donderdag 25 juli 2013

Wolf in schaapskleren

De afgelopen week was het allemaal wolf wat de klok sloeg. Alle nieuwszenders storten zich op het gevonden exemplaar in de Noordoostpolder, de kranten en websites stonden vol met wolf. Ook op een redactie waar ik mijn kunstjes mag vertonen hadden wij een wolfrijke week. Zonder Roodkapje, zonder grootmoeder, maar wel met experts die over elkaar heen buitelden om de waarheid boven water te krijgen. Althans je denkt dat ze de waarheid boven water willen halen.

Maar wat de één beweerde, bestreed de ander dan weer. Het leek wel een wedstrijd: wie heeft het meeste verstand van de wolf. En wie als een bedreiging werd gezien werd buitengesloten. Een wolvenman uit Duitsland bijvoorbeeld die ik mocht interviewen werd de toegang tot de onderzoeken ontzegd. De Timothy Treadwell (de man die alles met Grizzlyberen deed en uiteindelijk door hen werd verslonden) van de wolven, een Nederlander notabene die in Duitsland een wolvenopvang heeft, mocht niet meespelen met dit spel. Of zijn bevindingen klopten weet ik niet, ik heb namelijk geen enkel verstand van wolven anders dan dat ik ze ken uit sprookjes.

Maar wat hij zei leek redelijk steekhoudend in mijn lekenbeleving. Overigens weet ik inmiddels heel veel van wolven: dat ze in de zomer hun vacht laten vallen. Dat ze niet van water houden en alleen gaan zwemmen als ze gek worden van de honger en er aan de overkant een prooi te vinden is. En dat ze gewoon als mensen over bruggen lopen als ze een bepaalde route willen lopen. Alleen doen ze dat dan wel als er geen mens te bekennen is, want de dieren zijn erg schuw. En dat ze bevers vreten in een omgeving die vooral rustig moet zijn.

Niet alleen de experts vielen over elkaar heen als de bever die hij in zijn maag had, ook mensen die het dier hadden gevonden eisten alle eer op. Toen de één aangaf dat hij blij was dat hij herhaaldelijk had gebeld met de dierenambulance en het dier behouden was gebleven, bleek dat een andere boer meende dat hij daarvoor juist verantwoordelijk was. Het leek wel alsof de aanwezigheid van de wolf in het gebied mensen geagiteerd en opgewonden maakte. Bijna wolfs zeg maar. Inmiddels zijn we nog geen steek verder. Het kan wel en het kan niet dat de wolf hier heeft geleefd. Maar het kan net zo goed dat het dier een paar maanden ergens in een diepvrieskist heeft gelegen bij een Poolse paprikaplukker of een Nederlander die illegaal wolven houdt. Is dat laatste het geval dan lacht diegene zich waarschijnlijk een hoedje om alle commotie die er is ontstaan rondom het gevonden beest. Of hij waant zich Roodkapje.

maandag 8 juli 2013

Je hebt van die dagen

Soms heb je ze. Van die dagen. Van die dagen waarop alles fout gaat. Waarop je bedacht hebt dat het allemaal leuk gaat worden. En dat het dan niet wordt. Zondag was zo’n dag. Er moesten nog flink wat interviews uitgewerkt worden, maar dat ging minder soepel dan ik dacht. Ik moest wachten op kopij van anderen en ook dat kwam niet. Ik zocht naar foto’s en die kon ik niet vinden.

De laptop waar die dingen op staan, is namelijk uit het jaar nul en het apparaat had ongeveer een half jaar nodig om op te starten. Toen al die hobbels toch waren genomen, ontbraken er toch weer zaken. Ik moest 14 verhalen hebben en kon er maar 13 vinden. Het blond van de kapper had blijkbaar zijn werk gedaan, want natuurlijk was nummer 14 er ook wel. Maar daar kwam ik pas na 2 uur zoeken eens achter. Enfin, toen ik chagrijnig in mijn zetel neerzeeg, stootte ik blijkbaar per ongeluk een schilderij aan. Dat donderde echt met geraas naar beneden. Bovendien op een groot Boeddhabeeld dat daar stond op een oosters tafeltje.

