Posts tonen met het label Gemeente de Fryske Marren. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Gemeente de Fryske Marren. Alle posts tonen

maandag 21 december 2020

Oud papier

Toen ik nog op de lagere school in Lemmer zat, stond er bij de Dam altijd een papier container. Als kinderen werd ons gevraagd om thuis en in de buurt papier in te zamelen. Met het geld dat daarmee verdiend werd, kon de school leuke dingen doen. Bovendien vonden wij het als kinderen prachtig  om dit te doen. Op de woensdagmiddag langs de deuren en dan vragen of ze oud papier voor je hadden. En dan samen met vriendjes en vriendinnetjes opscheppen over de hoeveelheid die we had ingeleverd of het gewoon samen doen. 

Saamhorigheid in de buurt

Ons buurtje was daar goed in namelijk, in samen doen. Klapper van het jaar was de inzameling van telefoonboeken. Bijna niet meer voor te stellen dat je vroeger een telefoonnummer uit een boek haalde. Waar iedereen ook nog in stond met adres en al, maar ja ik ben nog van die generatie. Ook stond er nog een telefooncel bij ons in de straat. Ook die hokjes zijn volledig uit beeld verdwenen. Maar ik dwaal af, de nostalgie neemt het van me over blijkbaar.

Inzamelen van telefoonboeken

Het inzamelen van die telefoonboeken was dus een soort wedstrijd. Wie de meeste bij elkaar raapte, kreeg volgens mij zelfs een prijs van de meester. Wel logisch, die zware jongens bevatten flink wat pagina´s en leverden dus veel op.

Oud papier inzamelen levert niks meer op

Afgelopen weken kwam aan de inzameling van papier in onze gemeente een einde. De papierprijs is dramatisch gedaald. Verenigingen die het altijd inzamelden  moeten er zelfs geld op toeleggen. Ik had de eer om een aantal van de vrijwilligers te interviewen in een ander deel van de gemeente. En daar heerste treurnis. Droefheid. Sommigen hadden een kwart eeuw papier ingezameld, anderen al bijna 50 jaar. Het was een deel van hun leven geworden. Maar het mooie was ook dat ze allemaal werden bijgestaan door de jongere garde. Die op vrijdagavond misschien wel uit gaat, maar er op zaterdagochtend er toch maar mooi weer stond. De karren waren voor deze laatste keer versierd, de vrijwilligers werden getrakteerd en bedankt.

Gemeenschapszin verdwijnt

Een vrijwilliger zei iets dat me aan het denken zette. Dat je met het verdwijnen van zo´n initiatief ook de gemeenschapszin onderuit haalt. Dat niet altijd alles in geld is uit te drukken. Dat jeugd en ouderen hier samenkomen en dit wordt vergeten. Hij vertelde eveneens dat hij het beleid van de gemeente niet snapte. Die moet namelijk iedereen een bak leveren, elke maand een ophaaldienst bij de deuren langs laten gaan en daarvoor personeel inhuren. Terwijl zij alles gratis doen. Ik heb het de gemeente gevraagd. Die zei dat er toch al personeel beschikbaar was en betaald wordt. Maar hoe dan? Laten zij andere werkzaamheden dan vallen? Net als die man begrijp ik het niet. Wel dat de papierprijs dramatisch laag is. Maar niet hoe het dan voor een gemeente wel uit kan. En die mienskip die zo hoog in het vaandel staat, maar niet als het op centen aankomt? Zucht…

maandag 2 maart 2020

Duur advies voor de camping voor de gewone mens niet nodig


De camping voor de gewone mens. Die gewone mens zijn we in principe allemaal. Althans in mijn ogen. Maar George Orwell schreef in één van zijn bekende werken  ´1984´ , maar ook in animal farm al dat de ene mens (of beest) toch wat beter is dan de ander. Of althans dat ze zo beschouwd worden door sommigen.

Lemster camping moet plaats maken

 In mijn optiek kampeert de gewone mens in zijn eigen tentje of zijn eigen caravan heel fijn op de Lemster camping waar ze vaak al heel lang staan. De arbeider die het fijn vindt om in het weekend zo naar het strand te kunnen lopen. De bewoner van het Ruhrgebied, die meer fijnstof ziet dan frisse lucht opsnuift. Die een kuiertje maakt naar het dorp. Die lang gespaard heeft voor zijn onderkomen en voor de bijbehorende kampeerplek.

