maandag 15 oktober 2018

First Dates

Als manlief het bed is ingedoken al vroeg in de avond, wordt bij mij de theepot volgeschonken, nestel ik me op de bank met een kleedje en kijk ik in opperste gelukzaligheid naar First Dates. Daarin mensen die elkaar nog nooit eerder hebben gezien, graag een relatie willen en onder een diner uitvinden of het er in zit.

Geluksmoment van de dag

Stoorzenders wil ik dan niet, het is mijn geluksmoment van de dag. Soms schreeuw ik tegen de vrouw dat zij stom is dat ze zo’n goede vent laat lopen. Soms zie ik wat sociaal onbeholpen mensen, die totaal niet weten hoe ze met het andere geslacht om moeten gaan. Pijnlijke stiltes, waarop ik dan altijd reageer met:’ toe dan, zeg dan wat.’ Maar die zo lief  zijn dat je ze direct wilt adopteren en wilt schrijven dat het echt wel goed komt. En soms zie ik klootzakken die ze uit het programma zouden moeten bannen.  Het programma duurt altijd te kort, geeft me net genoeg vitamine positiviteit om het tot de volgende dag uit te houden en  zet alles in een ander licht.

Jaren met dezelfde man

Het licht van je eigen dates zeg maar. Of eigenlijk je niet-dates. Als je al een aantal jaren met dezelfde man bent, zitten dates er niet meer in. Je bent niet meer zenuwachtig om elkaar te ontmoeten, de haren op je benen groeien soms toch net iets te lang door en hij gooit steevast zijn sokken naar me waaraan ik moet snuffelen om aan te geven of ze nog een dag kunnen. En ja dat is niet echt romantisch of dateachtig.

Samen naar de supermarkt

Volgens hem is het moment dat ik in de ochtend naar de wc ben geweest en hij nietsvermoedend de plee instapt dat ook niet bepaald. Ook vindt hij het samen naar de supermarkt gaan om de dagelijkse boodschappen te halen enigszins een crime. Hij vraagt dan verveeld of ik nog eens opschiet, terwijl ik elk vak en elke aanbieding nog een keer van dichtbij wil bekijken.

Geen roze wolk meer

Zo gaan die dingen als je al langer bij elkaar bent en de roze wolk is overgegaan in gewoon een normale, maar wel comfortabele wolk. Daarbij komt dat we beide een ander beeld bij romantisch hebben. De bossen bloemen, de mooie kaarten of de weekendjes weg, het is niet zo zijn ding. Soms komt hij thuis met een flesje sap dat hij half leeggedronken heeft. Cadeautje zegt hij dan en vindt dat heel romantisch. En als ik een verjaardagskaart krijg, staat daar geen tekst in. Op de voorkant staat toch gefeliciteerd zegt hij dan. Wat waar is.

Grappig en goedlachs

Grappig is hij wel. En goedlachs. En hij kookt, zet thee voor me, stofzuigt, ruimte heel goed op, doet de was, maakt de auto schoon, masseert mijn nek en danst regelmatig voor me.

Lieve jongen ben ik zegt hij steevast als hij met een kopje thee aan komt zetten terwijl ik zit te werken. Ja, hoor zeg ik dan. Waarna ik aan zijn sokken ruik. Die heel vaak niet meer een dag aan kunnen. Terwijl hij vindt van wel.

maandag 8 oktober 2018

Een hartstochtelijk afscheid: maar dan met de hele familie



Op zaterdag voelde ik me gestrest. Zoals ik me eigenlijk altijd wel gehaast voel. Of het nu weekend is of door het week, het maakt tegenwoordig niet veel meer uit. Social media, telefoons, nieuws en werk. Alles gaat in een heel rap tempo door. We stonden net op het punt om naar het zoveelste interview te gaan toen de deurbel ging. Mijn tante. Dat ze ons gemist had. Wat je hart doet smelten. Maar ondertussen dacht ik wel aan dat interview.
Van manlief heb ik inmiddels wel geleerd dat je je tante niet voor de deur laat. Nu niet, nooit niet. En ook niet voor een interview, tenzij de mensen op je zitten te wachten. Dus dronken we thee, kletsen we bij, vroegen of ze brood wilde en toen kwam toch dat moment. Ik moest echt gaan.
Misschien wil je tante wel mee, zei lief.

