donderdag 6 augustus 2026

Ik BEN boos op BEN

Ergens begin mei kregen wij van BEN een mail. Onze mobiele telefoonabonnementen konden weer verlengd worden. Meer MB’s zijn altijd gemakkelijk, zeker als je onderweg bent dus even gekeken naar de bundels. Nieuwe pakketten uitgezocht en aangemeld. Twee dagen later een mail: dat kon helemaal niet want er was een betalingsachterstand. Een betalingsachterstand? Terwijl alles automatisch wordt afgeschreven? Bovendien ben ik als het niet om een automatische betaling van de zeer rappe betalingen. Zodra een rekening binnen is, gaat hij direct naar de bank. Bijna nog voordat hij is verstuurd zeg maar.

Nooit een aanmaning gehad

Dus ik bellen. Ik begrijp het niet, heb ook nooit een aanmaning gehad en jullie sturen zelf een mail dat ik kan verlengen. Volgens mij klopt er dan bij jullie zelf iets niets. Aan de andere kant iemand die ook maar gewoon haar brood verdient op zo’n callcenter. Maar wel heel oordelend. Dat ik heel blij mocht zijn dat er geen incassokosten overheen zijn gekomen en dat ik maar snel moet betalen. Maar van welke rekeningen dan vraag ik haar en geef me dan de rekeningnummers. Nee, ik moest direct betalen. Nou dat doe ik niet zeg ik, ik wil weten om welke rekeningen het gaat. Ik check het vervolgens en wat ik al dacht: alles is gewoon keurig netjes betaald.

U luistert niet!

Dus weer bellen: alles is betaald. Eerst veel tegenstribbelingen. U heeft een achterstand. Mevrouw zeg ik, u luistert niet. Alles is betaald!! Waar kan ik de betalingsbewijzen uploaden zodat jullie het zelf kunnen zien? Het leek wel alsof ik Arabisch sprak maar uiteindelijk toch een link om de betalingsbewijzen door te sturen. En opeens ging het niet meer om 1 rekening, maar om 2. Enfin, de betalingsbewijzen van de bank gedownload en doorgestuurd. Althans dat was de bedoeling. De link kon maar 1 ding tegelijk verwerken. De link nog een keer geprobeerd en het andere bewijs ook doorgestuurd. Een week later weer een bericht: er was maar 1 betalingsbewijs doorgestuurd. Ja nogal wiedes als het niet werkt voor 2. Zucht zucht. Weer bellen. Andere link, weer doorgestuurd.

Gehackt?

In juni toch maar weer eens gebeld of ze alles hadden ontvangen. En of ik misschien gehackt was net als andere klanten van Odido want daar valt BEN blijkbaar ook onder. Nee natuurlijk niet. Maar de afdeling boekhouding had het nog maar net ontvangen. Nog maar net ontvangen terwijl ik het weken geleden al heb doorgestuurd? Heel erg vreemd. Toch nog maar even een telefoontje erachteraan. U heeft een betalingsachterstand zegt een nieuwe dame die ik net heb uitgelegd dat ik alles heb geüpload en dat er bij hen een fout in het systeem zit. Ergens krijg ik kortsluiting. Mevrouw u luistert blijkbaar niet zeg ik met ingehouden woede. Ik heb u net uitgelegd dat ik geen betalingsachterstand heb, maar dat het nu al maanden duurt voordat jullie mijn betaling checken.

3 maanden later er nog mee bezig

Half juli nog maar weer eens een mail. Dat het nu toch wel heel erg vervelend wordt en dat het controleren van 2 betalingen toch geen 3 maanden hoeft te duren. Nee, ze waren er nog mee bezig. Mijn klomp breekt in duizend stukken. Zit daar op die boekhouding dan maar 1 persoon of zo die weet ik veel hoeveel accounts moet checken? Of is er helemaal geen afdeling boekhouding? Of is het toch een hack geweest en is alles geroofd? Het is nu in ieder geval augustus en dan maar weer een mail sturen. Ja ze snappen dat het heel vervelend is. En heel veel excuses. Maar ze zijn er mee bezig. Tot wanneer? Sint Juttemis? Het lijkt me wel duidelijk dat die verlenging van ons niet meer hoeft. Maar regel het zodat we kunnen overstappen naar een maatschappij die wel een goedwerkende boekhouding heeft.

Meisje uit Lemmer

Hetzelfde zwembadwater, maar we betalen als baantjestrekkers 1,50 meer

 “Recreatief of baantjes trekken?” Die vraag werd ons een tijd geleden gesteld in het zwembad Lemmer dat toen (gelukkig) net weer open was. Recreatief of baantjes zwemmen? We begrepen de vraag niet en vroegen wat het verschil was. Het zwembad was immers op het moment dat wij ons meldden bij de kassa gewoon open voor iedereen…. Dus voor mensen die blijkbaar recreatief zwommen en voor mensen die baantjes trokken. Het verschil zit hem dus in de prijs. Wie recreatief zwemt, moet 6 euro aftikken (voor hoelang je maar wilt en het schema daar ruimte aan biedt). Wie baantjes trekt, betaalt 1,50 meer, dus 7,50 euro. En die verlaat na zijn of haar baantjes vaak snel het bad weer. Die prijzen gelden dus op hetzelfde moment. Geen apart uur voor de banenzwemmers, gewoon samen met de recreatievelingen.

We liggen in hetzelfde zwemwater

Die begrepen we even niet. We liggen allemaal in hetzelfde water en doen ons ding. Dus naast je ligt iemand recreatief bezig te zijn (wat dat dan ook maar mag betekenen) en jij zwemt wat heen en weer en betaalt 25% meer voor je kaartje. Je krijgt als baantjestrekker geen medaille, niet een gouden douche na afloop, geen andere baan waarin je je banen trekt, niet een speciale medewerker die je helpt met aan- en uitkleden en er zit ook geen zeep of een handdoek bij inbegrepen.

Geen gouden kranen voor baantjeszwemmers

We stelden de vraag een aantal keren omdat we dit beleid niet snapten. Waarom betaalt iemand die heen en weer zwemt 1,50 euro meer dan iemand die dat misschien ook wel doet, maar die zegt dat hij recreatief zwemt. Het antwoord was verbijsterend. Een baantjezwemmer neemt de ruimte in van iemand die recreatief zwemt. Huh? Hoezo dan? Iedereen in dat bad doet toch gewoon zijn ding? Er staat niemand aan de kant die zegt dat iemand die recreatief zwemt (heeft die een band om zijn hoofd om hem of haar te herkennen?) niet in het zwemwater van de banentrekker mag komen. Diegene ligt dus gewoon naast je. Of voor je en verspert je de weg. Wat allemaal mag. Maar betaalt aanzienlijk minder.

Wedstrijdbad

Er werd ook nog gezegd dat je wel zwemt in een wedstrijdbad… Ja en? De recreatieve zwemmer doet dat toch ook? En wij gaan toch niet op voor een Olympische medaille daar? Die recreatieveling gaat bovendien ook nog eens van de glijbaan die wij niet gebruiken of dobbert een uur lang rond in het warmere bad en laat zich daar ronddraaien. Bovendien werden in het bad in Joure ook die tarieven gehanteerd, zo werd gesteld. Ja en? Het zwembad in Joure is niet te vergelijken met dat in Lemmer. Het is daar veel groter en het heeft veel meer voorzieningen. Iets van appels en peren zeg maar.  

10-badenkaarten

We begrepen het toen niet en we begrijpen het nu nog steeds niet. Tip van de maand was wel dat we dan beter een 10-badenkaart konden aanschaffen. Die kost in Lemmer 55 euro (in Joure dan weer 52,50. Ook weer een raar verschil). In dat geval ben je dus goedkoper uit, dat klopt. Maar hij is wel persoonsgebonden dus hem samen met iemand delen mag dan ook weer niet.

Bij het weggaan de laatste keer stond er een Duitse toerist af te rekenen. Het recreatieve tarief vanzelfsprekend. “Wat als deze man nu banen zwemt? vroeg ik. Het antwoord daarop kwam niet.

Het IJsselmeer vraagt niet of we recreatief spetteren of echt zwemmen

Wij nemen in ieder geval voorlopig wel een duik in het IJsselmeer. Dat vraagt ons niet of we alleen wat liggen te spetteren of dat we naar de boei zwemmen en weer terug. Daar zijn we altijd welkom…

Meisje 

zondag 5 april 2026

Geen douche- en toiletvoorziening in Lemmer: spring maar in het Dok of doe het op straat

Het was de afgelopen dagen retedruk in Lemmer. Met de nadruk op rete. Of eigenlijk zonder die rete. De gemeente De Fryske Marren wil namelijk dat mensen hun kont thuislaten als ze op bezoek in Lemmer komen. Dat lijkt een plastische omschrijving, maar zo is het eigenlijk gewoon wel. Het douche- en toiletgebouw in Lemmer is namelijk “tot nader bericht” gesloten. Je kunt wel bellen, want er hangt een telefoonnummer. Nou dat deden we. Aan de andere kant een telefoonbeantwoorder. “We zijn gesloten.” Natuurlijk. Net als dat toiletgebouw dus. Er zou geen geld voor zijn, zo horen we in de wandelgangen. Daar blijft het bij, want het ambtelijk apparaat werkt natuurlijk niet op zon- en feestdagen. Terwijl horeca en winkels die toeristen ontvangen zich weer lekker een slag in de ronde werken en ook blij zijn met hun klandizie. Maar dat terzijde.

Klachten

Bij zowel de horeca als bij winkels regent het klachten. Klanten vragen of ze bij hen naar de wc mogen. Als je in het geval van de horeca wat nuttigt dan is dat niet meer dan logisch. Maar een restaurant of winkel is natuurlijk geen openbaar toilet. Douchen wordt helemaal een ander verhaal. Dat had je trouwens ook nog kunnen doen in het zwembad als je daar een kaartje kocht. Maar ook daar vang je bot: het zwembad is dicht met deze (Paas)dagen.

Belachelijk

Ook de brugwachters krijgen keer op keer de vraag waar het toiletgebouw is. En als mensen dat wel weten waarom dat niet open is. Tot grote ergernis van de bregewippers trouwens: ze vinden het belachelijk dat een wc- en toiletgebouw gewoon niet geopend is terwijl er zoveel mensen in Lemmer rondlopen.

Waar moet je douchen of naar het toilet in Lemmer?

