maandag 12 augustus 2013

Gemeentekennis

Je zou denken dat de ambtenaren van De Friese Meren wel een beetje weten wat er leeft in Lemsterland. Zeker als ze aanwezig zijn op een bijeenkomst die gaat over Lemmer. Toen ik de laatste keer bij een vergadering was, bleek daar bitter weinig van waar. Zo had men daar nog nooit gehoord van de Zuid-Friesland.

De mevrouw die mij vroeg me in te schrijven op de presentielijst kwam speciaal vragen wat Zuid-Friesland dan wel mocht zijn. Toen ik haar verbaasd aan keek en haar zei dat ik het vreemd vond dat zij dat niet wist, had ze niet echt een antwoord anders dan dat zij daar niet over gaat.

Op zich is dat al vreemd: ambtenaren zouden toch moeten weten wat er zoal gepubliceerd wordt over ons mooie grondgebied. Omdat ze dan weten wat er leeft, maar ook om zaken bij te houden die mogelijk belangrijk zijn. Bovendien adverteert de gemeente in dit blad. En zoveel kranten zijn er nu ook weer niet op het terrein van De Friese Meren. Ik tel er hooguit 5.

Omdat wij dus niet bekend waren, werd er ook lustig op los gebabbeld. Er werden zaken gezegd die naar mijn idee niet zo goed kunnen. Zo zei een ambtenaar letterlijk dat er in Lemsterland raadslieden waren die aan stemmingmakerij deden. Dergelijke uitspraken horen niet in het openbaar is mijn mening. Daar komt bij dat raadslieden er zijn om het openbaar belang te dienen. Dat kan nooit verward worden met stemmingmakerij.

Het toont verder vooral aan dat Lemsterland nog steeds een vreemde eend in de bijt is. Want vergaderen in Lemsterland gaat er nu eenmaal anders aan toe dan in Skarsterlân of in Gaasterlân-Sleat. Raadslieden zijn daarnaast erg betrokken en vertonen zich vaak op bijeenkomsten waar iets wordt uitgelegd of waar betrokkenen zich uit kunnen spreken tegen of voor iets. Dergelijke uitspraken doen overigens het ergste voor de toekomst vrezen.

Nu is het natuurlijk de vraag of Lemsterland überhaupt nog veel afgevaardigden kan gaan leveren voor de nieuwe raad. Maar is dat wel het geval dan lijkt het alsof ze de mond zal worden gesnoerd. Voor het democratisch gehalte niet bepaald een goede zaak. Overigens toont het ook aan dat de ambtenarij wel een hele dikke vinger in de pap heeft, daar waar raden uiteindelijk toch de definitieve besluiten moeten nemen. Ik adviseer De Friese Meren in ieder geval om een avondje voorlichting te houden over de media die aanwezig zijn in het gebied. Dan worden er tenminste niet meer zulke flaters geslagen.

zondag 28 juli 2013

Onbeskoft

Ik ben gek op het programma FC Kip van Jandino. Vooral Judeska is mijn favoriet en naar wat ik gemerkt heb zijn dat er meer. Dat zij de ‘onbeskoftheid’ zelve is, terwijl ze andere mensen dat verwijt moge duidelijk zijn. Het leek een beetje op een situatie waarin een vriendin en ik deze week verzeild raakten.

Zij is doof aan één oor en dat is behoorlijk lastig. Gaat haar telefoon en weet ze niet waar hij ligt, dan zoekt ze steevast in een verkeerde hoek. Als we op pad gaan, moet ik aan haar ‘goede’ kant gaan zitten anders verstaat ze niets van wat ik zeg. Enfin, wij zaten dus op een prachtige zomeravond op een terras aan het dok. Daar kwam een wanstaltig rubberbootje aanvaren met twee mensen daarin die wel heel moeilijk op de kant kwamen. Gewoon omdat hun postuur iets te omvangrijk was voor de klimtocht de wal op. En nee, we lachten daar niet om, we wilden zelfs gaan helpen.

