Posts tonen met het label Lemmer. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Lemmer. Alle posts tonen

dinsdag 29 september 2020

Van wanhoop naar succes

 

Flink wat jaren geleden zat ik in een huiskamer in Lemmer. Ik was gevraagd of ik een interview wilde doen met een jong paar uit Syrië, dat uitgezet zou worden. De kerk had zich voor hen ingespannen en had hen een tijdelijk huis aangeboden. Dat was ook niet bepaald overbodig. Ze woonden namelijk in een ijskoude caravan op een camping en zij was hoogzwanger. De wanhoop die ik voelde toen ik daar die kamer betrad was enorm. Bijna grijpbaar hing hij in de lucht. Twee jonge mensen met heel veel potentie en dromen, waren gevlucht voor een regime waarvan ze toen al wisten dat het slecht was. In en in slecht was. En ze hoopten hier veiligheid te vinden. Maar ze vonden vooral veel tegenwerking.

Afgelopen week mocht ik weer bij ze op bezoek. Want ze kregen het toch voor elkaar dat ze mochten blijven. En deze keer was er iets heel anders te zien. Succes. Maar ook vooral doorzettingsvermogen.  Ze openen deze week  een tweede zaak of eigenlijk een derde. Want zowel vader als moeder heeft een bedrijf dat het goed doet. Een klusbedrijf en een kinderopvang. En nu heeft hun 21-jarige zoon inmiddels besloten om eveneens voor zichzelf te beginnen. Hoewel hij die wanhoop van het begin niet heeft meegekregen, heeft hij overduidelijk veel van de drive van zijn ouders meegekregen. Want ze hebben op hun tandvlees  bereikt dat ze mochten blijven. En vervolgens op datzelfde tandvlees een bedrijf opgezet dat meer dan succesvol was. En toen nog eentje. En nu dus nummer drie, een winkel in tegels en sanitair.

Op de opmerking dat het allemaal goudzoekers zijn die hier ons land komen bestelen, zou ik hen dan ook als tegenvoorbeeld willen stellen. Maar ik zou ook graag eens willen laten zien hoeveel pijn en moeite het kost om in een nieuw land helemaal vanaf nul te moeten beginnen. De taal is anders, het klimaat is anders, de omgeving is anders, de mensen zijn anders. En als buitenlander moet je je altijd tien keer meer bewijzen dan als inheemse Nederlander. Des te mooier is het om te zien hoe goed dit stel en hun hele gezin het heeft gedaan. Nog mooier is dat ze er niet bitter door zijn geworden. Gewoon doorwerken is hun devies en niet opgeven. Nooit opgeven. En daarvoor neem ik mijn petje af. En maak ik een hele diepe buiging.

dinsdag 7 juli 2020

Een vampier op de douchewand



Een vriendin van me kreeg vorige week de schrik van haar leven. Nietsvermoedend stapte ze onder douche, greep naar de shampoo , draaide zich om en stond toen oog in oog met een monster. Het dier had zich met zijn pootjes aan de douchewand vastgeklampt, keek haar venijnig aan (of dat leek zo, ik heb me wel eens laten vertellen dat ze blind zijn) en scherpte alvast zijn puntige tanden (ook dat is een aanname, maar op de foto lijkt het toch echt alsof hij elk moment een hapje van haar wil nemen).

Monster in huis

Van schrik sprong ze uit de badkuip, kwam daarbij heel lelijk te vallen en liep de nodige verwondingen door op. Duizelig,  maar net niet buiten westen, krabbelde ze snel op met bloedend hoofd, schoot in haar ochtendjas en rende als een haas naar buiten. De buren dachten minstens dat er een seriemoordenaar aanwezig was, maar ook zij schrokken toen ze het monster aantroffen. Ooit schreef ik wel eens een artikel over hoe je deze gevleugelde vrienden weer uit je woning krijgt en dat bleek niet eenvoudig. En het blijkt dat de beesten zich wel veel vaker toegang verschaffen tot een woning.

Vleermuizenhotel

En nu verrijst er in de Schoklandstraat een heus vleermuizenhotel. Het zijn beschermde dieren, dat snap ik best. En dat ze nu ergens anders een plekje nodig hebben, begrijp ik ook nog wel. Maar daar boven op een appartementengebouw, waar neem ik aan regelmatig de raampjes openstaan? In een artikel las ik dat alleen de laatvliegers hondsdolheid overbrengen. Maar het dier bij mijn vriendin was blijkbaar zo´n laatvlieger.

Vleermuis in je woning

Laat ze gewoon met rust en dan doen ze niks, is het advies van de geleerden. Maar hoe doe je dat als er zich eentje in je badkamer of slaapkamer heeft genesteld vraag ik me af. Je staat niet echt heel lekker rustig te douchen denk ik als die kleine vampier je vanuit een hoek aan zit te staren. Dus dan wil je het dier toch echt wel weg hebben, hoe je ook voor bescherming van bedreigde diersoorten bent. Uit zichzelf gaat het dier niet weg en blijkbaar heeft hij ook nog eens niet eens zoveel ruimte nodig om binnen te komen. Bij mijn vriendin stond het raam slechts op een kiertje.

Maar misschien kunnen deze Lemster vleermuizen wel lezen. Moet Lyaemer wel een bordje in vleermuizentaal plaatsen dat ze alleen het hotel binnen mogen gaan en niet de appartementen.

maandag 11 mei 2020

Waarom wil toch iedereen vasthouden aan een fout plein?


In ons dorp was er dit jaar veel aandacht voor het feit dat we 75 jaar geleden werden bevrijd. Sara en Jozeph Blok die werden gedeporteerd hebben een gedenkteken gekregen, in de kerk waar we samen herdenken staat een monument waar onder andere verzetsstrijder Jacob de Rook wordt herdacht. Ook hadden we een tijdelijk monument om ons te laten blijven herdenken dat 102.000 mensen uit Nederland zijn gesneuveld in diezelfde oorlog. Veel van hen waren Joods en werden op de meest vreselijke manier om het leven gebracht. Maar ook veel verzetshelden, Sinti, homoseksuelen, mensen met een beperking en bevrijders uit allerlei landen vielen genadeloos onder het bevel van iemand die het als zijn levenswerk zag het Arische ras zo zuiver mogelijk te houden. 

Geen herdenking

Dit jaar konden we niet herdenken door de Coronacrisis. Althans niet met zijn allen en ook niet met een stille tocht naar de begraafplaats. Normaliter doen we dat wel. We beginnen dan bij de Hervormde Kerk. Wie slechts een paar passen naar rechts loopt, komt op het Burgemeester Krijgerplein. Een plein vernoemd naar iemand die veroordeeld is voor oorlogsmisdaden. Die diezelfde Sara en Jozeph Blok had kunnen behouden voor de gaskamers, maar er juist voor zorgde dat ze er naartoe werden gebracht.  Hij liet na hen te waarschuwen. Sterker nog hij vaardigde uit dat zij en 4 andere Joodse onderduikers werden gearresteerd.

Jacob de Rook

 Die verzetsstrijder Jacob de Rook naar een kamp stuurde en er voor zorgde dat hij dat niet overleefde. Die er voor zorgde dat visserman Jouke G. Bootsma bij de mei stakingen werd doodgeschoten. En die een lijst van verzetsstrijders opstelde en hen continue in de peiling hield en er blijkbaar veel voor over had om hen er ook bij te lappen. En die mogelijk ook in gewetensbezwaar is geweest en niet goed wist wat te doen, of misschien probeerde de schade zoveel mogelijk te beperken, zoals anderen ook wel eens hebben aangegeven. 