De vraag is dan ook: waar moeten die mensen nu naartoe als ze willen plassen, poepen en willen douchen? Is de boodschap spring maar in het Dok om jezelf te wassen? En doe je behoefte maar op straat? Was of is dat niet strafbaar?  Moet je als je een lang weekend in Lemmer bent als toerist alles 4 dagen ophouden of je 4 dagen niet wassen? Lekkere bende zal dat worden.

Vaarseizoen openen?

Binnenkort wordt het vaarseizoen geopend met veel tamtam.  Ik zou de feestelijkheden maar opschorten en het geld dat daarvoor is, beschikbaar stellen om dat gebouw open te stellen. Als het inderdaad een geldkwestie is dan kun je je verder afvragen of dat nu zo’n kostenpost is. Eerder zaten er altijd 2 dames. Ze ontvingen mensen, hielden alles schoon en zorgden voor het sociale contact. Al snel daarna mochten de dames alleen nog maar komen schoonmaken. Nu gaan de geruchten dat de gemeente zelfs vrijwilligers voor deze functie zoekt. Ja het zijn geruchten want ook die kunnen niet bevestigd worden op een feestdag. Maar al kan het niet uit: een dorp dat het voor een groot deel van haar toeristen moet hebben, moet gewoon de nodige voorzieningen hebben. En dan is een douche- en toiletgebouw toch wel de eerste behoefte.  

Geldkwestie?

En is het echt een geldkwestie? Dan vraag je toch gewoon een bedrag per persoon. Op een camping betaal je toch ook als je moet douchen? Bovendien betalen gasten die in Lemmer met de boot liggen of ergens logeren ook gewoon toeristenbelasting. Dat is 2 euro per persoon per nacht. Lig je op een ligplaats van de gemeente dan is dat vanzelfsprekend ook niet gratis. Ook dan tik je lekker af. Kom je door een brug als watersporter ook dan moet er betaald worden. En dan mag je toch ook de meest basale voorzieningen verwachten. Zet die vrolijke dames er weer neer, zorg dat de gasten deze voorziening hebben, anders verlies je de slag gemeente. Beetje zakelijk denken lijkt me hier op z’n plaats.

Meisje (www.meisjelemmer.blogspot.com)  

zaterdag 24 januari 2026

Als Trump zou kunnen dansen

 

Dansen door witte mensen. Lief mag het graag nadoen en staat dan overdreven met handen en voeten te schoppen alsof hij in een boksring staat. Nu is de realiteit ook dat we een keer op een dansavond waren en daar iemand was die zo zijn dansmoves uitvoerde. En het is ook waar: de souplesse die in de heupen van lief zit, kunnen weinig blanke mensen evenaren.

Toch houd ik ondanks wat vastzittende heupen enorm van dansen. Het liefst sta ik uren op de dansvloer (op muziek die ik ken uit mijn jeugd, disco vooral) met mensen die net als ik vroeger altijd in Napoleon of De Fuik te vinden waren op de dansvloer.

Maar ik houd ook heel erg van kijken naar dans. Het liefst zit ik dan vooraan. Ik wil de zweetdruppels van die professionals bijna op me voelen neerkomen, ik wil elke spier zien bewegen, ik wil met open mond kijken naar wat de choreograaf heeft bedacht en waarom. Ik zag professionele dansers dansen in het theater, maar ook komend van het Wad, op het strand van Terschelling, maar ook op het strandje aan het Tjeukemeer. Ik zag een voorstelling in een schip dat gevuld was met water die magisch was. En ach, ik zag zoveel dansvoorstellingen. Te veel om op te noemen eigenlijk. Dansen is leven. Is liefde. Is mooi en soms lelijk. Het heeft betekenis, het heeft een verhaal, het is lichaam en geest en het is gewoon fantastisch om naar te kijken.. Vind ik.

Toen ik gisteravond in bed lag, bedacht ik dat het heel goed zou zijn als Trump de schoonheid van dans zou kunnen zien. Maar ook de achterliggende gedachte van heel veel voorstellingen. Dus ging ik zoeken op “Kan Trump dansen?” Zo’n AI-geval zei dat hij dat natuurlijk kon. Er kwamen filmpjes omhoog. Trump met een zwaard in zijn hand die zijn handen wat neermaait. In een ander filmpje zonder dat zwaard, maait hij weer met zijn handen en shuffelt hij wat heen en weer met zijn benen.

Aha dacht ik, zie je wel. Daar zit het hem in. Hij kan het niet. En ik vroeg me meteen daarop af: Stel dat hij nu wel kon dansen of in ieder geval de schoonheid ervan inzien, zou het dan allemaal anders gaan tijdens zijn regeerperiode? Zou Groenland dan geen issue meer zijn? Zouden de ICE mensen dan een stuk vriendelijker zijn tegen hun medemens (zouden die wel eens dansen?), zou Europa dan op waarde worden geschat?

Misschien moet hij komende zaterdag eens naar de dansvoorstelling in Lemmer komen. Daarin wordt uitgebeeld hoe verschillende leefwerelden kunnen samenkomen met begrip voor elkaar. En wordt duidelijk uitgebeeld wat mensen echt met elkaar verbindt. Met Urban dans, moderne dans, maar ook met spoken word en zang. En als je verder kijkt dan bezit of status. Zou Trump wel eens verder kijken dan bezit of status? Ik betwijfel het. En zou hij wel eens met iemand uit de onderlaag van de bevolking kijken wat hen bindt? Zou hij wel eens beseffen dat ieder mens verdriet, vreugde, verlangen, angsten en hoop kent?

Ik zit in ieder geval op de voorste rij (als de organisatie mij dat toestaat) zaterdag 31 januari om me te laven aan de schoonheid van getrainde lijven, doordachte teksten en een thema dat me heel erg aanspreekt. En voor wie er ook bij wil zijn is hier wat meer informatie: https://lemsternijs.nl/31-jan-bijzondere-dansvoorstelling-in-de-hege-fonnen/

Meisje (www.meisjelemmer.blogspot.com)

maandag 29 juli 2024

Bingo

 


Veel mensen vinden een potje bingo spelen het summum van geluk. Met professionele stiften in de aanslag en in spanning afwachten of al die nummers genoemd worden die op je kaartje staan en dan een leuke prijs winnen. Of niks winnen en gewoon gezellig bij elkaar zitten, wat praten en luisteren naar de stem die de nummers opnoemt.

Natuurlijk is een prijsje winnen dan leuk. Vaak zijn die niet heel groot (soms ook wel), maar heel veel mensen genieten intens van zo’n avondje uit. Vaak in buurthuizen, soms ook in grotere gelegenheden. En dat genoegen mag sinds een tijdje niet meer. Buurthuizen, horecagelegenheden en zelfs verzorgingshuizen moeten hun bewoners dat uitje ontzeggen. Althans die gelegenheden waar ook alcohol mag worden geschonken. Het glaasje advocaat, het wijntje, een likeurtje of een berenburgje: het zou de oorzaak zijn van al het kwaad in de wereld.

Bingoverslaafd? 

Want stel je voor dat je bingoverslaafde zou worden? Omdat je in je buurthuis een wijntje of een biertje mag drinken raak je zo het pad kwijt dat je alle kaarten voor de andere deelnemers wegkaapt. Zodat je daar nog alleen aan die tafel zit en dus alle prijzen wint (wat de organisatie gewoon voorkomt, omdat ze dat niet toestaat).  Dat je je hele loon of pensioen er doorheen jaagt op zo’n avond. Dat ze thuis niets meer te eten hebben, omdat jij alles verkwanseld hebt aan bingokaarten en je je daardoor in de schulden hebt gestoken? Dit heeft de prioriteit van de overheid blijkbaar en alle buurthuizen, verzorgingshuizen en anderen zijn genoodzaakt om die activiteit daardoor te stoppen. En dat is ronduit ongelofelijk belachelijk.  

Persoonlijk houd ik niet zo van bingo, maar vind ik het casino wel heel spannend. Onze grootste casino’s worden gerund door de staat, de overheid dus. Net als de staatsloterij trouwens. Doordat wij hopen op die ene grote slag, vaart de staatskas daar wel bij. En in dat casino mag ik als ik dat wil er zo tienduizend euro doorheen jassen. (Niet dat ik dat heb, maar dat terzijde). Dat mag ik doen terwijl ik wijn slurp, beerenburg naar binnen schuif, een cocktail nuttig of iets anders alcoholisch nuttig.

Vele flappen er door heen jagen in het casino

Ja er gelden in dat casino ook regels qua alcoholgebruik en er worden ook maatregelen genomen die een gokverslaving zouden moeten voorkomen. Maar als ik tijdens dat ene bezoek per jaar iemand naast me heb zitten die een heel pak flappen neertelt op een roulettetafel of vele briefjes van honderd laat verdwijnen in een eenarmige bandiet, dan denk ik: Hoe dan? En vervolgens: Laat die bingo’s waarbij mensen misschien een tientje of 2 betalen toch gewoon doorgaan. Laat ze genieten van die kleine geneugten waarbij ze niemand kwaad doen. Het zijn voor velen mooie avonden vol gezelligheid en het is weer een regel die kant noch wal slaat. Gelukkig is onze burgervader het daar ook mee eens en probeert hij met anderen al dat die regel verdwijnt. Maar in dit bureaucratische land zou het zo maar kunnen dat dit dan weer niet lukt, terwijl er in dat casino dan van alles wel mag en je daar wel je hele loon er in 1 avond door kunt draaien. En heel eerlijk vraag ik me ook af wie deze belachelijke regel heeft bedacht. Een bingohater misschien? Of iemand die nooit iets won met het spel met de balletjes?

Meisje 

 

maandag 5 februari 2024

Zo’n reisje langs de Rijn, Rijn, Rijn



Het liedje Ja zo’n reisje langs de Rijn, Rijn, Rijn zat al dagen in mijn hoofd. Dat was al ontstaan toen ik van iemand een bericht doorgestuurd kreeg over een open dag van het cruiseschip dat hier in Lemmer lag. Ik had wilde fantasieën over een soort Love Boat achtige taferelen. Dat komt dan misschien ook omdat die serie weer op tv is en ik hem vroeger opvrat. Als je die serie bekijkt lijkt alles zo simpel: Judy had nog gewoon slap haar. De kapitein was eigenlijk een heel normale man en er waren dan wel allemaal intriges daar aan boord, maar die liepen altijd goed af. Er was geen raar geweld, de drankjes waren gewoon en iedereen zag er nog naturel uit. 

