Ik ben onbereikbaar. Niet in de figuurlijke zin van het woord, maar in de letterlijke. Na een paar dagen weg, deed mijn tv namelijk opeens raar. Wel geluid, geen beeld. Het eerste wat een weldenkend mens dan doet is de stekkers controleren. Die zaten allemaal muurvast. Toen checken op het internet of er een storing was. Die was er volgens de KPN niet. Overigens las ik later dat hij er wel was, maar dat terzijde.
Het was op dat moment al laat in de avond en ik had de fut niet meer om de helpdesk te bellen. Vond het ook een beetje raar om dat om 11 uur in de nacht te doen. Dus deed ik wat ik altijd als advies krijg, namelijk alles uitschakelen en daarna weer aandoen. Ik zag groene lichtjes verdwijnen en plaatsmaken voor rode. En dat waarschuwingslicht zei me al genoeg: inderdaad daarna deed niets het meer. Maar dan ook helemaal niets.
Niet alleen gaf mijn tv geen teken van leven meer, ik kon ook niet meer bellen en ook niet meer internetten. En daar zit je dan met je goede gedrag op de bank. Al die middelen die zo vanzelfsprekend zijn vallen allemaal weg. Je kunt niet meer werken, je kunt niet meer tv kijken en je kunt ook niemand op de hoogte stellen van het feit dat je dat allemaal niet meer kunt. Dus moest ik toen toch echt gaan bellen. Met mijn mobiel op de luidspreker (ja die had ik dan nog wel en die was van een andere provider) zat ik hoopvol te wachten op het magische woord dat me zou verlossen van al die onbereikbaarheid. Maar dat woord kwam niet: het kastje was namelijk kapot zei de niet zo aardige meneer aan de andere kant van de lijn. Ik moest een nieuw kastje halen. Maar dat gaat niet op zondag.
Ze zouden het opsturen. Ik vroeg of ik het niet gewoon kon ophalen bij een winkel. Nee, nee, mevrouwtje zei de andere kant streng. Daar konden ze niet aan beginnen bij die winkels, want daar moesten abonnementen worden afgesloten. Ik zei dat ik in ieder geval het internet direct nodig had. Maar hij was niet te vermurwen. Ik moest maar wachten tot het kastje kwam, geen pardon. Dus hing ik een avond op de bank niet wetende wat te doen. Hoe deed ik dat dan vroeger, bedacht ik me. Een boek lezen werd de uitkomst. En vroeg naar bed gaan. Maar vandaag ben ik toch gewoon naar zo’n winkel gegaan. Om te vragen of ze niet alsje, alsje, alsjeblieft zo’n kastje voor me hadden. En natuurlijk hadden ze dat. Ik mag hem weer inleveren als ik de nieuwe heb. Dus het kan wel, naar mannetje van de helpdesk. Nu ben ik alleen benieuwd of ik alles weer aan de praat krijg. Want het is me niks, zo afgesloten te zijn.
Mijn internet en de telefoon doen het inmiddels weer. De tv geeft alleen sneeuw te zien. Waarschijnlijk is echt alles gecrasht, want die zou het nu ook weer moeten doen. Dus nu krijg ik ook nog een nieuw apparaat voor mijn tv. En die komt, ja je raadt het al weer een dag later.
maandag 28 oktober 2013
vrijdag 18 oktober 2013
Tegendraadse postzegels
Elke maand opnieuw moet ik rekeningen schrijven aan mijn opdrachtgevers. Zoals veel van mijn collega’s is dat niet bepaald mijn hobby. Uren uit de agenda trekken, kijken welke artikelen je hebt geschreven, titels erbij, kijken wat de tarieven zijn. Kilometers verzamelen en optellen en daar het juiste bedrag bij berekenen. En dat soort werk. Heb ik me er eindelijk toe gezet me aan die taak te kwijten dan is er altijd wel iets weg. De calculator bijvoorbeeld. Meester Hoekstra heeft ons als geen ander geleerd om uit het hoofd te rekenen, maar dat is al wel heel lang weer weggezakt. Dus zonder die Japanner wordt het niet veel.
