maandag 21 mei 2018

Mijn leven in dozen

Ik pel mijn geschiedenis zo lijkt het. Doos na doos komt er van alles boven drijven dat me terugwerpt in het verleden. Liefdesbrieven, veel liefdesbrieven. Van vergane liefdes die op dat moment zo groot en overweldigend waren. Waarvan de vreugde van in het begin van de letters afschiet. Tastbaar bijna.  Waardoor ik dan bijna weer verliefd wordt zoals toen. Maar die dan vaak weer worden gevolgd door brieven later die veel ernstiger van aard worden. Die dan al inhouden dat er een einde aan zit te komen. Ik moet alweer huilen als ik lees hoe bedroefd ik dan was en hoeveel hartenpijn ik eigenlijk heb doorstaan.

Briefjes van heit en mem

Maar er zijn ook de briefjes van mem en heit. Die van mem gaan altijd over eten dat ze voor me heeft klaargezet op het aanrecht. In haar bekende hanenpoten: Stimpstamp met spekjes. Geen toetje, maar wel een appel. Haha, liet ze er dan op volgen. Wat kende ze me goed, wat kookte ze lekker. Haar stimpstamp was de beste ooit.

Instructies om de PC op te schonen

 Heit was altijd wat pragmatischer. Instructies om mijn PC op te schonen. Puntsgewijs, maar oh zo duidelijk. En altijd er boven: lieve dochter.  Wat mooi toch.  En dan; de rouwkaarten van hen beide. De mooiste woorden van de liefste mensen.  Nichtjes die mijn vader een gevallen kastanjeboom noemen. Het ongeloof dat uit die kaarten spreekt. Maar ook de boeken vol informatie van de Thuiszorg omtrent hun situatie. Boeker die steeds triester en deprimerender van aard worden.

Hartsvriendinnen

Maar ook al die geweldige kaartjes van hartsvriendinnen. Antje die overal een grapje over maakte. Anneloes die altijd met zelfgemaakte hersenspinsels kwam. Heidy met mooie kaarten van elders. Maar ook kaarten van vriendschappen die helaas zijn verloren gegaan in de tijd.

Bankafschriften en rekeningen van diners

Ook de mappen vol administratie zeggen alles. De afschriften van de bank nog in miniformaat die je toen nog kreeg thuisgestuurd. De talloze rekeningen van diners, omdat ik nooit wilde vergeten waar en met wie ik had gegeten. De rekeningen van mooie flessen wijn, omdat ik ook die herinneringen nooit wilde wissen. De routes van vakanties, de lijsten met medestudenten, de talloze rekeningen van modezaken. En foto’s. Talloze foto’s van een jongere versie van mezelf. Met een strak gezicht en een strak lijf.

Alles is anders en toch nog steeds hetzelfde

Alles is anders en toch nog steeds hetzelfde. En omdat het niet anders kan, gaat veel toch door de versnipperaar. Met pijn in mijn hart. Maar een aantal zaken gaat terug in de doos. Van hartenpijnbrieven tot eetbriefjes van mem.  Gewoon, omdat ik dat niet anders wil.

maandag 14 mei 2018

Een vette tor in mems onderbroek



Terwijl ik over een weg sukkel die na maanden nog steeds niet af is geeft me dat de tijd om rustig om me heen te kijken. Met 60 op de teller kun je tenslotte de boterbloem, de pinksterbloem, de zuring en de paardenbloem rustig aanschouwen.

Weer even kind

Bij het zien van al dat moois waan ik me weer even kind. Hoe we daar  - waar nu allemaal huizen staan in plan west -  dagen stonden te vliegeren in hoog gras. Vliegtuigen uit Lelystad kwamen er niet over, dus dat kon ongegeneerd.

Pinksterbloemen en boterbloemen en kettingen van paardenbloemen

Waar we boeketten vol pinksterbloemen en boterbloemen plukten voor mem en waar we van de paardenbloem thuis kettingen regen die we elkaar dan vervolgens omhingen. En als je het steeltje met dat witte wat bittere sap in stukjes brak en in het water legde, krulde hij zo mooi om.

Zuring eten

 En die zuring? Die zuring aten we. Liggend in het hoge gras, terwijl we omhoog keken naar de staart van onze vlieger kauwden we op grassprieten en de intens rode zuringstengels die zo goed waren voor de dorst. Flessen cola of sinas waren ons vreemd. Terwijl we daar zo lagen met vriendjes en vriendinnetjes waar we in de avond dan weer blikspuit mee deden en op onze autoped rond het blok scheurden, waren er altijd allerlei insecten te vinden.