Daarover kan ik niet oordelen, want ik was er niet bij in die tijd. Wat ik echter gelezen heb van de man was niet zo fraai. Naast de bewezen feiten waren daar onder andere de verhalen over hem. Waarin mensen aangeven dat hij ze duidelijk maakte dat hij ze in de gaten hield en er alles aan zou doen om ze het leven zuur te maken. Waarbij zuur dan een understatement is. Maar nogmaals ik was er niet bij, ik ken alleen de herinneringen van anderen en zijn officiële veroordeling. Maar dat alleen al zou in mijn ogen genoeg moeten zijn om aan te geven dat  zijn naam niet verbonden moet zijn aan een plein. 

Waarom mag het Burgemeester Krijgerplein niet verdwijnen?

Al heel vaak is getracht om die besmette naam van het plein te krijgen. Steeds kregen mensen tot hun grote frustratie nul op het rekest. De PvdA opperde onlangs opnieuw om er de naam Oude Markt aan te geven. Ze deed dat zonder het verleden erbij te halen, omdat dat met nieuwbouw heel gemakkelijk kon. Daarmee had Krijgers verleden niet opnieuw opgerakeld hoeven worden. Maar weer zei B&W nee tegen dat plan. Er is blijkbaar een volksgericht nodig om er voor te zorgen dat het overlijden van Sara en Jozeph Blok, Leeuwke Bootsma, Pietertje Bootsma, Roelofje Bootsma en Jantje Jacobs  niet hand in hand hoeft te gaan met een besmet plein. En ik begrijp niet waarom….

maandag 27 april 2020

De Houtmolen moet blijven als onderdeel van onze geschiedenis


Welke Lemster kent niet de Houtmolen van vroeger? Wie heeft er niet gewerkt tot eind jaren 70? Als ik het goed heb, heeft mijn vader daar ook nog zijn diensten bewezen. Meer dan een eeuw bracht de houtzagerij veel werkgelegenheid in ons dorp. Er is dus een enorme geschiedenis aan het pand verbonden dat ook nog eens laat zien hoe Nederland en Lemmer zich ontwikkelde. 

Dat er door leegstand verval is opgetreden is duidelijk. Maar dat had ook te maken met een woningbouwplan dat er al heel veel jaren ligt, maar nog nooit van de grond is gekomen. Nu zou dat plan dus wel worden doorgevoerd. Maar weer niet voor de gewone man uit Lemmer. Die kan dat namelijk niet betalen.

Restauratie en herbestemming

Op de site van de ontwikkelaar staat dat een deel van de bestaande gebouwen wordt gerestaureerd en zelfs opgenomen in één van de twee nieuw te bouwen appartementsgebouwen. Een prachtige herbestemming van het industrieel erfgoed wat zorgt voor een bijzondere nostalgische sfeer, zo valt te lezen. Mooi zou je denken. Kat in het bakkie. Het pand blijft bestaan. 

Geen monument meer

Maar…. Onlangs is besloten dat op verzoek van de eigenaar de gemeentelijke monumentenstatus van de Polle 9a en 11 is ingetrokken. Weg dus monument. Weg dus geschiedenis. Burgemeester en wethouders hebben wel aangegeven dat ze graag willen dat de uitstraling van de houtmolen kan worden behouden in de nieuwe plannen. Graag willen. Ik wil ook graag een miljoen. Maar dat krijg ik vast niet, alleen door dit op te schrijven.

In gesprek gaan is niet hetzelfde als iets uitvoeren dat je al beloofd hebt 

Wel zegt de eigenaar toe de ´mogelijkheden daartoe te onderzoeken en daarover in gesprek te gaan met de gemeente.´  Wacht eens even. Dat is niet hetzelfde als beloven dat je het pand restaureert en de gevels gebruikt voor de nieuwbouw. Dat betekent dus helemaal niks. Het betekent dat je er over gaat praten, maar dat het ook net zo goed zo kan zijn dat je de hele bende sloopt. En dat laatste dat denk ik. Want waarom moest die monumentenstatus er anders af? Waarom heeft het bedrijf daar nadrukkelijk om gevraagd. En waarom wil zo´n bouwer niet dat dit stuk geschiedenis van Lemmer blijft bestaan in de vorm van een monument. Er verdwijnt al zoveel. In Amsterdam deden ze een moord voor zo´n ´loft en herbestemmen ze het´.
Bovenal is het vernietiging van ons erfgoed en laat het een bijzonder deel van onze geschiedenis verdwijnen. Daarom ben ik tegen. Faliekant tegen.

maandag 13 april 2020

Brand


Hoewel we in de gemeente allerlei leuke initiatieven zien ontstaan, blijft het een rare tijd. Dat mensen elkaar zo mooi helpen is geweldig. Dat er saamhorigheid is fantastisch. En misschien was het ook wel nodig dat we dat gingen inzien. Dat niet alles zo vanzelfsprekend is als we altijd gedacht hebben. En totaal niet maakbaar. En dan leven we ook nog in een land waarin we de luxe hebben van redelijke medische voorzieningen. 

Schandalig hoe zorgpersoneel wordt behandeld

Redelijk, want ik vind wel dat het eigenlijk voor een land als Nederland redelijk schandalig is dat verzorgend personeel zo weinig beschermd wordt. En dat de regels tot nu toe ook soms wel heel apart waren. Waren wij grieperig en snotterig dan was het devies binnenblijven. Zorgpersoneel  in verpleeg- of verzorgingstehuis moest dan gewoon door. Zonder test. Zonder voorbehoud. Dat is niet te rijmen.  

Mail aan de GGD

Ik mailde deze week de GGD ook om te vragen of ik in januari al besmet kon zijn in Oostenrijk. Daar waar later een enorme besmettingshaard was. Maar ik ben 2 weken doodziek geweest. Op mijn mail kreeg ik een heel vreemd antwoord terug. Sterkte en lekker binnenblijven. De mail was dus helemaal niet goed gelezen.  Want we zijn al bijna 3 maanden verder. En ja ik heb 2 weken binnen gezeten. Maar dat was toen. Omdat ik niet anders kon. Maar dat deed er blijkbaar niet toe. Ook niet dat we met bussen vol zieke en hoestende Friezen terug zijn gekeerd naar diverse plaatsen in het Heitelân. Terwijl het mij redelijk intelligent leek met die data wel wat te doen. Of misschien te testen op antistoffen.   

Brand: je levenswerk in rook op zien gaan

Op het moment dat ik hierover nadacht, woedde er brand bij ijssalon Iiskâld in Lemmer.  Gelukkig zonder dat er mensen bij gewond raakten. Maar net gestart met het concept van ijsjes brengen, krijg je als bedrijf de volgende tik weer te verduren. Je levenswerk tot de grond aan vernield zien worden in een tijd waarin het toch al enorm sappelen is: hoe doe je dat? En dan geven de ondernemers zelf aan dat ze de schouders er onder zetten en bedanken ze de brandweer dat omliggende panden gespaard zijn gebleven. En dat toont in mijn ogen precies hoe deze mensen in elkaar steken. Betrokken, ondernemend en positief. Altijd klaarstaan voor de ander en de gemeenschap. Onze senioren vertroetelen met wat lekkers. Kinderen trakteren. Nooit te beroerd om de handen uit de handen te steken bij evenementen. Maar ook gewoon heel menselijk door te vragen hoe het met iemand gaat. Ik hoop daarom dat diezelfde gemeenschap hen nu ook weer helpt bij de wederopbouw van hun zaak.  Want dat verdienen ze. 

maandag 30 maart 2020

Aan de thuisfeestje jongeren die denken dat Corona niet bestaat

Dit bericht is voor de 15 jongeren die afgelopen weekend in Lemmer toch meenden een feestje te moeten vieren. Die daarop de politie op bezoek kregen en een fikse boete tegemoet kunnen zien.