Nijlcruise

Ooit maakte ik een Nijlcruise door Egypte. In de dieselstank voeren we de Nijl over, gooiden ze ons allerlei producten toe vanaf het water, bezochten we de Nubiërs en zagen we hoe belangrijk die Nijl was voor de landbouw eromheen. 

Op de open dag van de Feenstra cruise boot was het scenario een beetje anders: het was donker en wat guur aan de kade van Lemmer. Aan de overkant werden grote boten gebouwd, het zonnedek had geen zon, want die was er niet. En toen we dachten dat we bij de whirlpool aankwamen, bleek dat een soort lichtkoker te zijn. (Zo’n jacuzzi had de Love Boat dan wel weer. Die boot op de Nijl trouwens ook echt niet hoor, maar dat terzijde). 

Jong bezoek

Met mijn nichtje die net de 20 aantikt betraden we het cruiseschip. Daar werd vooral zij vol interesse aangestaard, want waarschijnlijk krijgen ze niet heel vaak zulk jong bezoek. We vonden het wel vermakelijk, maakten grapjes dat ze haar wel een paar keer gratis op cruise konden meenemen.  Zodat ook jonge mensen interesse zouden hebben voor deze bijzondere manier van vakantie vieren. In Egypte hebben we op zo’n boot de grootste feesten meegemaakt trouwens en toen was ik vele jaren jonger. Het kan dus wel. Ook deden we aan cruiseschiphoppen: dan gingen we van onze toch wat minder luxe boot naar eentje waar de trapleuningen bijna van goud waren. Gewoon over de loopplank van de ene boot naar de andere. En waar we in een echte disco de voetjes van de vloer gooiden en eigenlijk heel stiekem onze gewone boot dan toch wel het leukste vonden. 

Speuren naar de suites

Aan boord in Lemmer was het net een speurtocht. We voelden ons als kinderen op zoek naar een schat: waar vinden we de grootste en meest luxe suites en wat bieden die ons dan? Alle kamers waren heel erg netjes en van alle gemakken voorzien, maar toen we dan eindelijk de suite hadden gevonden zeiden we dat we daar echt wel, ja echt wel een week of twee in zouden kunnen verblijven. En in het restaurant zagen we ons al zitten aan een captains dinner en mooie gerechten. En die bar? Ja die bar die riep onze naam.….Totdat iemand in het Fries om een drankje vroeg, de chef vroeg of het ook in het Engels kon en het antwoord vervolgens was dat er alleen maar koffie en thee was. (Wel met heel veel verschillende lekkernijen).  Niet vreemd overigens, want ja wij wilden ook wel op die druilerige dag een mooi glas wijn, maar daar is zo’n gratis open dag natuurlijk niet voor. Ook maakte het duidelijk dat je het op zo’n internationaal cruiseschip niet zo ver schopt met het Fries: dat spreekt het personeel natuurlijk niet. 

Lemster wike op de cruiseboot

Het mooie was wel dat het net Lemster wike was. Heel Lemmer (nou ja zo’n beetje heel Lemmer) was uitgelopen om te kijken hoe je vanuit ons eigen prachtige havenplaats met de love Boat naar andere bestemmingen kon varen. We kwamen elkaar tegen in kamers, in het restaurant, bij het koffie-, en theedrinken met een keur van lekkers en op dat befaamde zonnedek. Het leek bijna een reünie. 

Toen dacht ik:”Hoe leuk zou het zijn als we gewoon met z’n alleen gaan? Dat we daarna met elkaar Düsseldorf, Bonn, Rudesheim en Koblenz ontdekken. Dat we elkaar ’s ochtends zien met de slaap nog in de ogen en nog net niet de pyjama nog aan. Dat we ’s avonds heerlijk aan de bar hangen met z’n allen alsof het de British Pub is. Maar dan een varende variant. En misschien kan het skûtsje dan met ons meevaren. En de shanty’s. Ik weet het: ik draaf door. Dat komt door die Love Boat…..








dinsdag 30 januari 2024

In memoriam: lieve zachte buurvrouw Eefke Scheffer



 Buurvrouw Eefke kende ik eigenlijk al nog voor ik geboren was. Niet dat ik dat toen al wist, maar mijn ouders waren dik bevriend met onze buren en Eefkes zuster Henny werd de dikke verkering van één van hun zonen. De gezellige avonden samen waarin het leven werd bezongen en er enorm veel saamhorigheid was, waren dan ook legendarisch. 

Een warm hart

Het werden ook gezellige dagen overdag toen we naast hen kwamen te wonen, velen jaren later toen ik al een tiener was. Haar man Jan, een geweldige zanger was bovendien legendarisch in Lemmer, dus wie hem kende, kende haar ook. Met mijn ogen dicht hoor ik haar nog praten. Vooral het:”Ha meid. Hoe gaat het nu met je?“ Altijd belangstellend, altijd in voor een praatje en altijd met een warm hart. Hoe ziek ze zichzelf ook voelde.  

Buurvrouw Eefke kwam niet uit Friesland, maar verhuisde op een gegeven moment naar Emmeloord. Daar werkte ze in een sigarenwinkel. Toen ze op een avond ging dansen met vriendinnen, ontmoette ze de liefde van haar leven, Jan. Het bleek een schot in de roos. Hij was even verzot op haar als zij op hem. Dat bleek ook wel: na zijn werk toog hij elke dag op zijn fietsje naar Emmeloord om bij haar te zijn. Van bij haar slapen was geen sprake, dus hij fietste er wat af in die verkeringstijd. Hij moest tenslotte ook weer terug. 

Kinderen

Het stelde trouwde en ging in Lemmer wonen. Daar werden 3 prachtige kinderen geboren: Meta, Ada en Jan. In de Urkerstraat kwamen wij naast hen wonen. De bezige en altijd nette Eefke had altijd tijd voor een praatje en haar opvallend zachte karakter maakte dat velen dol op haar waren. In die tijd werkten vrouwen niet buitenshuis als ze getrouwd waren, dus ook onze zachte buurvrouw bestierde het huishouden. Ze hield van netheid, maar vooral van gezelligheid. 

Trots

Die gezelligheid deelde ze graag met haar kinderen en later haar kleinkinderen. Op allemaal was ze ook even trots. Kleindochter Layla was dan ook niet bij haar weg te slaan. Zij ging eigenlijk elke dag wel bij haar langs en dan gingen ze samen tv kijken en spelletjes spelen. Maar ook eten. Layla herinnert zich dat ze dan eerst even opbelde met de vraag of ze mocht komen. Het antwoord daarop was altijd JA. Bij oma belde ze dan haar ouders weer op. Of ze bij oma ook een broodje mocht eten. Ook dat antwoord was altijd JA. En dan volgde de vraag of ze ook nog een filmpje met oma mocht kijken. In het begin haalde oma de kleine Layla altijd van huis. Later fietste het meisje er zelf naartoe. En als ze dan weer naar huis ging, kreeg ze altijd een opdracht mee: direct bellen als je thuis bent. Haar kleindochter deed dat trouw, al was de fietstocht ook maar 3 minuten lang. Maar het geeft wel aan dat de zorgzaamheid eraf spatte. Voor deze kleindochter, maar niet minder voor haar twee dochters en zoon en de andere kleinkinderen. 

Maar ook voor ons als buren stond ze altijd klaar. Gewoon met een praatje, advies, steun of hulp. Ze had de gave om mensen heel snel op hun gemak te stellen. Als er bijvoorbeeld een nieuwe Thuiszorgmedewerker kwam, probeerde ze altijd door wat grapjes het ijs te breken. Omdat ze wist dat het toch elke keer weer spannend is om bij een nieuwe client op bezoek te moeten. 

Altijd verzorgd

Buurvrouw Eefke was ook een natuurliefhebber. Ze vond het heerlijk om naar buiten te gaan, te genieten van wat er groeide en bloeide. Maar even gezellig onder de Hoek zitten en horen welke nieuwtjes er waren, vond ze eveneens gezellig. En spelletjes spelen, wat vond ze dat mooi. Lekker rummikub spelen met de kleinkinderen was voor haar het toppunt van gezelligheid. Maar ook samen een blokje om, vond ze heerlijk. En haar dochters: die kwamen elke dag bij hun moeder. Een moeder overigens die er altijd pico bello uit wilde zien. Mooie kleding, altijd make-up op, Eefke wilde er altijd verzorgd uit zien. Toen ze een van de laatste keren in het ziekenhuis lag met hele serieuze klachten verontschuldigde ze zich aan haar bezoekers met de legendarische woorden. “Mijn haar zit niet zo goed vandaag.” 


Haar Jan

Haar Jan was haar alles en bleef haar alles. Toen hij een jaar in een verpleeghuis zat, bezocht ze hem trouw. En na zijn overlijden bleef hij levend in haar gedachten. Ze sprak altijd even liefdevol over hem, draaide zijn muziek nog altijd en luisterde er vol overgave naar. Maar ook haar kinderen en kleinkinderen waren haar grootste schatten. Ze was trots op ieder van hen en koesterde hen tot de laatste seconde. Ook had ze een gezegde dat de kleinkinderen zich altijd zullen heugen: “Als ik een oude zeur word, moet je het zeggen.” Ze hoefden het nooit te zeggen, want klagen lag niet in haar aard. Zelfs niet toen haar gezondheid zo achteruitging en ze meer in het ziekenhuis lag dan thuis was. Dat thuis, dat bovendien zo lonkte. Want nergens zo goed als in je eigen optrekje. Zeker 15 jaar al had ze serieuze gezondheidsklachten. Met 28 medicijnen die ze haar ontbijt noemde.  Lang kon ze daar mee leven, maar op een gegeven moment was de koek gewoon op. Zo liefdevol als ze was bij haar leven, was ze dat ook bij haar aanstaande dood. Ze vertelde eenieder nog hoeveel ze van hen hield en hoe trots ze op hen was. En gaf ze nog een laatste opdracht mee op haar rouwkaart. Dat luidde als volgt:

Droog je tranen

Ik ben alleen maar uit het oog

Ik verschuil me tussen de sterren

Achter de mooiste regenboog


Dat ze nooit meer op haar scootmobiel op de Piterstun zal arriveren, ze nooit meer zal vragen hoe het gaat is een vreemd gegeven. Maar ik geloof haar als ze daar tussen die sterren een oogje houdt op allen die ze liefhad. Gewoon omdat ze zo is…. 


vrijdag 28 april 2023







 Stroffelstiennen, ook wel Struikelstenen of Stolpersteine genoemd, zijn steentjes van 10 bij 10 centimeter. Ze worden geplaatst voor elke woning, waar door de nazi's vermoorde mensen zijn weggevoerd. In het messingdeel van de stenen staan hun namen en gegevens gegraveerd. De stroffelstiennen worden zo genoemd, omdat je erover struikelt met je hoofd en je hart. Je moet buigen om de tekst te kunnen lezen en even denken aan die mensen die Adolf Hitler uit de geschiedenis had willen laten verdwijnen. Dit staat te lezen over de stroffelstiennen die ervoor moeten zorgen dat al die mensen die door de Duitsers zijn omgebracht niet vergeten worden.