De hele familie mee

Ik moest denken aan die eerste keer dat hij me naar het vliegveld bracht in zijn moederland. We waren zo bedroefd dat ik weg moest, we waren zo verliefd en wilden elkaar niet loslaten en toch was er geen andere keuze. Ik verwachtte een hartverscheurend afscheid waarbij we hartstochtelijk afscheid zouden nemen en hij vervolgens als een soort Remy een schim werd terwijl ik heel hard huilend naar die schim keek die achter dat simpele koord zou staan in die veel te hete hal.


Niks geen intiem afscheid

Dat liep anders: in plaats van alleen hij, stond de halve familie en zijn vriendenploeg achter dat koord. Niets geen privacy, iedereen die wilde, mocht mee om me uit te zwaaien. Door had ik dat eerst niet: ik dacht in mijn naïviteit eerst nog dat we al die mensen ergens zouden afzetten. Maar toen het vliegveld wel heel dichtbij kwam, besefte ik me wel dat er geen privé romantisch en dramatisch tafereel voor ons in het verschiet lag. Het werd een afscheid dat ik niet bepaald in gedachten had, maar waarvan ik inmiddels de schoonheid wel ben gaan inzien.
Dus tante mee – ja waarom denk ik daar zelf niet aan…. Tante stond aan de kant terwijl duikers in vies water allerlei zaken ophaalden. Liefje maakte de foto’s, ik interviewde. En daarna streken we neer op een zonnig terras. En daar plantte ze een kus op het hoofd van lief, aten we een gebakje, dronken een drankje, nam lief een dessert als lunch. Gewoon omdat het kon. En winkelden we nog wat en gingen we vervolgens naar weer een ander terras. Een middag met een gouden randje, die ik niet graag had willen missen.

Wethouders

Zulke middagen gun ik ook de twee wethouders die hebben aangegeven er mee te stoppen. Ze zijn op, de rek is er uit. Te zwaar, te veel, te veel druk, een gezondheid die hapert. Naar dacht ik toen ik het las. Niet dat ze stoppen, maar dat ze zolang zijn doorgegaan dat ze er last van krijgen. Dat er zoveel op hun schouders rust in deze roerige en stressvolle tijden dat het ze opbreekt. Dat we ons zo over de kop werken dat ons lijf gaat protesteren. Daarom wens ik hen heel veel van de middagen die we zaterdag met mijn tante hebben gehad. En desnoods met een panna cotta als lunch. Gewoon omdat het kan.

maandag 1 oktober 2018

Dichtbij Mick

Dichterbij Mick dan toen was ik nooit. De Mick, de one and only. The Rolling Stone van het eerste uur. Daar zat hij, gewoon een eitje te tikken in het plaatselijke Haje restaurant. En naast ons. Nog geen 3 meter van me verwijderd.  Eerst was hij me niet eens opgevallen: we zaten namelijk iets heel ernstigs te bespreken.

Engels praten

Maar toen hoorde ik opeens heel erg Engels praten. En ik heb daar iets mee: met dat Britse. De mannen rond de tafel waren een beetje hippieachtig. Ze tikten hun eitje, haalden wat worstjes, dronken hun thee en koffie. Smeerden een broodje. Een verlaat ontbijt zeg maar. Wij spraken over hele serieuze zaken met iemand en konden eigenlijk geen afleiding gebruiken. Maar op de één of andere manier werden mijn oren en ogen er toch naartoe getrokken.

Zal ik hem wat vragen?

En toen opeens herkende ik hem: van de foto die ik eerder in de krant had geplaatst. Hij trad op: in Balk en in Heerenveen. En wie dat wilde kon ook een meet and greet met hem hebben. Dat leek me leuk, maar ik was verhinderd. Big time. Jammer dacht ik. Maar ook: hoe zou dat zijn? Om zo dicht bij Mick te zijn? Maar ook hoe zou dat voor hem zijn? Zal ik het hem vragen dacht ik nog. Uit hoofde van de krant, want hij had tenslotte net opgetreden in Balk. maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik het gewoon niet durfde. Hij zat daar te ontbijten, wij zaten daar moeilijk te praten en ik wilde hem ook niet lastig vallen.