Dan moeten er rekeningnummers bij gezocht worden. En de juiste data ingevuld. En moet het briefpapier in de printer. En juist op zo’n moment is natuurlijk net de inkt in dat ding weer op en moet ik eerst naar Expert om een nieuwe aan te schaffen. Als al die perikelen achter de rug zijn, kan het werkelijke rekeningen schrijven beginnen. Dat ik dan zo lang mogelijk uitstel en altijd onderbreek door sloten thee. Ik ben dan ook altijd blij dat het weer klaar is. En dat ik er mee naar de brievenbus kan. Maar dat duurde deze maand wel heel lang. Want ik had hele vreemde en tegendraadse postzegels.
Postzegels zeg maar die een soort eigen leven leidden. Er stonden dieren op. Zeehondjes als ik me niet vergis. Heel goed dus. Je kon er ook nog dingen mee winnen en korting krijgen door iets te scannen. Nu ben ik al lang blij dat ik mijn telefoon inmiddels een beetje snap dus daar doe ik allemaal niet aan. Maar die postzegels dus. Ik likte eraan om de lijm te activeren, maar vond de zegel al vreemd smaken. Hij was ook dikker dan een normaal exemplaar. Er gebeurde dus niets. Daarom besloot ik maar eens even mijn bril erbij te pakken (want zonder dat ding zie ik inmiddels geen steek meer als de letters te klein worden). Er stond een complete handleiding bij voor het gebruik van de postzegels. Waar is de tijd dat je er gewoon even aan likte, hem opplakte en klaar was Kees dacht ik nog, maar goed.
Ik moest de zegel een beetje opvouwen en dan zou het wonder vanzelf geschieden: hij zou loskomen en dan zou ik hem op kunnen plakken. Nou, ik heb gevouwen en gevouwen, ik heb de zegel bijna doormidden getrokken, maar loskomen deed hij voor geen meter. Aangezien ik geen postkantoor ben en dit mijn enige postzegels waren, moest het toch lukken vond ik zelf. Na nog tien keer vouwen, nagels ertussen zetten en geïrriteerd raken heb ik maar iets anders bedacht: Ik heb ze gewoon opgeplakt met plakband. En de volgende keer: dan weer gewoon van die zegels die van een rolletje komen of die je met wat spuug op mag plakken. .
Dan moeten er rekeningnummers bij gezocht worden. En de juiste data ingevuld. En moet het briefpapier in de printer. En juist op zo’n moment is natuurlijk net de inkt in dat ding weer op en moet ik eerst naar Expert om een nieuwe aan te schaffen. Als al die perikelen achter de rug zijn, kan het werkelijke rekeningen schrijven beginnen. Dat ik dan zo lang mogelijk uitstel en altijd onderbreek door sloten thee. Ik ben dan ook altijd blij dat het weer klaar is. En dat ik er mee naar de brievenbus kan. Maar dat duurde deze maand wel heel lang. Want ik had hele vreemde en tegendraadse postzegels.
Postzegels zeg maar die een soort eigen leven leidden. Er stonden dieren op. Zeehondjes als ik me niet vergis. Heel goed dus. Je kon er ook nog dingen mee winnen en korting krijgen door iets te scannen. Nu ben ik al lang blij dat ik mijn telefoon inmiddels een beetje snap dus daar doe ik allemaal niet aan. Maar die postzegels dus. Ik likte eraan om de lijm te activeren, maar vond de zegel al vreemd smaken. Hij was ook dikker dan een normaal exemplaar. Er gebeurde dus niets. Daarom besloot ik maar eens even mijn bril erbij te pakken (want zonder dat ding zie ik inmiddels geen steek meer als de letters te klein worden). Er stond een complete handleiding bij voor het gebruik van de postzegels. Waar is de tijd dat je er gewoon even aan likte, hem opplakte en klaar was Kees dacht ik nog, maar goed.