Er staat een hek op de stroffelstiennen van Sarah en Jozeph

Om over de stroffelstiennen in Lemmer te struikelen tegenover apotheek de Waag moet je wel heel erg je best doen. Sterker nog: je moet heel goed zoeken om ze te vinden. Want er staat een hek op. Om een voormalige supermarkt te beschermen die er al heel lang zo bij staat. En er ligt troep op: weggewaaid afval bedekt datgene waar we met ons hart over zouden moeten struikelen. Ook is het omringd door onkruid.

Respect

En juist over die situatie struikelen mensen. Hoe kan het dat je iets dat zo belangrijk is, op zo’n rare manier toont? Het getuigt van weinig respect tegenover deze 2 mensen die het leven al lieten op een ongelofelijk wrede manier. Hoe zouden deze twee mensen het gevonden hebben als die speciale steen voor hen er op deze manier bij ligt? Maar vooral wat vinden wij er als bevolking van dat er niet met meer respect wordt omgegaan? De gemeente is gevraagd om een reactie, maar die is er tot op heden niet. De stenen liggen overigens op deze plek, omdat het huis waarin Sarah en Jozeph vroeger woonden daar gevestigd was (daar waar de voormalige Spar staat).

Herdenking

Over een paar dagen gedenken en herdenken we al die mensen die door die vreselijke oorlog het leven lieten. We lopen in stilte naar de begraafplaats waar we 2 minuten aan hen denken. We leggen bloemen bij graven. We zeggen dat dit nooit meer mag gebeuren. Maar ondertussen staat er een hek (ik zie het als een metafoor voor opnieuw een gevangenis) op de stenen die ons moeten laten struikelen met daarop de namen van Sarah en Jozeph. Van de kerk naar de begraafplaats komen we langs de stenen…. Komen we langs die stenen waar we met ons hart over zouden moeten struikelen.

Dan maar een digitale struikeling

Omdat het dus bijna onmogelijk is om daar echt over te struikelen dan maar een digitale struikeling: Sarah en Jozeph Blok werden gedeporteerd in 1942 en beide op 19 november 1942 vermoord in Auschwitz. Hij was 64 toen hij stierf, zij 66 jaar. De geschiedenis leert dat de bijna blinde Sarah bijna niet buiten kwam, haar broer Jozeph had een kleinschalige handel in vee. In oorlogstijd probeerde hij nog wat te verdienen door te venten met schuurmiddel en wat andere zaken. Verder was hij in het dorp actief bij onder andere de ijsvereniging en de muziekvereniging. Beiden leefden in vrede met hun omgeving. Alleen hun afkomst maakte dat ze rucksichtslos zijn afgemaakt. Zoals zovelen. Sarah en Jozeph waren net als hun ouders kinderen van Lemmer, hier geboren en getogen. Ze waren kinderen van ons dorp. En ze verdienen na hun dood meer respect. Het respect om op een nette manier over te struikelen.

In het parkje van Lemmer staat een monument ter ere van de beide inwoners van Lemmer. Hun namen staan ook op de gedenksteen met glasplaat op de Joodse begraafplaats Tacozijl.

Meisje 

woensdag 19 april 2023

Het verdriet van Ale Boersma



 Altijd op mijn verjaardag kon ik er op rekenen: dan kwam er een appberichtje van Ale en Jelly Boersma met de hartelijke felicitaties. En vaak een plaatje daarbij ter ondersteuning. Maar soms ook tussendoor iets wat Ale bezig hield en waarover hij even wilde “bijpraten”. Over het overlijden van Bennie Loohuis bijvoorbeeld en het eerbetoon dat deze bijzondere Lemster had gekregen. Maar ook het plaatje van het Wolvenhek dat Stoffel en Wim hadden gemaakt en waar hij zo om had moeten lachen, stuurde hij even door.

Rotziekte was terug

De laatste keer dat ik hem zag, had hij het moeilijk. Ik wist niet dat die rotziekte na 10 jaar weer terug was gekomen en we liepen even met elkaar op. Hij wilde net op zijn fiets stappen (dat ging net weer) maar hij stapte voor mij af. Hoe het met mij ging was de eerste vraag. Toen ik de tegenvraag stelde, kwam het nare bericht. Maar zo meldde hij: de dokter had gezegd dat hij voor een man van zijn leeftijd in een heel goede conditie verkeerde. Wat me niet verbaasde. En dat hij eigenlijk vastbesloten was om er weer voor te gaan. Dat het van binnen dan wel fout zat, maar hij toch goede hoop had. En vol goede moed was.

Wim

In een eerdere app had ik hem aangegeven dat ik als ik op de begraafplaats was ook altijd even bij hun Wim langsging. Hij appte terug dat dit hem en Jelly goed deed. En hij schreef toen we het over kanker hadden jaren daarvoor:”Wat kin ik meifiele. Sels prostaatkanker hawn (gelokkig gjin probleem meer) mar wol us Wim ferlern oan dizze rotsykte al wer 6 jier lien. Het haldt jelly en my nog dagelijks bezig. Een peer keer yn de wike besiikje ik Wim op it tsjerkhof.” En achter die uitspraak ging een wereld van leed schuil, zo leerde ik later via de livestream van zijn uitvaart. Zo mocht de kaars die op Wims graf stond nooit uitgaan. Daar zorgde Ale voor.

Froukje

Bovendien was het overlijden van hun zoon de tweede enorme klap die het gezin kreeg, want ook eerder was hun dochtertje Froukje overleden. Ale, de man die altijd positief in het leven scheen te staan en voor iedereen altijd een goed woord had, worstelde enorm met het verlies van zijn 2 kinderen. Het bepaalde in zekere zin zijn doen en laten. Bij de kleine Froukje kon hij er niet over praten, bij Wim kon hij dat wel. Dat bewees ook wel zijn berichtje aan mij: dit verlies was te groot om alleen te dragen. Natuurlijk deed hij dat ook niet alleen: zijn Jelly, maar ook (tweede) dochter Froukje en haar gezin leden vanzelfsprekend niet minder onder het grote verdriet.

Levensvreugde

Maar Ale had naast verdriet toch ook het vermogen om levensvreugde te ervaren. Hij was het gezicht van voetbalvereniging CVVO, maar haalde ook veel moed en plezier uit zijn lidmaatschap van het Shantykoor. Op zijn afscheid zong dit koor hem voor het laatst toe. En ook het sjongstik oer de Lemmer waar hij zijn stem had moeten laten klinken, moest na zijn overlijden gewoon doorgaan. Dat had hij al lang beslist. Een groter geluk dan tijdens de Lemsterwike op het skûtsje staan te zingen met de Shanty’s kon Ale zich niet voorstellen. Dat was hem ook aan te zien: het plezier schitterde uit zijn ogen en zijn mond vormde dat typische leuke lachje vond ik altijd.

"Mien Jelly"

En wat speelde zijn Jelly een bijzondere rol in zijn leven. Toen ze nog maar 15 en 18 waren, kwamen ze al bij elkaar en die liefde bleef. Ze woonden een tijdje in bij de ouders van Jelly en verruilden toen het Friese voor Laren. Daar was het ook dat de roerige jaren begonnen. De liefde die werd bezegeld met de komst van de kleine Froukje werd wreed overschaduwd, doordat het meisje aan een hartafwijking bleek te lijden. Zij overleed toen ze 9 maanden oud was, in 1966. Over deze hartverscheurende gebeurtenis kon Ale niet of nauwelijks praten. Rouwverwerking was er in die tijd niet en ook van nazorg bij zo’n ingrijpende gebeurtenis was geen sprake.

Beretrots op de kinderen

In 1967 werd zoon Wim geboren. Tot grote schrik van zijn ouders had ook hij een ruisje bij zijn hartje, maar het bleek ook al snel dat het een enorm energiek kind bleek. En een jongen die gek van voetballen was, iets wat ook Ale zijn passie was. Hij was dan ook beretrots op Wim. Maar niet minder op spruit nummer 3 toen in 1969 de derde dochter werd geboren: ook zij kreeg de naam Froukje.

Terug naar Lemmer

In 1971 kwam het gezin terug naar Lemmer waar Ale een baan kreeg op het gemeentehuis. Na 25 jaar op het gemeentehuis werd hij directeur van Suderigge. Hij werd het gezicht van dit bejaardenhuis zoals we dat in die tijd nog noemden, legde de lat hoog en had de boel daar goed voor elkaar. Bepaalde zaken vond hij echter na verloop van tijd niet goed gaan en daar beet hij zich echt in vast. Zo vast dat hij er overspannen van werd. Na 10 jaar bij Suderigge en een fusie, ging hij er met een regeling uit. Hij stortte zich vervolgens als vrijwilliger op werkzaamheden bij de Zonnebloem, het Astmafonds en het Dienstencentrum en nog veel meer zaken. En die dingen zei hij pas vaarwel toen hij een goede opvolging had gevonden.

CVVO

Ook was hij vanaf het begin dat ze in Lemmer waren komen wonen een prominente rol gaan spelen bij voetbalvereniging CVVO. Jarenlang bekleedde hij daar allerlei uiteenlopende functies en kreeg zelfs de bronzen speld van de KNVB. Hij en Jelly waren op en rond de velden dan ook graag geziene gasten. En vol trots stelde hij ook altijd zijn Jelly als “dit is mien frou’ en “Wy dogge it tegearre”. Maar ook kaatsen had zijn bijzondere belangstelling. Eigenlijk keek hij alle sporten die via de tv waren te volgen. En hij puzzelde graag.