De Boeddha werd onthoofd, het tafeltje volledig ontwricht. Maar ook de kaarsjes op het tafeltje en de kettinkjes rond de nek van de Boeddha werden gelanceerd. Wat een bende. Dommer dan dom gooide ik de gewonde Boeddha maar in de vuilnisemmer (mag dat eigenlijk wel, is dat geen heiligschennis?). Terwijl ik bedacht dat deze dag het niet meer ging worden en het tijd was voor mijn bed, grepen mijn handen al naar de vaatwasser. Die eerst maar even vullen.

Pannen met rotzooi eerst maar even legen in dezelfde vuilnisemmer waar ook mister Boeddha in delen in was verdwenen. Maar toen bleek dat de vuilniszak wel heel vol was. Ik wurm het ding uit de emmer, althans daar deed ik een poging toe. Ik wurmde nog eens en toen nog eens. Het ding kwam los, ik wilde al joepie schreeuwen toen de hele bodem eruit viel. Alle prut van een paar dagen over de vloer. Beschimmelde sinaasappels, uitgelopen boontjes, vieze drab van ondefinieerbare zaken. En een stank! Niet te harden. Waarschijnlijk door de warmte.

En daar stond ik tot aan mijn knieën in wat leek op De Steke. De uitgewoonde zak in en andere overkiepen ging moeizaam. Want wat er nog in het oude exemplaar zat viel toen ook maar lekker naast de andere zooi op de grond. Dus heb ik maar met mijn ogen dicht zitten graaien en opvegen. Toen als een haas met de nieuwe vuilniszak naar beneden gerend, voordat hij weer kans zag om te knappen. En daarna met bleek de hele zooi grondig gereinigd. En nu stinkt het. In mijn huis. Naar bleek. Omdat het mijn dag gewoon niet was.

maandag 24 juni 2013

Telefoonperikelen

Een tijdje geleden is mijn telefoon gestolen. In arme landen kunnen ze van alles gebruiken dus ook mijn koelkast zoals hij door velen werd omschreven. Nu was het voor mijn doen al best een hele luxe koelkast. Ik kon er op internetten (wat ik niet deed overigens). Ik kon er op WhatsAppen (wat ik ook niet deed). En ik kon er mee bellen en sms-en (wat ik wel deed). Mijn goede oude Nokia had bovendien een normaal toetsenbordje waar ik heerlijk met mijn vingers overheen kon glijden en de letters in kon drukken die ik wilde. Dat is nu allemaal verleden tijd.

Ik heb een nieuwe telefoon. Een Samsung Galaxy nog iets. Die moest ik vooral hebben vond mijn omgeving. En ik? Ik vind het helemaal niets dat ding. Toen ik net uit de winkel was, ging opeens het apparaat. Ik zag rood en groen verschijnen en bedacht dat ik daar dan vast op moest drukken. Ik drukte tot ik een ons woog, tot de mensen aan de andere kant hadden opgehangen zelfs en wist toen nog niet hoe ik moest opnemen. Er zat wel een boekje bij, maar dat was in het Frans geschreven. Lekker dan.

Van internet heb ik een heel boekwerk gedownload, maar over gewoon je telefoon opnemen werd geen letter geschreven. Waarschijnlijk is dat voor iedereen heel duidelijk. Maar niet voor een non-nerd als ik. Goede raad was dus duur. Oefening baart kunst dacht ik, dus vervolgens heb ik mezelf maar twintig keer met mijn vaste telefoon gebeld. Elke keer drukte ik ergens anders en steeds rinkelde het door tot het bittere einde. Tot ik er zo ziek van was en het ding een slinger gaf. En dat bleek de oplossing, je moet een slinger geven op het frontje en dan neem je dus de telefoon op. Toen ik dat wist, heb ik me maar even aan het sms-en gewaagd. Hoewel ik niet bepaald worstenvingers heb, glijden die staakjes van me toch steeds van de toetsjes. En dan staan er woorden die niemand begrijpt. Echt helemaal niemand. Wat kun je ook maken van hhjjaa. Niets. Ik zou dus bijna terug willen naar Gambia om mijn daar gestolen apparaat om te wisselen voor mijn goede oude Nokia. Daar zouden ze het niet erg vinden waarschijnlijk, ik zou er heel blij mee zijn.
Gelukkig bracht mijn neefje afgelopen zondag uitkomst. Hij kwam, zag en overwon en leerde me van alles over het apparaat. Ik kan nu Whatsappen, Skypen, Facebooken, weet hoe ik foto’s en filmpjes moet maken en kan ze doorsturen. En toch vind ik er nog steeds helemaal niets aan. Mijn vingers blijven van het apparaat vallen, de teksten blijven onleesbaar. Waar is die tijd gebleven waarin we gewoon één telefoon hadden die in de gang hing en waar we gewoon mee belden? Geef mij die maar terug.