Ons gesprek zette zich voort, tot de heer van het gezelschap ons toeschreeuwde dat het ook wel wat rustiger kon. Het hele terras hoefde niet mee te genieten van onze conversatie en mijn vriendin schreeuwde volgens hem te hard. Toen ik opmerkte dat ze doof is aan één oor, keek hij met een hoofd vol ongeloof. En zei iets van dat zal dan wel.

‘Onbeskoft’ dacht ik. Wat doe je dan op een terras als je zo licht geraakt bent en blijkbaar in stilte je tijd wilt doorbrengen. Ga dan aanleggen bij een eilandje waar niemand is. En als het je stoort, kun je ook eerst in alle vriendelijkheid aangeven dat je er last van hebt. Of vragen of het wat zachter kan, omdat je geïrriteerd bent. Ik vroeg me ook af of het heerschap in kwestie een gezin met een gillende baby tot de orde had geroepen. Ook die kun je namelijk niet sturen. Of iemand met een scootmobiel waarvan de banden wellicht te hard piepen. Of een blinde met een stok die mogelijk te hard tikte. Mogelijk heeft mijn niet synchrone voorkant de man in kwestie ook wel gestoord. Sommige mensen hebben namelijk overal last van.

Gelukkig kregen we bijval van omstanders. Twee jonge heren die direct naast ons zaten, lieten de man direct weten het er helemaal niet mee eens te zijn. En dat hij hier in een toeristenplaats zat waar mensen gewoon zichzelf mochten zijn als ze anderen daarmee niet beschadigen. En dat deed ze niet, die vriendin van mij, want ze is de meest behulpzame en aardige persoon in de wereld die ik ken. Bovendien heb ik vriendinnen die niet doof zijn, die van nature nog veel luider zijn. Maar die hadden de man in kwestie ook heel anders van repliek gediend.

donderdag 25 juli 2013

Wolf in schaapskleren

De afgelopen week was het allemaal wolf wat de klok sloeg. Alle nieuwszenders storten zich op het gevonden exemplaar in de Noordoostpolder, de kranten en websites stonden vol met wolf. Ook op een redactie waar ik mijn kunstjes mag vertonen hadden wij een wolfrijke week. Zonder Roodkapje, zonder grootmoeder, maar wel met experts die over elkaar heen buitelden om de waarheid boven water te krijgen. Althans je denkt dat ze de waarheid boven water willen halen.

Maar wat de één beweerde, bestreed de ander dan weer. Het leek wel een wedstrijd: wie heeft het meeste verstand van de wolf. En wie als een bedreiging werd gezien werd buitengesloten. Een wolvenman uit Duitsland bijvoorbeeld die ik mocht interviewen werd de toegang tot de onderzoeken ontzegd. De Timothy Treadwell (de man die alles met Grizzlyberen deed en uiteindelijk door hen werd verslonden) van de wolven, een Nederlander notabene die in Duitsland een wolvenopvang heeft, mocht niet meespelen met dit spel. Of zijn bevindingen klopten weet ik niet, ik heb namelijk geen enkel verstand van wolven anders dan dat ik ze ken uit sprookjes.

Maar wat hij zei leek redelijk steekhoudend in mijn lekenbeleving. Overigens weet ik inmiddels heel veel van wolven: dat ze in de zomer hun vacht laten vallen. Dat ze niet van water houden en alleen gaan zwemmen als ze gek worden van de honger en er aan de overkant een prooi te vinden is. En dat ze gewoon als mensen over bruggen lopen als ze een bepaalde route willen lopen. Alleen doen ze dat dan wel als er geen mens te bekennen is, want de dieren zijn erg schuw. En dat ze bevers vreten in een omgeving die vooral rustig moet zijn.