Laat ik beginnen dat ik wel begrijp dat je als jongere snakt naar een feestje. Je kunt waarschijnlijk niet naar school, je bijbaantje ligt misschien op zijn gat. Je kunt verder nergens heen, want alles is dicht. Dat snap ik. Sterker nog: wij ouderen snakken inmiddels ook wel naar een feestje. Ik wil ook wel weer eens gezellig koffiedrinken met familieleden of vriendinnen. En lekker ouwehoeren onder het genot van een glaasje wijn. Maar dat kan niet. Dat mag nu niet. Punt. Uit.

Rijen doden in Italië

Wat ik dan ook niet zo goed begrijp is onder welke steen jullie de afgelopen weken hebben gelegen. Of jullie de beelden van de files van  lijkwagens in Italië niet voorbij hebben zien komen. De beelden van mensen die alleen sterven omdat er niemand meer bij ze mag. Of de beelden van al die totaal uitgeputte artsen, verpleegkundigen, ambulancemedewerkers, schoonmakers, politiemensen, thuiszorgers, brandweermensen , maar ook vakkenvullers, kassapersoneel, taxichauffeurs en al die anderen die voor ons zorgen. Misschien denk je daar niet aan als je lekker met je vrienden aan het chillen bent.

Egoïstisch

Maar dat is toch wel een ietsjepietsje egoïstisch. Ik zeg het een beetje lief, omdat ik wil dat jullie het begrijpen. Maar het is niet lief bedoeld. In al jullie onbezonnen jeugdigheid zou je moeten beseffen dat je een risico vormt voor je hele omgeving door zo´n feestje te organiseren.  En dat die omgeving ook bestaat uit je oma of opa, je vader of moeder, je tante of je oom of je buren. Ennnnn uit jezelf en die vriendjes waar je zo lekker mee zat feest te vieren.  Want hoewel jullie dus denken dat je het niet kunt krijgen, kan dat dus wel. Jongeren krijgen het veel minder en sterven er minder aan. Zeker als ze gezond zijn. Dat klopt. Maar ze zijn niet onfeilbaar of onsterfelijk. Jullie zijn dus niet onfeilbaar en onsterfelijk. Dat hebben jullie dus niet goed begrepen.

Kun je leven met de gedachte dat je opa of oma alleen sterft op een IC?

Daarnaast bestaat  er ook nog zoiets als voor elkaar zorgen. Eigenlijk is dat momenteel het allerbelangrijkste. Dat wij redelijk gezonde mensen er voor zorgen dat minder gezonde mensen hier ook doorheen komen. Vraag jezelf eens af of je zou kunnen leven met het feit dat jij er verantwoordelijk voor bent dat je opa of oma of je vader of moeder eenzaam en alleen sterft op een overvolle IC. Dat er niemand is om hun hand vast te houden. Of er geen plek meer is voor ze in het ziekenhuis. Vraag jezelf dat eens af de volgende keer dat je weer op zo´n enorm dom idee komt.

Jullie hebben je ouders volledig voor schut gezet

Daar komt ook nog eens bij dat je je ouders volledig voor schut hebt gezet. Jullie nieuws heeft de hele Nederlandse pers bereikt. Van het NOS journaal tot de Telegraaf en van de Leeuwarder Courant en Omrop Fryslân tot de site van Nu.nl. Misschien vinden jullie jezelf daardoor ook nog eens heel stoer. Moet je onze actie eens zien staan op al die media. (Als jullie die al lezen, want dan had je waarschijnlijk wel een ander besluit genomen). Vervolgens vielen alle mensen over jullie ouders heen. Die zorgden er niet voor dat jullie zulke domme dingen niet zouden doen, die pasten niet goed op. Nu ken ik jullie en je leeftijd dus niet, maar ik weet wel dat ouders je op een bepaalde leeftijd niet meer op de stoel kunnen vastbinden. Sterker nog als ze dat doen, zijn ze zelf strafbaar.

Daarnaast ben ik er bijna heilig van overtuigd dat er weinig ouders zijn die willen dat hun eigen kind zo´n domme actie onderneemt. Gewoonweg omdat ze niet willen dat hun eigen kinderen ziek worden. Maar ook omdat zij niet willen dat andere mensen ziek worden. En ze hebben jullie ongetwijfeld duizend keer op het hart gedrukt om je aan de regels te houden. Dat deden jullie niet. En nu worden zij ook nog eens met de nek aangekeken.

Ga iets doen voor een ander

Dus al met al jongens; neem alsjeblieft een andere hobby. Als je je alleen voelt of niets te doen hebt, zou je ook de boodschappen voor een oudere in de buurt kunnen doen. Of iemand zijn tuin kunnen opknappen die dat zelf niet kan doen. Voor iemand zijn raam een stukje opvoeren zodat die eenzame oudere die er nu niet uit mag ook nog wat vertier heeft. (Doe dat dan wel alleen. Jullie begrijpen nu vast wel waarom). Organiseer online een feestje en proost met elkaar voor de camera. En geef je ouders dan ook een glaasje voor al die ongein die je ze hebt door laten maken. Het is minder leuk, dat snap ik ook wel. Maar dat is het voor iedereen, we zitten tenslotte allemaal in hetzelfde schuitje.

dinsdag 11 februari 2020

Een drama

Storm, regen, dakpannen die van de daken waaien. Dingen die de normale gang van zaken even verstoorden. Maar er was ernstiger nieuws. Een kind dat nog maar net herenigd was met zijn moeder, verdronk in het plaatselijke zwembad. Wat de oorzaak daarvan is, geen idee. 

Iets is in ieder geval absoluut niet goed gegaan, zover reikt mijn kennis dan wel. Een onderzoek zal uitwijzen hoe dit vreselijke drama heeft kunnen gebeuren. Overigens geloof ik dat zwembadpersoneel en school daar net zo beroerd van zijn, als wij allen. Niemand wenst zoiets mee te maken. Ook alle omstanders hebben ongetwijfeld iets op hun netvlies staan dat ze er nooit op hadden willen hebben. Hoe de moeder zich moet voelen, daar hoef je ook geen professor voor te zijn. Prachtig dat er nu een actie is opgezet om het kind veilig naar ´huis´ te brengen, maar het jongetje krijgt ze er niet mee terug.

Verdrinkingen

Afgelopen zomer werden we al een aantal keren opgeschikt door verdrinkingen van mensen die uit een land komen waar zwemmen niet zo gewoon is. Ze vergisten zich in diepte, in stroming, misschien in de temperatuur van het water of raakten in paniek. Ook mijn eigenste lief kon niet zwemmen toen hij naar Nederland kwam. Hij kreeg zwemlessen in hetzelfde bad als dit jongetje, maar nog steeds vragen we op open water naar diepte, zwembanden en reddingsboeien. Omdat het zwemmen nog steeds geen automatisme is voor hem. 

