dinsdag 29 september 2020

Van wanhoop naar succes

 

Flink wat jaren geleden zat ik in een huiskamer in Lemmer. Ik was gevraagd of ik een interview wilde doen met een jong paar uit Syriƫ, dat uitgezet zou worden. De kerk had zich voor hen ingespannen en had hen een tijdelijk huis aangeboden. Dat was ook niet bepaald overbodig. Ze woonden namelijk in een ijskoude caravan op een camping en zij was hoogzwanger. De wanhoop die ik voelde toen ik daar die kamer betrad was enorm. Bijna grijpbaar hing hij in de lucht. Twee jonge mensen met heel veel potentie en dromen, waren gevlucht voor een regime waarvan ze toen al wisten dat het slecht was. In en in slecht was. En ze hoopten hier veiligheid te vinden. Maar ze vonden vooral veel tegenwerking.

Afgelopen week mocht ik weer bij ze op bezoek. Want ze kregen het toch voor elkaar dat ze mochten blijven. En deze keer was er iets heel anders te zien. Succes. Maar ook vooral doorzettingsvermogen.  Ze openen deze week  een tweede zaak of eigenlijk een derde. Want zowel vader als moeder heeft een bedrijf dat het goed doet. Een klusbedrijf en een kinderopvang. En nu heeft hun 21-jarige zoon inmiddels besloten om eveneens voor zichzelf te beginnen. Hoewel hij die wanhoop van het begin niet heeft meegekregen, heeft hij overduidelijk veel van de drive van zijn ouders meegekregen. Want ze hebben op hun tandvlees  bereikt dat ze mochten blijven. En vervolgens op datzelfde tandvlees een bedrijf opgezet dat meer dan succesvol was. En toen nog eentje. En nu dus nummer drie, een winkel in tegels en sanitair.

Op de opmerking dat het allemaal goudzoekers zijn die hier ons land komen bestelen, zou ik hen dan ook als tegenvoorbeeld willen stellen. Maar ik zou ook graag eens willen laten zien hoeveel pijn en moeite het kost om in een nieuw land helemaal vanaf nul te moeten beginnen. De taal is anders, het klimaat is anders, de omgeving is anders, de mensen zijn anders. En als buitenlander moet je je altijd tien keer meer bewijzen dan als inheemse Nederlander. Des te mooier is het om te zien hoe goed dit stel en hun hele gezin het heeft gedaan. Nog mooier is dat ze er niet bitter door zijn geworden. Gewoon doorwerken is hun devies en niet opgeven. Nooit opgeven. En daarvoor neem ik mijn petje af. En maak ik een hele diepe buiging.

dinsdag 22 september 2020

De rookpaal bij het zwembad


Net als andere mensen heb ik zo mijn gevoeligheden. Momenteel zijn daar genoeg van te vinden in het anti-coronakamp. Mensen komen daar met kreten die ik echt niet begrijp. Nu weer influencers die schreeuwen dat ze niet meer meedoen. Die doodgoeie Gommers die ik graag als surrogaat vader zou hebben, pakte het goed aan en gaf aan graag in gesprek met hen te gaan.

Angstige week

Naast het anti-coronakamp heb ik natuurlijk nog wel andere zaken waar ik me aan stoor. Of misschien is storen het juiste woord niet eens. Ik begrijp het niet. In dit geval behoeft dat enige uitleg. Ik heb er een angstige week opzitten. Wie ooit kanker heeft gehad, denkt bij ieder signaal dat het zich weer openbaart. Ik had een niet zo goede uitslag gekregen van het bevolkingsonderzoek. In een ander deel van mijn lichaam bevonden zich ´onrustige´ cellen. Toen ik vertelde dat ik borstkanker heb gehad en dat mijn moeder is overleden aan longkanker en mijn vader aan nierkanker, zag ik de arts wat bedenkelijk knikken. 

Rook je ook?