zaterdag 8 juni 2013

Geluk

Het is iets waar we allemaal naar streven stel ik me zo voor: het grote geluk. Dat dat in kleine en grote dingen kan zitten, weet waarschijnlijk iedereen wel. Je hoeft niet persé in de grootste villa te wonen of in de grootste auto te rijden om geluk te ervaren. Sterker nog; ik zelf denk dat het daar helemaal niet in zit. Geluk is volgens mij ook heel cultureel gebonden. Ik ben net een paar dagen terug uit een West-Afrikaans land en daar waar ik altijd dacht dat die mensen niet gelukkig konden zijn, ervoer ik nu opeens een heel ander gevoel. Want nee, ze hebben er niets. Hun huizen zijn ietwat krotterige optrekjes met een matras op de grond. Ze koken op steenkool en moeten elk dubbeltje omdraaien om hun huishouden draaiende te houden. Maar wat ze daar wel hebben en wat wij al lang niet meer hebben zijn enorm sterke sociale netwerken. Hele families wonen er samen op wat compounds worden genoemd. Mensen eten er samen, zitten hele avonden met elkaar te ouwehoeren over het leven en als de één iets niet heeft, heeft de ander het wel. In de tuin van één van de mensen waar wij waren uitgenodigd om te komen eten, stond een hele grote mangoboom. Hij hing werkelijk helemaal vol met vruchten. Toen ik vroeg wat ze daar allemaal mee gingen doen omdat ik dacht dat ze er misschien wel jam of een saus van gingen maken, was het antwoord heel simpel: wie zin heeft in een mango komt ze gewoon halen. Zo simpel kan het dus zijn. Wat me verder vooral opviel was dat die sociale samenhang voordelen heeft die wij al lang kwijt zijn geraakt. In dit soort landen ben je nooit alleen. Er is altijd iemand om voor je te zorgen, er is altijd gezelschap in de buurt. Zelfmoord zo vertelden ze me daar komt helemaal niet voor. Of dat helemaal het geval is betwijfel ik, maar ik geloof wel dat mensen veel sneller terug kunnen vallen op de mensen om zich heen. Ondanks het feit dat ze ’s avonds in een hutje kruipen waar ratten ronddraven en ondanks het feit dat het een struggle for life is. Dat de meeste Afrikanen overigens wel graag naar Europa of de VS willen gaan, zou het concept van dat samenleven nog wel eens beroerd kunnen beïnvloeden. Hier komen en dan avond aan avond alleen achter je potje zitten in de barre kou is toch heel wat anders dan lekker buiten zitten terwijl je je familie om je heen hebt en je vrienden om je heen. In een veranderde economische tijd zou Europa nog wel eens een voorbeeld kunnen nemen aan het concept van die sociale samenleving.

Eigen geld


Lemsterland heeft nog een mooi poeppie met geld over. Maar lijkt dat niet aan haar eigen zaken te mogen besteden als we de wethouders mogen geloven. Het voorstel van de raad afgelopen woensdag om Reddingsbrigade en IJsvereniging te ondersteunen in haar openbare taken, nu het nog kan, werd namelijk niet bepaald hartelijk ontvangen.