Ik moest de zegel een beetje opvouwen en dan zou het wonder vanzelf geschieden: hij zou loskomen en dan zou ik hem op kunnen plakken. Nou, ik heb gevouwen en gevouwen, ik heb de zegel bijna doormidden getrokken, maar loskomen deed hij voor geen meter. Aangezien ik geen postkantoor ben en dit mijn enige postzegels waren, moest het toch lukken vond ik zelf. Na nog tien keer vouwen, nagels ertussen zetten en geïrriteerd raken heb ik maar iets anders bedacht: Ik heb ze gewoon opgeplakt met plakband. En de volgende keer: dan weer gewoon van die zegels die van een rolletje komen of die je met wat spuug op mag plakken. .
zondag 6 oktober 2013
Stress
Een nieuwe werkomgeving is altijd moeilijk. Uitzoeken hoe het allemaal werkt op je nieuwe plek, geen contacten hebben die je in de loop der jaren hebt opgebouwd. Andere bestuurders, andere spelers, een andere mentaliteit. Met een overdracht die ook niet bepaald jofel was, toog ik na eerst maar eens veel gesprekken te hebben gevoerd toch aan het werk.
Het eerste wat ik zag was dat ik uit het computersysteem werd gegooid. Lastig, want een journalist zonder werkende computer is als een bakker zonder oven. Na bellen met de servicedesk bleek dat er een storing was. Daar waar het systeem net een upgrading had ondergaan en dus beter zou moeten functioneren, deed het juist het tegenovergestelde. Na elk bericht dat je op de website zette, gooide hij je er net zo snel weer uit. En die website is de basis van onze kranten, want zo link je door.
Na verloop van tijd hoorden we dat de berichten overigens wel gewoon werden geplaatst. Dus dan maar na elk bericht opnieuw terug naar het hoofdmenu en tien keer zo lang doen over het plaatsen van een bericht. Maar stressen was het wel. Een dag later wilde ik de berichten die ik al op de site had gezet dan maar veranderen in krantenstukken. Dat kan ik thuis doen dus dat ik handig. Maar helaas, wederom een melding dat ook dit niet werkte. Maar dit werkte dan ook echt HELEMAAL niet. Dus niet met wat vertraging op de lijn of dat je er tien keer langer over doet, nee gewoon helemaal niet. Weer bellen met de servicedesk.
OH, nee dat nummer dat we op de redacties kunnen bellen geldt thuis niet. Is namelijk een verkort nummer. Dus eerst collega’s zien te pakken te krijgen die lekker in de zon zaten en helemaal geen belang hadden bij telefoontjes. Toen ik toch het nummer had achterhaald, eindelijk gebeld. Doorgeschakeld, want ook die servicedesk heeft in het weekend een beperkte bezetting. De man die uiteindelijk opnam was alleraardigst. Maar kon me alleen maar vertellen dat ik vanuit huis beslist NIET kon werken. Dus moest ik op wat wel eens de laatste zonnige dag van het jaar was weer naar een kantoor rijden en daar de hele tijd binnen zitten. Dat ik zoveel stress niet meer wilde bedacht ik me. Dat dit niet goed voor de mens is. En zeker niet voor een mens dat al ziek is geweest. Dus ging ik toch nog even naar vrienden. Waar ik andere vrienden ontmoette. En we samen kwamen.
En toen moest het er toch van komen. Werken op kantoor. Deed de sleutel het wel die ik twee jaar geleden heb gekregen? Ja, die werkte. Deed het systeem het? Ook dat. En na een paar uur werken waren mijn schouders hard als steen. Ondanks dat ik dat eigenlijk niet meer wilde. Maar er stonden wel twee pagina’s in de steigers.
Het eerste wat ik zag was dat ik uit het computersysteem werd gegooid. Lastig, want een journalist zonder werkende computer is als een bakker zonder oven. Na bellen met de servicedesk bleek dat er een storing was. Daar waar het systeem net een upgrading had ondergaan en dus beter zou moeten functioneren, deed het juist het tegenovergestelde. Na elk bericht dat je op de website zette, gooide hij je er net zo snel weer uit. En die website is de basis van onze kranten, want zo link je door.
