Posts tonen met het label overleden. Alle posts tonen
Posts tonen met het label overleden. Alle posts tonen

maandag 1 juni 2020

Ewout

Toen hij al heel erg ziek was en een zoen kreeg van een verpleegster grapte hij tegen zijn vader:`Dit is allemaal zakelijk pa.` En juist die houding, typeerde Ewout van Leuveren die op veel te jonge leeftijd min of meer werd overvallen door de dood. Met de grap beschermde hij. Nooit wilde hij dat zijn geliefden verdrietig weg zouden gaan. Daarnaast deelde Ewout graag. Als hij een dubbeltje had, deelde hij een kwartje.

Hij was net in veel rustiger vaarwater beland en had eindelijk zijn draai in het leven gevonden. Een nieuwe liefde waarmee hij fantastisch kon praten en die hem begreep. Rust in zijn hoofd. En toen: Een opgezet been. Er werd gedacht aan een infectie. Maar toen één opgezet been, twee opgezette benen werden, bleek de situatie veel ernstiger te zijn dan aanvankelijk werd gedacht. Uiteindelijk werd hij zieker en zieker en overleed sneller dan iemand had zien aankomen.

Humor

De humor bleef tot het einde. De empathie ook. Want Ewout wilde altijd goed doen. Wilde nooit iemand kwetsen. Dus werden mensen altijd weer met een grapje huiswaarts gestuurd. Ook als er onder dat grapje heel iets anders schuil ging. Met het overlijden van zijn moeder jaren daarvoor, leek Ewout zijn steun en toeverlaat te hebben verloren. Haar verlies volgde op een prachtige jeugd, waarbij het hem en zijn broer aan niets ontbrak. Maar als zoon van de plaatselijke fysiotherapeut  kregen beide het thuis niet cadeau. Daartegen rebelleerde hij wel eens. Zo mochten de nieuwe kleren nooit direct aan. Ewout  was het daar op een keer niet mee eens. En had de oude over de nieuwe aangetrokken. Maar de oude in de steeg achtergelaten. Daar werden ze gevonden door de buren. Zijn broer, die een grote invloed op hem had, had hem toen al even apart genomen en uitgelegd waarom die nieuwe kleding niet direct aan hoefden.

Maar er werden dus dingen van Ewout verwacht, zoals dat ook in andere gezinnen ging. En als er dingen van Ewout werden verwacht, loste hij zo´n verwachting ondanks dat hij ook vaak zijn eigen gang ging, toch ook graag in. Het was zijn sterkste punt, maar tegelijkertijd ook zijn achilleshiel. Zo bestierde hij een toprestaurant en dat was lange tijd zijn stokpaardje. Tot opeens het besef kwam: Is dit het nu?

Ewout verkocht je een steen voor een klomp goud

Vervolgens stonden bedrijven voor hem in de rij. Bedrijven weer op poten zetten, hoge doelen halen, het was hem op het lijf geschreven. Ewout kon je een steen voor een klomp goud verkopen. Dat had vooral te maken met zijn enorme empathische vermogen. Hij kon invoelen als geen ander, hij kon anticiperen als geen ander. Maar die hoge doelen nekten hem ook. Die snelle wereld, met even snelle kostuums en auto´s zaagden aan de poten van zijn wankele evenwicht.

Op zijn laatste reis maakte het kostuum op aanraden van zijn nieuwe levenspartner dan ook plaats voor een simpel poloshirt. Symbolischer kon het eigenlijk niet. En de kaart zei het allemaal:`Een mooi mens is van ons heen gegaan.´

maandag 6 januari 2020

Ada


Een meer dan bubbelende persoonlijkheid. Dat was Ada Beljon ten voeten uit. In de kleedkamer van ons gymlokaal van de Mavo in Lemmer - toen we nog hele jonge tieners waren -  vertelde ze altijd de spannendste verhalen. Over de liefde, het leven, uitgaan en nog veel meer. Ada hield van het leven, zoveel was wel duidelijk. En het leven hield van haar.

Sprankelend

Jaren later toen we al lang geen tiener meer waren, was ze overigens nog even sprankelend. Maar er was ook een serieuzere toon bij gekomen.  Met name als het over man en kinderen ging. Uit haar verhalen die we hadden, kon ik opmaken dat ze die het liefst om zich heen had. Maar ook dat haar hart klopte voor iedereen die daar in zat. En dat waren er velen.