Niet alleen de experts vielen over elkaar heen als de bever die hij in zijn maag had, ook mensen die het dier hadden gevonden eisten alle eer op. Toen de één aangaf dat hij blij was dat hij herhaaldelijk had gebeld met de dierenambulance en het dier behouden was gebleven, bleek dat een andere boer meende dat hij daarvoor juist verantwoordelijk was. Het leek wel alsof de aanwezigheid van de wolf in het gebied mensen geagiteerd en opgewonden maakte. Bijna wolfs zeg maar. Inmiddels zijn we nog geen steek verder. Het kan wel en het kan niet dat de wolf hier heeft geleefd. Maar het kan net zo goed dat het dier een paar maanden ergens in een diepvrieskist heeft gelegen bij een Poolse paprikaplukker of een Nederlander die illegaal wolven houdt. Is dat laatste het geval dan lacht diegene zich waarschijnlijk een hoedje om alle commotie die er is ontstaan rondom het gevonden beest. Of hij waant zich Roodkapje.

maandag 8 juli 2013

Je hebt van die dagen

Soms heb je ze. Van die dagen. Van die dagen waarop alles fout gaat. Waarop je bedacht hebt dat het allemaal leuk gaat worden. En dat het dan niet wordt. Zondag was zo’n dag. Er moesten nog flink wat interviews uitgewerkt worden, maar dat ging minder soepel dan ik dacht. Ik moest wachten op kopij van anderen en ook dat kwam niet. Ik zocht naar foto’s en die kon ik niet vinden.

De laptop waar die dingen op staan, is namelijk uit het jaar nul en het apparaat had ongeveer een half jaar nodig om op te starten. Toen al die hobbels toch waren genomen, ontbraken er toch weer zaken. Ik moest 14 verhalen hebben en kon er maar 13 vinden. Het blond van de kapper had blijkbaar zijn werk gedaan, want natuurlijk was nummer 14 er ook wel. Maar daar kwam ik pas na 2 uur zoeken eens achter. Enfin, toen ik chagrijnig in mijn zetel neerzeeg, stootte ik blijkbaar per ongeluk een schilderij aan. Dat donderde echt met geraas naar beneden. Bovendien op een groot Boeddhabeeld dat daar stond op een oosters tafeltje.

De Boeddha werd onthoofd, het tafeltje volledig ontwricht. Maar ook de kaarsjes op het tafeltje en de kettinkjes rond de nek van de Boeddha werden gelanceerd. Wat een bende. Dommer dan dom gooide ik de gewonde Boeddha maar in de vuilnisemmer (mag dat eigenlijk wel, is dat geen heiligschennis?). Terwijl ik bedacht dat deze dag het niet meer ging worden en het tijd was voor mijn bed, grepen mijn handen al naar de vaatwasser. Die eerst maar even vullen.

Pannen met rotzooi eerst maar even legen in dezelfde vuilnisemmer waar ook mister Boeddha in delen in was verdwenen. Maar toen bleek dat de vuilniszak wel heel vol was. Ik wurm het ding uit de emmer, althans daar deed ik een poging toe. Ik wurmde nog eens en toen nog eens. Het ding kwam los, ik wilde al joepie schreeuwen toen de hele bodem eruit viel. Alle prut van een paar dagen over de vloer. Beschimmelde sinaasappels, uitgelopen boontjes, vieze drab van ondefinieerbare zaken. En een stank! Niet te harden. Waarschijnlijk door de warmte.

En daar stond ik tot aan mijn knieën in wat leek op De Steke. De uitgewoonde zak in en andere overkiepen ging moeizaam. Want wat er nog in het oude exemplaar zat viel toen ook maar lekker naast de andere zooi op de grond. Dus heb ik maar met mijn ogen dicht zitten graaien en opvegen. Toen als een haas met de nieuwe vuilniszak naar beneden gerend, voordat hij weer kans zag om te knappen. En daarna met bleek de hele zooi grondig gereinigd. En nu stinkt het. In mijn huis. Naar bleek. Omdat het mijn dag gewoon niet was.

maandag 24 juni 2013

Telefoonperikelen

Een tijdje geleden is mijn telefoon gestolen. In arme landen kunnen ze van alles gebruiken dus ook mijn koelkast zoals hij door velen werd omschreven. Nu was het voor mijn doen al best een hele luxe koelkast. Ik kon er op internetten (wat ik niet deed overigens). Ik kon er op WhatsAppen (wat ik ook niet deed). En ik kon er mee bellen en sms-en (wat ik wel deed). Mijn goede oude Nokia had bovendien een normaal toetsenbordje waar ik heerlijk met mijn vingers overheen kon glijden en de letters in kon drukken die ik wilde. Dat is nu allemaal verleden tijd.

