maandag 20 januari 2020

Zingen en herdenken

Zingen en herdenken. Ze lijken niet echt een connectie te hebben, maar ik moest er deze week toch aan denken. Ik kan trouwens niet zingen. Ik doe het wel: stiekem onder de douche. Of met lief. Want hij vindt ook dat ik niet kan zingen, maar we vinden het wel leuk om samen te zingen. In een koor zing je met heel veel mensen.


Vaak zijn dat mensen die ook allemaal goed kunnen zingen en wiens stem een benaming heeft. Een bas of een bariton. Een eerste of tweede stem. Maar er zijn ook koren waarbij het vooral om het plezier gaat. En dat ook nog een doel dient. Zo´n koor is er nu. Intercultureel of zo heet het. Samen met mensen van allerlei pluimage Nederlands zingen. Goed voor de integratie. Goed voor samen zijn. Goed voor het Nederlands voor nieuwe Nederlanders. En gewoon gezellig.

Holocaust monument

 Een geweldig idee vind ik, maar ik linkte het ook aan iets groters. Woensdag is er in Lemmer een monument onthuld voor al die mensen die zijn vermoord tijdens de holocaust in Nederland. 104.000 mensen, vooral Joodse mensen worden daarmee herdacht. Mensen die een vreselijk einde kregen, die om hun Joods zijn (of homo zijn of op een andere manier anders zijn) op de meeste gruwelijke manieren werden omgebracht. Mijn voormalig hoofdredacteur was Joods. Op één van zijn feestjes zagen we de wrange werkelijkheid van die holocaust. Uitgedunde families. Kinderen zonder (levende) ouders. Mensen die nog steeds zochten naar familieleden. Mensen met een trauma. Een enorm trauma.

Verbroedering

Toen ik dacht aan het koor dacht ik ook aan verbroedering. Dat als je elkaar leert kennen op een persoonlijk niveau dat je dan misschien niet in staat bent om iemand een gaskamer in te jagen. Dat je dan niet in staat bent om iemand met een pistoolschot van zijn leven te beroven. Dat je dan de ander als mens ziet. Hoe het kan dat hele volksstammen die empathie dus klaarblijkelijk niet meer voelen, heeft me altijd bevreemd. Natuurlijk heb ik ook geschillen met mensen. Of wordt het nooit dikke liefde tussen mij en bepaalde anderen. Maar om ze dan het leven te benemen is van een heel ander kaliber. Misschien als de wereld samen zou gaan zingen, je de emoties van de ander naast je voelt, je die gevoelens samen kunt delen dat het dan kan. Want in de basis zijn we allemaal gelijk.  Samen´Mag ik dan bij jou´ zingen bij dat monument  dan maar?

maandag 6 januari 2020

Ada


Een meer dan bubbelende persoonlijkheid. Dat was Ada Beljon ten voeten uit. In de kleedkamer van ons gymlokaal van de Mavo in Lemmer - toen we nog hele jonge tieners waren -  vertelde ze altijd de spannendste verhalen. Over de liefde, het leven, uitgaan en nog veel meer. Ada hield van het leven, zoveel was wel duidelijk. En het leven hield van haar.

Sprankelend

Jaren later toen we al lang geen tiener meer waren, was ze overigens nog even sprankelend. Maar er was ook een serieuzere toon bij gekomen.  Met name als het over man en kinderen ging. Uit haar verhalen die we hadden, kon ik opmaken dat ze die het liefst om zich heen had. Maar ook dat haar hart klopte voor iedereen die daar in zat. En dat waren er velen.

Ze leek nog een meisje

Het leek verder alsof de tijd geen vat op haar had gekregen. In de vijftig leek ze nog altijd op dat meisje van toen. Met die schalkse blik in de ogen, het figuur van het tienermeisje en dat hele expressieve gezicht was ze een weldaad om naar te kijken. Haar gulle lach bleef ze ook kwistig rondstrooien.

Hoe ga je om met je ziekte?

Een nare ziekte veranderde veel. We hadden er regelmatig contact over als lotgenoten. Wat doe je wel en wat doe je niet? Behandelingen, zienswijzen, je levensinstelling, alternatieve behandelingen, reguliere behandelingen, gezond leven. Ze stuurde een keer een berichtje toen ze net een chemo had gehad. De zon scheen, ze had een kopje koffie en van beide genoot ze zo intens. Wie dat kan midden in zo'n kuur is een levenskunstenaar. Maar we hadden het ook over de zwarte kanten van behandelingen en de ziekte. Hoe depressief je kunt worden van de middelen en dat de angst je zo in je greep kunt hebben.  Niets menselijks was ook haar vreemd.