Direct daarop vroeg ze of ik ook rookte. Nee, zei ik. Wat ik er niet bij zei was dat ik het beeld van mijn stervende ouders nooit meer van mijn netvlies krijg. Dat de bizarre situatie van het verlies van je beide ouders binnen 3 weken eigenlijk niet te doen is. Dat ik het gegil van mijn moeder omdat de kanker haar botten volledig had doorgevreten nog steeds wekelijks hoor. Dat het beeld van mijn volledig uitgemergelde vader het beeld van wie hij daarvoor was volledig heeft verdrongen. En ja, hun kanker kwam heel waarschijnlijk omdat ze rookten. Een verslaving die ze ontwikkelden toen ze nog tieners waren en de gedachten over roken nog heel anders waren. Ik vond en vind het smerig dat roken. Maar ik ben vooral bang dat mensen die dat nog steeds doen hetzelfde lot beschoren zal zijn als mijn ouders. En dat is een schrikbeeld.

Rookpaal bij zwembad in Lemmer

Dat brengt me bij de rookpaal bij ons plaatselijke zwembad in Lemmer. Die stond er opeens uit het niets. Lekker roken nadat je een kilometer gezwommen hebt of zo, zo´n soort idee. En het is ongetwijfeld belerend van me dat ik vind dat zo´n paal daar in ieder geval niet hoort te staan. Omdat het iets aanmoedigt dat verdorie mensenlevens kost. En dat aangeeft dat sport en roken samen zouden gaan. Terwijl in feite niets samengaat met roken. Misschien kan die lieve Gommers daar ook eens over in gesprek met de heren en dames van het zwembad. Dat kan hij namelijk goed. En oh ja, de onrustige cellen bleken toch aardig kalm te zijn. Na wat onplezierige onderzoekjes bleken ze toch heel rustig en mag ik over een jaartje weer terug komen. En dat is op meer dan 1 gebied aangenaam. Want komt er weer een tweede Coronagolf  (of eigenlijk is hij er al heb ik begrepen) dan ben ik bang dat weer heel veel mensen voor dit soort zaken weer niet terecht kunnen in het ziekenhuis. En dat zien die influencers ook niet ben ik bang. 

dinsdag 25 augustus 2020

Een schreeuw om hulp?

 

Heb je zelfmoordgedachten? Je bent niet de enige. Praat er over. Alsof dit stuk geschreven moest worden, bleef die boodschap maar voorbij komen. Durf ik er over te schrijven vroeg ik me af? Het laatste taboe te doorbreken?


Zelfdoding

Ik wist het niet, maar het moest eruit. Want eerder sprak ik bij een hulpverlener in deze gemeente mijn angst uit over iemand die met die gedachte rondliep. Ze liep er niet alleen mee rond, er was ook daadwerkelijk actie geweest. En misschien was het een halfslachtige poging, maar niettemin een poging. De hulpverlener liet me weten dat het vaak een schreeuw om hulp is en dat het wel goed zou komen. En maakte er verder niet zoveel van. En dat vond ik veel te kort door de bocht.  Ik voelde me bovendien niet serieus genomen. Ik voelde dat zij niet serieus werd genomen. Hoezo, een schreeuw om hulp dacht ik? 

Totale ontreddering

Een aantal mensen uit mijn leven heeft het niet alleen bij een poging gelaten, maar slaagde daar ook daadwerkelijk in. De ontreddering die ik daarbij voelde was immens. Groter dan bij een `normale` dood terwijl dat vaak al nauwelijks te behapstukken is. Bovenal vond ik het voor degene in kwestie het meest eenzame proces ooit. Want zelfdoding doe je niet omringd door anderen, dat gebeurt in eenzaamheid.  

En ik ben er zeker van dat veel anderen dit ook zo voelen. Als je man of vrouw, dochter of zoon,  oom of tante, broer of zuster, vader of moeder of vriend of vriendin het leven niet langer zag zitten en die laatste actie daadwerkelijk heeft ondernomen, is dat niet te bevatten. Vaak zullen de nabestaanden zich afvragen of zij iets hadden kunnen doen om dit te voorkomen. Of ze blijven zelf getraumatiseerd achter om datgene wat ze hebben moeten aanschouwen. 