Het Ooievaarsnest in Lemmer ook al verdwenen

We hadden al eerder zo´n categorie mensen op net zo´n camping: het Ooievaarsnest. Daarvoor in de plaats kwam een appartementengebouw en de campinggasten konden opzouten. Zeer tot hun onvrede. Nu worden er zeer tot onvrede van de campinggasten van de huidige camping in Lemmer, opeens ook weer allerlei plannen gesmeed. Plannen waar zij over mee mogen denken, zo stelt de gemeente. 

Geen gemeentelijke taak

Maar diezelfde gemeente heeft eerder al aangegeven dat het bestieren van een camping geen gemeentelijke taak is. Die twee lijken elkaar dus tegen te spreken. Afgelopen weekend mochten al die gasten naar een bijeenkomst komen van een bureau dat zich vervolgens over de hele materie buigt. Ik was niet bij de bijeenkomst, maar veel goeds heb ik er niet over gehoord. Bovendien ontbraken de verantwoordelijke wethouder(s) en of ambtenaren. Dat kan een goede zet zijn, zodat mensen volledig open en vrij kunnen aangeven wat zij precies willen. 

Dure bijeenkomsten zijn niet nodig

Maar eigenlijk hoef je daar geen dure bijeenkomsten voor te houden. En hoef je er ook geen dure bureaus voor in te huren. Deze mensen weten heel goed wat ze willen; zij willen gewoon hun plekje houden op deze gewone mensencamping. Ze willen niet verjaagd worden om plaats te maken voor een gelikt park met chalets (gewoon huisjes, maar die naam past natuurlijk niet op een heel nieuw park). En als er maatregelen nodig zijn om de veiligheid te verhogen, dan zal daar vast over te praten zijn. Bovendien is deze hele situatie ook ontstaan, omdat het nodige toezicht dus al die tijd blijkbaar heeft ontbroken. 

In een gemeentelijk stuk schrijft de gemeente dat de camping oorspronkelijk bedoeld was voor de eigen bewoners met een smalle beurs. Wat een farce is natuurlijk. Er zullen ongetwijfeld mensen zijn die in eigen dorp kamperen, maar in het algemeen zoekt men een plek elders. Gewoon om er even uit te zijn. En ja, dat geldt ook voor de ´gewone´ mens en niet alleen voor degenen die elk jaar kunnen afreizen naar Saint Tropez of een ander duur oord. Voor deze gasten is de Cote de Lemmer hun eigen goudkust en die willen ze helemaal niet verlaten. Dat kan ik met mijn gewone normale mensenverstand in 1 tel bedenken. 

maandag 14 maart 2016

Een mager zesje

Toen ik nog op school zat, deed ik het nooit voor een zesje. Je zou kunnen zeggen dat ik een streber was, maar het moest voor mij toch altijd minimaal een 8 zijn. Niet dat dit altijd lukte, maar ik spande me er wel voor in. Natuurlijk waren er genoeg mensen die rekenden en rekenden om er voor te zorgen dat ze net op die 6 uitkwamen. Of p een 5,6 die naar boven werd afgerond en dan een zes werd. Met dat zesje namelijk ging je over, haalde je je examen of kon je in ieder geval thuis vertellen dat je een voldoende had gehaald.

Gemeente scoort een 6,4


Ik moest daar aan denken toen ik deze week een onderzoek van de gemeente voorgeschoteld kreeg. De ondernemers in de gemeente De Fryske Marren geven het beleid van de gemeente een 6,4. Ruim voldoende zo beschreef de gemeente het en daarna volgden allerlei superlatieven. Wie de verdere tekst niet las, kon denken nou ja toch een voldoende. Maar ruim voldoende? Ruim voldoende is voor mij minstens een 7. Over de kritiek hobbelden de hoge heren ook heen: de absurd hoge regelgeving, het lange wachten op antwoorden. Het klopt allemaal wel met het beeld dat ook ik heb van de organisatie. Het duurt nogal eens heel erg lang voordat er ergens uitsluitsel over komt of er komt helemaal geen antwoord. En, ja dan is een mager zesje dus beslist de uitslag. Van mij mag de gemeente dus wel een beetje meer z´n best doen en er in ieder geval een zeven van maken.