Toen we eens in Gambia waren en we een frisse duik in een plaatselijk zwembad namen, bleek de bodem voor hem bijvoorbeeld opeens veel te ver weg. Ondanks de lessen die lief gevolgd had, werd hij paniekerig, duwde mij onder water in grote angst en om zich ergens aan vast te klampen. Dat deed me realiseren dat zwemwater voor veel mensen uit landen die nooit hebben leren zwemmen, een groot gevaar kan zijn.  Dat juist lessen die ervoor moeten zorgen dat dit gevaar wordt weggenomen, zo´n kind fataal zijn geworden is wrang. Heel erg wrang. Het leert ons misschien wel dat wij met onze (zwem)ogen oplettender moeten zijn als het gaat om die medelandgenoten. Dat we met z´n allen een oogje in het zeil moeten houden en niet denken dat iedereen die het water betreedt, dan ook daadwerkelijk kan zwemmen. Of daadwerkelijk goed kan zwemmen. Misschien kunnen we dan samen nog  eens zo´n zwarte bladzijde in iemands leven voorkomen.

zondag 2 februari 2020

Ellendige vandalen die het leven van onze buren in gevaar hebben gebracht


Ons huis is aangerand. Nou ja, ons oude huis in de Parkstraat in Lemmer, want we wonen daar niet meer. Maar zo´n woning met allerlei herinneringen aan belangrijke fasen in je leven blijft toch een beetje van jou. En nu hebben vandalen er dus een bende van gemaakt. 

Emotionele band met woning

Ze hebben van alles van de muur getrokken en daarmee het fundament van een woning die ons lief was bezoedeld. Waarom doet een mens dat zou je zeggen? Ik snap best dat anderen geen emotionele band hebben met de woning waarin ik eerst zelf lange tijd alleen heb gewoond en later met mijn lief. 

Je blijft met je poten van andermans spullen af

Maar dan nog… Je blijft met je poten van andermans spullen af. Dat besef is tegenwoordig niet meer zo groot blijkbaar. Geldelijk gewin of gewoon een asociale inslag, ik weet niet wat daaraan ten grondslag ligt. 

Woest op idioten die het leven van onze buren in gevaar hebben gebracht

Naast dat ik dus een soort van medelijden met onze woning heb (ja noem het idioot, maar het is toch de schulp geweest die me en ons altijd beschermd heeft) ben ik woest op die idioten die al onze oud-buurtjes in levensgevaar hebben gebracht. Als je een apparaat van de muur trekt en dan een gaslucht ruikt (want dat kan niet anders) en je hebt dan met je asociale kop niet het lef om in ieder geval ergens een melding te maken, dan ben je in mijn ogen een grote crimineel. Een enkel vonkje in een blok vol met gas was desastreus geweest.

Corporatie treft ook blaam

Dat de corporatie daarin ook niet heeft voorzien was overigens ook beslist niet slim. Als je weet dat woningen al wekenlang het doelwit zijn van vandalen en je sluit het gas dan niet af, dan is dat beslist niet bijster intelligent. Dat omwonenden dat bovendien ook al wekenlang aangeven, maakt het des te schrijnender. En een sloop inplannen in december, terwijl de regels voorschrijven dat dit helemaal niet mag, ook daarbij zou je denken dat een corporatie beter zou moeten weten. Dat onze oud buurtjes zo alert waren om direct te bellen, nadat ze in de gaten hadden dat er iets niet in orde was, verdient een medaille. Dat zij al vroeg op waren is daarbij denk ik een geluk bij een ongeluk geweest. Want je wilt je toch niet voorstellen wat er was gebeurt als dat gas nog een halve dag doorgestroomd had…. Daarbij blijft bovenaan staan dat dit allemaal niet was gebeurd, als die ellendige onverlaten gewoon met hun poten van ´onze´ woning waren afgebleven.

maandag 20 januari 2020

Zingen en herdenken

Zingen en herdenken. Ze lijken niet echt een connectie te hebben, maar ik moest er deze week toch aan denken. Ik kan trouwens niet zingen. Ik doe het wel: stiekem onder de douche. Of met lief. Want hij vindt ook dat ik niet kan zingen, maar we vinden het wel leuk om samen te zingen. In een koor zing je met heel veel mensen.


Vaak zijn dat mensen die ook allemaal goed kunnen zingen en wiens stem een benaming heeft. Een bas of een bariton. Een eerste of tweede stem. Maar er zijn ook koren waarbij het vooral om het plezier gaat. En dat ook nog een doel dient. Zo´n koor is er nu. Intercultureel of zo heet het. Samen met mensen van allerlei pluimage Nederlands zingen. Goed voor de integratie. Goed voor samen zijn. Goed voor het Nederlands voor nieuwe Nederlanders. En gewoon gezellig.

Holocaust monument

 Een geweldig idee vind ik, maar ik linkte het ook aan iets groters. Woensdag is er in Lemmer een monument onthuld voor al die mensen die zijn vermoord tijdens de holocaust in Nederland. 104.000 mensen, vooral Joodse mensen worden daarmee herdacht. Mensen die een vreselijk einde kregen, die om hun Joods zijn (of homo zijn of op een andere manier anders zijn) op de meeste gruwelijke manieren werden omgebracht. Mijn voormalig hoofdredacteur was Joods. Op één van zijn feestjes zagen we de wrange werkelijkheid van die holocaust. Uitgedunde families. Kinderen zonder (levende) ouders. Mensen die nog steeds zochten naar familieleden. Mensen met een trauma. Een enorm trauma.

Verbroedering

Toen ik dacht aan het koor dacht ik ook aan verbroedering. Dat als je elkaar leert kennen op een persoonlijk niveau dat je dan misschien niet in staat bent om iemand een gaskamer in te jagen. Dat je dan niet in staat bent om iemand met een pistoolschot van zijn leven te beroven. Dat je dan de ander als mens ziet. Hoe het kan dat hele volksstammen die empathie dus klaarblijkelijk niet meer voelen, heeft me altijd bevreemd. Natuurlijk heb ik ook geschillen met mensen. Of wordt het nooit dikke liefde tussen mij en bepaalde anderen. Maar om ze dan het leven te benemen is van een heel ander kaliber. Misschien als de wereld samen zou gaan zingen, je de emoties van de ander naast je voelt, je die gevoelens samen kunt delen dat het dan kan. Want in de basis zijn we allemaal gelijk.  Samen´Mag ik dan bij jou´ zingen bij dat monument  dan maar?

maandag 11 november 2019

Pieter Verhoeff is nog steeds een beetje Us Pieter


Ik houd van film. De grootte van het doek. De wereld uitvergroot. De beelden en een verhaal die iemand anders bedacht heeft. De fantasie waarin je helemaal op komt gaan en je je zelfs in kunt verliezen. Het liefst ga ik naar filmhuisfilms, maar sommige kaskrakers zijn ook gewoon leuk om te bezoeken. Het filmfestival in Leeuwarden is bovendien altijd extra leuk: je kunt je daar de hele dag laven aan films die je elders niet ziet. En de sfeer is bovendien opperbest. Voorheen kon ik met gemak 4 tot 5 films per dag ´hebben´.  Tegenwoordig vind ik 2 al veel. De ene energie van zo´n kunstwerk is de andere niet. Kom je net diep bedroefd uit een familiedrama, val je in een absurdistische niet te begrijpen productie. Ik wil daar graag nog even over nadenken, het op me in laten werken.

Filmfestival Leeuwarden

Tussen de eerste en de tweede film dit weekend zat weinig tijd. Zo´n 3 kwartier geloof ik. En naast overdenkingen wilden we ook iets concreets: eten en drinken namelijk. De rijen waren lang. Maar toen we toch met een lekker theetje en een bak noedels met kip en groenten in de hand stonden, was het nog zoeken naar een plekje. 