In de schaduw van Mick Jagger

En toch bleef er die vraag. Hoe het is. Om altijd maar in de schaduw te leven van je grote broer, terwijl je je sporen zelf in de muziek meer dan hebt verdiend. Toch als ik mensen vraag of ze de broer van Mick Jagger, Chris Jagger, ook kennen, schudden de meesten van nee. Hebben ze nog nooit van een broer gehoord, terwijl hij ook samen met Mick de nodige producties heeft gedaan. Maar misschien vindt deze broer van het wel helemaal prima om minder in de schijnwerpers te staan. Hoeft het voor hem allemaal niet, die gekte. Drinkt hij regelmatig met zijn broertje een kopje English tea, of een pint, tokkelt hij wat terwijl zijn broer staat te zingen en is dat prima. Maar toch: dat alles wilde ik hem vragen. Maar ik deed het niet.

Jan Scheffer

Maar er is nog wel een kans om iets te weten te komen. Onze eigen virtuoos op de gitaar kent hem namelijk wel. Onze eigen Jan Scheffer (tevens mijn oud buurjongen) , onze eigen Mick Jagger zeg maar stond gewoon met de man op het podium zag ik op social media. Speelde waarschijnlijk de gaten in het plafond met hem. Innig spelend. Armen om elkaar heen op het einde. Ach, en wie maalt dan nog om de echte Mick?




maandag 24 september 2018

Een onuitwisbare truck op je trouwfoto's


En daar sta je dan. In je mooiste jurk met naast je  je partner (eveneens prachtig uitgedost) die binnen een half uur je wettige echtgenoot of echtgenote zal zijn. Omringd door al je familie, vrienden en collega’s. Ze klappen als je uit de mooi versierde auto stapt, je gaat op de foto.  En net op het moment dat je op die foto gaat, stopt er een grote vrachtwagen achter je. Hij parkeert, want dat kan gewoon. Er is niets afgezet voor die speciale dag, jouw trouwdag is blijkbaar niet belangrijk genoeg om daar dan een paar paaltjes neer te zetten zodat je in ieder geval in alle rust even kunt genieten van het moment.

Voor eeuwig 1 met een truck op je trouwfoto's

De man weet niet welke kant hij op moet. Blijft lekker staan, terwijl jij naar binnen moet, want de trouwambtenaar wacht niet. Voor de rest van je leven zul je vereeuwigd zijn met een onbekende vrachtwagenchauffeur op de achtergrond en een truck met grote letters erop. Je hoopt op een herkansing na de ceremonie. 

Je gasten bijna aangereden

Die komt er: in de vorm van een andere truck die weer daar gaat staan. Inmiddels sta je dus met twee verschillende chauffeurs, c.q. trucks op de foto op die ene speciale dag. En alsof dat nog niet genoeg is, blijft er zo weinig ruimte over dat één van je gasten voor het gemeentehuis ook nog eens bijna wordt overreden door een andere automobilist die om die truck heen wil. En kan je trouwauto je niet bereiken, omdat de oplegger in de weg staat. Je zou zeggen dat kan anders gemeente: even wat paaltjes zetten als iemand in de echt wordt verbonden en die ene heel speciale dag wordt dan toch echt een stuk leuker.

maandag 17 september 2018

Mag ik ook een ton?

Ik denk dat ik Burgemeester en wethouders  van onze gemeente om een geldbedrag vraag voor vernieuwing van mijn bedrijf. Daar ben ik wel aan toe namelijk, want de journalistiek staat al jaren in het teken van heel veel veranderingen. Naast dat we leuke/goede verhalen moeten schrijven, zijn we ook DTP-er geworden (we maken zelf onze pagina’s op), sociaal media expert (alles moet ook op Facebook en Twitter en zo en daar moet je dan ook weer vrienden werven), content manager (die vult een website) en fotograaf, cameravrouw en filmmaker. En het werk ligt niet meer voor het oprapen,  je moet aan steeds meer regels voldoen en als ik niet verander ga ik ten onder.