De wereld van Ale was breed van interesse, maar de wereld over hoefde hij niet zo nodig. Hij was het liefste thuis. En hij was begaan met iedereen en alles en vooral met mensen die ziek waren. Hij trok zich het leed van de wereld aan. En namen onthouden kon hij als geen ander.

Dag Wim, Dag Froukje, Dag Ale

Eind januari bleek die rottige kanker, waar hij het tegenover mij al eerder had gehad helaas terug in een hele hevige vorm. Het bleek uiteindelijk een doodlopende weg waarbij zijn bed in de kamer kwam te staan en stilte de hoofdrol ging spelen. Omringd door zijn 2 favoriete vrouwen zei hij tegen Jelly dat hij misschien Wim wel weer tegen zou komen. Omdat het verlangen naar zijn zoon zo groot was dat hij hem nog alle dagen miste. Aan zijn lieve dochter liet hij weten dat zij de beste dochter ooit was. En zij had op haar beurt de beste vader ooit, gaf ze hem mee. Alles wat hij had kunnen regelen had hij gedaan, zoals hij dat zijn hele leven al deed. Want zaken tot in de puntjes regelen, dat kon hij als geen ander. En zij nam dat van hem over, waar er nog wat te regelen viel tenminste. Wat hij niet kon regelen was dat hij met zijn 2 vrouwen, schoonzoon en (bonus) kleinkind de 100 jaar zou bereiken. Hoe graag hij dat ook had gewild.

Afgelopen week was ik op de begraafplaats en liep ik zoals altijd ook weer even langs Wim. Wim die herenigd was met zijn vader. Ik zei wat ik altijd zei:”Dag Wim. Dag Froukje. En toen:”Dag Ale."

Meisje 

zondag 28 augustus 2022

Ik doe het met een teiltje

Helaas pas ik niet meer in de teil, zoals vroeger. Dan werd het een bad. Foto Pixabay

Tot vrijdag nog kurkdroog lees ik op sites. Als ik naar de grond van mijn eigen tuin kijk, is het duidelijk: de grond smacht naar water. Gelukkig heb ik wel overal begroeiing staan, die ook voor schaduw voor de andere planten zorgt. En verwen ik mijn planten niet te veel zodat ze zelfstandig hun wortels zo diep mogelijk in de aarde vastzetten. Met deze vergroening probeer ik ook een bijdrage te leveren aan het klimaat en onze leefomstandigheden. Sommigen zien liever een keurig tuintje of hebben een soort plastic gazon. Ieders keuze, maar ik denk dat we daarmee de (klimaat)oorlog niet winnen. 

Droogte en hoge prijzen

Maar goed de droogte dus. En daarbij de exorbitant hoge prijzen voor gas en elektra. En dus nu ook het gebrek aan water. Onder het motto dat een betere wereld bij jezelf begint, ben ik begonnen met een ander gebruikersregime. De stekkers overal uit als PC, tv, koffiezetapparaat en zo voort niet aan hoeven. Het eten gaat grotendeels in de hooikist, waar het vanzelf gaart zonder gas te gebruiken. Maar het meest opmerkelijke misschien wel: ik was me met een teiltje. 

Teiltje met nare herinneringen

Toegegeven: Het teiltje heeft wel wat nare herinneringen. En daarom heb ik deze keer een mooie genomen met een blauwe kleur. Vroeger moest ik me altijd achter een gordijn wassen, terwijl in de voorkamer de rest van de familie zat of soms zelfs visite. Als een tiener met een uitspruitend lichaam nu niet bepaald het leukste gevoel. We hadden dat teiltje trouwens omdat de douche (net als de wc) in de winter altijd bevroren was. Nu kun je je dat bijna niet meer voorstellen, want zoveel winter hebben we niet meer. Maar om de wc door te kunnen trekken of het water niet als ijs uit de leidingen in de douche te krijgen, moest eerst een straalkachel alles ontdooien. Centrale verwarming hadden we daar namelijk niet. Bovendien vonden mijn ouders het niet nodig om meer dan 2 keer in de week te douchen in de zomer. Dat had ongetwijfeld ook met de kosten te maken. 

Afrikaans douchen

Maar het teiltje dus. Het ontstond toen we een elektriciteitsstoring hadden. Dan kun je niet met warm water douchen. Ik bedacht me opeens dat we in Afrika ook gewoon een emmer en een kopje pakken en ons daarmee afspoelen. Dus vulde ik een pan met water en kookte die. Ik leegde hem in mijn mooie blauwe emmer en goot er koud water overheen. Een emmer vol schoonheid zullen we maar zeggen. 

Verfrist

Ik nam een grote rode kop mee naar boven, schepte daarmee het water dat ik vervolgens over haar en lichaam goot, zeepte me in en spoelde me daarna af met rest wat in de emmer zat. En dan krijg je uit zo’n emmer toch nog een behoorlijke hoeveelheid water over je heen. Soms blijft de helft nog over. Ik voel me bovendien uitermate verfrist. Omdat ik een soort ochtendgymnastiek moet doen door steeds te scheppen en te spoelen. Maar ook omdat je niet continue onder de (warme) straal staat, maar alleen als je water werpt zullen we maar zeggen. Voor velen is dit misschien terug naar af: ik ben eigenlijk heel blij met mijn teiltje… En het geeft me toch ook het gevoel dat ik minder afhankelijk ben van zaken waar ik totaal geen invloed op heb. 


donderdag 10 februari 2022

Sjinkie

Ik zat met samengeknepen billen te kijken. Hoe Sjinkie rondje na rondje reed in de halve finale shorttrack. Hoe die benen soepel over het ijs gleden. Inhoudend, uithalend, handen op het ijs, kijkend naar achteren en naar voren. Ik juichte in mijn eentje en dacht aan de medaille die ongetwijfeld snel om zijn nek zou hangen. 

En toen volgde de kwartfinale. De samengeknepen billen waren er opnieuw. Met mij hoopte half voormalig Lemsterland ongetwijfeld dat hij de koppositie zou innemen en nooit meer los zou laten. Maar dat liep anders. Toen de presentator zei dat het wel eens een handblock kon zijn dacht ik:”Neeeee. Ik keek de beelden en herkeek ze. Zonder er overigens verstand van te hebben. De man die moest beoordelen of het wel of niet geoorloofd was, bleef ook maar kijken naar mijn idee. Het finale oordeel duurde lang. Ik vloekte hardgrondig. 

Die benen

En ik keek nog een keer en nog een keer. En kon niet anders dan denken aan de benen onder dat schaatspak. Die benen met die rode plekken. Die benen die zo veel schade hadden opgelopen. De benen die het op karakter en doorzettingsvermogen weer zover hadden weten te brengen. De benen die we allemaal mochten zien in de indrukwekkende documentaire over de onfortuinlijke brand en het proces om te komen tot herstel. Ik moest denken aan dat gezicht direct na de brand dat helemaal niet op dat van hem leek. Aan die benen met die afgrijselijke wonden, waar ik niet naar kon kijken. De benen waar hij het verband zelf vanaf haalde. Peuterde. Om de dosering zelf aan te kunnen brengen in pijnbeleving. 

De volharding

Maar ik moest ook vooral denken aan de volharding. De opmerking dat hij eigenlijk niets lelijk vond aan die benen. Gewoon omdat het nu eenmaal was wat het was. Het fietsen in bed, het fietsen op de weg. De zoektocht naar compressie voor zijn benen, zodanig dat het wel werkte. Vaak tegen alle adviezen in kwam hij met een eigen oplossing. Knipte zaken uit een compressiebroek. Deed toch gewoon compressiekousen aan, terwijl dat volgens de doktoren niet kon. Liet een speciaal pak maken dat wel werkte. Zoveel inzet en zoveel wil om doorgaan. Nimmer aflatend, ondanks alles. 

Mindset

En nee, ik ben geen sportcommentator. Ik heb geen verstand van shorttrack, anders dan dat ik weet dat je vooraan moet eindigen om eerste te worden. En ik vind gewoon schaatsen al moeilijk, laat staan in zo’n rits getrainde lijven die elkaar voortdurend voorbij willen. Maar vanuit het zelf ziek zijn geweest, weet ik wel dat het een gigantische prestatie is om met een gehavend lijf terug te komen op een niveau van voor wat je is overkomen. En in het geval van Sjinkie moesten daar flink wat tandjes overheen. Want hij is niet iemand die de hele dag stukjes zit te typen op een stoel. Zijn lijf is datgene waar hij zijn prestaties mee moet bereiken. Zijn lijf, maar vooral ook zijn inzet, zijn mindset en zijn doorzettingsvermogen. 

Voorbeeld

Zelf zal hij het er wel niet mee eens zijn, en misschien is hij dat geleuter over de brand en het ongeluk met zijn been inmiddels wel zat zijn: maar een medaille heeft hij verdiend ook al krijgt hij hem niet. (Hoewel er vrijdag natuurlijk nog een kans is).  Wat zeg ik: naar mijn bescheiden mening heeft hij eigenlijk alle medailles verdiend die er op die hele Olympische Spelen bij elkaar te vergeven zijn. Niet alleen voor de sportman die hij is en voor de bovennatuurlijke prestatie die hij heeft geleverd. Maar ook omdat hij met zijn houding een enorm voorbeeld is voor wat er mogelijk allemaal nog wel kan na zoveel rampspoed. Het maakt dat je als gewone niet-shorttracker ook denkt dat er misschien toch nog heel veel kan in een mensenleven, zelfs na de meest vreselijke gebeurtenissen.


dinsdag 7 september 2021

Je bent een lafaard

 Ik ben boos. Nee ik ben laaiend. Nu zijn heel veel mensen tegenwoordig boos. Op elkaar, op de overheid, op de gemeente, op de boeren en de boeren weer op de overheid, op mensen van de GGD, op mensen die van racen houden, op prinsen die dat racen mogelijk maken, mensen die van racen houden op mensen die dat stom vinden, op mensen die zich wel willen laten vaccineren en op mensen die zich niet willen vaccineren bijvoorbeeld.

Mijn boosheid gaat echter over een heel ander onderwerp. Ik ben heel erg enorm niet te stuiten ziedend op de man (moet ik hem man noemen of moet ik hem ellendeling noemen?) die het normaal vond om een 75-jarige in zijn eigen huis aan te vallen en dusdanig te verwonden dat de man naar het ziekenhuis moest worden afgevoerd.