Ga lekker zitten

We zagen heel toevallig een bankje met een heel aardig ogende vrouw zitten en vroegen of we aan mochten schuiven. Tuurlijk zei ze, ga lekker zitten. Ik brak mijn hoofd omdat ik dacht haar wel eerder gezien te hebben. Toch kon ik haar niet thuisbrengen. We keuvelden wat over de films die we gezien hadden en welke we goed vonden. Dat doen filmliefhebbers namelijk nu eenmaal. 

Ik durfde zijn naam niet te vragen

Toen vroeg ze waar we vandaan kwamen. Lemmer zeiden we als uit één mond. Er schoot iets over haar gezicht. Daar kwam mijn man ook vandaan zei ze toen. Er begon me iets te dagen. Ze noemde geen naam. Ik durfde zijn naam niet uit te spreken. Zo pril nog dacht ik. In april net overleden. En misschien klopt het wel niet. Dit festival speelt hij een hoofdrol. Postuum zoals dat zo mooi heet, of te wel na zijn dood. Ik dacht moet ik het toch vragen? 

Pieter Verhoeff

Toen zei ze het zelf:´Mijn man was Pieter Verhoeff.´ Gaan jullie morgen ook De Vuurtoren kijken? Oei dacht ik en ik zei het ook. ´Het zal wel niet eenvoudig zijn om hier dan te zijn. Beladen.´ Ze knikte. Mooi en emotioneel tegelijk, zei ze terwijl ze een teugje uit haar glas rode wijn nam.

De Vuurtoren

Ik had haar wel even willen omarmen, maar dat doe je niet met zomaar een vreemde. In plaats daarvan zeiden we dat het zo fantastisch was wat hij allemaal gemaakt had. Dat  zowel film als de echte vuurtoren zo belangrijk waren. Dat dit voor Lemsters zoveel betekent, omdat dit een baken in hun leven was geweest. Ze knikte. Vertelde over zijn verbondenheid met zijn geboorteplaats. Over schoonzus Lien. Ik vertelde dat mijn vader altijd met Liens man had gewerkt. We keuvelden. Er kwamen vrienden of bekenden langs die haar omhelsden en ons vroegen of we nog wat wilden drinken. Zomaar.
Pieter is nog steeds ook een beetje van ons zei ik toen. En weer knikte ze. En toen moesten we gaan. Naar de tweede film. Uren later zat ze er nog. Ik wilde weer naar haar toe lopen en haar vastpakken. April nog maar dacht ik. En dan zoveel aandacht, terwijl hij er niet meer bij is. Ik deed het niet. Ik knikte nog een keer naar haar. Ze hief haar glas. Lachte een mooie lach. Op zondag reed ik langs de vuurtoren. Die in Lemmer staat. Bedankt Pieter zei ik. Voor alles.. En dat je een van ons was. 

maandag 21 oktober 2019

Lieve Trees


Trees van der Belt-Scheffer was voor ons niet zomaar een naam. Ze was voor ons die lieverd. Ze was voor ons de vrouw die altijd zo lekker op haar scootmobiel racete. Ze was de vrouw waar je altijd een praatje mee kon maken. Die je vaak even tegenkwam in de winkel. Die altijd wel gespreksstof had. En altijd een aardig woord. Die ´sa is it faam´ tegen je zei. Maar ze was bovenal de moeder van mensen die ons dierbaar zijn.

Naar huis

We wisten dat het met haar niet goed ging. Dat de familie als één man om haar heen was gaan staan om er voor te zorgen dat ze toch terug kon naar de plek waar haar wiegje stond. Want Lemmer was haar alles. Dat iedereen er misselijk van was toen ze naar de Ielannen in Sneek moest en besloot:´Dit moet anders.´ En toen was er toch die tijding:  dat ze na aanvankelijk wat te zijn opgeknapt was overleden.

Zijn we te veel

Ons groepje drentelde wat na het condoleren. Omdat we dachten dat we teveel zouden zijn en te veel ruimte in zouden nemen. Ga toch zitten zei de uitvaartbegeleider, er is plek zat. En we luisterden. Met ingehouden adem en soms tranen over onze wangen. Naar het verhaal van de grote liefde voor haar man Henk. Naar het feit dat ze overal hadden gewoond omdat de broodwinning daar nu eenmaal om vroeg. 

Enorme bezorgdheid

Haar enorme bezorgdheid voor haar kinderen was ook tekenend voor haar zo bleek. Dat als ze een dagje op het strand zat, ze zowat de hele Lemmer in de gaten hield. Misschien omdat ze zelf niet kon zwemmen. En toen hoorden we van dat enorme verdriet dat zo´n gat in haar en het hele gezin had geslagen. Het overlijden van jongste spruit Peter op 9-jarige leeftijd door een ongeluk. Onlangs had ze me er al op aangesproken. Dat ze door de nieuwe opzet van de begraafplaats niet meer bij Peter en Henk kon komen. Dat ze dat zo vreselijk vond. Dat ze een mens toch niet bij hun geliefden weg konden houden. 

Wat ze niet zei

Ze zei er niet bij dat het leven na het ongeluk nooit meer hetzelfde was geworden. Of dat je je best blijft doen voor de andere kinderen. Ze sprak ook niet over het feit dat haar man zo ziek was geworden dat hij opgenomen moest worden in een instelling en ze daardoor uit elkaar werden gehaald. Of dat ze er gelukkig wel bij was toen hij overleed. Ze sprak niet over het grote verdriet dat hun familie opnieuw trof toen haar dochter haar partner verloor. Een partner bovendien waar ze mee kon lezen en schrijven. Die boodschappen voor haar haalde, waar ze mee boomde. Dat zei ze allemaal niet. 

Maar dat zeiden haar kinderen nu wel.  Maar ook dat ze zo gek was op haar sigaretje. Dat ze samen met haar dat sigaretje roken zo ongeveer het mooiste moment van de dag vonden. Maar ook dat ze de lekkerste snert en bonensoep van de wereld kon maken. Dat de kinderen daar bakken vol mee van naar huis kregen en ze zich dan nog afvroeg of het wel genoeg was. Dat ze breide alsof haar leven er van afhing. Dat ze graag even naar Onder de Hoek ging. Maar dat ze boven alles gek was op haar kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen en alles voor ze deed. En dat, dat  verbaasde ons geen seconde.

maandag 14 oktober 2019

Winkeldief of een waanidee


In de zoektocht naar wat eten we vandaag nu weer, loop ik vertwijfeld van de groente naar de vis en van de pasta naar de rijst in een plaatselijke supermarkt in Lemmer. Omdat ik niet goed weet wat het gaat worden, kijk ik maar wat andere mensen in hun wagentjes laden. Beetje inspiratie opdoen.  

Wat doen ze vreemd

Twee mannen trekken mijn aandacht. Niet omdat ze nu zulke spannende dingen beethouden, maar omdat ze zich wat vreemd gedragen. Ze lopen heen en weer, schuiven wat achter rijen met blikken. Dan komt er eentje aan met wat lijkt op zo´n kant-en-klaar maaltijd. Het volgende moment lijkt die maaltijd te zijn verdwenen en lijkt de man nogal aan zijn broek te staan hijsen. Het zal toch niet, bedenk ik me. Dat hij die kant-en-klaar maaltijd tussen zijn broekriem laat verdwijnen? 

Verkeerd gezien?