De wethouders lieten weten dat Lemsterlands eigen geld waarschijnlijk niet daar heen gaat waar het hoort, namelijk naar Lemsterland. Maar op een grote bult terechtkomt, ook wel put genoemd. Partner in crime Skarsterlân namelijk zit al diep in het rood met haar begroting. Zo rood zelfs dat het meer op pimpelpaars begint te lijken. En het lijkt erop dat onze gemeente daar nu al voor moet boeten. Of moet je stellen dat de politiek te voortvarend te werk is gegaan en als ze haar financiële zaken niet op één hoop had gegooid, dat er dan nu wel geld was om zaken die in Lemsterland leven te bekostigen?

Het is als een slecht huwelijk: Je bent nog niet eens in het huwelijksbootje gestapt maar je aanstaande verbied je nu al dingen te kopen die je nodig hebt. Nee, je hoeft niet naar de tandarts, nee je hoeft geen nieuwe kleren. Mooie vrijage is dat, ik zou onmiddellijk de benen nemen als mijn levenspartner me al zo ging beknotten. De realiteit lijkt nu echter wel dat als de beide andere college geen toestemming geven, zowel de reddingsbrigade als de ijsclub het wel kunnen vergeten. En dan moeten ze waarschijnlijk volgend jaar te biecht bij de nieuwe gemeente.

Een gemeente die ongetwijfeld heel strak de regels hanteert en geen uitzonderingen kent. Maar vooral een gemeente die, zoals nu al werd gezegd, het financieel wel eens bijzonder slecht zou kunnen doen. Fusiegemeenten zijn namelijk per definitie veel duurder dan een enkele gemeente op zich, zo is uit onderzoek wel gebleken. Waar we er dan met z’n allen op vooruit gaan in dat nieuwe verband? De organisatie van zaken zo is de gedachte. Maar tijdens diezelfde raadsvergadering bleek ook al dat die nieuwe gemeente niet eens formuliertjes heeft om als minimalijder wat extra’s aan te vragen. Sommigen zullen dat zien als ontmoedigingsbeleid. Ook dat is een optie. Maar dat stemt dus allemaal niet zo heel erg optimistisch. Als ik de wethouders moet geloven moeten zij nu vechten voor hun leven om Reddingsbrigade en IJsvereniging toch die eenmalige bijdrage toe te kunnen kennen. Persoonlijk lijkt me dat een mooi wapenfeit. Ik zou dus zeggen: ga er voor.

maandag 6 mei 2013

Onverwacht bezoek

Soms is het heel leuk om onverwacht bezoek te krijgen. Vroeger vond ik dat overigens niet; ik had altijd het idee dat mensen me dan uit mijn dagelijkse zaken haalden die veel belangrijker waren. Tegenwoordig is ongepland bezoek gewoon leuk. Deur open, kom binnen, wat wil je drinken. Maar dan gaat het over vrienden.

Als er opeens officieel onverwacht bezoek voor de deur staat heeft dat soms een wat andere uitwerking. Deze keer was dat een meneer van de woningcorporatie. Voor een soort inspectie. Omdat we een nieuwe badkamer/toilet krijgen moest hij even kijken hoe de situatie er bij lag. En dat had hij dus niet aangekondigd, hij kwam zomaar even langs.
Oh jee dacht ik, heb ik daar wel opgeruimd? Ik kwam net onder de douche vandaan en overal slingerden nog washandjes, badhanddoeken en onderbroeken. Stapels wasgoed. Als je weet dat zo’n man komt, ruim je dat van tevoren even op, maar ja daar stond hij dan. Met ook nog eens de camera in de aanslag, dus mijn onderbroeken zijn nu waarschijnlijk voor de eeuwigheid vastgelegd. Ook in de wc moest hij zijn. Gelukkig had ik die net geboend. Je wilt toch ook niet dat zo’n man daar komt als het er niet zo proper is. Of nog erger, als je zelf net op de pot hebt gezeten.

Enfin dat was allemaal niet het geval en ik was al lang blij dat dit allemaal wat normaal verliep. Wilde hij opeens ook nog even boven de situatie bekijken. En boven staat mijn wasmachine. En voor die wasmachine gooi ik altijd mijn vieze kleren neer die nog gewassen moeten worden. En op het bed waar mijn logees liggen heb ik altijd stapels schone kleren liggen. Niet netjes, maar in een soort bergen. Alles in mij schreeuwde: nee, nee doe het niet. Maar zijn zware voetstappen weerklonken al op de trap.

