maandag 20 februari 2017

De PVV en het woord buitenlanders dat knijpt



Op de tv zag ik opeens Lemmer voorbij komen. In deze uitzending: PVV stemmers Lemmers  Hee, kijk schreeuw ik naar mijn lief. We zijn op tv. Maar de reden waarom we op tv waren, vond ik dan weer niet zo leuk. Een hoog aantal PVV stemmers. PVV stemmers? In de friettent waar lief altijd zijn kip haalt omdat hij die daar zo lekker vindt, was de uitbaatster heel duidelijk. Ze ging op de PVV stemmen. Omdat ze bang is hoe het er over 20 jaar uitziet met al die buitenlanders. Het staat iedereen overigens vrij om te stemmen waarvoor hij of zij wil stemmen.

Het woordje buitenlanders knijpt

Maar dat woordje buitenlanders vond ik toch wat knijpen. Omdat mijn man er eentje is bijvoorbeeld. Geen vluchteling, dus daarvoor hoeven mevrouw en meneer niet bang te zijn. Iemand die hier komt zoals in ons geval heeft nergens recht op en niemand dan wij zelf betalen daar dan voor. Sterker nog, doordat buitenlanders hier geld sturen naar daar, voorkomen we een veel grotere uittocht van die landen hiernaar toe. Want jarenlange kolonisatie heeft van veel landen soms vleugellamme instituties gemaakt. Wij waren overigens ook buitenlanders toen we onze rooftochten hielden in voormalig- Indië en ons daar vestigden. Toen we Suriname hadden, toen we de Nederlandse Antillen hadden. En wat te denken van de massa’s mensen die zijn geëmigreerd naar Amerika en Australië omdat ze daar een beter leven wilden? Waren of zijn dat ook geen gelukszoekers?

Succesvolle buitenlanders in Lemmer

Maar buitenlanders dus: In de buurt van deze snackbar woont een erg succesvol stel uit Syrië. Hij maakt de mooiste meubelen, zij heeft een goede kinderopvang. Onze eigenste zwembadmeester Ali komt uit een ander land. We hebben een herenkapperszaak die volgens mij goed loopt, gerund door iemand met een andere achtergrond. We hebben een slotenmaker uit ik weet niet welk land die in een behoefte voorziet. We gaan met velen naar de mobiele telefoonwinkel die van iemand is met een andere achtergrond.  Op mijn sportschool zit een verpleger die van elders komt die er voor zorgt dat het tekort in de zorg iets minder nijpend is.  Onze websitebouwer is iemand uit een ander land, onze mobiele wasmachinemonteur komt hier oorspronkelijk niet vandaan. En op een hoger niveau: onze eigen prinses Maxima is toch ook echt niet in Nederland geboren. (Zij heeft alleen het geluk dat zij met heel veel geld wel efficient heeft kunnen inburgeren, iets wat anderen moeten missen). Moet ik nog even doorgaan? Zijn het allemaal succesverhalen? Nee, dat beaam ik direct.

Problemen met integratie

Zijn er problemen op het gebied van integratie? Zeker. Maar moet daarvoor echt de geblondeerde voorman van de PVV aan de macht? Misschien onder het genot van een patatje eens met al die mensen die ik hierboven noemde praten over hoe zij het gemaakt hebben. En misschien kunnen ze dan ook aangeven waarom het pijnlijk is om met ‘die buitenlanders’ te worden aangesproken,  en dat misschien wel deel van het probleem is.

zondag 12 februari 2017

Een doodskist in mijn gezicht

Terwijl ik met aardappelen, courgette en melk loop te zeulen van de Jumbo om onze dagelijkse maaltijden te kunnen bereiden, waan ik me opeens in een aflevering van De kist van ik meen de E.O.  Waarom? Ik sta oog in oog met een doodskist. Gewoon op klaarlichte dag in een winkelstraat. Niet op het kerkhof, niet op een industrieterrein of omdat ik op zoek was naar een kist. De doodskist staat er en ik kan er niet omheen.