Na verloop van tijd hoorden we dat de berichten overigens wel gewoon werden geplaatst. Dus dan maar na elk bericht opnieuw terug naar het hoofdmenu en tien keer zo lang doen over het plaatsen van een bericht. Maar stressen was het wel. Een dag later wilde ik de berichten die ik al op de site had gezet dan maar veranderen in krantenstukken. Dat kan ik thuis doen dus dat ik handig. Maar helaas, wederom een melding dat ook dit niet werkte. Maar dit werkte dan ook echt HELEMAAL niet. Dus niet met wat vertraging op de lijn of dat je er tien keer langer over doet, nee gewoon helemaal niet. Weer bellen met de servicedesk.
OH, nee dat nummer dat we op de redacties kunnen bellen geldt thuis niet. Is namelijk een verkort nummer. Dus eerst collega’s zien te pakken te krijgen die lekker in de zon zaten en helemaal geen belang hadden bij telefoontjes. Toen ik toch het nummer had achterhaald, eindelijk gebeld. Doorgeschakeld, want ook die servicedesk heeft in het weekend een beperkte bezetting. De man die uiteindelijk opnam was alleraardigst. Maar kon me alleen maar vertellen dat ik vanuit huis beslist NIET kon werken. Dus moest ik op wat wel eens de laatste zonnige dag van het jaar was weer naar een kantoor rijden en daar de hele tijd binnen zitten. Dat ik zoveel stress niet meer wilde bedacht ik me. Dat dit niet goed voor de mens is. En zeker niet voor een mens dat al ziek is geweest. Dus ging ik toch nog even naar vrienden. Waar ik andere vrienden ontmoette. En we samen kwamen.
En toen moest het er toch van komen. Werken op kantoor. Deed de sleutel het wel die ik twee jaar geleden heb gekregen? Ja, die werkte. Deed het systeem het? Ook dat. En na een paar uur werken waren mijn schouders hard als steen. Ondanks dat ik dat eigenlijk niet meer wilde. Maar er stonden wel twee pagina’s in de steigers.
Labels:
computer die niet werkt,
ICT,
nieuwe baan,
stress
donderdag 26 september 2013
Een kamer vol exen
Mijn collega is helaas ontslagen bij ons bedrijf. Wij vinden dat allemaal vreselijk. Omdat het een leuke collega is, maar ook omdat hij uitstekend werk levert en heel erg meedenkt. Wij vinden dat dus zuur. Hij ook trouwens.
Nu houdt hij aankomende woensdag een afscheidsdinertje en ik lachte me slap om wat hij in de uitnodiging had staan. Hij is altijd al erg humoristisch, maar nu had hij staan dat wij mochten komen met partners of ex-partners. Eerst lees je daar nog over heen, maar toen het echt tot me doordrong kreeg ik vreselijk de slappe lach. Hij zat aan de andere kant als een razende te typen en snapte eerst niet waar ik het over had.
Toen ik hem zei dat ik erg moest lachen om het feit dat we ook onze ex-partners mee mochten nemen, had hij hem door. Het zou me wat zijn trouwens: als ik al mijn exen mee moest nemen kon die kerk van hem (hij woont in een kerk) wel eens heel snel vol zijn. Want ik besefte me opeens dat ik op het gebied van de liefde niet bepaald stil heb gezeten. Nee, ik ben geen slet (waarom moeten vrouwen daar altijd over nadenken en zijn mannen geweldig als ze het op het gebied van de liefde goed doen?), maar er is wel een aantal mannen de revue gepasseerd. Mannen die jaren bleven, maar ook mannen waarmee het na een paar keer toch echt al over was.