Begrip 

Niet dat er soms geen begrip is voor groot geestelijk lijden. Maar waarbij die zelfverkozen dood toch in alle gevallen een enorme impact heeft gehad. En als we eerlijk zijn weten we bijna altijd wel bij wie de dood zelf verkozen was. Zo´n tijding gonst door een dorp. Alsof we het allemaal niet kunnen bevatten. Of om het te bezweren. Laat het ons niet gebeuren. Dat soort werk. In de gevallen dat er ´alleen` een dreiging is, is er vaak veel stil verdriet. Want hoe deal je met iemand die zo diep zit, dat je nooit weet of je hem of haar de volgende keer levend aantreft? Dat je je bij elke stap bewust bent dat het kan, altijd alert en op de toppen van je zenuwen. En dat, dat zou de hulpverlening toch minimaal moeten weten.

dinsdag 11 augustus 2020

Willekeur

 

In het begin van de coronacrisis was ik woest op een groep jongelingen die het niet kon laten om ondanks het verbod toch een feestje te bouwen. De jongeren hebben het geweten, want de politie stond al snel bij ze op stoep (zo kwam ik er ook achter) en ze moeten het doen met een fikse bekeuring en ook nog een strafblad als ik het wel heb. 


Dom om samen te scholen

Dat het dom is om met een hok vol mensen samen te gaan scholen, vind ik overigens nog steeds. Maar ik hoor steeds vaker dat ik dat niet meer mag zeggen. We moeten onze jongeren met fluwelen handschoentjes aanpakken. Want een jaar niet feesten is voor hen als een eeuw. Ik ben natuurlijk een oude muts, maar ik denk dat je ook jongeren best mag wijzen op een solidariteitsprincipe. Wat zij doen heeft beslist effect op ouders, grootouders, kwetsbare andere jongeren, kwetsbare kinderen en ga zo maar door. 

Solidariteit

In Aziatische landen is dat gevoel voor de ander er wel, waarom zou dat hier dan niet kunnen zijn? Omdat we strontverwend zijn met z´n allen en ook de jeugd denkt dat alles wat ze wil, ook moet? Dat denk ik namelijk. Enfin, dit zal wel helemaal de verkeerde toon zijn, ik moet ongetwijfeld heel veel begrip hebben voor jongeren die denken dat het einde van de wereld nabij is nu ze niet naar de disco (heet dat tegenwoordig nog zo?) kunnen. Maar ik heb dat begrip niet en vind dat zij juist degenen moeten zijn die na moeten denken.

Willekeur

Maar wat me nog meer tegen de borst stuit is de enorme willekeur. Onlangs stond een plaatje van een hossende groep op een boot in het centrum van Lemmer prominent in een dagblad. Ze hadden het zo gemist en hun leven was zo vreselijk, zeiden ze. Nu zag het er niet bepaald vreselijk uit, maar was het lawaai en de overlast die ze veroorzaakten wel vreselijk. Want ze schoolden niet alleen samen, ze maakten mensen ook gek met hun veel te harde muziek, de troep die ze in het water keilden en hun gedrag. En ja, ze waren een coronagevaar. Door met tig jongelui op een boot te staan met misschien anderhalve centimeter er tussen. Maar ze kregen een podium doordat ze mochten ventileren hoe erg ze het hadden. Bij de krant, bij de politie of gemeente. Niks bonnenboekje en een flinke prent. Beloning voor slecht gedrag zeg maar. Dus dan denk ik dat die andere jongeren hun boete nu ook gewoon kunnen verscheuren?  

vrijdag 24 juli 2020

Een stok(je) in je neus


Laat je testen zeiden de hoge heren en de experts. Dan weten we tenminste wie er besmet is en wie niet. Met een neus die meer drupte dan niet, leek het me een goed plan. Ook de pijn achterin mijn keel leek me een signaal te kunnen zijn. Dus ik bleef netjes thuis, maakte een afspraak en moest toen best lang wachten op het moment dat ik mocht komen. Toen ik parkeerde stapte een piepjong meisje uit de auto naast me. Ze was met haar moeder. Had een mondkapje voor en liep naar het testgebouw. Waarvan acte.