Of heeft hij hem net terug gelegd en heb ik het allemaal verkeerd gezien. Ik besluit het tweetal in de gaten te houden en besluip ze hier en daar. Het voelt niet als zuivere koffie, maar voel ik wel als zuivere koffie in mijn zoektocht naar iets waarvan ik niet weet wat het moet worden? Ik blijf kijken. Besluip hen vanaf een andere kant. Ik blijf het verdacht vinden. Schuiven ze daar nu weer wat in een rij met blikken? Of wil ik iets zien dat hen verdacht maakt?

Aan wie meld ik dit?

Moet ik het zeggen dat ik het niet vertrouw? En aan wie dan? Ik ga op zoek naar wat sterke kerels in de winkel, maar vind alleen maar meisjes die vakken vullen, brood bakken en vleeswaren snijden. In deze winkel werkte toch iemand die de boevenvanger van het jaar was? Waar is diegene als je hem nodig hebt? Ik blijf de mannen volgen en heb het idee dat ze het in de gaten hebben en me schuldbewust aankijken. Maar is dat niet alleen een idee? Ik word er opgejaagd van, ga nog een keer op zoek naar jongens die ik kan inlichten, maar vind niemand. Dan sta ik bij de kassa en zie ze weer smoezelend staan in een ander gangpad. Moet ik het tegen de caissière zeggen? Maar wat moet zij doen als het tweetal agressief wordt? En mag je zomaar tegen een klant zeggen dat hij zijn broek moet uittrekken omdat je vermoedt dat daar een pak zuurkool met worst tussen zit? Terwijl dat misschien helemaal niet zo is? Help..

maandag 30 september 2019

Ridders

Zomaar opeens was ons Lemmer 3 ridders rijker. Bij koninklijk besluit werden zij benoemd en kregen een kruisje. En wat vond ik dat terecht. 

Sandra

De eerste die het felbegeerde kruisje in ontvangst mocht nemen was onze eigenste Sandra. Die mensen in een tijd waarin we allemaal lijnrecht tegenover elkaar lijken te staan, juist samen wil brengen. Alle gezindten, alle geloven, alle achtergronden: een grote familie. Overbrug je verschillen, wees mens met elkaar, want dat zijn we en respecteer elkaar in alle praal en pracht. Wat een mooie gedachte. Ze wist zelfs een heel festival daarover naar Lemmer te brengen met een bijbehorende wandeling. 

Zelf een andere achtergrond

Zelf met een andere achtergrond dan veel van de kaaskopjes hier en oorspronkelijk uit een ander land wist zij als geen ander op hoeveel tegenstand je vaak kunt rekenen als iemand die net iets anders is. Vanuit positiviteit, maar wel heel vastberaden zocht ze de dialoog. En ik heb dat al helemaal in den beginnen mogen ervaren, want zij en een aantal vrouwen die daarmee heel veel jaren geleden al bezig waren, vroegen me toen of ik hun het hemd van het lijf wilde vragen.  Dat leverde mij toen al inzicht in de positie van de donkere vrouw en zette me aan het denken. 

Nieuwe beweging

Met haar nieuwe ´beweging´ zet ze echter veel meer in gang. Naast dat alles is het ook nog eens gewoon een schat van een vrouw, waarmee je heel snel een uur op straat staat te kletsen en natuurlijk de leukste oma van de wereld.  

Bettie en Rein zijn de buurtvereniging en zijn het buurthuis

En toen waren daar vervolgens ook nog die beide kanjers van buurtvereniging de Noordster. Bettie en Rein ademen en ademen het clubgebouw, de activiteiten, de menselijke maat en heel veel spontaniteit. In het persbericht dat we over hen kregen stond onder andere dat Rein ´buitensporig´ veel uren heeft zitten in het beheer van ´zijn´ buurthuis en ´hun´ vereniging. 


Nou dat klopt wel. De man sliep er nog net niet, voor zijn vrouw gold hetzelfde. Zij nam alle honneurs waar als hij bovendien even niet aanwezig was. En het ging niet alleen om een vergadering beleggen, een avond organiseren of een ledenlijst maken. Zij zijn en waren de buurtvereniging, durf ik gerust te zeggen. Mensen die geen kloppend hart hebben voor de buurt, in mijn beleving zijn ze één en al hart en doen ze alles vanuit dat gevoel van naastenliefde.   Met dans, met zang, met lekkere hapjes, met een organisatie die klinkt als een klok. En voor al die mensen die dat zo nodig hebben. 


maandag 9 september 2019

Hoe kom je dat te boven?



Hoe kom je dat te boven dacht ik terwijl ik keek naar de plek waar het 75 jaar geleden gebeurd moet zijn. Kabbelend water, een mooi zonnetje, ruisende bomen. Ze herinnerden in niets aan dat verschrikkelijke moment. Ik kon er eigenlijk niet over praten zei ze. Zelfs niet met mijn broer en zuster. Andere tijden dacht ik, die een andere mores hadden.

Hoe kom je dat te boven? 

Maar hoe kom je dat te boven? Een bom. En dan ook nog niet eens van de vijand, maar juist van onze bevrijders. Zomaar gedropt op een klein scheepje van gewone binnenschippers. Die de kost verdienden met het overbrengen van goederen van A naar B en veilig dachten te zijn. Die waarschijnlijk lagen te slapen toen iemand besloot dat die bom gedropt moest worden.

Een dag eerder

Haar vriendinnetje van toen belde me op. Dat ze zo graag weer contact met haar wilde. Als zij dat ook wilde, want ze begreep ook wel dat dit misschien moeilijk lag. Want dat zij het was die een dag eerder nog met haar in de roef had gespeeld. Maar dat de meisjes weer naar school moesten en dus terug naar opa en oma. Veilig aan de wal. Dat haar vader de onheilstijding moest brengen: je vader en moeder en je broer en zusjes leven niet meer. Hoe kom je dat te boven als jong meisje van 12 als de hele wereld doet alsof er niets is gebeurd.

Overlever

Zelf kon ze daar ook geen antwoord op geven. Ze ging door, zo oordeelde ik uit haar woorden. Een overlever, letterlijk. Hopelijk ook iemand die durfde te leven en dat drama niet de boventoon liet voeren. Maar kan dat eigenlijk? Ik vroeg het me allemaal af. Toen zei ze dat ze er later, ja veel later wel over kon praten. Met haar broer en zus. Maar toen ze voor het eerst  weer op school kwam, was er niemand die ernaar vroeg. En een tijdje later was er nog steeds niemand die er naar gevraagd had. 

Ik hoop op een luisterend oor

Ik dacht, ik hoop dat je een man had of hebt die er altijd naar heeft gevraagd. Dat je kinderen hebt die je steeds vragen. Dat je vriendinnen had die wel dat luisterend oor hadden. Dat ergens iemand je pijn wilde horen en kon invoelen. Want ja, het was oorlog en ja het waren andere tijden. Maar op zo´n dramatische manier de helft van allen die je liefhebt opeens kwijtraken, moet toch een gat slaan in je hele wezen. En ze huilde. Ingehouden en stille tranen. En wij, wij huilden ingehouden met haar mee.

maandag 1 juli 2019

Bedankt lieve meester Broere


De eerste schreden op het pad naar volwassenheid is toch vaak de gang van de basisschool (in onze tijd heette dat nog lagere school) naar het voortgezet onderwijs. Eng vond ik dat, weet ik nog wel. Heel erg eng.