Ik stelde me voor dat ik ze allemaal opbelde. “Ja met Meintje. We hebben toen en toen wat gehad en nu vraagt Maarten (ja die ken je niet want ik heb al in geen honderd jaar meer contact met je) dat je met mij op zijn afscheidsfeestje komt. By the way, er komen nog 15 andere exen. Dat je dat wel even weet.
Ik heb inmiddels maar besloten dat ik alleen ga. Dat lijkt me gezien het budget dat Maarten heeft gekregen voor zijn afscheid ook wat eenvoudiger.
Nu houdt hij aankomende woensdag een afscheidsdinertje en ik lachte me slap om wat hij in de uitnodiging had staan. Hij is altijd al erg humoristisch, maar nu had hij staan dat wij mochten komen met partners of ex-partners. Eerst lees je daar nog over heen, maar toen het echt tot me doordrong kreeg ik vreselijk de slappe lach. Hij zat aan de andere kant als een razende te typen en snapte eerst niet waar ik het over had.
Toen ik hem zei dat ik erg moest lachen om het feit dat we ook onze ex-partners mee mochten nemen, had hij hem door. Het zou me wat zijn trouwens: als ik al mijn exen mee moest nemen kon die kerk van hem (hij woont in een kerk) wel eens heel snel vol zijn. Want ik besefte me opeens dat ik op het gebied van de liefde niet bepaald stil heb gezeten. Nee, ik ben geen slet (waarom moeten vrouwen daar altijd over nadenken en zijn mannen geweldig als ze het op het gebied van de liefde goed doen?), maar er is wel een aantal mannen de revue gepasseerd. Mannen die jaren bleven, maar ook mannen waarmee het na een paar keer toch echt al over was.
Ik stelde me voor dat ik ze allemaal opbelde. “Ja met Meintje. We hebben toen en toen wat gehad en nu vraagt Maarten (ja die ken je niet want ik heb al in geen honderd jaar meer contact met je) dat je met mij op zijn afscheidsfeestje komt. By the way, er komen nog 15 andere exen. Dat je dat wel even weet.
Ik heb inmiddels maar besloten dat ik alleen ga. Dat lijkt me gezien het budget dat Maarten heeft gekregen voor zijn afscheid ook wat eenvoudiger.
Labels:
afscheidsfeest,
ex,
leven,
liefde,
Meintje Haringsma
maandag 23 september 2013
Groot nieuws
Ik ga u verlaten. Die titel lijkt er eentje uit een film. Met een romantische inslag. Of eigenlijk een dramatische inslag. Maar de titel is nu van toepassing op mij. Ik blijf als persoon wel gewoon, schrik niet. Maar vanuit werkoogpunt ga ik elders bivakkeren. En dat is leuk, maar ook niet. Want ik denk dat ik Lemster met de Lemsters ben.
Dat ik veel mensen ken, dat ik de nodige connecties heb. Het is verheugend nieuws omdat ik daarmee weer een nieuw begin kan maken na mijn ziekte. Gedurende mijn ziekbed moest ik leven van mijn reserves omdat ik freelancer ben. Ja, ik had een Arbeid Ongeschiktheid Verzekering, jaren geleden maar die heb ik opgezegd. Ik dacht eerlijkheidshalve ook dat ik nooit ziek zou worden en de premies van dergelijke verzekeringen zijn torenhoog. Dus daar zat ik vorig jaar: bijna zonder inkomen en zo ziek als een hond. Ik schreef nog deze column en soms als ik wat energie had nog wat anders.
Maar ik zat ver onder de bijstandsnorm met die drie regels per week. Nu heb je als zieke ook niet zoveel nodig: midden in de chemo’s is uitgaan ook geen optie dus het ging zoals het ging. Ook houd je dat dan niet zo heel erg bezig. Als je maar mag blijven leven. Toen ik weer wat aan de beterende hand was, had ik al mijn hoop op mijn werk gevestigd. Langzaam aan weer wat beginnen en weer wat geld verdienen dacht ik. Helaas bleek het bedrijf dat de krant uitbrengt waar ik bij werkte in zwaar weer te verkeren.