Zal ik wel of niet

Daar in zo´n grote hal allemaal dames in een soort robotuitrusting. En voor me een dralende vrouw. Hoe ver gaat dat stokje in je neus? Doet het erg zeer? Zal ik het wel doen of niet? Ik dacht, mens loop toch door en laat het gewoon doen. Hoe sneller je dat doet, hoe eerder het voorbij is. En hoe sneller het voor mij ook voorbij is.

Onaangenaam

Ik kreeg een buisje en een folder mee naar een alleraardigste mevrouw in zo´n blauw pak en een kap rond haar hoofd. Ze worstelde met haar handschoenen. En had het warm volgens mij. Zegt u maar wat ik moet doen zei ik. Ze legde het uit. Ook dat het wel even onaangenaam kon zijn. Maakt niks uit zei ik. Ik heb chemo´s gehad, zo erg zal het vast niet zijn. Wat misschien heel ongepast was om te zeggen.

Het ene neusgat wilde niet

Eerst ging de wattenstaaf diep in mijn keel in de hoekjes. Daarna in de neus. Het ene neusgat wilde niet. Dat zat wat dicht. Dat voelde ik ook. Dan de andere maar. Dat ging beter. Het was inderdaad wat onaangenaam, maar ach het was ook zo voorbij. Dank u zei ik. Dat u dit toch maar doet. Met gevaar voor eigen gezondheid.

Thuisblijven en afwachten

En toen was het thuisblijven geblazen en het verlossende of niet verlossende telefoontje afwachten. Binnen 48 uur hadden ze gezegd. En hebben we dan niet gebeld, dan mag u ons bellen. Ze hadden niet gebeld binnen 48 uur. Maar ik mocht hen toch niet bellen, werd me te verstaan gegeven toen ik dan maar zelf belde. Ze bekeek ongetwijfeld de uitslag, maar controleerde alleen mijn telefoonnummer. Dat is het juiste zei ze en ze hing weer op. En dus zat ik te wachten. En te wachten. Op verlossing. Of op nog een extra week thuisblijven….
Het werd gelukkig de verlossing. Ik mag er weer uit. Maar in drukke winkels doe ik mijn mondkapje maar voor heb ik me voorgenomen. Want nog een week binnen, riskeer ik niet weer.

dinsdag 21 juli 2020

De gewone man


Ik ben een kind van de gewone man. En de gewone vrouw natuurlijk. Mijn ouders hebben altijd keihard gewerkt om voor ons een betere toekomst te geven. We konden goede opleidingen volgen, we kregen de kans ons te ontwikkelen. Zelf hadden ze die kans niet gehad, maar vooral mijn vader bereikte veel door avondstudie en door keihard werken. Toch bleven wij een gezin van de gewone man.

Zo gingen we vroeger eigenlijk nooit op vakantie. Ja, we gingen in een auto die was gekocht voor 50 gulden en een zak sinaasappelen de Afsluitdijk over en bleven dan een aantal dagen bij een tante van mijn moeder. Erg gezellig, daar niet van. De auto brandde trouwens halverwege die lange dijk af, maar dat terzijde. Maar het was geen vakantiepark of een buitenlandse bestemming zeg maar. Dat konden ze gewoon niet betalen. En dat gold eigenlijk voor bijna onze hele kennissen- en vriendenkring.

Uitje van de buurtvereniging was hoogtepunt van het jaar

 Het uitje van de buurtvereniging elk jaar was zo´n beetje ons hoogtepunt van het jaar.
Toen het economisch later voor iedereen wat beter werd, gingen mensen wel op vakantie. Met de tent of de caravan voornamelijk, want dat was goedkoper dan bijvoorbeeld een buitenlandse bestemming of een hotelkamer.