 Op onze lagere school werd een indeling gemaakt naar hoe slim je was: leerlingen die goed genoeg waren voor de Havo kwamen in de rij bij het raam. Kinderen die naar de Mavo, technische school of huishoudschool gingen, zaten bijeen in de andere 2 rijen. Ik heb in beide gezeten. De angst voor het onbekende Emmeloord, waar ik dan de hele dag zou moeten vertoeven maakte dat ik zeker 2 keer geswitcht ben. Qua intellect kon ik het wel aan. Maar het van huis zijn, die enorme school met die enorme hoeveelheid kinderen, maakten me angstig. Mijn ouders werden waarschijnlijk hoorndol van zoveel getwijfel en steeds maar weer met de meester praten: ik weende zelf elke keer weer hete tranen.

Tot dat het definitieve besluit genomen was en ik naar de Mavo ging. Punt. De openbare mavo wel te verstaan. Gewoon bij ons om de hoek, op loopafstand. 

Meester Broere

Met aan het hoofd meester Jan Broere. De eerste ontmoeting met hem kan ik me niet meer herinneren, maar zijn zachtmoedigheid is me wel altijd bij gebleven. Geen geschreeuw en gedoe, wel rechtvaardigheid. En soms was hij een beetje verstrooid. Dat vertederde me altijd. Geen idee of de vertedering van een 12-jarige hetzelfde is als die van een volwassen vrouw, maar ik had een zwak voor de man. Misschien had dat ook te maken met het feit dat hij prachtig gedichten kon voordragen. En soms uitspraken had, waar wij als kinderen een soort van achterover sloegen. Door de woordkeuze, de manier waarop hij dingen uitsprak. Ik vergeet nog zijn bijzondere tongval. Noem het bewondering.  

Ontmoetingen in de bieb

Later toen de Mavo tijd al lang achter me lang, ik toch naar het verre Emmeloord en zelfs Groningen verkaste, kwam ik hem vaak tegen bij de bieb. De liefde voor de letteren bond ons en we maakten vaak even een praatje. Maar ik kwam hem ook vaak tegen bij de supermarkt. De laatste keer dat ik hem zag vond ik hem breekbaar. Daarvoor eigenlijk nog altijd wel een man van de wereld die ik nog heel lang tegen zou komen. Helaas zal dat nu nooit meer kunnen: meester Broere zal nooit meer zijn prachtige volzinnen laten weerklinken. Maar in mijn hoofd zitten ze opgeslagen. Met dank lieve meester.  

maandag 3 juni 2019

De Gale Hamkestraat is als Atlantis: een catastrofe is nabij



De Gale Hamkestraat is als Atlantis: de straat gaat aan een catastrofe ten onder. Niet door vulkanen of iets mysterieus overigens: menselijk ingrijpen, maakt dat de straat binnenkort passé is. Kan dat zomaar vraag ik me af: een straat laten verdwijnen? Volgens de stukken van de gemeente wel, nu de woningcorporatie de woningen daar wil slopen en er geen nieuwe voor in de plek wil zetten. De gemeenteraad mag er nog wel iets van vinden, maar als die akkoord is dan gaat daarmee weer een stuk geschiedenis verloren.

Walvisvaarder

Overigens is Gale Hamke nooit een inwoner van Lemmer geweest.  Hij kwam wel uit de buurt, namelijk uit Rijs en woonde ook in Stavoren. Maar hij was ook een held, want hij redde in 1639 bij Spitsbergen 20 van de 86 manschappen die daar verongelukten met hun walvisvaarder. Ook ontdekte hij in 1670 een baai aan de oostkust van Groenland die naar hem werd vernoemd.

Lieflijk hofje

Maar de Gale Hamkestraat is vooral zo´n hofje waar je sympathie voor hebt. Dat lieflijk aandoet, dat net even anders is dan andere stukken van Lemmer.  Dat open is in een straat die verder helemaal op slot zit. Dat een eigen stuk groen heeft, met eigen parkeerplekken en met een eigen hondenveldje. Maar dat dus helemaal gaat veranderen. De straat gaat weg, het groen maakt plaats voor rijtjeswoningen en daar waar ons huisje zo lang gestaan heeft, komt blijkbaar weer iets groens. Of dat laatste logisch is, weet ik niet. Waarom niet het groen zo laten en dan op de plek waar wij woonden aan de Parkstraat dan huizen neerzetten zegt mijn kippenverstand.

Weer 16 woningen weg

Mijn kippenverstand (sorry kippen), zegt me ook dat het waarschijnlijk niet logisch is om weer 16 woningen uit het arsenaal te halen, wat nu dus wel het plan is. Wij hadden geluk dat we op een voorrangslijst stonden; daarmee lieten wij 121(!) andere gegadigden achter ons en kregen we een woning die we te gek vinden. Nu zullen al die 122 mensen niet urgent op zoek zijn naar een woning, maar als ik naar de aantallen mensen kijk die op een huis reageren waar ze graag in zouden willen wonen dan is dat aantal toch redelijk schrikbarend.  En als je wel dringend op zoek bent is het helemaal een drama om aan de bak te komen, want of je nu met kinderen op straat komt te staan of niet – woonruimte is er niet. Volgens mij kunnen we dat de mensen, maar ook Gale Hamke niet aandoen.


maandag 7 januari 2019

Burenplicht, dorpsplicht

We stonden in een winkel een bed uit te zoeken, toen de telefoon ging. Mijn allerliefste vriendje Gerrit Harsta  aan de telefoon. Dat er een bos bloemen op me lag te wachten. Zomaar. Met een gedicht. Op dat gedicht wilde hij nog graag later even een reactie. Zoals hij dat altijd wil. Maar dat kon later wel.

Niet langer de burgemeester van de Langestreek midden

Hij vertelde nog snel even dat hij niet langer de burgemeester van de Langestreek  midden en omgeving was en die taak nu in iemand anders hand lag. En dat daar het gedicht mee te maken had. Thuis aangekomen lag er een schitterend boeket te wachten. En erin het beloofde gedicht. Recht uit het hart. De buurt had samen het nieuwe jaar gevierd, Gerrit had zijn burgemeestersstaf overgedragen. En er was her en der een drankje gedronken. De gemeenschapszin stond echter centraal. Hij schreef
’Daar waar de wereld ten onder gaat.
Aan Godsdienst- twist en Volkrenhaat.
Daar staat de Langestreek e.o. in het volle licht.
Van buren-trouw, ja burenplicht.

Ze zorgen voor elkaar daar aan de Langestreek midden

Ik wist van hem: ze zorgen voor elkaar daar aan de Langestreek midden. Ze komen bij elkaar, bespreken de wereld. Ze zorgen voor eten voor elkaar. Drinken samen een borrel. Helpen met klusjes. Een mooier woord dan dat van Gerrit zijnde burenplicht kon ik er niet voor vinden.

Op elkaar bouwen

En die zinnen waren me zo aan het begin van het jaar uit het hart gegrepen. Op elkaar kunnen vertrouwen en bouwen, mooie contacten opdoen en elkaar helpen. Het is eigenlijk het enige wat van belang is. Met elkaar de eenzaamheid verdrijven. Met elkaar de gezelligheid opzoeken.