Kranten verdwenen, redacteuren moesten op een andere positie worden geplaatst. En aangezien ik als zelfstandige werkte, was ik dus de laatste die op het lijstje stond om weer aan het werk te helpen. Gelukkig heb ik kanjers van collega’s op allerlei kranten. Die maakten zich hard voor mijn positie en schraapten elk freelancebudget dat ze hadden bijeen. Ik kon daardoor weer een beetje aan de slag en zat niet de hele dag thuis te bedenken dat de kanker wel weer eens terug zou kunnen komen. Ik ben ze daar eeuwig dankbaar voor, want het heeft me vooral uit een isolement getrokken waarin ik naarstig aan het verdwijnen was.
Maar nu was er opnieuw een bezuinigingsronde. Van al het personeel dat bij dit bedrijf werkt, moet een derde verdwijnen. Ik zag het dan ook somber in met de freelance budgetten. En ander werk ligt ook niet bepaald voor het opscheppen. En toen kreeg ik vorige week het heuglijke nieuws te horen dat ik op een krant elders mag komen werken. Maar dat betekent wel dat ik met mijn nog steeds redelijk wrakke lijf wel keuzes moet maken voor het één of het ander. Mijn colummn hier en in de krant blijft bestaan. Zover is duidelijk. En ook dat ik hem blijf schrijven. En incidenteel zal ik misschien ook nog wel eens een verhaaltje maken. Maar verder ga ik Lemmer verlaten. Met pijn in het hart.
Dat ik veel mensen ken, dat ik de nodige connecties heb. Het is verheugend nieuws omdat ik daarmee weer een nieuw begin kan maken na mijn ziekte. Gedurende mijn ziekbed moest ik leven van mijn reserves omdat ik freelancer ben. Ja, ik had een Arbeid Ongeschiktheid Verzekering, jaren geleden maar die heb ik opgezegd. Ik dacht eerlijkheidshalve ook dat ik nooit ziek zou worden en de premies van dergelijke verzekeringen zijn torenhoog. Dus daar zat ik vorig jaar: bijna zonder inkomen en zo ziek als een hond. Ik schreef nog deze column en soms als ik wat energie had nog wat anders.
Maar ik zat ver onder de bijstandsnorm met die drie regels per week. Nu heb je als zieke ook niet zoveel nodig: midden in de chemo’s is uitgaan ook geen optie dus het ging zoals het ging. Ook houd je dat dan niet zo heel erg bezig. Als je maar mag blijven leven. Toen ik weer wat aan de beterende hand was, had ik al mijn hoop op mijn werk gevestigd. Langzaam aan weer wat beginnen en weer wat geld verdienen dacht ik. Helaas bleek het bedrijf dat de krant uitbrengt waar ik bij werkte in zwaar weer te verkeren.
Kranten verdwenen, redacteuren moesten op een andere positie worden geplaatst. En aangezien ik als zelfstandige werkte, was ik dus de laatste die op het lijstje stond om weer aan het werk te helpen. Gelukkig heb ik kanjers van collega’s op allerlei kranten. Die maakten zich hard voor mijn positie en schraapten elk freelancebudget dat ze hadden bijeen. Ik kon daardoor weer een beetje aan de slag en zat niet de hele dag thuis te bedenken dat de kanker wel weer eens terug zou kunnen komen. Ik ben ze daar eeuwig dankbaar voor, want het heeft me vooral uit een isolement getrokken waarin ik naarstig aan het verdwijnen was.