Het leven omarmen

In alles koos Ada bewust en dat vond ik bewonderenswaardig. En ze besloot het leven nog meer dan daarvoor in zijn volledigheid te omarmen. Maar ook om belangrijke keuzes te maken. Ze deed bepaalde dingen niet meer, omdat die haar gezondheid konden schaden. Ze deed andere dingen juist wel omdat die goed voor je gezondheid zijn. En ze zei zaken vaarwel waarvan iedereen die ziek wordt zegt dat hij of zij die vaarwel gaat zeggen. Velen worden toch weer in gehaald door de waan van de dag. Ada niet (of minder) en ze ging er helemaal voor.

Het leven vieren

Op foto´s zag ik verder vooral iemand die het leven vierde. Met de mensen die ze liefhad. En ze bleef haar eigen koers varen en deed wat zij dacht dat voor haar het beste was. Zo stond ze een keertje bij ons op de yogamat en liet al snel na de les weten niet terug te komen. Dit is niks voor mij, verklaarde ze. Ik moet intensiever bezig zijn. Ergo: Geen tijd te verliezen.
Het leven dat ongetwijfeld nog steeds van haar hield, moest het onlangs helaas afleggen tegen die nare agressieve ziekte. En dat was veel te snel en veel te jong.

maandag 9 december 2019

Bekneld





Vrouw uit Joure bekneld zit met hoofd tussen spijlen van stoel las ik. Naast dat je dan denkt hoe kan dat toch, bracht het me vooral terug in de tijd. 

Box

Mijn broertje en ik schelen 8 jaar en toen hij door de box kroop mocht ik mem al helpen met huishoudelijke werkzaamheden. Zo waren we op een dag boven bezig. Met het beddengoed denk ik, want een schoon bed vond zij (en ik ook) zo ongeveer het summum van geluk. Hoe ze wist dat er iets aan de hand was daar beneden vraag ik me nog steeds af. Moeders weten dat misschien gewoon. Maar ze sommeerde me opeens om naar beneden te gaan. Snel naar beneden te gaan.
Het was ook akelig stil daar beneden, dat klopte wel. 

Met hoofd tussen spijlen

Ik ging op een drafje naar beneden en vond dat kleine schattige broertje van me met zijn hoofdje tussen de spijlen van de box. Niet in staat om ook maar iets te doen, gilde ik naar boven. Sneller dan het licht was ze beneden en ze aarzelde geen moment. Met een ferme druk, wurmde ze dat hoofdje tussen de spijlen door en was het jongetje bevrijd. Of dat heel wijs was weet ik niet, iets met een fontanel of zo, maar hij heeft er geloof ik niets aan overgehouden. Wat was ik trots op haar vastberadenheid en doorzettingsvermogen. En wat stond ik zelf te trillen op mijn benen toen ik naast die box stond. En wat moet ik er best nog vaak aan denken en aan hoe het ook helemaal fout had kunnen aflopen. En heb ik me altijd afgevraagd hoe hij dat voor elkaar had gekregen. 

Overvloed

Zelf had ik overigens afgelopen weekend de neiging om mijn hoofd ook ergens even tussen te steken. De gezelligheid van deze tijd is onmiskenbaar. Dickens in het vooruitzicht, een geweldig feest. Maar ook overvloed. Soms wel eens wat te veel overvloed naar mijn idee. We waren in een tuincentrum (buiten de gemeente, ik zeg het er maar even bij) en daar was het gewoon filelopen. De taferelen die ze gemaakt hadden waren -  eerlijk is eerlijk - prachtig. Maar het aanbod schromelijk overdreven vond ik. Ook de prijzen rezen de pan uit vond ik eerlijk gezegd. En zonder bedrijven nu hun boterham te willen misgunnen denk ik wel dat het soms ook wel ietsjes meer om de inhoud mag gaan. Kerst zou toch vooral om de verbinding moeten gaan en niet alleen om meer, meest en nog veel meer.

maandag 2 december 2019

Net als vroeger in de Urkerstraat




Als iemand mij zou vragen wat mijn mooiste jeugdherinneringen zijn dan zou ik zeggen de tijd dat ik in de Urkerstraat in Lemmer woonde. Een volksbuurt met allemaal mensen met het hart op de juiste plek. Als kind wist je: hier ben ik veilig, hier hoort iedereen bij elkaar, hier helpen we elkaar. 