Ik heb een nieuwe telefoon. Een Samsung Galaxy nog iets. Die moest ik vooral hebben vond mijn omgeving. En ik? Ik vind het helemaal niets dat ding. Toen ik net uit de winkel was, ging opeens het apparaat. Ik zag rood en groen verschijnen en bedacht dat ik daar dan vast op moest drukken. Ik drukte tot ik een ons woog, tot de mensen aan de andere kant hadden opgehangen zelfs en wist toen nog niet hoe ik moest opnemen. Er zat wel een boekje bij, maar dat was in het Frans geschreven. Lekker dan.

Van internet heb ik een heel boekwerk gedownload, maar over gewoon je telefoon opnemen werd geen letter geschreven. Waarschijnlijk is dat voor iedereen heel duidelijk. Maar niet voor een non-nerd als ik. Goede raad was dus duur. Oefening baart kunst dacht ik, dus vervolgens heb ik mezelf maar twintig keer met mijn vaste telefoon gebeld. Elke keer drukte ik ergens anders en steeds rinkelde het door tot het bittere einde. Tot ik er zo ziek van was en het ding een slinger gaf. En dat bleek de oplossing, je moet een slinger geven op het frontje en dan neem je dus de telefoon op. Toen ik dat wist, heb ik me maar even aan het sms-en gewaagd. Hoewel ik niet bepaald worstenvingers heb, glijden die staakjes van me toch steeds van de toetsjes. En dan staan er woorden die niemand begrijpt. Echt helemaal niemand. Wat kun je ook maken van hhjjaa. Niets. Ik zou dus bijna terug willen naar Gambia om mijn daar gestolen apparaat om te wisselen voor mijn goede oude Nokia. Daar zouden ze het niet erg vinden waarschijnlijk, ik zou er heel blij mee zijn.
Gelukkig bracht mijn neefje afgelopen zondag uitkomst. Hij kwam, zag en overwon en leerde me van alles over het apparaat. Ik kan nu Whatsappen, Skypen, Facebooken, weet hoe ik foto’s en filmpjes moet maken en kan ze doorsturen. En toch vind ik er nog steeds helemaal niets aan. Mijn vingers blijven van het apparaat vallen, de teksten blijven onleesbaar. Waar is die tijd gebleven waarin we gewoon één telefoon hadden die in de gang hing en waar we gewoon mee belden? Geef mij die maar terug.

zaterdag 8 juni 2013

Geluk

Het is iets waar we allemaal naar streven stel ik me zo voor: het grote geluk. Dat dat in kleine en grote dingen kan zitten, weet waarschijnlijk iedereen wel. Je hoeft niet persé in de grootste villa te wonen of in de grootste auto te rijden om geluk te ervaren. Sterker nog; ik zelf denk dat het daar helemaal niet in zit. Geluk is volgens mij ook heel cultureel gebonden. Ik ben net een paar dagen terug uit een West-Afrikaans land en daar waar ik altijd dacht dat die mensen niet gelukkig konden zijn, ervoer ik nu opeens een heel ander gevoel. Want nee, ze hebben er niets. Hun huizen zijn ietwat krotterige optrekjes met een matras op de grond. Ze koken op steenkool en moeten elk dubbeltje omdraaien om hun huishouden draaiende te houden. Maar wat ze daar wel hebben en wat wij al lang niet meer hebben zijn enorm sterke sociale netwerken. Hele families wonen er samen op wat compounds worden genoemd. Mensen eten er samen, zitten hele avonden met elkaar te ouwehoeren over het leven en als de één iets niet heeft, heeft de ander het wel. In de tuin van één van de mensen waar wij waren uitgenodigd om te komen eten, stond een hele grote mangoboom. Hij hing werkelijk helemaal vol met vruchten. Toen ik vroeg wat ze daar allemaal mee gingen doen omdat ik dacht dat ze er misschien wel jam of een saus van gingen maken, was het antwoord heel simpel: wie zin heeft in een mango komt ze gewoon halen. Zo simpel kan het dus zijn. Wat me verder vooral opviel was dat die sociale samenhang voordelen heeft die wij al lang kwijt zijn geraakt. In dit soort landen ben je nooit alleen. Er is altijd iemand om voor je te zorgen, er is altijd gezelschap in de buurt. Zelfmoord zo vertelden ze me daar komt helemaal niet voor. Of dat helemaal het geval is betwijfel ik, maar ik geloof wel dat mensen veel sneller terug kunnen vallen op de mensen om zich heen. Ondanks het feit dat ze ’s avonds in een hutje kruipen waar ratten ronddraven en ondanks het feit dat het een struggle for life is. Dat de meeste Afrikanen overigens wel graag naar Europa of de VS willen gaan, zou het concept van dat samenleven nog wel eens beroerd kunnen beïnvloeden. Hier komen en dan avond aan avond alleen achter je potje zitten in de barre kou is toch heel wat anders dan lekker buiten zitten terwijl je je familie om je heen hebt en je vrienden om je heen. In een veranderde economische tijd zou Europa nog wel eens een voorbeeld kunnen nemen aan het concept van die sociale samenleving.

