Posts tonen met het label Lemsterland. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Lemsterland. Alle posts tonen

maandag 5 augustus 2019

Roel, de bijzondere bode

Het was toeval dat hij dezelfde naam had als mijn broer. Het was niet toeval dat ik hem vanaf het eerste moment geen seconde meer vergat. Die eerste ontmoeting had namelijk iets grappigs in zich. De nieuwe bode van toen nog de gemeente Lemsterland jongleerde namelijk bijna met koffiekannen tijdens die eerste raadsvergadering. Daarbij was hij niet te missen met zijn vurige haardos, rappe slanke gestalte en manier van praten.

Geen belangrijkdoenerij

Zijn gedrag was naast grappig vooral gespeend van belangrijkdoenerij. En dat was een verademing. We waren altijd gewend dat bodes (het heeft vast een andere naam in vaktaal) heel serieus en ingetogen hun werk deden. Waarschijnlijk instructies van hogerhand, maar bij Roel ging het allemaal net even iets anders. Anders, maar niet minder goed trouwens. Alleen met een bijzondere kwinkslag.

Grappig

Hij had gewoon iets grappigs over zich. Zijn speciale lachje, maakte altijd dat ik al plezier had als ik het kantoor binnenwandelde. En hij had altijd wel een gezellig praatje. In de kantine van het nu afgebroken gemeentekantoor kwam hij dan even vragen of ik nog wat wilde drinken. Om de hitte te verdrijven. Of de kou, afhankelijk van het seizoen. En of er nu een hotemetoot langskwam of Jan met de Pet op, het maakte hem niet uit. Hij werd er ogenschijnlijk niet warm of koud van. Iedereen kreeg dezelfde behandeling. Respectvol, maar hij boog niet als een knipmes.

Vast baken

 Door de jaren heen werd hij een vast baken in zaken die met de gemeente te maken hadden. Als ik stukken door kwam nemen, als hij de koffie of thee voor me inschonk, als hij me begeleidde naar een afspraak en bij bijzondere gebeurtenissen. De fusie van de gemeente veranderde dat alles.
Aangezien we in hetzelfde dorp woonden, kwamen we elkaar natuurlijk nog wel regelmatig tegen. Vol trots was hij altijd over zijn kinderen en vooral zijn kleinkinderen. En over ´zijn´ Annie natuurlijk.

Ziek

En toen liep ik een aantal weken geleden over de markt en schrok. Flamboyante Roel was ziek, dat zag ik duidelijk. Aan de rolstoel waarin hij werd geduwd. Maar ook aan de afname van zijn gewicht. Maar ze hebben me er zomaar niet onder, zei hij strijdlustig. Hij ging er alles aan doen om zo lang mogelijk bij diegenen te blijven die hij liefhad. Goede instelling Roel zei ik, terwijl ik even zijn hand vasthield en hij zijn kleinkind een patatje voerde. Hij keek ontroerd naar zijn familieleden, zei dat het fijn was even buiten te kunnen zijn. Bijzonder tot het einde dacht ik vandaag. Maar wel een einde dat veel te vroeg kwam. 

maandag 17 februari 2014

What's in a name?

What’s in a name? Deze gevleugelde uitdrukking betekent zoiets als “wat maakt de naam nu uit” of “als het beestje maar een naam heeft”. Met andere woorden: wat zou het welke naam het beestje draagt. Nou in het geval van the name van De Friese Meren zit er verdomd veel in deze paar letters. Namelijk harde penningen. Keiharde, harder dan gesteente, harde euro’s.

Het college van burgemeester en wethouders durft het aan om daar 200.000 euro voor uit te trekken. Daarvoor moeten dan kopjes opnieuw beschilderd worden, briefpapier krijgt een andere naam, busjes een andere bestickering en ga zo maar door. Maar lieve mensen: 2 ton. Ik kom net uit Afrika en daar kun je heel veel levens redden met die twee ton. Zakken vol rijst doemen op voor mijn geestesoog. Levensreddende medicijnen. Klambloes om die rotmug die de dodelijke malaria verspreidt weg te houden.