Alle begrafenissen trekken aan me voorbij

Van schrik laat ik mijn boodschappen vallen. De melk plonst op de grond, de courgette is daarna beurs. Alle begrafenissen die ik de laatste jaren heb meegemaakt trekken aan me voorbij. Mijn moeder, mijn vader, Antje. En opeens voel ik dat enorme litteken weer trekken op mijn rug en in mijn borst. Ik was het even kwijt, dat ik kanker had, maar opeens is het er weer in alle hevigheid.

De kist roept mijn naam

Het lijkt erop alsof de kist mijn naam roept. Alsof hij roept dat het dan wel bijna 5 jaar mag zijn sinds de diagnose, maar dat hij absoluut op me wacht. Dat er geen ontkomen aan is. En daar zit ik dus beslist niet op te wachten. Niet op de emotie van het nog steeds grote gemis zomaar hier op straat, niet op de emotie van de angst voor de ziekte.

Hoort de dood niet bij het leven?

 Is dat hypocriet vraag ik me af? Hoort de dood niet gewoon bij het leven? En mag dat zomaar open en bloot? Ja, hij hoort er (helaas) bij. Maar volgens mij zijn er weinig mensen die echt blij zijn met de dood en met ernstige ziekten. We weten allemaal wel dat het komt, we hebben allemaal mensen verloren. Maar ik heb nog nooit iemand zien staan juichen bij de doodskist van een ander. Acceptatie dat het nu eenmaal zo is, oké. Maar net doen alsof het een leuke gebeurtenis is? Ik ken ze niet.

Zorgeloos boodschappen doen

Dus mag ik alstublieft weer een beetje zorgeloos mijn boodschapjes doen beste mevrouw van de uitvaartverzorging? Ik geloof best dat u de beste bedoelingen heeft met die kist en alles wat daar omheen speelt. Maar ik krijgt de kist zo in mijn gezicht gedrukt, word in emoties gedrukt die ik niet elke keer wil voelen als ik gewoon even mijn dagelijkse boodschappen haal. Daar beslist u over, want ik heb niets te beslissen. Dus mag hij weer weg en kunt u daar iets anders voor in de plaats neerzetten?

maandag 6 februari 2017

Stront

It rint altyd op stront ut. Ik hoor het mijn moeder nog zeggen als ze met mijn vriendin Antje weer een boom aan het opzetten waren over scheten en poep. Ze vonden het vooral leuk om hun favoriete onderwerp te bespreken als ik er bij was, omdat ze wisten dat ik er een hekel aan had en heb. Pikant detail was ook nog wel dat mijn moeder het ook erg leuk vond om haar grote boodschap te doen met de deur lekker open.

Op de wc met een sigaret

En dan mochten wij meegenieten terwijl ze ook nog eens heerlijk een sigaretje zat te roken. Die lucht is niet te harden, kan ik jullie vertellen. Achteraf zou je wel willen dat je dat weer eens kon meemaken, maar eerlijk gezegd riep ik haar elke ochtend weer toe dat ze die deur dicht moest doen. Toen ik later ook nog eens een vriendje kreeg die het ook heel gezellig vond om met de deur open te kakken, wist ik, dit wordt hem niet. Hij was overigens heel erg verbaasd dat ik wilde dat hij de deur dicht deed. We konden toch zo gezellig kletsen als hij zijn ding deed? Wat? dacht ik. Meen je dat serieus? Hij meende het serieus.

Stront is niet mijn favoriete onderwerp

Stront is dus nooit mijn favoriete onderwerp geweest. Ik kan er ook niet tegen om eerlijk te zijn. Moeders die hun baby’s even naast me op een kleed gooien om poepluiers te verschonen, maken dan ook een brakende ik mee. Een baby doet het echter nog in een luier. Sommige hondeneigenaren lijken te vinden dat ze hun hond overal kunnen laten schijten. Ik vind het al heel erg dat je slalommend door Lemmer moet om overal de uitwerpselen van dieren te ontwijken.