Een fysiek punt om elkaar te helpen

Misschien moeten we zelfs een app maken of een centraal fysiek punt waar we vragen bij elkaar kunnen neerleggen. Zodat iemand die opeens heel veel moet koken voor haar werk, even de aardappelen kan laten schillen door iemand anders.  Zodat iemand die een muurtje geverfd moet hebben, even wordt geholpen. Zodat iemand die eenzaam is, gewoon even een bakkie koffie kan komen doen. En zodat iemand die eten nodig heeft, gewoon een bordje thuisbezorgd krijgt.  Gewoon omdat het kan. Ondanks dat we allemaal druk zijn. Ondanks dat de regering alles zo duur maakt dat we beide moeten werken. Ondanks al dat. En ondanks dat Gerrit nu geen burgemeester meer is van de Langestreek midden en omstreken. (maar hij wel een waardig opvolger heeft gevonden naar verluid). Burenplicht, dorpsplicht.  Laten we voor elkaar zorgen…

maandag 26 november 2018

De man met stok en camera


Soms zie ik de verbaasde blikken: is het echt wat die man daar doet? Een man met een hele lange stok met daarop een camera die een soort gymnastiek uit moet voeren om elke keer weer die camera te laten werken. Met een systeem dat hij zelf bedacht heeft. Dat hij zelf gebouwd heeft. Waarmee hij in weer en wind heen en weer fietst, heen en weer loopt. Waarbij hij altijd in de belangstelling staat. Maar waarmee hij ook de mooiste foto’s maakt. 

Geschiedenis vastleggen

Waarmee hij de geschiedenis vastlegt voor het nageslacht. Want wie weet nog hoe de Rondweg 2 jaar geleden was? Er is inmiddels zoveel gebeurd daar dat zelfs wij dat bijna allemaal al weer vergeten zijn. Wie weet nog hoe het hele bouwproces ging van de nieuwe gemeentewerf? Dat het daar eerst braak lag en er nu een gebouw staat. Hoe dat ging, steentje voor steentje. Hoe het MFC in Lemstervaart vanaf de fundering werd opgebouwd. Eigenlijk hoe alles wat is veranderd in de loop der tijden is veranderd, is gegaan. Dat alles legt hij vast. Zonder daarvoor iets te vragen, gewoon uit eigen beweging en in zijn eigen vrije tijd. Op zijn eigen fiets, met zijn eigen camera, met zijn eigen bedachte camerasysteem.

Een collectief geheugen

Ik zie wel eens foto’s terug van toen ik nog klein was en bedenk me dan hoe anders alles was. Als ik die foto’s niet had gehad, had ik dat niet meer kunnen reproduceren. Hoe in het centrum van Lemmer huisjes stonden naast de hervormde kerk. Hoe er nog veel langer daarvoor water liep op plekken waar het nu gedempt is. Hoe winkels eruit zagen waar we toen onze boodschappen deden. Welke mensen er toen woonden.

Peter van den Brandt

 Onze gemeentefotograaf  Peter van den Brandt ( die geuzennaam verdient hij absoluut)  was er in die tijd dan nog wel niet bij, maar legt nu een schat van informatie vast. Voor ons, voor het nageslacht. En hij dient daarmee de historie, ons collectieve geheugen, het inzicht in processen en hij zorgt heel gewoon voor prachtige en informatieve kiekjes in het heden. En dat hij dat ook nog allemaal volledig vrijwillig doet: daarvoor verdient hij naar mijn idee een hele vette medaille. En die stok? Dat is naar mijn idee een uiting van een heel creatief brein, waar ik heel diep voor buig.

zaterdag 20 oktober 2018

Zomaar vier namen

Zomaar vier namen. Hans, Harry, Eibert en Chris. Zomaar schrijf ik, maar er was niets zomaar aan. Het lot dat deze mannen trof, kwam veel te vroeg, veel te naar, veel te oneerlijk en soms ook nog eens heel onverwacht.


Nee, ik kende ze niet alle vier. Sommigen van in de wandelgangen. De ander omdat hij de broer is van mijn arts. En omdat zijn vader en moeder een stuk volkstuin naast me hadden. We spraken er wel eens over: dat hij ziek was. Maar ook dat het best goed ging. Maar dat ze ook wel wisten dat dit ding, dit verschrikkelijk nare ding in zijn hoofd, eigenlijk niet te verslaan was.

Zeilmakerij

Met Eibert werkte ik op de zeilmakerij. Wel 35 jaar geleden, maar hij bleef me altijd bij. Grote stoere man die nooit al veel woorden vuil maakten aan alles, maar de mooiste sprayhoods en andere zeilboot zaken maakte. Gewoon zo’n man waar je op kunt bouwen, zo’n beer die je altijd tegenkwam op zijn fietsje.

Gewoon deel van

Hans, van zijn eigen zeilmakerij waar hij voor leefde. Maar ook omdat hij gewoon iemand was die bij Lemmer hoorde. Niet opvallend, maar gewoon deel van. Maar die ook bij zijn vrouw hoorde. Bij zijn kinderen hoorde.

Chris kende ik niet; maar zijn foto zei genoeg. Dat, zijn geboortedatum en het rijtje geliefden.

Leed en lijden

Vier jonge mensen in de bloei van hun leven. Die van alles hebben moeten doorstaan, die geliefden achterlaten. Hebben moeten achterlaten. Wiens geliefden, vrienden, familie nu verdriet hebben. Die misschien ook vrede hebben met het feit dat er in sommige gevallen nu geen leed meer is, maar die ongetwijfeld zelf lijden.  Ik hield de krant vast met hun namen in het zwart gedrukt en zag ernaast letters staan die zinnen vormden over dingen waar we wel invloed op kunnen hebben. We hebben het nog steeds niet begrepen dacht ik. Dat het eigenlijk alleen maar daar om draait. En dat ik, ondanks dat het mijn werk is, er deze keer eigenlijk geen woorden aan kan geven.

maandag 9 juli 2018

Buurvrouw Richt


Lange tijd woonde ze naast mijn ouders en later werd ze dus ook op een kleine afstand mijn buur toen ik naar dezelfde straat verhuisde: buurvrouw Richt. Klein en fragile vrouwtje, maar als ze haar mond opendeed wist je: met haar valt niet te spotten. 

Kroeg in Lemmer gehad

Dat kon ook bijna niet anders: tientallen jaren een eigen kroeg gehad met haar man en zoon of zonen en dat is niet voor watjes. Geloof ik dat ze op eigen houtje een grote kerel aankon? Ja, dat geloof ik oprecht. Met haar schelle stemgeluid (misschien wel in die tijd ontwikkeld) was ze niet te missen. Vond ze zo’n leven altijd even leuk? Daar ben ik nooit helemaal achter gekomen; het leek alsof ze het leven droeg zoals het kwam.

Bauk must es hore juh

Maar wij kenden vooral die andere kant van buurvrouw Richt. Bauk must nou es hore juh, zei ze dan tegen mijn moeder. En dan kwam er weer een prachtig verhaal of een anekdote. Gewoon over de heg of nadat ze even had aangebeld. Of ze zei: Wiebe juh, hoor es.’ Of ze kwam informeren hoe het ging. Kwam langs met een bloemetje of wat te eten. Toen haar boom van een vent ziek werd (hij had niet voor niets de bijnaam Lange) was dat een drama. Maar de kleine fragiele buurvrouw sloeg zich ondanks alles er toch doorheen. Vond - had ik het idee - troost in de (klein)kinderen en ging voort met het leven.

Nuchterheid en acceptatie

Gisteren zag ik opeens haar overlijdensbericht. Het leken haar eigen woorden wel (misschien waren ze dat ook wel). Van nuchterheid over hoe het leven nu eenmaal gaat tot dat er soms echt niks meer aan is als het allemaal niet meer wil. De laatste keer dat ik haar sprak, had haar gesprek een zelfde toon. Ze was niet zo heel expliciet, maar ik merkte wel dat het allemaal niet zo fijn meer ging. In mijn beleving kleine vrouw met een groot hart en groot doorzettingsvermogen. En een groot vermogen om te accepteren wat er is en niet wat er niet is. Moge dat nu vooral dan rust zijn.