Steeds minder insecten

 Spinnen, torren, lieveheersbeestjes, wespen, bijen, libellen en allerlei andere diertjes die zorgen voor biodiversiteit. Toen vriendin Antje en ik en onze respectievelijke moeders in de tuin eens een tent hadden gebouwd van zwart plastic, maar mijn moeder opeens een hele dikke tor in haar onderbroek voelde kruipen,  was het meteen over met de nachtelijke kampeerpret. Dat dan wel weer.


Weiland met alleen gras

Al die herinneringen kwamen boven, terwijl ik twee soorten kampen leek te zien daar in dat landschap. In het ene weiland aan de ene kant van de weg overheersen de kleuren paars, bordeauxrood, geel en een andere kleur geel. In het andere staat echt louter gras dat ook nog eens heel kort gemaaid is. Ongetwijfeld kunstmatig zo veroorzaakt, maar juist die eentonigheid zorgt er denk ik voor dat al die geweldige insecten schitteren door afwezigheid.

Een dikke tor in mijn mems onderbroek

De wolf mag dan zijn weg terug gevonden hebben naar onze provincie, die dikke vette tor uit mijn moeders onderbroek laat zich in geen velden of wegen meer zien. En dat is naast het feit dat deze herinnering nooit meer zal herleven en ik daar wel een miljoen voor zou willen geven, vooral voor de natuur een fikse aderlating.



Foto's komen van Pixabay, Ik mag namelijk niet fotograferen en sturen tegelijkertijd. En die kever, ja die heeft mem waarschijnlijk nadat ze de hele buurt bijeen heeft geschreeuwd toch niet zo heel zachtzinnig behandeld.

maandag 30 april 2018

Vergeet die vijfde wethouder maar

Persoonlijk vond ik het na de afgang van de FNP nogal vreemd: stellen dat je in ieder geval twee wethouders wilt leveren uit je partij omdat anders het feest niet door gaat. Alsof de burger met haar stemgedrag niet had aangegeven dat die partij het dus absoluut niet doet zoals diezelfde burger dat graag zou willen.

Brutalen hebben de hele wereld

Maar brutalen hebben de halve wereld zou mijn moeder wel zeggen: met een grote bek kom je blijkbaar overal. Daar waar de partij waar burgers dus blijkbaar wel tevreden over waren, het CDA,  bedacht dat 4 wethouders in voltijd ook wel voldoende zouden zijn, eisten de Fryske Nationalisten niet de ene wethouder die het CDA voorstelde, maar twee. Er was weinig keuze aldus de formateur.  Niet voldoende partijen die daadkracht toonden en van dat soort geneuzel. Of dat waar is? Ik dacht dat er nog wel een partij was die ook een wethouder wilde leveren, maar blijkbaar is dat niet uit de gesprekken gekomen.

Geen keuze met al die nieuwe bezuinigingen

Maar als we nu kijken naar het laatste debacle dan denk ik, er is inderdaad weinig keuze meer. Sterker nog, er zou helemaal geen keuze moeten zijn. Met weer forse bezuinigingen in het vooruitzicht en een tekort van 3 miljoen op het sociaal domein zijn er wel andere zaken om geld aan uit te geven. Want de 4 wethouders tezamen verdienen nu zo’n dikke 27.000 euro (toch bijna 7000 euro per maand, ik krijg het niet en werk denk ik net zo hard. Net zoals u in de fabriek, in de zorg, in de winkel, bij de politie, als leraar, bij de plantsoenendienst of waar dan ook). Met 5 wethouders wordt dat bedrag niet anders, zij het dan dat er natuurlijk dan nog wel van alles bij komt voor nummer 5.

Wachtgeldregeling

Van werkplek tot computer en van representatie tot nou ja noem het maar op. En dan is er nog die wachtgeldregeling. Wie die 32 uur gaat werken, krijgt wel de volle mep door die regeling. Of kan hem krijgen, laat ik het goed zeggen. Terwijl burgers na 3 jaar werken in een ingewikkelde constructie terecht komen dat uitgaat van een sv loon en daar dan 70 procent van krijgen is ervoor wethouders die fijne regeling. 1300 er bij elke maand (ja let wel, er bij), terwijl de gemiddelde WW-er dat bedrag in zijn totaliteit nog niet eens haalt. Amper haalt als hij wel de hele week staat de zwoegen in diezelfde fabriek, ziekenhuis, de supermarkt of waar dan ook. En dat kan dus niet. Die 5 wethouders niet beste FNP, die deeltijd niet, dat wachtgeld niet. 

maandag 23 april 2018

Een stank die niet te harden is, uit een bak naast je terwijl je op de bus wacht




Het stinkt en het is groen.  Je zou zeggen, wat is dat nu voor een mop? Geen mop dus. Het is daadwerkelijk groen, het meurt als de neten, het staat bovendien op plekken waar je heerlijk staat te wachten op de bus en het deugt niet. Ik kan er natuurlijk een raadsel van maken, maar het antwoord is heel simpel: afvalbakken.