Wat haal je je in je hoofd?
Wat haal je je in je hoofd als je zoiets doet zou ik je wel eens op de man af willen vragen? Hoe weinig respect heb je voor iemand die je opa had kunnen zijn? Stel dat iemand anders dat met jouw opa had gedaan? Of met je vader. Zou je het dan ook nog een normale actie hebben gevonden? Mijn vader werd nooit 75 jaar. Ziekte nam hem dat perspectief af. Als het aan jou had gelegen had deze man misschien die leeftijd ook bijna niet bereikt. En was het geen ziekte die hem dat afnam, maar jouw eigen handen.

Er is werk genoeg

Er komen overigens nog veel meer vragen in me op. Je wilde de man geld afhandig maken lees ik in de politieberichten. Nu zal je vast weinig moraal kennen en mogelijk al helemaal geen arbeidsethos hebben. Maar ik zeg het toch maar gewoon: Je kunt gewoon werken voor je geld. Dat doet ieder normaal mens. Aan de banen zal het niet liggen. Er is momenteel een enorm tekort aan van alles. Of je nu in de bediening aan de slag wilt, als techneut wilt werken, of in de productie: de banen liggen voor het opscheppen. Weet je waar trouwens ook heel veel vraag naar is? Naar mensen in de zorg. Naar mensen die slachtoffers oplappen zoals jij ze maakt. Misschien moet je daar eens een dag meedraaien. Eens kijken of je dan nog zo’n held bent.

Hoe voelt het om een 75-jarige te lijf te gaan?

Maar blijkbaar is het fijner om iemand de hersens in te slaan en hem (een deel van) zijn armetierige pensioentje afhandig te maken.
Wat me overigens vooral interesseert is het volgende:”Hoe voelt het om een levend mens van 75 jaar gewoon te lijf te gaan? Ik schrijf gewoon, maar in mijn wereld - niet zo beste kerel - is dat totaal niet gewoon. In mijn wereld dragen we mensen van 75 jaar op handen en proberen we hen het respect te geven wat ze verdienen. En ze verdienen respect : voor hun leeftijd, respect voor het feit dat hun handen voor ons gewerkt hebben, respect voor het feit dat ze allerlei paden voor ons gebaand hebben, respect voor het feit dat zij ons een toekomst gaven. Maar ook heel gewoon en heel simpel omdat ze mens zijn.

Jij daarentegen hebt deze man misschien wel met een trauma voor de rest van zijn gepensioneerde leven opgezadeld. Een lieve man die nooit een vlieg kwaad heeft gedaan. Een man waar wij als gemeenschap nu omheen moeten gaan staan, zo stel ik voor. Zodat hij weer vertrouwen krijgt in de mensheid en de straat weer op durft. Waardoor hij mag beseffen dat niet iedereen zo slecht is als jij. Want jij, Jij bent een lafaard. En eigenlijk deze woorden niet eens waard. Maar hij, het slachtoffer is deze aandacht wel waard. Meer dan waard zelfs. En onze aandacht en omkijken. Nu en de komende jaren.

zaterdag 8 mei 2021

Waarom we in Lemmer zo weinig voor elkaar krijgen

 We horen er niet meer bij, in Joure kan wel alles en in Lemmer niks. We liggen aan het voeteneinde en ze vergeten ons. Het zijn van die uitspraken die iedereen in ons dorp wel kent. En omdat ik al jaren de politiek in onze gemeente volg (ook toen we nog gewoon de gemeente Lemsterland waren) kan ik mededelen: het klopt volledig. Ik heb alle hoeken van deze nieuwe gemeente gezien en ook gezien wat waar allemaal wel voor elkaar gebokst werd. En het is een feit dat er in Lemmer veel achter de helsdeuren vandaan moet komen of dat het gewoon niet gebeurt. Of dat het gemeentebestuur onwetend is, van wat zich er afspeelt.

Niet alleen de schuld van de gemeente

En toch is dat niet alleen de schuld van de gemeente. Want in dorpen die veel kleiner zijn, krijgen ze wel veel voor elkaar. En dat komt omdat ze daar een dorpsbelang of plaatselijk belang hebben. Zo’n vereniging krijgt van iedereen in het dorp signalen over wat er aan de hand is en stapt er vervolgens mee naar de gemeente. Er wordt zeker eens in het jaar vergaderd, het bestuur houdt alles goed in de gaten. En datzelfde bestuur zit met de regelmaat van de klok om tafel met het gemeentebestuur om aan te geven wat er in hun ogen niet goed gaat, wat er beter moet of wat er nodig is.

Geld dat we mis lopen

Daarbij komt nog dat er ook geldpotjes zijn waar plaatselijke belangen aanspraak op kunnen doen. Ook die geldpotjes gaan nu dus aan onze neus voorbij en dat betekent dus ook dat hele leuke initiatieven niet of minder worden ondersteund dan in andere plaatsen. In kleinere plaatsen als Balk waar ze zo’n vereniging wel hebben, wordt echt veel bereikt. Dus waarom hebben wij niet zo’n vereniging voor plaatselijk of dorpsbelang? Misschien omdat niemand het belang er van weet? Of omdat er een bestuur voor nodig is en het vaak dezelfde mensen zijn die bestuurlijke functies bekleden en die dun gezaaid zijn? Als ik kon, zou ik zo’n vereniging oprichten en zou ik ook wel bestuurslid willen worden. Omdat het gewoon heel belangrijk is om zo’n instantie te hebben die onze belangen verdedigt. Maar dan zou er sprake zijn van dubbele petten. Twee heren dienen kan nu eenmaal niet. Misschien als ik met pensioen ben, maar ja dat duurt helaas nog zeker een jaar of 10 (als het tegen die tijd niet langer is).

Is dit een oproep voor mensen die  geen weet hadden van het belang van zo’n dorpsbelang en denken: Jeetje ja dat moet er echt komen. Nou ja eigenlijk wel. En misschien roepen we dan over een jaar wel: we doen wel mee, we hebben ons lot in eigen hand genomen.


Jij was als Oerol, maar dan iedere dag van het jaar

De meeste mensen die mij kennen weten dat er 1 week in het jaar is, die voor mij heel speciaal is. Al tientallen jaren ga ik namelijk naar het Oerol festival op Terschelling. Met mijn beste vriendinnetje die ik niet zo vaak zie omdat zij in het buitenland woont, vieren wij dan de sterren van de hemel. We dansen en sjansen, kijken de mooiste voorstellingen, komen bij van katers, drinken prosecco op het festivalterrein, maken wandelingen naar strand, duinen en bos en voelen ons omringd door mensen uit een mooiere wereld. Want dat is het: een mooiere wereld waarin mensen het leven vieren, maar vooral lief zijn voor elkaar.

Zelfmedelijden
Vorig jaar ging Oerol niet door. Maar dit jaar zou het onder heel veel restricties wel doorgaan. Gisteren kwam die rottijding dat het toch niet door kan gaan. Het raakte me hard in mijn maag. Oerol betekent altijd weer opladen en daar was ik enorm aan toe. Waarom niet iedereen testen dacht ik, voor we de boot opgaan? Of voor elke voorstelling? Het is ook wat krom, omdat volgens mij nog steeds heel veel mensen wel gewoon naar Terschelling gaan. Het wordt dus sowieso druk. Maar goed ik zat dus enorm te sippen daarover en het zelfmedelijden vierde hoogtij.

Kippenvel
Tot ik naar de brievenbus stapte en daar een kaart vond. Overduidelijk een rouwbericht. De tekst die boven dat bericht stond bezorgde me kippenvel.

´Ik wil iedereen bedanken die van mij hield,` stond er.

Ik viel stil. Gelijktijdig dwarrelde er een veertje uit de kaart naar beneden. Vederlicht dacht ik. Maar dit overlijden is niet vederlicht. Dit overlijden is als een granaatinslag. Eentje die voorzien was, maar van een omvang die niet redelijk is. Nu is overlijden nooit redelijk en soms toch ook wel weer. Vaak komt er een einde aan iemands lijden. Maar dat lijden had er sowieso nooit moeten zijn. Lieve Mirjam is niet meer. Lief, liefde, was haar tweede naam. Misschien zelfs wel haar eerste. Geen wonder dat haar winkeltje in Lemmer Liefs uit Lemmer heette. Ze belichaamde dat concept. Zacht, meelevend, vol werkelijke aandacht, lief met een hoofdletter L. En altijd bezig voor anderen. Nooit vragen, nooit klagen, die zin kwam bij me op.

Het bleef over anderen gaan

Ik las alle berichten die we hadden uitgewisseld op Messenger. De eerste was eentje voor een doneeractie voor iemand die heel ziek was. Nee, niet zijzelf. Iemand anders. Toen ik door de jaren heen scrolde, kwamen er opeens verontrustende berichten. Ze was zelf ziek. Heel erg ziek. Maar als ik vroeg hoe het ging, gaf ze eigenlijk nooit antwoord. Er kwam altijd een wedervraag hoe het met mij ging. Haar verhaal was echter  schokkend. Dat zag het levenslicht toen we een artikel over haar publiceerden omdat alternatieve behandelingen in het buitenland haar extra tijd zouden geven. Verkeerde diagnose gesteld. Dus verkeerde behandeling en dan ook nog een lichaam dat veel te heftig reageerde zodat er een soort chemovergiftiging ontstond. Hoeveel pech kun je hebben? Er waren overigens mensen die grif gaven, maar ook die hele vreemde vragen stelden. Dat deed verdriet. Ze onderging de alternatieve kuren voor een deel en daardoor voelde ze zich beter. Of misschien leek dat maar zo. Vorig jaar belandde ze toch weer in het ziekenhuis. Ik maakte een pakketje met wat verwenspullen erin en bracht ze bij haar thuis. Dat ik haar niet kon ontmoeten, leek me logisch, ik wilde het pakketje alleen maar afgeven. Een paar dagen later kreeg ik een berichtje: dat ze het zo erg vond dat ze me niet had kunnen ontmoeten. Dat ze aan ons dacht. Maar ze voelde zich zo slecht!