Ze leek nog een meisje

Het leek verder alsof de tijd geen vat op haar had gekregen. In de vijftig leek ze nog altijd op dat meisje van toen. Met die schalkse blik in de ogen, het figuur van het tienermeisje en dat hele expressieve gezicht was ze een weldaad om naar te kijken. Haar gulle lach bleef ze ook kwistig rondstrooien.

Hoe ga je om met je ziekte?

Een nare ziekte veranderde veel. We hadden er regelmatig contact over als lotgenoten. Wat doe je wel en wat doe je niet? Behandelingen, zienswijzen, je levensinstelling, alternatieve behandelingen, reguliere behandelingen, gezond leven. Ze stuurde een keer een berichtje toen ze net een chemo had gehad. De zon scheen, ze had een kopje koffie en van beide genoot ze zo intens. Wie dat kan midden in zo'n kuur is een levenskunstenaar. Maar we hadden het ook over de zwarte kanten van behandelingen en de ziekte. Hoe depressief je kunt worden van de middelen en dat de angst je zo in je greep kunt hebben.  Niets menselijks was ook haar vreemd.

Het leven omarmen

In alles koos Ada bewust en dat vond ik bewonderenswaardig. En ze besloot het leven nog meer dan daarvoor in zijn volledigheid te omarmen. Maar ook om belangrijke keuzes te maken. Ze deed bepaalde dingen niet meer, omdat die haar gezondheid konden schaden. Ze deed andere dingen juist wel omdat die goed voor je gezondheid zijn. En ze zei zaken vaarwel waarvan iedereen die ziek wordt zegt dat hij of zij die vaarwel gaat zeggen. Velen worden toch weer in gehaald door de waan van de dag. Ada niet (of minder) en ze ging er helemaal voor.

Het leven vieren

Op foto´s zag ik verder vooral iemand die het leven vierde. Met de mensen die ze liefhad. En ze bleef haar eigen koers varen en deed wat zij dacht dat voor haar het beste was. Zo stond ze een keertje bij ons op de yogamat en liet al snel na de les weten niet terug te komen. Dit is niks voor mij, verklaarde ze. Ik moet intensiever bezig zijn. Ergo: Geen tijd te verliezen.
Het leven dat ongetwijfeld nog steeds van haar hield, moest het onlangs helaas afleggen tegen die nare agressieve ziekte. En dat was veel te snel en veel te jong.

maandag 19 maart 2018

Doede

Doede Bleeker. Hij was niet één van ons uit het dorp, maar voor mijn gevoel toch wel iemand die bij ons ‘soort mensen’ hoorde. Een ruwe bolster, met een blanke pit. Iemand die zijn mening wel durfde te zeggen, maar eigenlijk ook ingetogen was. Eigenlijk best een beetje als de Lemsters. We kunnen er wat van als het om praten gaat, maar als het er werkelijk om draait dan zeulen we veel met ons mee zonder dat anderen dat weten.

Switfutten

Doede had ik lange tijd alleen op tv gezien. Hij speelde in een film, zat in andere programma’s. En hij zong natuurlijk liedjes. Over switsokken bijvoorbeeld. Hilarisch natuurlijk, maar voor je het weet kleven die zweetvoeten voor altijd aan je en ben je nooit meer anders dan de clown van de klas. Als ik de stukken goed gelezen heb, was dat ook iets dat hem frustreerde. Omdat hij veel meer was dan de clown van de klas. Of misschien wel helemaal nooit die clown wilde zijn.

Wilde vissershoofd

Zijn wat wilde vissershoofd deed me denken aan pake. En aan mijn ooms. Gezichten doortrokken van de zee. Van het harde leven. Toen ik daadwerkelijk een keer bij Doede in de viswinkel stond, omdat hij zich opeens in mijn werkgebied bevond en ik wel vond dat ik zo’n man moest kennen, bleek hij helemaal niet zo uitbundig. Eerder wat stil en teruggetrokken. Hardwerkend, dat wel. Mijn plan was nog om me voor te stellen als zijnde van de krant, maar toen ik zijn houding opmerkte, heb ik dat gelaten. Ik voelde me daar niet gemakkelijk bij, omdat ik het gevoel had dat hij zich daar niet gemakkelijk bij zou voelen. Ik betaalde mijn visje en ging weer.