En wij willen 2 ton op kopjes en bekertjes plakken omdat de oude naam niet de meeste stemmen had in een onderzoekje dat er even bij werd gedaan. Want wie van ons zou hebben gestemd voor een Friese naam als hij wist dat zo’n verandering zoveel geld zou gaan kosten? Dat werd er namelijk niet bij gezegd. Je mocht op een briefje invullen (nadat je je favoriete politieke partij had gekozen) welke naam je de beste vond. Bij de optie van de Fryske Marren stond niet met rood gekleurd: als u voor deze optie kiest gaat dat tonnen kosten. Dus pas op, want dat moet u elders weer inleveren. Op zorg, op verhoogde leges, op verhoogde belastingen of op de inrichting van uw dorp of het onderhoud van groen. Dus houd daar rekening mee.

Nee, lieve mensen dat stond er allemaal niet. Het was gewoon een heel simpel papiertje waarop stond welke naam je de mooiste vond. Zonder consequenties, zonder enige voorwaarde vooraf. Bovendien denk ik dat de meesten van ons al met zeer gemengde gevoelens in dat stemhokje stonden. Na dat moment was het namelijk gedaan met veel: met de gemeente Lemsterland, met een eigen gemeentehuis, met een bestuur dat we gewend waren en bij wie we zo aan konden kloppen.

Eigenlijk dus met ons. Dus die naam: ik heb wel wat ingevuld maar om heel eerlijk te zijn weet ik niet eens meer welke naam ik heb gekozen. Als ik ook voor die Fryske heb gekozen dan wil ik dat bij deze direct weer rechtzetten: nu ik weet dat dit zoveel geld gaat kosten zou ik dat nooit gedaan hebben. Ik zeg dan ook, het wordt tijd voor een referendum. Want ik geloof nooit dat onze burgers 2 ton overhebben voor een naamsverandering. Ze zouden wel gek zijn.

maandag 4 november 2013

Lemsterland: een boek met hindernissen

Lemsterland. Zo heet het boek dat de burgers van Lemsterland krijgen nu hun gemeente wordt opgedoekt. Nou ja krijgen? Het is blijkbaar een hele toer om in het bezit te komen van een exemplaar.

Maandagmiddag kom ik thuis na een dag werken. Ik slof ongelofelijk vermoeid naar de brievenbus en zie daar een enveloppe van De Friese Meren. Nieuwsgierig geworden open ik hem en zie daar een aankondiging van HET boek over Lemsterland. Op de ene kant staat dat we zo’n boek kunnen halen, op de andere kant een uitnodiging voor de Dag van het Zwarte Koor waar het eerste boek wordt uitgereikt. Die dag was zaterdag, dus dat wordt hem dus echt niet meer, twee dagen na dato.

Op de voorkant van de flyer staat dat het boek vanaf maandag 4 november opgehaald kan worden. Ik ga er van uit dat ik om zes uur vast niet meer terecht kan, maar als ik later op Lemsternijs kijk zie ik dat er een enorme rij heeft gestaan voor het Servicepunt om het afscheidscadeau van de gemeente op te halen. Al die mensen stonden er echter tevergeefs want dat hele servicepunt bleek niet open te zijn. Geen mens te bekennen. De flyer is overigens ook erg vaag: je kunt hem ophalen vanaf maandag 4 november staat er. Van hoe laat tot hoe laat (logisch, want het kon helemaal niet) hebben ze er gemakshalve maar niet bij gezet. Hoe kun je dan een flyer rondsturen denk ik dan als er helemaal niemand is? Later lees ik dat een enorme rij mensen die nog steeds voor dat Servicepunt stond, moest verhuizen naar de overkant.