Maar nu was er opnieuw een bezuinigingsronde. Van al het personeel dat bij dit bedrijf werkt, moet een derde verdwijnen. Ik zag het dan ook somber in met de freelance budgetten. En ander werk ligt ook niet bepaald voor het opscheppen. En toen kreeg ik vorige week het heuglijke nieuws te horen dat ik op een krant elders mag komen werken. Maar dat betekent wel dat ik met mijn nog steeds redelijk wrakke lijf wel keuzes moet maken voor het één of het ander. Mijn colummn hier en in de krant blijft bestaan. Zover is duidelijk. En ook dat ik hem blijf schrijven. En incidenteel zal ik misschien ook nog wel eens een verhaaltje maken. Maar verder ga ik Lemmer verlaten. Met pijn in het hart.
dinsdag 17 september 2013
Een nieuwe bank en haar in mijn kam
Vanochtend deed ik na de wasbeurt van mijn haar crèmespoeling in mijn pruikje. Daarna kam ik het altijd uit. Voor het eerst sinds maanden zaten er vervolgens enige haren in de kam. En dat stemde me vrolijk. Voor vorig jaar juni vond ik altijd overal haren. In mijn bed, op de grond en in mijn kam. Toen ik kaal was natuurlijk helemaal niets meer en nu is het bosje dus weer zo lang dat er zo nu en dan een haartje uitvalt. En dat stemt blij. Yes, schreeuwde ik naar mezelf vandaag. Er zit schot in de zaak.
Om de feestvreugde te verhogen, heb ik vandaag een nieuwe bank gekocht. Mijn oude had ik weggedaan omdat ik meende zo’n sta-op stoel te moeten kopen. Het ding werkt niet goed en de leverancier zegt dat hij hem komt repareren maar dat is tot op heden nog steeds niet gebeurd. Ik zit dus continue met mijn benen recht vooruit. En dat is pijnlijk voor mijn rug. Het ergste is nog wel dat ik niet even lekker kan gaan liggen. Ja, dat kan wel, maar daar krijg je pas echt rugpijn van. Ik lig dan namelijk in een soort kronkel, scheef en raar en dat doet mijn ruggengraat niet bepaald goed. Over 6 tot 8 weken wordt mijn mooie nieuwe RODE bank geleverd. Onder het motto lang leve het leven, leve de kleur. Ik heb het exemplaar samen met mijn broertje uitgezocht zodat we ook wat quality time broer en zus hadden. Even bijpraten, kopje koffie erbij. Het leven is mooi.
Labels:
broer en zus,
haar,
Hype Oudehaske,
nieuwe bank,
rood
maandag 16 september 2013
Matthijs
Matthijs zie ik elke avond. Net zoals zoveel Nederlanders. We luisteren naar hem, zijn aandachtig zijn onderwerpen en kijken naar zijn bijzondere gasten en luisteren naar bands of solo artiesten die hij weet ik waar altijd vandaan haalt. Matthijs is de getapte jongen met het mooie blonde wilde haar. Maar dat was Matthijs een dikke twintig jaar geleden ook al. En toen zaten wij op wat in de volksmond School voor Journalistiek heet. En op die school moest je ook stage lopen.
In onze jaren kon je nog kiezen voor twee specialisaties en de geschreven pers mensen (zoals ik) die dus kranten en tijdschriften wilden vullen, gingen niet zo goed samen met de radio en tv mensen. Die waren namelijk wat wilder en wat losser. En naar onze smaak soms ook wat te veel zonder geweten. De lessen radio en tv en geschreven pers waren vanzelfsprekend niet in gezamenlijkheid, maar in de pauze kwam iedereen van deze deeltijdopleiding wel samen om met koffie de moraal weer wat op te peppen. Want we deden het er allemaal bij en moesten dus twee keer in de week naar Zwolle kachelen om daar nog 4 uur in de collegebanken te zitten.
En om de zes weken hadden we tentamenweek. Dan sloten we ons zelf op en studeerden tot we er bij neervielen. En daar weer tussen door schreven we scripties alsof ons leven er van af hing. Een sociaal leven hadden we bijna niet meer, maar we deden wel de opleiding die we zo graag wilden halen. Natuurlijk dwaal ik hiermee af van het oorspronkelijke onderwerp, want dat is dus Matthijs.
