collega is, maar ook omdat hij uitstekend werk levert en heel erg meedenkt. Wij vinden dat dus zuur. Hij ook trouwens.

Nu houdt hij aankomende woensdag een afscheidsdinertje en ik lachte me slap om wat hij in de uitnodiging had staan. Hij is altijd al erg humoristisch, maar nu had hij staan dat wij mochten komen met partners of ex-partners. Eerst lees je daar nog over heen, maar toen het echt tot me doordrong kreeg ik vreselijk de slappe lach. Hij zat aan de andere kant als een razende te typen en snapte eerst niet waar ik het over had.

Toen ik hem zei dat ik erg moest lachen om het feit dat we ook onze ex-partners mee mochten nemen, had hij hem door. Het zou me wat zijn trouwens: als ik al mijn exen mee moest nemen kon die kerk van hem (hij woont in een kerk) wel eens heel snel vol zijn. Want ik besefte me opeens dat ik op het gebied van de liefde niet bepaald stil heb gezeten. Nee, ik ben geen slet (waarom moeten vrouwen daar altijd over nadenken en zijn mannen geweldig als ze het op het gebied van de liefde goed doen?), maar er is wel een aantal mannen de revue gepasseerd. Mannen die jaren bleven, maar ook mannen waarmee het na een paar keer toch echt al over was.

Ik stelde me voor dat ik ze allemaal opbelde. “Ja met Meintje. We hebben toen en toen wat gehad en nu vraagt Maarten (ja die ken je niet want ik heb al in geen honderd jaar meer contact met je) dat je met mij op zijn afscheidsfeestje komt. By the way, er komen nog 15 andere exen. Dat je dat wel even weet.

Ik heb inmiddels maar besloten dat ik alleen ga. Dat lijkt me gezien het budget dat Maarten heeft gekregen voor zijn afscheid ook wat eenvoudiger.

zaterdag 8 juni 2013

Geluk

Het is iets waar we allemaal naar streven stel ik me zo voor: het grote geluk. Dat dat in kleine en grote dingen kan zitten, weet waarschijnlijk iedereen wel. Je hoeft niet persé in de grootste villa te wonen of in de grootste auto te rijden om geluk te ervaren. Sterker nog; ik zelf denk dat het daar helemaal niet in zit. Geluk is volgens mij ook heel cultureel gebonden. Ik ben net een paar dagen terug uit een West-Afrikaans land en daar waar ik altijd dacht dat die mensen niet gelukkig konden zijn, ervoer ik nu opeens een heel ander gevoel. Want nee, ze hebben er niets. Hun huizen zijn ietwat krotterige optrekjes met een matras op de grond. Ze koken op steenkool en moeten elk dubbeltje omdraaien om hun huishouden draaiende te houden. Maar wat ze daar wel hebben en wat wij al lang niet meer hebben zijn enorm sterke sociale netwerken. Hele families wonen er samen op wat compounds worden genoemd. Mensen eten er samen, zitten hele avonden met elkaar te ouwehoeren over het leven en als de één iets niet heeft, heeft de ander het wel. In de tuin van één van de mensen waar wij waren uitgenodigd om te komen eten, stond een hele grote mangoboom. Hij hing werkelijk helemaal vol met vruchten. Toen ik vroeg wat ze daar allemaal mee gingen doen omdat ik dacht dat ze er misschien wel jam of een saus van gingen maken, was het antwoord heel simpel: wie zin heeft in een mango komt ze gewoon halen. Zo simpel kan het dus zijn. Wat me verder vooral opviel was dat die sociale samenhang voordelen heeft die wij al lang kwijt zijn geraakt. In dit soort landen ben je nooit alleen. Er is altijd iemand om voor je te zorgen, er is altijd gezelschap in de buurt. Zelfmoord zo vertelden ze me daar komt helemaal niet voor. Of dat helemaal het geval is betwijfel ik, maar ik geloof wel dat mensen veel sneller terug kunnen vallen op de mensen om zich heen. Ondanks het feit dat ze ’s avonds in een hutje kruipen waar ratten ronddraven en ondanks het feit dat het een struggle for life is. Dat de meeste Afrikanen overigens wel graag naar Europa of de VS willen gaan, zou het concept van dat samenleven nog wel eens beroerd kunnen beïnvloeden. Hier komen en dan avond aan avond alleen achter je potje zitten in de barre kou is toch heel wat anders dan lekker buiten zitten terwijl je je familie om je heen hebt en je vrienden om je heen. In een veranderde economische tijd zou Europa nog wel eens een voorbeeld kunnen nemen aan het concept van die sociale samenleving.

Eigen geld


Lemsterland heeft nog een mooi poeppie met geld over. Maar lijkt dat niet aan haar eigen zaken te mogen besteden als we de wethouders mogen geloven. Het voorstel van de raad afgelopen woensdag om Reddingsbrigade en IJsvereniging te ondersteunen in haar openbare taken, nu het nog kan, werd namelijk niet bepaald hartelijk ontvangen.