Jij was Oerol, maar dan iedere dag
Op haar Facebookaccount zag ik steeds vaker dat ze herinneringen wilde maken. Voor het veel te jonge gezin dat ze noodgedwongen moest achterlaten. Maar ook dat ze zoveel kracht putte uit de kleine dingen: de kip die een ei had gelegd, mooie plaatjes van voetstappen in de sneeuw, van de poes, van de natuur. Maar vooral van haar man en 3 kinderen waar ze kostte wat het kost bij wilde blijven. Haar dochter liet haar gedachten er over gaan in een stuk uit het hart en liet weten dat het te bizar voor woorden was in welke nachtmerrie deze 5-eenheid terecht was gekomen. Ze was bloedeerlijk en sprak van de vreselijkste chemo's, biopten, pillen, scans en prikken. De verkeerde diagnoses, miskleunen, onmenselijke artsen die alleen voor hun studie gaan. “Alle levensverwachtingen die gegeven zijn. Je hebt ze allemaal overleefd, overtroffen!” zei ze verder. Op wilskracht dacht ik. Maar ook jouw wilskracht was niet onuitputtelijk. En het lijden waarvan wij slechts een fractie zagen, ongetwijfeld eigenlijk niet te dragen.

En nu dus die kaart. Die hele bijzondere kaart waarin jij bedankt. Maar niet jij, wij moeten jou bedanken lieve Mirjam. Om wie je bent, om wat je gaf en omdat je de wereld een heel stuk mooier maakte. Omdat jij Oerol was, maar dan iedere dag.

Dank dat jij van ons hield.


 

dinsdag 6 april 2021

Lijkt dit niet op een systeem dat we kennen uit andere landen?

Het hoge woord was er eigenlijk uit. En het kwam uit alle kelen van de gemeenteraadsleden. Niet uit de mond van iemand die ze toch al moeilijk vinden van een in hun ogen te sociale partij: nee alle fracties waren er nu opeens klaar mee. Waarmee? Met de communicatie binnen de gemeentelijke organisatie. Die deugt namelijk niet. Of laten we het aardiger zeggen: er schort hier en daar echt flink wat aan. En nu zelfs de burgervader het benoemd heeft in zijn blog, wordt het toch wel heel echt. Voor mij was het dat overigens al heel erg lang. Door de jaren heen, heb ik te veel gefrustreerde mensen gesproken die zich niet serieus genomen voelden of waarvan zaken op miraculeuze wijze waren verdwenen.  En dan ging het niet om een louche pandjesbaas of een onderwereldfiguur, waarbij je dat misschien zou verwachten. Het ging om ons eigen gemeenteapparaat, 

Mensen krijgen helemaal geen antwoord als ze iets opsturen, iets willen of juist niet willen. Of het verdwijnt op wonderbaarlijke wijze (mijzelf ook al een keer gebeurd. Toen moest ik het maar persoonlijk afgeven, want mails kunnen kwijtraken, zo luidde het oordeel. Ik dacht juist dat iets dat tussen een stapel papieren ligt, veel gemakkelijker kwijtraakt, maar daar zat ik dus helemaal mis mee.)  Mensen worden bovendien niet serieus genomen als het niet uitkomt, ze krijgen veel te laat een antwoord of een antwoord dat nergens op slaat.

Jullie moeten luisteren!!!

Ik zat te kijken naar zo’n digitale uitzending waarin dit alles werd besproken en wilde bijna door mijn eigen microfoon schreeuwen:”Maar er wordt ook veel te weinig naar de burger geluihuisterd”. Maar dat mocht ik natuurlijk niet.

En zonder ons als media op de borst te willen slaan, maar vaak komt er pas actie als wij een keer in het geweer komen. Dan wordt het onderwerp blijkbaar breder uitgemeten, gaan ook andere media moeilijke vragen stellen en zo gaat het balletje dan rollen. Maar waarom vraag je je af? Waarom wordt iemand die al talloze brieven heeft geschreven en net zoveel telefoontjes gepleegd, pas gehoord als wij er een artikel over publiceren? Of als een raadslid het aankaart?

Het lijkt op een systeem

Zo zou het toch niet moeten werken in een gewone democratische structuur? Dat we afgelopen week zagen dat het op nationaal niveau dus ook mooi rommelt, verbaast mij niets. Ik heb door de jaren heen al flink wat zaken zien gebeuren waarvan ik dacht:”Is dit echt waar? Is dit geen slechte droom waar ik zo wakker uit wordt?” En nee, ik zeg echt niet dat het overal fout gaat. Natuurlijk zijn er ook heel veel zaken die ongelofelijk goed gaan. En mensen maken nu eenmaal fouten, ook dat is geen ramp. Maar als er een patroon in fouten lijkt te zitten, dan word ik achterdochtig. Dan lijkt het op een systeem. En dachten we niet dat we die altijd alleen in heel andere landen zagen?


 

dinsdag 23 maart 2021

Einde aan de Meimeringen in de Zuid-Friesland

 

Dat dingen veranderen in het leven, mag duidelijk zijn. Het afgelopen jaar heeft dat helemaal wel aan het licht gebracht. Vanochtend kreeg ik een telefoontje dat dingen ook weer anders maakt: deze rubriek gaat uit de Zuid-Friesland verdwijnen. Veranderingen, te weinig ruimte, van dat soort zaken. Ik zat me te bedenken hoe lang ik dit eigenlijk gedaan heb: 

In 2009 schreef ik mijn eerste Meimering

In 2009 schreef ik een eerste epistel, maar ik weet niet eens of die op deze plek ook is gepubliceerd. Het begon gewoon thuis in mijn kamertje waar ik altijd alles los en vast schreef. Gewoon omdat ik dat leuk vond. Die eerste ging over het overlijden van een oom van me en werd bijna 8000 keer online gelezen. We zijn inmiddels 11 jaar verder en wat me het meeste is bijgebleven, zijn ook eigenlijk nog steeds de verhalen over mensen die zijn overleden. 

In memoriams

Het klinkt misschien raar, maar met die woorden kon ik ze toch nog een beetje laten voortbestaan. Ik wilde ze graag een podium geven, wilde herinneringen aan hen voor altijd ´ergens` laten bestaan.  Dat was overigens niet groter dan wat ze hadden betekend voor hun geliefden, die illusie of intentie had ik niet. Maar zo leefden ze nog een beetje voort. Ooit heb ik wel gedacht om die in memoriams te bundelen in een boek. Met mooie foto´s er bij als de nabestaanden dat wilden. Misschien is dat nu een goed moment om me daar echt eens in te verdiepen.

De geitenwollen sokken van de wethouder

Verder was de gemeente natuurlijk een geliefd onderwerp in deze kolommen. Vooral de zaken die in mijn ogen beter hadden gekund, kwamen vaak aan bod. Maar ook – lachwekkend eigenlijk – een keer de sokken van de wethouder. Dat waren van die geitenwollen breisels en dat ontroerde me dan wel weer. Dat ik daar dan de hele avond bijna onophoudelijk naar kon kijken en daar de meest vreemde fantasieën over kon hebben. En dat dan allemaal in woorden goot. Maar ik schreef ook over de scharrels van Rutte (tegenwoordig heel actueel, want ze vragen het hem allemaal), de man van het elektriciteitsbedrijf die geconfronteerd werd met mijn onderbroeken in de afwasmand, haar in je brood en luizen in je snoepjes en over een vriend die een einde aan zijn leven te maken. De ene keer serieus, de andere keer hopelijk grappig en vaak ook met verdriet. Na deze keer mag ik nog 4 keer eentje maken, verzoeknummers mogen vanaf nu ingediend. Op een andere plek ga ik overigens wel gewoon door. Maar dat zal dan niet meer in print zijn. 

donderdag 11 maart 2021

We zijn het een beetje beu



Als een burger al 7 keer aan de bel heeft getrokken over het feit dat hij vreest hij dat en zijn buurtgenoten in de zomer nergens kunnen staan met hun auto is die bel al bijna lam. Het gebeurde een omwonende van de supermarkt in aanbouw in Lemmer. Tot 2023 kan er op wat nu een bouwput is niet geparkeerd worden. En dat betekent dat toeristen allemaal moeten uitwijken naar een ander stekkie met hun bolide als die lockdown is verdwenen. 

Parkeren

En waar doen die recreanten dat: dan gaan ze in de straten staan die daar dichtbij liggen. De Parkstraat bijvoorbeeld. Of de Bantegastraat. En dan is het niet vreemd dat bewoners van de overheid vragen om daar op in te spelen. Door een ontheffing zodat je niet eerst in Rutten je auto hoeft te parkeren en dan naar Lemmer moet lopen. Maar als je dan de gemeente daar al 7 keer op gewezen hebt en er gebeurt dan vervolgens niets is dat toch een beetje vreemd. Daar word je vertrouwen in de lokale overheid dan niet groter van. Als er dan vervolgens toch onaangekondigd een ambtenaar op de stoep staat in het weekend die ook nog  vertelt dat je ook wel aan de andere kant van Lemmer kunt parkeren, is dat toch een beetje raar.  

Inmiddels heb ik begrepen dat de gemeente eigenlijk vindt dat er helemaal geen parkeerprobleem is. Het valt allemaal wel mee, vindt ze. En in andere plaatsen is het ook zo, dus ja wat kan het bommen... Dat een groot deel van Lemmer helemaal niet op een zoveelste supermarkt zit te wachten in een oude dorpskern die bovendien geen porem is op die plek en dat er tot 2023 problemen zijn met wel degelijk dat parkeren, het doet er blijkbaar niet toe. Voorheen woonden wij in de Parkstraat en daar kon je in de zomer echt je auto vaak niet kwijt. En ooit gaat die lockdown er toch wel weer een keer af en waar moeten dan in godsnaam al die mensen staan? Geen parkeerprobleem? We hebben altijd al een parkeerprobleem. Ga in de zomer eens met je auto veel boodschappen halen die je niet op je fiets kunt halen en je blijft rondjes rijden om bij een winkel te komen. En door nu net 2 jaar langer dat terrein niet te bestemmen voor dat parkeren (ook nog eens honderden plekken) is echt de nekslag. 