Geen hondenpoepbakken meer

Afvalbakken stinken normaliter al behoorlijk, vooral als het heet is. Maar als de gemeente ook nog eens bedacht heeft dat ze de gewone hondenpoepbakken maar weg moet halen en de stront van dieren dan maar in de gewone bakken moet, tja dan is de lucht dus niet te hachelen. En als die bak zich dan ook nog daar bevindt waar jij in moet stappen om met de bus naar je werk of school te gaan, tja dat motiveert niet bepaald zou ik zeggen. Knappe kop die bedacht heeft dat zo’n bak daar juist moest staan. Daar komt bij dat diezelfde bakken altijd overvol zijn. Blijkbaar worden ze niet genoeg geleegd.

Een lekkere warme hondendrol in je hand

Persoonlijk moet ik er niet aan denken om de nog warme drol van een hond in een plastic zakje te scheppen, maar fatsoenlijke mensen doen dat wel. (Waarvoor dank overigens.)
 Maar daar sta je dan met die warme hoop nog in je handen en je kunt er nergens mee naartoe. Er lekker mee door Lemmer zeulen dan maar?

Poep meenemen de supermarkt in?

Meenemen de supermarkt in als je nog een boodschapje moet doen? Of als het allemaal zo tegen zit dan de hoop maar gewoon laten liggen, wetende dat de volgende wandelaar er heerlijk instapt? Het is dus allemaal niks.

Nog meer strontverhalen

En alsof er nog niet genoeg strontverhalen zijn: dat mooie strand van ons is net omgeploegd om het klaar te maken voor de zomer. En daarbij komen ook – jawel, de hondendrollen natuurlijk naar boven drijven, want de dieren mogen daar tot 1 mei nog vrolijk hun behoeften doen. Kleine kinderen die er lekker met de handjes in graaien, de e-colli die weelderig tiert en zie hier: wat een fijne en structurele oplossingen voor het hondenpoepprobleem. Als je regels stelt, zorg dan ook voor de goede randvoorwaarden.

maandag 9 april 2018

Een nieuw huis


De wereld staat in brand en ik zit te miepen over ons nieuwe huis. Doe niet zo stom denk ik, terwijl ik kijk naar beelden van kinderen die bijna ten onder gaan aan gasaanvallen van debielen die het allemaal niks kan schelen. 


Ook een onthutsende documentaire over 2 broers die 3 oudere mensen hebben vermoord en er over praten alsof het de gewoonste gang van zaken is, maakt niet dat mijn onrust verdwijnt. Om heel eerlijk te zijn, kan ik niet zo goed tegen veranderingen. Ik wil ze altijd wel, maar ze zitten niet zo in mijn bloed. 

Blij en verontrust tegelijk

En hoewel ik ongelofelijk blij ben met een geheel nieuwe woning die ook nog eens energieneutraal wordt, lig ik er ’s nachts wakker van. Wat als ik daar toch niet kan aarden? Het huis waar we nu in wonen heeft zoveel meegemaakt, al die herinneringen blijven hier voor mijn gevoel.  En dan: Ik heb nog nooit in Lemstervaart gewoond, altijd in oud-Lemmer. Nou ja en ook een aantal jaren in Groningen. En heel summier wat weken in Gambia. Maar dat is toch allemaal anders. 

Heel wat tranen gelaten toen ik op kamers ging

Hoewel, toen mijn ouders me voor de eerste keer naar Groningen brachten heb ik ook menig traantje gelaten. Ik had er de tijd van mijn leven, maar miste het hier ook. Kortom ik ben gewoon een sentimentele muts.