De wethouders lieten weten dat Lemsterlands eigen geld waarschijnlijk niet daar heen gaat waar het hoort, namelijk naar Lemsterland. Maar op een grote bult terechtkomt, ook wel put genoemd. Partner in crime Skarsterlân namelijk zit al diep in het rood met haar begroting. Zo rood zelfs dat het meer op pimpelpaars begint te lijken. En het lijkt erop dat onze gemeente daar nu al voor moet boeten. Of moet je stellen dat de politiek te voortvarend te werk is gegaan en als ze haar financiële zaken niet op één hoop had gegooid, dat er dan nu wel geld was om zaken die in Lemsterland leven te bekostigen?

Het is als een slecht huwelijk: Je bent nog niet eens in het huwelijksbootje gestapt maar je aanstaande verbied je nu al dingen te kopen die je nodig hebt. Nee, je hoeft niet naar de tandarts, nee je hoeft geen nieuwe kleren. Mooie vrijage is dat, ik zou onmiddellijk de benen nemen als mijn levenspartner me al zo ging beknotten. De realiteit lijkt nu echter wel dat als de beide andere college geen toestemming geven, zowel de reddingsbrigade als de ijsclub het wel kunnen vergeten. En dan moeten ze waarschijnlijk volgend jaar te biecht bij de nieuwe gemeente.

Een gemeente die ongetwijfeld heel strak de regels hanteert en geen uitzonderingen kent. Maar vooral een gemeente die, zoals nu al werd gezegd, het financieel wel eens bijzonder slecht zou kunnen doen. Fusiegemeenten zijn namelijk per definitie veel duurder dan een enkele gemeente op zich, zo is uit onderzoek wel gebleken. Waar we er dan met z’n allen op vooruit gaan in dat nieuwe verband? De organisatie van zaken zo is de gedachte. Maar tijdens diezelfde raadsvergadering bleek ook al dat die nieuwe gemeente niet eens formuliertjes heeft om als minimalijder wat extra’s aan te vragen. Sommigen zullen dat zien als ontmoedigingsbeleid. Ook dat is een optie. Maar dat stemt dus allemaal niet zo heel erg optimistisch. Als ik de wethouders moet geloven moeten zij nu vechten voor hun leven om Reddingsbrigade en IJsvereniging toch die eenmalige bijdrage toe te kunnen kennen. Persoonlijk lijkt me dat een mooi wapenfeit. Ik zou dus zeggen: ga er voor.

maandag 6 mei 2013

Onverwacht bezoek

Soms is het heel leuk om onverwacht bezoek te krijgen. Vroeger vond ik dat overigens niet; ik had altijd het idee dat mensen me dan uit mijn dagelijkse zaken haalden die veel belangrijker waren. Tegenwoordig is ongepland bezoek gewoon leuk. Deur open, kom binnen, wat wil je drinken. Maar dan gaat het over vrienden.

Als er opeens officieel onverwacht bezoek voor de deur staat heeft dat soms een wat andere uitwerking. Deze keer was dat een meneer van de woningcorporatie. Voor een soort inspectie. Omdat we een nieuwe badkamer/toilet krijgen moest hij even kijken hoe de situatie er bij lag. En dat had hij dus niet aangekondigd, hij kwam zomaar even langs.
Oh jee dacht ik, heb ik daar wel opgeruimd? Ik kwam net onder de douche vandaan en overal slingerden nog washandjes, badhanddoeken en onderbroeken. Stapels wasgoed. Als je weet dat zo’n man komt, ruim je dat van tevoren even op, maar ja daar stond hij dan. Met ook nog eens de camera in de aanslag, dus mijn onderbroeken zijn nu waarschijnlijk voor de eeuwigheid vastgelegd. Ook in de wc moest hij zijn. Gelukkig had ik die net geboend. Je wilt toch ook niet dat zo’n man daar komt als het er niet zo proper is. Of nog erger, als je zelf net op de pot hebt gezeten.

Enfin dat was allemaal niet het geval en ik was al lang blij dat dit allemaal wat normaal verliep. Wilde hij opeens ook nog even boven de situatie bekijken. En boven staat mijn wasmachine. En voor die wasmachine gooi ik altijd mijn vieze kleren neer die nog gewassen moeten worden. En op het bed waar mijn logees liggen heb ik altijd stapels schone kleren liggen. Niet netjes, maar in een soort bergen. Alles in mij schreeuwde: nee, nee doe het niet. Maar zijn zware voetstappen weerklonken al op de trap.

Klots, klots daar ging hij. Ik kon niet bedenken wat er voor die wasmachine zou liggen, dus klotste ik maar achter hem aan. En ja daar zag ik ze liggen; 2 onderbroeken. Gebruikten in dit geval omdat ze de wasmachine in moesten. Niet dat je daar direct van over je nek moest gaan, maar de man hing wel bijna met zijn neus in mijn gedragen slips toen hij de situatie ‘van dichtbij’ bekeek. Ik wilde eerst heel hard wegrennen, toen de onderbroeken voor zijn neus wegkapen. Maar beide kon niet. Hij had vragen over de situatie dus moest ik wel blijven en ik kon me moeilijk tussen hem en de wasmachine wringen om de slips snel weg te moffelen. Daarom bleef ik maar wat schaapachtig staan. Ook hier gingen mijn onderbroeken weer op de foto. En ik bedacht me dat ik de volgende keer toch echt vraag of hij over 10 minuten even terugkomt. Ruim ik mijn onderbroeken in die tussentijd even op.