Eigen geld


Lemsterland heeft nog een mooi poeppie met geld over. Maar lijkt dat niet aan haar eigen zaken te mogen besteden als we de wethouders mogen geloven. Het voorstel van de raad afgelopen woensdag om Reddingsbrigade en IJsvereniging te ondersteunen in haar openbare taken, nu het nog kan, werd namelijk niet bepaald hartelijk ontvangen.

De wethouders lieten weten dat Lemsterlands eigen geld waarschijnlijk niet daar heen gaat waar het hoort, namelijk naar Lemsterland. Maar op een grote bult terechtkomt, ook wel put genoemd. Partner in crime Skarsterlân namelijk zit al diep in het rood met haar begroting. Zo rood zelfs dat het meer op pimpelpaars begint te lijken. En het lijkt erop dat onze gemeente daar nu al voor moet boeten. Of moet je stellen dat de politiek te voortvarend te werk is gegaan en als ze haar financiële zaken niet op één hoop had gegooid, dat er dan nu wel geld was om zaken die in Lemsterland leven te bekostigen?

Het is als een slecht huwelijk: Je bent nog niet eens in het huwelijksbootje gestapt maar je aanstaande verbied je nu al dingen te kopen die je nodig hebt. Nee, je hoeft niet naar de tandarts, nee je hoeft geen nieuwe kleren. Mooie vrijage is dat, ik zou onmiddellijk de benen nemen als mijn levenspartner me al zo ging beknotten. De realiteit lijkt nu echter wel dat als de beide andere college geen toestemming geven, zowel de reddingsbrigade als de ijsclub het wel kunnen vergeten. En dan moeten ze waarschijnlijk volgend jaar te biecht bij de nieuwe gemeente.

Een gemeente die ongetwijfeld heel strak de regels hanteert en geen uitzonderingen kent. Maar vooral een gemeente die, zoals nu al werd gezegd, het financieel wel eens bijzonder slecht zou kunnen doen. Fusiegemeenten zijn namelijk per definitie veel duurder dan een enkele gemeente op zich, zo is uit onderzoek wel gebleken. Waar we er dan met z’n allen op vooruit gaan in dat nieuwe verband? De organisatie van zaken zo is de gedachte. Maar tijdens diezelfde raadsvergadering bleek ook al dat die nieuwe gemeente niet eens formuliertjes heeft om als minimalijder wat extra’s aan te vragen. Sommigen zullen dat zien als ontmoedigingsbeleid. Ook dat is een optie. Maar dat stemt dus allemaal niet zo heel erg optimistisch. Als ik de wethouders moet geloven moeten zij nu vechten voor hun leven om Reddingsbrigade en IJsvereniging toch die eenmalige bijdrage toe te kunnen kennen. Persoonlijk lijkt me dat een mooi wapenfeit. Ik zou dus zeggen: ga er voor.