Lieve mensen

Jaja, ik weet dat het helemaal nergens op slaat. Het is 10 minuten lopen van daar naar hier. En we kennen al een aantal mensen die om ons heen wonen of komen wonen die ongelofelijk aardig zijn. Waarmee we al grote barbecue feesten in het vooruitzicht zien, en lange gesprekken op een warme zomeravond in onze nieuwe tuinen.  En dit huis past ons al heel lang niet meer. En ja dan kunnen we eindelijk in een tuin zitten en hoeven we niet op 1 bij 2 meter in de uitlaatdampen van het langsrazende verkeer te zitten snuiven.
 Manlief is er helemaal klaar mee overigens: nou dan blijf jij toch lekker hier en ga ik daar toch mooi wonen, zegt hij gniffelend terwijl hij weer een doos met spullen inpakt. Maar je pakt mijn kleren in zeg ik. Ga ik ook in lopen zegt hij breeduit lachend. Of ik gebruik ze als poetsdoek. Hij heeft gelijk, ik moet niet zeuren. Lemstervaart en nieuw huis, here we come.

maandag 2 april 2018

Met de deur wijd open

Je zult maar daar boven in Groningen wonen en je huis langzaam aan in stukken uiteen zien vallen. Je zult maar elke keer doodsangsten uitstaan voor weer zo’n vette beving. En je zult daar maar een bedrijf hebben staan en dat niet meer mogen uitoefenen omdat inspecties hebben uitgewezen dat het niet langer veilig is.

Te lang onder de douche

 Ik dacht eraan toen ik weer eens te lang onder de douche stond, omdat het zo lekker is om onder die warme straal te staan. En ja, toen ik dat dacht draaide ik de kraan wel direct dicht en stapte er onder vandaan. En ja de kachel staat al een half jaar een halve graad lager. Als ik hem nog lager zet verandert manlief in een  inuit  ben ik bang.

Je lijkt wel een gangster

 Hij roept namelijk ook al dat hele halve jaar dat het hier koud is, terwijl hij met een hoody over zijn hoofd onder twee dekens op de bank ligt. Als hier iemand binnenkomt, denken ze dat je een gangster bent, verzucht ik dan steeds. Maar ja, er komt niemand binnen en mensen die wel binnenkomen kennen hem. Met hoody. En dekentje.  Wat dan weer niet zo gangsterachtig is, dat dekentje.

Stoken voor de buitenwereld

Was die inleiding met de deur in huis vallen? Nee, niet echt. Die deur dus. Ik stapte deze week een aantal winkels binnen en terwijl het buiten stervenskoud was, stond overal de deur wagenwijd open. Kachels loeiden zo hard dat je haar er van in een spagaat raakte en de Groninger velden zag je bijna wegzakken. Panden met afmetingen van voetbalvelden waarbij je stookt voor de buitenwereld. Alles voor de klant. Maar die klant kan zo’n deur toch zelf wel opentrekken? In het kader van alle klimaat- en milieubeschermende maatregelen lijkt het me dat dit niet meer kan. Dus doe gewoon lekker dicht die deur. Wordt jullie gasrekening ook weer een stuk lager.

maandag 26 maart 2018

Prijskaartje van de provincie

Al maanden (wat zeg ik jaren als je Joure meetelt) afgezette wegen, het spoor bijster als je naar een bepaalde bestemming moet, de bus die niet meer in de buurt rijdt, verkeerslichten die het niet of slecht doen, bijna ongelukken op de weg, met voetgangers en in tunnels door betonblokken en dan ook nog eens verkeersregelaars die mensen bijna uit hun auto trekken.

Puinhoop in Lemmer en omgeving

De puinhoop die alle wegwerkzaamheden de afgelopen periode het dagelijks leven in bijna heel onze omgeving bepaalde, was niet bepaald fraai te noemen. Volgens mij is geen enkele tijdslimiet gehaald. Niet in Joure, niet op de weg naar Balk en bij Lemmer weet ik het niet zeker, maar daar volgens mij ook niet. Dat zouden wij eens moeten doen met een krant. Gewoon een week later verschijnen. Of een half jaar niet. Dat zou me een bak zijn. 

Wat gaat dit kosten?

Toch was er de afgelopen weken vooral één ding dat ik me afvroeg: bij de meeste zaken die veel langer duren dan gepland lopen de kosten namelijk ook navenant op. Dus klom ik maar eens in de pen (of liever gezegd in de PC) om de provincie te vragen hoe het daar mee staat. Het was heel lang stil. Nee, ik moet het anders formuleren, er kwam geen antwoord. Ik heb nu de vraag nog maar een keertje gesteld. Maar er is nog steeds geen antwoord. Of dit een  - als we het niet zeggen, dan is het er ook niet - begrip is weet ik niet, maar ik mijn buikgevoel zegt dat het iets anders ligt.  Vanzelfsprekend hoop ik dat alles binnen de begroting valt, want anders moeten we met z’n allen weer diep in de buidel tasten. Maar ik heb daar wel zo mijn bedenkingen bij. Wordt vervolgd – tenminste als de provincie in al haar wijsheid besluit om nog een keer een antwoord te geven.