Geld van de gemeente

Dus een financiële injectie van B&W gaat er wel in om voor al die zaken veranderingen aan te brengen en me om te laten scholen op al die gebieden. Die aanvraag kan ik dan in het geheim doen, zo heb ik inmiddels begrepen. Of in ieder geval zo dat de gemeenteraadsleden er hun mond over moeten houden. Op straffe waarvan weet ik niet, maar blijkbaar mogen ze daar dan niet over praten.
En ik hoef niet direct een ton tot anderhalf miljoen trouwens. Met 10.000 euro ben ik al dik tevreden. Ik zou overigens ook een aanvraag kunnen doen voor onze hele uitgeverij. Want ja, wat hebben we het moeilijk gehad in de jaren die achter ons liggen. De ene ontslagronde na de andere en ik heb de laatste jaren meer tranen gezien van collega’s - die ex-collega’s werden - dan glimlachen.

Veranderingen bedrijven

 Ons bedrijf moest veranderen, net zoals Jacobs DE moest veranderen. Moest grondig veranderen. Vaste mensen van de weekbladen werden ZZP-ers die geen recht hebben op WW, ziektewet, vakantiegeld of vakantiedagen. Naar ik nu begrijp hadden de Fryske Marren daar best iets aan kunnen doen. Voor de journalisten in ons werkgebied had ze flink wat kunnen veranderen. En daarbij komt dat als ik de geschiedenis van Jacobs DE lees er flink wat schimmigheid aan ten grondslag ligt en rare overnames met een familie en een CEO aan de top die niet weten waar ze hun miljarden moeten laten.

Douwe Egberts

 In 2013 werd bijvoorbeeld 7,5 miljard euro neergeteld voor ‘onze’ Douwe Egbert. Een prijs die veel te hoog was, maar strategisch opgezet zodat de firma door nog meer bedrijven op te kopen een koffie imperium kon opbouwen. Een imperium met alleenheerschappij zeg maar. Had ze wat minder geld neergeteld, dan had ze ongetwijfeld die hele reorganisatie zelf kunnen bekostigen. Ongetwijfeld heeft ze nu die hele reorganisatie (waarbij ook nog eens 90 mensen hun baan verloren) trouwens ook wel gewoon kunnen bekostigen. Maar blijkbaar spelen ze een spel waar iedereen intrapt.

Fiscaal voordeel bedrijven

Want zelfs de overheid blijkt op fiscaal gebied behoorlijk aan het matsen te zijn geweest. Daar verwacht je meer van (hoewel?), maar van een gemeente die bezuiniging op bezuiniging stapelt verwacht je zo’n geheime operatie toch niet bepaald. Op de vraag of ik voor mijn eigen bedrijf nu ook een vergoeding kan aanvragen (met een duur woord precedentwerking genoemd), geeft de gemeente overigens geen antwoord. Lees de blog van de burgemeester daarover maar, is het antwoord van de persvoorlichter. Mijn persvragen daarover worden gewoon niet verder beantwoord. Wat toch best heel vreemd is. Gewoon maar indienen dus, lijkt me.

maandag 10 september 2018

Elektrische fiets

Wat deed je dan? De vrouw kijkt me aan alsof ik net iemand met 30 kilometer per uur van het fietspad geveegd heb, haar daar heb laten liggen, geen ambulance heb gebeld en ze nu levensgevaarlijk gewond is. Ik zeg dat ik niets deed, maar dat me voortdurend wordt toegefluisterd dat het belachelijke is dat ‘zo’n jonge meid’ op een elektrische fiets rijdt. Nu is jong op zichzelf al iets wat niet helemaal klopt: toegegeven ik voel me nog steeds 18, maar ik ben het natuurlijk niet meer.