Stage en Matthijs. Want een aantal van onze radio en tv studenten liepen stage bij Matthijs. En de vrouwen mochten meer dan dat alleen bij Matthijs, als u begrijpt wat ik bedoel. Maar de affaires van Matthijs met onze medestudenten werden daar onder de koffie besproken. En vanaf dat moment had ik eigenlijk wel een hekel aan Matthijs. Want wat hij deed was niet bepaald netjes.
Dus dacht ik elke keer als ik Matthijs zag: “Klootzak.” En toen zag ik hem opeens vorige week voorbij komen met een openbaring. Mensen moesten vertellen wat hun guilty pleasures waren als het om de muziek gaat. Liedjes dus die je keihard mee blèrt, maar waar je je eigenlijk wel voor schaamt. De tafelgasten kwamen met Hello, is it me you’re looking for van Lionel Richie, Lady in Red van Chris de Burgh, Jermaine Jackson en Pia Zadora en zelfs Ein bisschen Frieden van Nicole. En toen moest Matthijs. En hij biechtte op, zonder zich daarvoor te schamen, dat hij genoot van Roger Whittaker met Last Farewell. Zoetsappiger dan dat kun je het nauwelijks hebben. En toen begon diezelfde Matthijs opeens ook nog mee te zingen. En dat was meer dan aandoenlijk. En toen dacht ik zomaar opeens:” Ach die Matthijs toch.” En ik vergaf hem. Voor al zijn klootzakkerigheid.
In onze jaren kon je nog kiezen voor twee specialisaties en de geschreven pers mensen (zoals ik) die dus kranten en tijdschriften wilden vullen, gingen niet zo goed samen met de radio en tv mensen. Die waren namelijk wat wilder en wat losser. En naar onze smaak soms ook wat te veel zonder geweten. De lessen radio en tv en geschreven pers waren vanzelfsprekend niet in gezamenlijkheid, maar in de pauze kwam iedereen van deze deeltijdopleiding wel samen om met koffie de moraal weer wat op te peppen. Want we deden het er allemaal bij en moesten dus twee keer in de week naar Zwolle kachelen om daar nog 4 uur in de collegebanken te zitten.
En om de zes weken hadden we tentamenweek. Dan sloten we ons zelf op en studeerden tot we er bij neervielen. En daar weer tussen door schreven we scripties alsof ons leven er van af hing. Een sociaal leven hadden we bijna niet meer, maar we deden wel de opleiding die we zo graag wilden halen. Natuurlijk dwaal ik hiermee af van het oorspronkelijke onderwerp, want dat is dus Matthijs.
Stage en Matthijs. Want een aantal van onze radio en tv studenten liepen stage bij Matthijs. En de vrouwen mochten meer dan dat alleen bij Matthijs, als u begrijpt wat ik bedoel. Maar de affaires van Matthijs met onze medestudenten werden daar onder de koffie besproken. En vanaf dat moment had ik eigenlijk wel een hekel aan Matthijs. Want wat hij deed was niet bepaald netjes.
Dus dacht ik elke keer als ik Matthijs zag: “Klootzak.” En toen zag ik hem opeens vorige week voorbij komen met een openbaring. Mensen moesten vertellen wat hun guilty pleasures waren als het om de muziek gaat. Liedjes dus die je keihard mee blèrt, maar waar je je eigenlijk wel voor schaamt. De tafelgasten kwamen met Hello, is it me you’re looking for van Lionel Richie, Lady in Red van Chris de Burgh, Jermaine Jackson en Pia Zadora en zelfs Ein bisschen Frieden van Nicole. En toen moest Matthijs. En hij biechtte op, zonder zich daarvoor te schamen, dat hij genoot van Roger Whittaker met Last Farewell. Zoetsappiger dan dat kun je het nauwelijks hebben. En toen begon diezelfde Matthijs opeens ook nog mee te zingen. En dat was meer dan aandoenlijk. En toen dacht ik zomaar opeens:” Ach die Matthijs toch.” En ik vergaf hem. Voor al zijn klootzakkerigheid.
Abonneren op:
Posts (Atom)