Bij de buren wonen

Toen mijn moeder zwanger was van mijn broertje en ze een zwangerschapsvergiftiging kreeg, woonde ik gewoon weken bij de familie van mijn vriendinnetje. De vrouwelijke melkboer die een straat verderop woonde en de enige telefoon van de omgeving had, scheurde mijn vader aan zijn mouw de auto in toen ze haar hadden gebeld omdat de weeën waren begonnen. En ze bracht hem ook nog naar het ziekenhuis. Omdat we geen auto hadden.

Tijden zijn veranderd

Dat was toen. Tijden zijn veranderd. Man en vrouw werken vaak beide om het hoofd een beetje boven water te houden, het samen aan een lange tafel zitten is er nog wel, maar vaker is er contact via digitale media. De gemeente ziet dat ook en heeft buurtverbinders aangesteld. Vrijwilligers die er alles aan doen om mensen in buurten te verbinden. Onlangs mocht ik met ze aan tafel zitten. Een gedreven groep mensen die het ook in hun normale leven druk heeft. Van bakker tot lerares en van gepensioneerd ambtenaar tot ICT-er en allerlei mensen daartussen in. Belangeloos willen zij er voor zorgen dat die verbinding die vroeger zo normaal was, weer ontstaat. Digitaal, maar ook gewoon van persoon tot persoon.

Dit voelt net als vroeger

Toen ik met ze aan tafel zat en zo rondkeek dacht ik:´Dit voelt een beetje als toen in de Urkerstraat. ´ Het contact was warm, gezellig en gewoon. En betrokken. Mensen die bereid waren iets voor hun medemens te doen.  En toen dacht ik ook:´De wereld is gewoon nog wel mooi. De meeste mensen zijn nog steeds mooi en betrokken. Ze hebben echt nog iets voor elkaar over. Maar ze doen dat op een andere manier. Veel meer digitaal. En deze mensen, deze mensen die je als buren zou willen hebben, helpen je daarbij. 

Elkaar helpen

Maar ze willen vooral aanzetten tot het elkaar helpen. Naar elkaar omkijken. Zodat de buurman of buurvrouw die hulp nodig heeft met de vuilnisbak die hulp krijgt. Of zodat die man of vrouw verderop in de straat die een bakkie wil drinken met iemand gewoon even dat bakkie krijgt. Of gewoon omdat iemand iets leuks heeft aan te bieden. Samen breien, samen wandelen, samen een boek lezen.  Zie die buurtverbinders dus als onze buurtjes van toen. Je kunt er weliswaar niet logeren, maar ze fungeren wel als lijm, zodat jij vervolgens een stukje van die tube lijm kunt worden. En samen? Samen kunnen we het.

maandag 11 november 2019

Pieter Verhoeff is nog steeds een beetje Us Pieter


Ik houd van film. De grootte van het doek. De wereld uitvergroot. De beelden en een verhaal die iemand anders bedacht heeft. De fantasie waarin je helemaal op komt gaan en je je zelfs in kunt verliezen. Het liefst ga ik naar filmhuisfilms, maar sommige kaskrakers zijn ook gewoon leuk om te bezoeken. Het filmfestival in Leeuwarden is bovendien altijd extra leuk: je kunt je daar de hele dag laven aan films die je elders niet ziet. En de sfeer is bovendien opperbest. Voorheen kon ik met gemak 4 tot 5 films per dag ´hebben´.  Tegenwoordig vind ik 2 al veel. De ene energie van zo´n kunstwerk is de andere niet. Kom je net diep bedroefd uit een familiedrama, val je in een absurdistische niet te begrijpen productie. Ik wil daar graag nog even over nadenken, het op me in laten werken.

Filmfestival Leeuwarden

Tussen de eerste en de tweede film dit weekend zat weinig tijd. Zo´n 3 kwartier geloof ik. En naast overdenkingen wilden we ook iets concreets: eten en drinken namelijk. De rijen waren lang. Maar toen we toch met een lekker theetje en een bak noedels met kip en groenten in de hand stonden, was het nog zoeken naar een plekje. 

Ga lekker zitten

We zagen heel toevallig een bankje met een heel aardig ogende vrouw zitten en vroegen of we aan mochten schuiven. Tuurlijk zei ze, ga lekker zitten. Ik brak mijn hoofd omdat ik dacht haar wel eerder gezien te hebben. Toch kon ik haar niet thuisbrengen. We keuvelden wat over de films die we gezien hadden en welke we goed vonden. Dat doen filmliefhebbers namelijk nu eenmaal. 