In mijn hoofd 18, het lijf toch echt wat ouder

Wel in mijn hoofd, maar helaas bewijst mijn lijf wel iets anders. Of bepaalde behandelingen schade hebben aangericht aan longen en hart is vrij aannemelijk, het stond vooraf allemaal in de papieren die ik moest tekenen voordat ik behandeld werd. Ik laat het niet controleren: dat heeft toch weinig zin. Soms is niet weten beter dan wel weten. Maar in de wind fietsen, maakt van mij het grootste hijgende hert dat er bestaat. Juist dan op volle kracht fietsen opperde iemand me al eens. En lekker herhalen. Misschien is dat de optie, maar dan kan ik het de rest van de week vergeten als het om mijn energiepeil gaat. Laatst deed ik een rondje met iemand met dezelfde ziektegeschiedenis. Samen hijgden we dat het een lieve lust was. Lekker he, zei ik nog. Maar dan over de herkenning. We lachten over het feit dat ze ons altijd aanraden meer en meer te bewegen. Wat we doen: we zijn zeker een aantal keren per week flink bezig. Ze knikte, tussen haar versnelde ademhaling door, want ze had geen adem over om te praten.

Fietsen in de sportschool

In de sportschool rijd ik keurig mijn rondje naar Oosterzee. Zonder wind, maar wel zo dat ik in beweging ben. En die elektrische fiets: ik vind het een zegen. Ik kar overal nu naartoe zonder dat ik al met lood in de schoenen op de pedalen stap. Ik trap zo even naar Balk of Echtenerbrug. En daarmee ben ik dan dus ook nog milieutechnisch goed bezig, want dat ding drinkt geen druppel benzine. Maar goed overal waar ik kom wordt me verwijtend in mijn gezicht geslingerd dat het belachelijk is dat ik op zo’n fiets rijd. Toen ik op Oerol was zette ik het in zo’n klein berichtje in de Oerolkrant: of het aub wat minder kan met dat commentaar als ik elektrisch voorbij kom. De reactie was nog stuitender: wat ik had gedaan om dat op te roepen.

Fantastisch fietsen op een elektrische fiets

Inmiddels ben ik die elektrische grens voorbij. Ik zit met wapperende haren op mijn stalen ros dat me - als ik wil - met 20 kilometer per uur vooruit drijft. En ik vind het fantastisch. Iedere meter weer.

maandag 3 september 2018

Niks meer aan


Ja, het was een prachtig feestje afgelopen week. Vier dagen lang hossen en dansen op het strand met een glaasje in je hand. Bands van wereldfaam en van wat mindere bekendheid, waarbij ik de wat kleinere jongens (en meisjes) dan persoonlijk weer het leukste vond. De dragqueens in hun prachtige outfits, de magician die zo leuk was. De grote namen doen er toe natuurlijk. Maar als verstokte Oerolganger ga ik toch vooral voor het kleine en onverwachte en het soms wat minder gangbare. Maar het leuke van dit festival is wel dat je niet voor het ene of het andere hoeft te gaan, maar gewoon een paar stappen in het zand zet en je dan gewoon in een heel andere wereld waant.

Zwemmen tegen ALS

Komend weekend een activiteit van een heel ander kaliber. Moedige dames en heren springen in het (niet zo schone?) water en zwemmen daar geld bijeen voor ALS. Rotziekte, zoals zoveel andere rotziekten. Mooi dat die inzet er is; het zijn allemaal Maartens maar dan op een ander vlak. En geld is het enige dat ertoe doet als je onderzoek wilt financieren. Maar hoe is dat nu dacht ik,  als de man met wie je een eeuwigheid lief en leed deelde, is overleden aan die kloteziekte en je verbindt er toch nog je persoon aan. Want ik noem dat dapper. En ik denk dat ik zelf tijdens zo’n gebeurtenis de hele dag onder een dekbed zou gaan liggen met een elektrische deken op tien. Zelfs als het niet vriest. Zelfs als de zon schijnt. Gewoon om er maar even niet mee geconfronteerd te worden en me te wentelen. In warmte en ledigheid.  

Er is niks meer aan

Er is niks aan zei ze. En dan bedoelde ze niet de dag zelf alleen.  De ziekte heeft hem – en dus ook haar – alles afgenomen wat er was. Maar ik ga toch zei ze. Help toch mee. Ze zei het zonder te klagen. Meer als constatering. Vermeldde er bij dat er nog heel veel fijne en lieve mensen om haar heen zijn. Maar toch: er is niks meer aan. En ik begreep het. En vond en vindt haar een held. En hoop wel een ietsjepietsje voor haar dat er op een dag toch weer een heel klein beetje aan is.