Laatste camping Lemmer 

Op de laatste camping die Lemmer nu nog heeft (de andere is ook al snel met het grote geld verdwenen) staan nog steeds mensen die er wel graag uit willen, maar waarschijnlijk ook niet heel fortuinlijk zijn. En dat gaat nu dus alweer veranderen. De vaste plekken waar mensen zo aan gehecht zijn weg, er chalets voor in de plaats waarschijnlijk en dan nog wat losse kampeerplekken. Die chalets zullen ongetwijfeld in handen komen van mensen met geld of organisaties met geld. Zo staan er in Delfstrahuizen recreatiewoningen die bijna 6 ton en meer kosten en die worden verhuurd voor zo´n 1300 euro per midweek. Let wel, dit is een tweede woning van iemand. En die zijn te huur. Wil je daar als simpele gewone man gebruik van maken gedurende 3 weken , dan betaal je een dikke 4000 euro voor 3 midweken. Let wel geen weken, midweken. Ook in Balk komen recreatiewoningen te staan die te koop worden aangeboden vanaf zo´n 8 ton, oplopend tot meer dan een miljoen. En geloof me, ik gun dat iemand met geld echt wel. Maar voor de gewone man blijft er zo alleen de achtertuin over. En dat kan toch niet de bedoeling zijn?

woensdag 15 juli 2020

Onwillige oosterburen en belachelijk gedragende Nederlanders

Jullie aanpak is hemels las ik in een landelijke krant. Aan het woord toeristen die ons land aandeden. Ze zaten notabene op een camping in Leeuwarden. Ja, dacht ik, ik geloof het graag. Dat het hier hemels is. Maar ik vind hun gedrag iets minder verantwoord. Het valt me namelijk steeds vaker op dat onze Oosterburen het hier in Lemmer helemaal niet zo nauw nemen met onze regels die toch echt nog wel van toepassing zijn. De 1,5 meter lijken de dames en heren uit Duitsland niet te kennen.  Terwijl ze daar overal met een mondkapje schijnen te moeten lopen, doen ze hier net alsof ze nog nooit van Covid19 hebben gehoord.

Omver lopen

In supermarkten lopen ze de kar voorbij, maar ze lopen ons ook gewoon omver. En niet alleen in de supermarkt. Manlief en ik waren schoenen komen in een grote ketenwinkel in Lemmer. Ruimte genoeg zou je zeggen. Wurmt een man zich gewoon tussen ons in, met ongeveer een centimeter ertussen. Moet dat nou zo zeg ik tegen hem. Hij reageert niet, kijkt niet, hoort niks en komt vervolgens een minuut later nog een keer terug. Ik zeg er nog wat van, hij reageert weer niet. Later bij de kassa blijkt de man een Duitser te zijn. Daar gaat hij dan wel netjes in de rij staan, maar ik denk moet ik daar nu nog een keer iets van zeggen? Want verdorie het gaat nu redelijk goed, maar in mijn omgeving zijn er echt mensen die de ziekte gekregen hebben of waarvan een bekende van hen de ziekte heeft gehad. Dat betekent heel ziek worden, of  in quarantaine en niet meer werken of sociaal contact hebben.

Sluit de grenzen dan maar weer

Wij houden ons aan de regels, blijkbaar zien veel toeristen ons fijne waterplaatsje als een walhalla waar ze gewoon kunnen doen wat ze willen. En onder hen zitten vast mensen die echt wel ziek zijn en dat domme virus op ons over kunnen brengen. Sluit die grenzen dan maar weer denk ik, want als je niet het fatsoen kunt hebben om als gast in een ander land je daar aan te houden, dan ben je hier gewoon niet welkom. Wat ook omgekeerd geldt trouwens: als wij weer gaan reizen, verwacht ik ook dat we ons aan de regels van dat land houden. Want die taferelen van zich belachelijk gedragende jongeren uit het Gooi in Portugal en groepen in het Belgische Knokke, is me net zo goed een enorme doorn in het oog. De bevolking daar wordt door toedoen van die egoistische wezens net zo in gevaar gebracht als wij hier. Dat de wapenstok er daar dan aan te pas komt, begrijp ik heel best. Hier zal dat wel weer niet mogen, maar als je zo overduidelijk de regels aan je laars lapt, dan mag het van mij. Even een klein tikje ter correctie. Gewoon om die anderhalve meter weer in acht te nemen. En die anderhalve meter wordt dan wel door heel veel mensen betwist, ik neem liever het zekere voor het onzekere.