Ik durfde zijn naam niet te vragen

Toen vroeg ze waar we vandaan kwamen. Lemmer zeiden we als uit één mond. Er schoot iets over haar gezicht. Daar kwam mijn man ook vandaan zei ze toen. Er begon me iets te dagen. Ze noemde geen naam. Ik durfde zijn naam niet uit te spreken. Zo pril nog dacht ik. In april net overleden. En misschien klopt het wel niet. Dit festival speelt hij een hoofdrol. Postuum zoals dat zo mooi heet, of te wel na zijn dood. Ik dacht moet ik het toch vragen? 

Pieter Verhoeff

Toen zei ze het zelf:´Mijn man was Pieter Verhoeff.´ Gaan jullie morgen ook De Vuurtoren kijken? Oei dacht ik en ik zei het ook. ´Het zal wel niet eenvoudig zijn om hier dan te zijn. Beladen.´ Ze knikte. Mooi en emotioneel tegelijk, zei ze terwijl ze een teugje uit haar glas rode wijn nam.

De Vuurtoren

Ik had haar wel even willen omarmen, maar dat doe je niet met zomaar een vreemde. In plaats daarvan zeiden we dat het zo fantastisch was wat hij allemaal gemaakt had. Dat  zowel film als de echte vuurtoren zo belangrijk waren. Dat dit voor Lemsters zoveel betekent, omdat dit een baken in hun leven was geweest. Ze knikte. Vertelde over zijn verbondenheid met zijn geboorteplaats. Over schoonzus Lien. Ik vertelde dat mijn vader altijd met Liens man had gewerkt. We keuvelden. Er kwamen vrienden of bekenden langs die haar omhelsden en ons vroegen of we nog wat wilden drinken. Zomaar.
Pieter is nog steeds ook een beetje van ons zei ik toen. En weer knikte ze. En toen moesten we gaan. Naar de tweede film. Uren later zat ze er nog. Ik wilde weer naar haar toe lopen en haar vastpakken. April nog maar dacht ik. En dan zoveel aandacht, terwijl hij er niet meer bij is. Ik deed het niet. Ik knikte nog een keer naar haar. Ze hief haar glas. Lachte een mooie lach. Op zondag reed ik langs de vuurtoren. Die in Lemmer staat. Bedankt Pieter zei ik. Voor alles.. En dat je een van ons was. 

maandag 4 november 2019

Schoonste winkelgebied?


De gemeente De Fryske Marren heeft onlangs de prijs gekregen voor het schoonste winkelgebied. Ik bekeek de aankondiging met veel verbazing, want zo schoon vind ik het winkelgebied in Lemmer in ieder geval niet. 

De Passage: vol troep en zonder prullenbak

De Passage ligt altijd vol rotzooi, de prullenbak daar is helemaal weggehaald. Op het parkeerterrein bij zowel de supermarkten als het voormalige kantoor van de Zuid-Friesland kun je goud geld verdienen aan de blikjes, peuken, plastic en andere rotzooi, om nog maar niet te spreken over alles wat er in het water beland. 

Plasticsoep

Hadden we afgelopen Lemsterweek niet een soort plasticsoep van bekers die door de wind in de haven waren gewaaid? En even buiten de brug bij Rodenburg hebben mensen steevast hun schepjes klaar liggen om alles wat daar in het water waait weg te halen. Bij de container die daar stond, kon je afgelopen zomer bovendien gratis winkelen: hele tassen vol met rotzooi stonden er naast opgesteld. De container was vol of werd onvoldoende geleegd. Aan de Streken waar de boten liggen hetzelfde geval.

1 Iemand ondervraagd

 Ik ben dan ook verbaasd over hoe zo´n prijs tot stand komt. Navraag leert dat er mensen zijn ondervraagd. Maar ook dat er iemand zelf is komen kijken. Eén iemand. Eén keer.  Het beeld uit de gegevens is ook stukken minder rooskleurig. Daaruit blijkt dat het helemaal niet zo goed gesteld is met de reinheid van het centrum van Lemmer. Ja, het is er redelijk veilig. En er is niet heel veel graffiti. 

