Posts tonen met het label stress. Alle posts tonen
Posts tonen met het label stress. Alle posts tonen

maandag 27 mei 2019

Mienskip: van sjouwende mannen tot poetsende vrouwen




Het woord Mienskip is het afgelopen jaar te pas en te onpas gebruikt. Alles was mienskip en ook dingen die helemaal geen mienskip waren, werden zo betiteld. Vooral de culturele hoofdstad was allemaal mienskip. Nu ben ik een groot voorstander van kunst en cultuur, dus mij hoor je daar niet over klagen. Maar de mienskip, de echte mienskip zit hem volgens mij toch vooral in de mensen om ons heen.

Zomaar

En die mienskip die staat soms zomaar op voor je, zonder dat je erom gevraagd hebt. Met nummer 1 zo ongeveer op de stresstest (maar dat kan ook het krijgen van een kind en daardoor slapeloze nachten zijn of het overlijden van een dierbare) maar in ons geval een verhuizing danken wij de mienskip om ons heen voor de hulp die zij allemaal belangeloos boden. Van de dames die spontaan met emmers sop voor de deur stonden en als vlijtige liesjes boenden dat het een lieve lust was (terwijl we ook nog eens in een huis kwamen dat er uitzag of het nooit was bewoond, zo schoon) tot potige mannen die enorm zware machines en meubelen versjouwden van onzinnige trappen en van grote hoogte.

Trappen op en af, karren vol laadden

Om nog maar te zwijgen van mannen en vrouwen die karren vol laadden, trappen op en af sjouwden, het oude huis vrij van stof maakten en ook daar boenden dat het een lieve lust was. Van familieleden van jong tot oud die sjouwden, aansloten, afkoppelden, weer aansloten en weer sjouwden en ga zo maar door. En dan vergeet ik nog dat al die lieve mensen ook nog eens als een soort buffer fungeerden als de stress tussen lief en mij toch wel eens hoog opliep. Want ja, verhuizen zorgt echt wel voor een zeg maar verhoogde irritatiegraad en wat is het dan mooi dat er dan iemand met een kwinkslag er weer voor zorgt dat je die ander toch wel weer vanachter het behang vandaan wilt halen.
Enfin, de sleutels van het oude huis zijn ingeleverd. De eindfase deed ik naast hubby met een hele lieve vriendin waarmee ik het leven ben begonnen en waarmee ik -  hoe symbolisch - de deur van deze periode ook weer sloot. Mijn mienskip, onze mienskip, werd niet geroemd in bladen of tv. Maar wat zijn wij in gaan zien dat het leven met maar vooral in zo´n mienskip het verschil maakt. En dat je eigenlijk niet zonder kunt.

maandag 18 februari 2019

Supermaan

Foto Pixabay

Lief en ik te draaien in bed. We draaien en draaien en houden elkaar wakker.  Ik ga links om en hij draait rechts om. Ik probeer niet te veel lawaai te maken, maar doe dat toch. Dat merk ik omdat hij ook weer draait. Er volgt een half uurtje slaap voor ons gevoel en dan word ik wakker van hem en hij van zichzelf.

Baden in het zweet

Hij baadt in het zweet. Het bed is doorweekt. Daarom verschonen we het bed midden in de nacht, want hij drijft bijna in zijn eigen lichaamsvocht. Dat maakt wakker, appen we de volgende dag naar elkaar met kleine plaatjes van niet-wakkere mensen er bij, gevolgd door veel kusjes. Hij heeft stress dat weet ik. Van zijn nieuwe stage/baan.

Stress

Ik heb ook stress. Niet van hem. Maar van zandwinningsperikelen, late vergaderingen voor het werk, uren die zich niet goed lijken in te delen, intensieve interviews, zorgen over mensen die ons lief zijn. En ik zie maar steeds  Ireen Wüst voor me. In tranen en met haar blik omhoog en haar vingers opgeheven naar waar ze hoopt waar haar overleden beste vriendin Van Deutekom nu is. Ik herken: het maalt.

Een banaan 

We nemen een banaan in het midden van de nacht, omdat ik wel eens heb gehoord dat daarin magnesium zit die je slaperig maakt. Hij vindt dat onzin. Daarom breng ik hem wat warme melk. Nog maar een paar uurtjes zeggen we tegen elkaar.