Gevoelig

Hij heeft nooit geweten wie ik was (wat ook niet belangrijk is). Ik wist wel wie hij was, maar natuurlijk niet echt. In verband met zijn veel te vroege overleden kwamen de verhalen los. Over hartenpijn en zijn gevoeligheid. Zie je wel dacht ik toen. Maar ook dat het jammer was. Dat juist die kant van hem zo weinig naar voren is gekomen voor een groter publiek. En dat ik hem dat zo gegund had.

maandag 8 januari 2018

Buurman Lolle

Gean es an e kant juh. Met zijn grote lijf en standaard op zijn fiets over de stoep rijdend, zei buurman Lolle dat altijd tegen me. Zijn imposante voorkomen stond in groot contrast met zijn kwetsbaarheid. Vooral toen zijn vrouw vaak niet meer zo goed wist waar ze was. Dan stond hij op straat, sigaretje in de hand en hevig rokend, naar haar te kijken tot ze uit het zicht was verdwenen. Die grote reus met zijn grote handen, stond het huilen dan vaker nader dan het lachen.

'Zijn Gees'

En toen opeens leken hij en zijn vrouw opgelost uit de straat. Toen ik hem eindelijk weer eens tegenkwam en hem vroeg waar ze toch gebleven waren vertelde hij dat zelfstandig wonen niet langer kon. Dat ´zijn´ Gees en hij niet meer zonder de hulp konden. En toen overleed die grote liefde van hem (in ieder geval voor mij) vrij plotseling.

Dat hij haar zo miste

Elke keer als ik hem tegenkwam en ik een praatje met hem maakte, ging het daarover. Dat zij er niet meer was en dat er daardoor eigenlijk niets meer aan was. Dat hij haar zo miste, ondanks het feit dat haar geheugen zo slecht was geworden.

De vonk was gedoofd

Ja, hij fietste gewoon nog naar Onder de Hoek. Stond daar lekker te zwetsen met de andere mannen. Had altijd een woordje of vraagje als ik lang kwam. Maar de vonk was uit zijn ogen. De vonk waarmee hij me aanmoedigde die dag dat ik langskwam met een hoofd zonder haar.

Gewoon doorgaan

´Ik heb het ook gehad, zei hij toen. Heel veel jaren geleden. En ik ben er nog. Dus gewoon doorzetten.´ Hij maakte er verder geen drama van, gaf me met die woorden gewoon hoop dat er genezing mogelijk was.
Vorige week bedacht ik me nog dat ik hem al een paar weken niet gezien had. Misschien een griepje dacht ik nog. Maar vandaan weer zo´n met rouw omrande advertentie met zijn naam erin. Nu weer bij zijn Gees dacht ik, mismoedig.

maandag 26 juni 2017

Struise mevrouw Minke

De laatste keer dat ik haar tegenkwam reed ze me bijna van de sokken met haar scootmobiel. Nou juh sjog dan ek ut, zei ze op haar eigen bijzondere manier met die indrukwekkende bulderende stem. Dat maakte me direct aan het lachen.

Herinneringen aan mijn moeder

Vooral of misschien ook omdat het herinneringen opriep aan betere tijden. Tijden waarin zij en mijn moeder samen altijd zo tegen elkaar spraken, maar dan in het kwadraat. Als die twee elkaar tegenkwamen was het bal. En de mannen, die twee zachtaardige mannen,  vielen daarbij in het niet en verdwenen volledig naar de achtergrond.

Een imposante vrouw

Als meisje vond ik haar imposant. Omdat ze een struise vrouw was, maar ook door haar krachtige stem. Natuurlijk legde de tijd een laagje over die indrukwekkendheid. Het verlies van een partner, het ouder worden, het leven in zijn algemeenheid. Maar als ik haar tegenkwam was ik nog altijd onder de indruk. En er waren altijd de woorden:’ Och ja fanke.’ als we het over Wiebe en Bauk hadden, mijn ouders.