Klots, klots daar ging hij. Ik kon niet bedenken wat er voor die wasmachine zou liggen, dus klotste ik maar achter hem aan. En ja daar zag ik ze liggen; 2 onderbroeken. Gebruikten in dit geval omdat ze de wasmachine in moesten. Niet dat je daar direct van over je nek moest gaan, maar de man hing wel bijna met zijn neus in mijn gedragen slips toen hij de situatie ‘van dichtbij’ bekeek. Ik wilde eerst heel hard wegrennen, toen de onderbroeken voor zijn neus wegkapen. Maar beide kon niet. Hij had vragen over de situatie dus moest ik wel blijven en ik kon me moeilijk tussen hem en de wasmachine wringen om de slips snel weg te moffelen. Daarom bleef ik maar wat schaapachtig staan. Ook hier gingen mijn onderbroeken weer op de foto. En ik bedacht me dat ik de volgende keer toch echt vraag of hij over 10 minuten even terugkomt. Ruim ik mijn onderbroeken in die tussentijd even op.

woensdag 10 april 2013

Wii en Alzheimer

Een Wii moet een Alzheimerpatiënt die steeds maar moet bewegen thuis in bedwang houden. Een dementerende moet met een apparaat in zijn huis zo danig in zijn vrijheid beperkt worden dat hij de deur niet uitloopt of elders in de woning schade aanricht. Het zijn een paar uitkomsten uit de nulmeting die de gemeente De Friese Meren adviseert.

Ik dacht dat ik mijn ogen niet geloofde. Een Wii voor mensen met Alzheimer? Een stroomstoot als iemand die dementeert de deur probeert te openen? Dat laatste staat er natuurlijk niet, maar hoe wil je een dementerende anders die deur niet uit laten gaan anders dan hem op slot te draaien en met alle gevaren van dien. Er zijn legio verhalen van mensen met die aandoening die zich gewoon langs de regenpijp naar beneden lieten glijden omdat ze toch echt naar buiten wilden. En daarbij dus een heup, arm of nog erger braken. Ik verzucht het al langer maar ons land is gek geworden. En nu lijkt onze gemeente ook nog eens krankjorum te zijn. Hoe kun je met je volle verstand aanraden om een Wii aan te schaffen voor iemand met zo’n aandoening?

Wie bedenkt dat van het team? Heeft zo iemand wel eens omgang gehad met iemand die aan de ziekte leed? Overigens snap ik heel goed dat we in dit land niet door kunnen gaan zoals het altijd ging. Dat er geen geld meer voor is en dat gemeenten onheus zwaar worden belast. Dat het uit de lengte of uit de breedte moet komen. Maar daarin heb je fatsoenlijke oplossingen en onfatsoenlijke. De zelfredzaamheid van de cliënt staat voorop, wordt steeds geroepen. Laat dit nu net een punt zijn waarom mensen onder andere thuiszorg en verpleeghulp hebben. Want zo leuk is het niet om jezelf niet meer te kunnen redden.

Ik durf te wedden dat menigeen die nu iedere week thuiszorg heeft wel eens een traantje plengt of heeft geplengd omdat ze zelf die ramen niet meer kunnen lappen of dat bed niet meer zelf kunnen verschonen. Wie dan nu zometeen zo’n huis moet schoonhouden is me een raadsel: onze regering is momenteel met zo’n afbraakproces bezig dat mensen van gekkigheid niet meer weten hoe ze een baan moeten houden. Overigens staat dat ook in de wet: wie WW krijgt moet ook werk in de verte accepteren. Als je dan een baan hebt in Amsterdam, moet je nadat je ’s avonds laat terugkomt zeker nog aan de poets bij je ouders. Of bij je buren die geen kinderen hebben. We slaan door in dit land, waar mensen die banken laten ploffen gewoon op de Bahama’s kunnen gaan zitten terwijl de rest van Nederland op de blaren mag zitten. Meisje (www.meisjelemmer.blogspot.com)