Ga maar niet

Ga maar niet zeg ik, als de wijzers van de klok traag vooruit kruipen. Hij mompelt wat, maar ik weet dat hij toch gaat, plichtsgetrouw als hij altijd is. Hij moet er al veel vroeger uit, ik mag nog even blijven liggen maar ben ook kapot. We werken. Hij daar, ik hier. De telefoon gaat onophoudelijk. Mijn schouders zitten vast. Ik loop een stukje, de frisse lucht doet me goed. Ik neem koffie. Bakken vol.

De supermaan

’s Avonds komt hij ondanks zijn grote vermoeidheid swingend op Afrikaanse muziek binnen. Zijn kont schudt, zijn hele lichaam schudt. Zoals elke avond. Wel is hij kapot. Ik ben kapot. We eten en hangen voor Pampus voor de tv. Dan kijk ik naar buiten. Ik weet het zeg ik: Het is de maan. Een supermaan. Die houdt ons wakker. Al de hele week. Hij kijkt me aan. Ja, vast zegt hij. Google zegt kan niet. Het is de maan zeg ik. Die trekt aan ons. Maakt ons onrustig. Of zo. 

zondag 6 oktober 2013

Stress

Een nieuwe werkomgeving is altijd moeilijk. Uitzoeken hoe het allemaal werkt op je nieuwe plek, geen contacten hebben die je in de loop der jaren hebt opgebouwd. Andere bestuurders, andere spelers, een andere mentaliteit. Met een overdracht die ook niet bepaald jofel was, toog ik na eerst maar eens veel gesprekken te hebben gevoerd toch aan het werk.

Het eerste wat ik zag was dat ik uit het computersysteem werd gegooid. Lastig, want een journalist zonder werkende computer is als een bakker zonder oven. Na bellen met de servicedesk bleek dat er een storing was. Daar waar het systeem net een upgrading had ondergaan en dus beter zou moeten functioneren, deed het juist het tegenovergestelde. Na elk bericht dat je op de website zette, gooide hij je er net zo snel weer uit. En die website is de basis van onze kranten, want zo link je door.

Na verloop van tijd hoorden we dat de berichten overigens wel gewoon werden geplaatst. Dus dan maar na elk bericht opnieuw terug naar het hoofdmenu en tien keer zo lang doen over het plaatsen van een bericht. Maar stressen was het wel. Een dag later wilde ik de berichten die ik al op de site had gezet dan maar veranderen in krantenstukken. Dat kan ik thuis doen dus dat ik handig. Maar helaas, wederom een melding dat ook dit niet werkte. Maar dit werkte dan ook echt HELEMAAL niet. Dus niet met wat vertraging op de lijn of dat je er tien keer langer over doet, nee gewoon helemaal niet. Weer bellen met de servicedesk.

OH, nee dat nummer dat we op de redacties kunnen bellen geldt thuis niet. Is namelijk een verkort nummer. Dus eerst collega’s zien te pakken te krijgen die lekker in de zon zaten en helemaal geen belang hadden bij telefoontjes. Toen ik toch het nummer had achterhaald, eindelijk gebeld. Doorgeschakeld, want ook die servicedesk heeft in het weekend een beperkte bezetting. De man die uiteindelijk opnam was alleraardigst. Maar kon me alleen maar vertellen dat ik vanuit huis beslist NIET kon werken. Dus moest ik op wat wel eens de laatste zonnige dag van het jaar was weer naar een kantoor rijden en daar de hele tijd binnen zitten. Dat ik zoveel stress niet meer wilde bedacht ik me. Dat dit niet goed voor de mens is. En zeker niet voor een mens dat al ziek is geweest. Dus ging ik toch nog even naar vrienden. Waar ik andere vrienden ontmoette. En we samen kwamen.

En toen moest het er toch van komen. Werken op kantoor. Deed de sleutel het wel die ik twee jaar geleden heb gekregen? Ja, die werkte. Deed het systeem het? Ook dat. En na een paar uur werken waren mijn schouders hard als steen. Ondanks dat ik dat eigenlijk niet meer wilde. Maar er stonden wel twee pagina’s in de steigers.