We horen er als Lemmer niet meer bij

We horen er al niet meer bij, zo hoor ik steeds vaker. Sinds we onderdeel zijn van gemeente De Fryske Marren ligt Lemmer wel heel ver af van haar `hoofdstad` en vooral haar hoofdbestuur. En de goednieuwsshow die diezelfde gemeente houdt, werkt niet mee. Naast de parkeerkwesties hebben we in Lemmer momenteel de ongebreidelde bomenkapkwestie. Iets waar veel burgers zich aan storen. Niet alleen omdat ze het niet snappen: maar ook omdat ze er door worden overvallen. Een brief krijgen omdat je je auto even weg moet zetten voor snoeiwerkzaamheden blijkt later een volledig gekapte boom op te leveren. Helemaal geen brief in je bus krijgen, thuis komen en opeens zien dat 2 beuken volledig zijn gescalpeerd, gebeurt ook.  Keer op keer wordt beterschap beloofd, maar keer op keer gaat het ook fout. Hoeveel projecten van burgerparticipatie en de politiek dichter bij de burger willen ze in De Fryske Marren nog ontwikkelen voordat ze door hebben dat communicatie gewoon met burgers praten is? En ze vooraf inlichten voordat je iets doet? Zo moeilijk kan dat toch niet zijn? 


maandag 21 december 2020

Oud papier

Toen ik nog op de lagere school in Lemmer zat, stond er bij de Dam altijd een papier container. Als kinderen werd ons gevraagd om thuis en in de buurt papier in te zamelen. Met het geld dat daarmee verdiend werd, kon de school leuke dingen doen. Bovendien vonden wij het als kinderen prachtig  om dit te doen. Op de woensdagmiddag langs de deuren en dan vragen of ze oud papier voor je hadden. En dan samen met vriendjes en vriendinnetjes opscheppen over de hoeveelheid die we had ingeleverd of het gewoon samen doen. 

Saamhorigheid in de buurt

Ons buurtje was daar goed in namelijk, in samen doen. Klapper van het jaar was de inzameling van telefoonboeken. Bijna niet meer voor te stellen dat je vroeger een telefoonnummer uit een boek haalde. Waar iedereen ook nog in stond met adres en al, maar ja ik ben nog van die generatie. Ook stond er nog een telefooncel bij ons in de straat. Ook die hokjes zijn volledig uit beeld verdwenen. Maar ik dwaal af, de nostalgie neemt het van me over blijkbaar.

Inzamelen van telefoonboeken

Het inzamelen van die telefoonboeken was dus een soort wedstrijd. Wie de meeste bij elkaar raapte, kreeg volgens mij zelfs een prijs van de meester. Wel logisch, die zware jongens bevatten flink wat pagina´s en leverden dus veel op.

Oud papier inzamelen levert niks meer op

Afgelopen weken kwam aan de inzameling van papier in onze gemeente een einde. De papierprijs is dramatisch gedaald. Verenigingen die het altijd inzamelden  moeten er zelfs geld op toeleggen. Ik had de eer om een aantal van de vrijwilligers te interviewen in een ander deel van de gemeente. En daar heerste treurnis. Droefheid. Sommigen hadden een kwart eeuw papier ingezameld, anderen al bijna 50 jaar. Het was een deel van hun leven geworden. Maar het mooie was ook dat ze allemaal werden bijgestaan door de jongere garde. Die op vrijdagavond misschien wel uit gaat, maar er op zaterdagochtend er toch maar mooi weer stond. De karren waren voor deze laatste keer versierd, de vrijwilligers werden getrakteerd en bedankt.

Gemeenschapszin verdwijnt

Een vrijwilliger zei iets dat me aan het denken zette. Dat je met het verdwijnen van zo´n initiatief ook de gemeenschapszin onderuit haalt. Dat niet altijd alles in geld is uit te drukken. Dat jeugd en ouderen hier samenkomen en dit wordt vergeten. Hij vertelde eveneens dat hij het beleid van de gemeente niet snapte. Die moet namelijk iedereen een bak leveren, elke maand een ophaaldienst bij de deuren langs laten gaan en daarvoor personeel inhuren. Terwijl zij alles gratis doen. Ik heb het de gemeente gevraagd. Die zei dat er toch al personeel beschikbaar was en betaald wordt. Maar hoe dan? Laten zij andere werkzaamheden dan vallen? Net als die man begrijp ik het niet. Wel dat de papierprijs dramatisch laag is. Maar niet hoe het dan voor een gemeente wel uit kan. En die mienskip die zo hoog in het vaandel staat, maar niet als het op centen aankomt? Zucht…

woensdag 9 december 2020

De moeder van Mark Rutte en mijn moeder hadden best wat gemeen




De buren hadden het volgens mij al in de gaten. Dat het enige wat een vaste factor in het kerstleven van dit jaar wordt, de kerstboom is. Oh ja en ook de lichtjes. In de tuin. Aan de voordeur. Aan de voorgevel. In bijzondere kerstmannen en kerstvrouwen op de stoep. Rendieren. Gordijnen van golvende rijen licht. Het kan niet op.

Vroeg een kerstboom

Volgens mij hebben zij hun prachtig versierde boom al bijna een maand staan. Elke keer als ik voorbij fiets of loop word ik er vrolijk van. Ook hun hok is mooi versierd. Met van die lampjes met allerlei kleurtjes waar je ook direct een goed humeur van krijgt. Het doet me denken aan de bomen van mijn moeder vroeger. Hoe meer kleur zij in die boom kon hangen, hoe leuker ze het vond. Alle lampjes varieerden van blauw tot groen en van rood tot geel. Allemaal in 1 boom en van 1 streng. En het liefst nog dat ze gingen flikkeren ook. Aan en uit, of in zo´n razend tempo. 

Gekleurde kerstballen

En dan kwamen daar die kerstballen nog bij. Ook in alle schakeringen die je je maar kunt bedenken. Beslist geen stijl die in tijdschriften een prijs zou winnen, maar ze werd er altijd zo blij van. Van haar kon je ook niet vroeg genoeg beginnen met het optuigen van die boom. Een echte natuurlijk, zodat je ook nog eens die heerlijke geur van dennen in de kamer had. Dat de kat daar dan vervolgens de helft vanaf liet vallen, vond ze wat minder. Later ging ze om voor een nepboom, maar de versieringen bleven. En er kwamen nog meer lampjes bij in de potten en vazen. En voor de ruiten in de vorm van sterren en kaarsen. Waar klein geluk al niet in kan zitten.

De moeder van Mark Rutte 

Ik moest er ook aan denken toen ik naar het interview met Linda en Rutte keek. Nooit gedacht dat hij zo sympathiek was. En ook nooit gedacht dat zijn moeder en de mijne zoveel op elkaar leken. Een fles jenever zei hij en een slof sigaretten. Daar was ze van.  Mijn moeder ook van die slof sigaretten, maar dan van de Beerenburg. Een subtiel verschil. Maar ze was ook van de PvdA en helemaal niet van de VVD. En ze had ook niet bepaald een klein gezin, maar meteen maar direct een huis vol kinderen. Het was alsof ik ze in de Parkstraat van vroeger zag wonen. 

De kerstboom van de moeder van Mark Rutte

Helaas kon ik het niet vragen, maar de vraag brandde me op mijn lippen: Had je moeder dan ook de kerstboom vol hangen met flikkerende en glinsterende lampjes Mark? Ik geloof het vast.

dinsdag 24 november 2020

Leugens en vreemde contracten

Ik heb altijd geleerd dat als je de waarheid niet spreekt, je liegt. Bij sommige mensen heet dat een leugentje om bestwil. Anderen zeggen dat ze iets verzwegen hebben. Inmiddels is wel duidelijk dat er binnen gemeente De Fryske Marren flink wat jaren iets verzwegen is. Om precies te zijn een contract waarop met grote letters stond `Overeenkomst strandonderhoud` terwijl er op had moeten staan `Extra financiering bouw strandpaviljoen en zwembad, zonder dat daarvoor verantwoording voor afgelegd hoeft te worden`. Het is  door de jaren heen een duur leugentje geworden van meer dan 100.000 euro.  Geld van alle burgers samen. Want ja, een gemeente dat zijn wij allemaal.

Gemeenteraad voorgelogen

Erger is nog dat de gemeenteraad in opeenvolgende samenstellingen jarenlang is voorgelogen. Door de eerste wethouder die deze afspraak heeft gemaakt en dacht er mee weg te komen. Door de tweede wethouder die opeens een heel slecht geheugen had en geen idee had waarom er iets niet ondertekend is. En nu een derde wethouder die alleen maar aangaf dat er ´een overeenkomst` lag en dat het geld niet terug betaald zou worden door de ondernemer. Punt. Partijen die bij voortduring vragen stelden over het punt, werden op een niet zo zachtzinnig manier afgeserveerd. Totdat dus de Rekenkamer er een onderzoek naar liet doen en bleek dat er flink stront aan de knikker was.

Gemeenteraad moet zich bescheten voelen

Blijkbaar bestond er in dit geval een constructie waarbij jaar na jaar dezelfde leugen in stand werd gehouden. Als gemeenteraad moet je je dan flink bescheten voelen, stel ik me zo voor. Je hebt het idee dat er iets niet klopt, je vraagt dat keer op keer en er wordt je eigenlijk gezegd dat je je kop moet houden. Nu de waarheid dan eindelijk boven tafel is, zie ik nergens een openbaar excuus. Niet aan de raadsleden, niet aan ons als burgers. Slechts de vaststelling dat college van burgemeester en wethouders summiertjes stelt  dat het anders had gemoeten. Dat lijkt me een understatement van het jaar. Neem de verantwoording voor wat je hebt gedaan, zou ik zeggen. Doe dat breedvoerig, doe dat aan iedereen en behandel raadsleden en burgers niet als gekken.

Geef toe dat je het fout hebt gedaan

In een ver verleden was ik student communicatie. Daarmee kon ik zowel journalist als voorlichter worden. Tegenwoordig bijten die twee elkaar vaak, maar één les is me als voorlichtingsstudent heel erg bijgebleven: Geef direct toe als je als organisatie iets fout hebt gedaan. Wacht daarmee niet op onderzoeken of tot ze je aan de schandpaal nagelen. Maak excuses, vertel wat er werkelijk aan de hand is. Ook als dat niet zo goed valt. Maar doe het gewoon. Vertel dat je het verkloot hebt. Dat het is gedaan omdat je anders geen uitweg zag, maar dat het voor geen meter deugt. Maar dat lijkt in dit geval erg moeilijk. Wat de geloofwaardigheid van het college niet bepaald ten goede komt. En de werkbaarheid tussen college en raad ook niet bepaald bevordert. En burgers zich daardoor vast ook de vraag stellen of er over nog meer zaken gelogen is of wordt. Ik vraag me dat tenminste wel heel sterk af.