Wat ben je lief

De laatste keer schoot ze me ook aan over lief. Dat ze dacht dat het een goede vent was. Een lieve jongen meen ik me te herinneren was de juiste omschrijving. En daar stond ik zo naast haar en hoorde ik haar dat zeggen en dan dacht ik wat ben je toch ook een lieverd. Net als mijn moeder niet op je mondje gevallen, maar met een hart van goud. En hoewel mijn geloof in een hiernamaals niet bepaald groot is, weet ik wel dat het heel druk wordt daar boven  als mem en zij elkaar daar weer tegenkomen. En die mannen, die mannen hebben dan waarschijnlijk weer het nakijken.

maandag 1 juni 2015

Lieve Gea,

Een excuus is hier op z’n plaats. Ik was er niet bij maandagavond. Ik drukte jouw mannen, je ouders, schoonmoeder, je zusje , je schoonzussen en -broers niet de hand om ze sterkte te wensen met jouw heengaan. Dat was wel het plan, maar ik merkte naarmate de dag vorderde dat ik het steeds moeilijker ging vinden. Ik ging niet, omdat het om jou moest gaan, niet om mijn emoties. Ik hoopte dat je dat zou hebben begrepen.

Uit wat ik van je heb meegemaakt zou dat het geval zijn. Altijd als je op je fietsje voorbij kwam karren, een lief woord. Even een praatje, een hart onder de riem. Die bijzondere ontmoeting bij jullie thuis staat op mijn netvlies gegrift. Je zat heerlijk op de praatstoel toen we je een prijs kwamen brengen die je had gewonnen.  Je toonde vol trots je huis, dat met zoveel passie  was ingericht. En je sprak vol zoveel liefde over je jongens. We babbelden, je liet zien hoe creatief je bent, er was zoveel warmte. Maar toen al klaagde je over bepaalde zaken die je wel aan jezelf merkte. Zo wist je opeens mijn naam niet meer.

Die rotziekte had je toen misschien al in zijn greep. Je bleef in mijn ogen echter ongelofelijk sterk.  Ik weet nog goed hoe ik je voor het eerst weer zag nadat voor de tweede keer was geconstateerd dat de ziekte terug was en je alweer aan de chemo’s was gegaan. Ik kwam uit de sportschool, jij stond daar met je hoofddoekje op en ging naar de supermarkt. Dat moment is me altijd bijgebleven. We kenden elkaar eerst alleen van de wandelgangen, maar dat veranderde toen ook ik zo’n hoofddoekje moest gaan dragen. Je was een inspiratiebron, maar wat had ik gehoopt,  dat je omringd door je geliefden nog zeker 30 jaar had mogen leven. Want lieve Gea je was veel te jong om te sterven.  Veel te jong, veel te geliefd en veel te veel mens. Maar daar maalt die stomme ziekte niet om.

maandag 16 maart 2015

Marcel

Ik zat me net te ergeren aan alle verkiezingsretoriek, waarmee ik per mail werd overspoeld. Partijen die voor de Provinciale Staten verkiezingen de grootste beloften deden. Geen gaswinning meer. Gratis identiteitskaarten. Meer werk, geen armoede. Allemaal van die onzin. Onzin? Ja, onzin. 

Want meer dan de helft van al die beloften zal  nooit waar worden gemaakt. Partijen schreeuwen die leuzen om zieltjes te winnen en als puntje dan bij paaltje komt, gaat alles gewoon door. Zo ongeveer zat ik wat voor me uit te mopperen toen ik werd getroffen door een opmerking. 

Weer een jonge man overleden

Er is een jonge man overleden, zei mijn thuiszorgmevrouw. Niet weer dacht ik nog. Onlangs een veel te jonge vrouw, nu weer een jonge man. Mijn eerste gedachte was dat ik het niet meer wilde weten. Maar toen volgde een naam. En ik kreeg een steek door mijn hart. Niet hij dacht ik. Niet niemand, maar zeker niet hij.

RIP

 Ik ging zoeken. Op Facebook is tegenwoordig van alles te vinden en toen ik zijn mooie krullenbol voorbij zag komen en vervolgens in een vlaag RIP zag staan wist ik voldoende. Ik vloekte voor me uit. Mijn oude buurjongen, waar mijn broertje altijd mee speelde. Kop met krullen, lief gezicht. Altijd als ik hem tegenkwam en we elkaar groetten, bedacht ik me dat de partner die hem zou krijgen, een geluksvogel zou zijn. Gewoon om zijn lieve karakter, zijn scherpe geest en ook zijn humor. Bij hem geen onzinpraatjes. Wat je zag, was wat je kreeg. Gewoon een heel aardig mens. Een mens dat veel en veel langer had moeten leven.