Louter 2-en en 3-en

Maar op fijn zwerfafval scoort Lemmer een 2. Even voor de duidelijkheid: een 1 is zeer negatief, een 5 erg positief. Een 2 kunnen we dus wel aanmerken als niet zo heel geweldig. Ook de vindbaarheid van afvalbakken krijgt slechts een 2. Ook niet best dus. De kwaliteit van de bestrating dan: ietsjes hoger met een 3. Nog wonderbaarlijk hoog in mijn ogen, want op veel plekken breek je je nek. Ook het onkruid en het decoratief groen scoren niet bijzonder hoog; slechts een 3. In Joure wordt blijkbaar meer gedaan aan de opgeruimdheid van het gebied, want daar liggen de cijfers een stukje hoger. Hoewel ook daar de afvalbakken bijna niet te vinden zijn en er ook daar zwerfafval is. Bovendien zijn in de hele gemeente 40 mensen gevraagd naar hun mening en zijn er 3 tot 5 ondernemers bevraagd. Als dit een medisch onderzoek was geweest, dan was er waarschijnlijk ook een prijs aan gegeven. Die van fake nieuws.   

maandag 21 oktober 2019

Lieve Trees


Trees van der Belt-Scheffer was voor ons niet zomaar een naam. Ze was voor ons die lieverd. Ze was voor ons de vrouw die altijd zo lekker op haar scootmobiel racete. Ze was de vrouw waar je altijd een praatje mee kon maken. Die je vaak even tegenkwam in de winkel. Die altijd wel gespreksstof had. En altijd een aardig woord. Die ´sa is it faam´ tegen je zei. Maar ze was bovenal de moeder van mensen die ons dierbaar zijn.

Naar huis

We wisten dat het met haar niet goed ging. Dat de familie als één man om haar heen was gaan staan om er voor te zorgen dat ze toch terug kon naar de plek waar haar wiegje stond. Want Lemmer was haar alles. Dat iedereen er misselijk van was toen ze naar de Ielannen in Sneek moest en besloot:´Dit moet anders.´ En toen was er toch die tijding:  dat ze na aanvankelijk wat te zijn opgeknapt was overleden.

Zijn we te veel

Ons groepje drentelde wat na het condoleren. Omdat we dachten dat we teveel zouden zijn en te veel ruimte in zouden nemen. Ga toch zitten zei de uitvaartbegeleider, er is plek zat. En we luisterden. Met ingehouden adem en soms tranen over onze wangen. Naar het verhaal van de grote liefde voor haar man Henk. Naar het feit dat ze overal hadden gewoond omdat de broodwinning daar nu eenmaal om vroeg. 

Enorme bezorgdheid

Haar enorme bezorgdheid voor haar kinderen was ook tekenend voor haar zo bleek. Dat als ze een dagje op het strand zat, ze zowat de hele Lemmer in de gaten hield. Misschien omdat ze zelf niet kon zwemmen. En toen hoorden we van dat enorme verdriet dat zo´n gat in haar en het hele gezin had geslagen. Het overlijden van jongste spruit Peter op 9-jarige leeftijd door een ongeluk. Onlangs had ze me er al op aangesproken. Dat ze door de nieuwe opzet van de begraafplaats niet meer bij Peter en Henk kon komen. Dat ze dat zo vreselijk vond. Dat ze een mens toch niet bij hun geliefden weg konden houden. 

Wat ze niet zei

Ze zei er niet bij dat het leven na het ongeluk nooit meer hetzelfde was geworden. Of dat je je best blijft doen voor de andere kinderen. Ze sprak ook niet over het feit dat haar man zo ziek was geworden dat hij opgenomen moest worden in een instelling en ze daardoor uit elkaar werden gehaald. Of dat ze er gelukkig wel bij was toen hij overleed. Ze sprak niet over het grote verdriet dat hun familie opnieuw trof toen haar dochter haar partner verloor. Een partner bovendien waar ze mee kon lezen en schrijven. Die boodschappen voor haar haalde, waar ze mee boomde. Dat zei ze allemaal niet. 

Maar dat zeiden haar kinderen nu wel.  Maar ook dat ze zo gek was op haar sigaretje. Dat ze samen met haar dat sigaretje roken zo ongeveer het mooiste moment van de dag vonden. Maar ook dat ze de lekkerste snert en bonensoep van de wereld kon maken. Dat de kinderen daar bakken vol mee van naar huis kregen en ze zich dan nog afvroeg of het wel genoeg was. Dat ze breide alsof haar leven er van afhing. Dat ze graag even naar Onder de Hoek ging. Maar dat ze boven alles gek was op haar kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen en alles voor ze deed. En dat, dat  verbaasde ons geen seconde.