Daar zouden de boeken liggen. Vreemd, heel erg vreemd. Nog verbazingwekkender vind ik de slogan “Op is op”. Hoezo op is op? Je geeft je burgers een cadeau of je geeft het niet. Dus druk je of voor iedereen zo’n boek of je drukt het niet. Goedkoop was het project niet bepaald, dus je zou toch zeggen dat er dan voor iedereen wel een boekje af kan. Maar blijkbaar is dat dus niet het geval. Veel mensen hebben belangstelling voor de pennenvruchten, dus het is de vraag of de werkenden onder ons die overdag geen tijd hebben om het boek op te halen nog aan een exemplaar kunnen komen. Dan wordt het dus een boek voor een beperkte groep en dat is ook niet bepaald burgervriendelijk. En zeker niet een leuk afscheidscadeau.

Hoewel ik Klaas Jansma erg hoog heb, vraag ik me nu ook wel af wat de inhoud van dit boek zal zijn. Ik lees wat over de oude Rintje Ritsma, maar zie verder helemaal niet wie er in beschreven worden of waar het boek over gaat. Ja, het gaat over Lemsterland. Maar hoe en wat? En is het Lemsterland dat wij kennen ook het Lemsterland van Klaas Jansma die hier helemaal niet meer woont? Ik heb ook niemand gesproken die is geïnterviewd of die een verhaal mocht vertellen. Als het nu maar niet zo is als met de verspreiding van het boek: namelijk dikke prut.

zaterdag 8 juni 2013

Eigen geld


Lemsterland heeft nog een mooi poeppie met geld over. Maar lijkt dat niet aan haar eigen zaken te mogen besteden als we de wethouders mogen geloven. Het voorstel van de raad afgelopen woensdag om Reddingsbrigade en IJsvereniging te ondersteunen in haar openbare taken, nu het nog kan, werd namelijk niet bepaald hartelijk ontvangen.

De wethouders lieten weten dat Lemsterlands eigen geld waarschijnlijk niet daar heen gaat waar het hoort, namelijk naar Lemsterland. Maar op een grote bult terechtkomt, ook wel put genoemd. Partner in crime Skarsterlân namelijk zit al diep in het rood met haar begroting. Zo rood zelfs dat het meer op pimpelpaars begint te lijken. En het lijkt erop dat onze gemeente daar nu al voor moet boeten. Of moet je stellen dat de politiek te voortvarend te werk is gegaan en als ze haar financiële zaken niet op één hoop had gegooid, dat er dan nu wel geld was om zaken die in Lemsterland leven te bekostigen?

Het is als een slecht huwelijk: Je bent nog niet eens in het huwelijksbootje gestapt maar je aanstaande verbied je nu al dingen te kopen die je nodig hebt. Nee, je hoeft niet naar de tandarts, nee je hoeft geen nieuwe kleren. Mooie vrijage is dat, ik zou onmiddellijk de benen nemen als mijn levenspartner me al zo ging beknotten. De realiteit lijkt nu echter wel dat als de beide andere college geen toestemming geven, zowel de reddingsbrigade als de ijsclub het wel kunnen vergeten. En dan moeten ze waarschijnlijk volgend jaar te biecht bij de nieuwe gemeente.

Een gemeente die ongetwijfeld heel strak de regels hanteert en geen uitzonderingen kent. Maar vooral een gemeente die, zoals nu al werd gezegd, het financieel wel eens bijzonder slecht zou kunnen doen. Fusiegemeenten zijn namelijk per definitie veel duurder dan een enkele gemeente op zich, zo is uit onderzoek wel gebleken. Waar we er dan met z’n allen op vooruit gaan in dat nieuwe verband? De organisatie van zaken zo is de gedachte. Maar tijdens diezelfde raadsvergadering bleek ook al dat die nieuwe gemeente niet eens formuliertjes heeft om als minimalijder wat extra’s aan te vragen. Sommigen zullen dat zien als ontmoedigingsbeleid. Ook dat is een optie. Maar dat stemt dus allemaal niet zo heel erg optimistisch. Als ik de wethouders moet geloven moeten zij nu vechten voor hun leven om Reddingsbrigade en IJsvereniging toch die eenmalige bijdrage toe te kunnen kennen. Persoonlijk lijkt me dat een mooi wapenfeit. Ik zou dus zeggen: ga er voor.