Poep op deuren van toilet en in de winkel

 Maar toen ik vorige week in een winkel stond en er daar zelfs een hoop lag, terwijl blijkbaar niemand de verantwoordelijkheid nam het op te ruimen, vond ik dat echt belachelijk. Ik neem tenminste niet aan dat iemand daar zijn broek heeft laten zakken omdat hij het niet meer kon ophouden. Arm winkelpersoneel dat dit misschien ook wel kokhalzend heeft moeten opruimen. Zag ik die avond ook nog een documentaire waarin duidelijk werd dat sommige mensen hun poep in openbare gelegenheden ook gewoon lekker rondsmeren in de wc. Daarbij valt mijn moeder dan volledig in het niet.

maandag 30 januari 2017

Schommelen op een autoband




De wethouder vertelde dat ze vroeger toen ze klein was nog op een autoband had geschommeld. En dat dit heel normaal was en dat ze daar nooit ziek van geworden was. Nee, vertelde ik haar in gedachten, vroeger stonden de sigaretten ook overal op tafel en vonden mensen dat gastvrij en beslist niet kankerverwekkend. En werd wijn gezien als gezond, terwijl we nu ook weten dat dit kanker veroorzaakt. Ik vond de vergelijking dan ook behoorlijk mank gaan.

Kanker en kunstgras

Niet alleen daarom trouwens, maar ook omdat het in het verhaal over kunstgras gaat om gemalen autobanden. En op een gemalen autoband is het volgens mij heel moeilijk schommelen. De boodschap was overigens duidelijk: nee, hoor er kleven geen gevaren aan het spelen op kunstgras met een infill van autobanden. Of nee, dat werd niet eens gezegd. Tussen de 2 en 3 keepers op de miljoen krijgt wel degelijk kanker van het rubber. Maar dat is een klein risico. Behalve als jij die ene keeper bent die het krijgt , dacht ik bij mezelf.

Europese en Amerikaanse onderzoeken naar gevaar kunstgras

Dat er in Europees verband nog onderzoek loopt en de uitkomsten daarvan pas over een paar maanden worden verwacht, werd  niet gezegd. Ook in de Verenigde Staten lopen nog onderzoeken. Je zou zeggen wacht dan nog even, doe het nog even met gewoon natuurlijk gras. Dat het RIVM bovendien maar 3 maanden de tijd heeft genomen om onderzoek te doen nadat ze een heel slecht rapport had gefabriceerd en geen onderzoek is gedaan bij hele jonge kinderen (dat kan ook niet want er is pas zo’n 10 jaar kunstgras), ook daarover werd niets verteld.

E-tjes en F-jes niet op kunstgras laten eten

 En wat te denken van de uitspraak dat E-tjes en F-jes toch maar niet op het veld moeten gaan zitten of hun boterhammetje er moeten eten? En dat de samenstelling van die infill ook anders moet? Ik heb niemand op de hele avond horen zeggen dat ze bang waren dat er mensen ziek zouden worden. Dat ze die verantwoordelijkheid niet wilden nemen. In plaats daarvan werd gefulmineerd tegen alle mogelijke media die het allemaal hadden gedaan. Degene die het hardst schreeuwde was overigens een meneer die voor de gemeente het hele traject van de kunstvelden had opgezet. Is dat niet de slager die zijn eigen vlees keurt?  Ook in Lemmer zijn er plannen voor een kunstveld. Als ik mocht beslissen dan wist ik het wel. Dan zou ik in ieder geval nog even de andere onderzoeken afwachten.

maandag 16 januari 2017

Klaske

Hoe giet it faam? Ik hoor het mezelf nog zeggen, terwijl ik mijn fiets parkeerde bij de supermarkt. Ze keek me dapper aan, maar uit haar woorden begreep ik wel dat het allemaal zo fijn niet ging. Ik zit weer midden in de kuren zei ze. Beide wisten we maar al te goed wat dit betekende. 

Maar toch stapte ze vervolgens op haar eigen fietsje en nam ze haar boodschapjes mee in de tas. Natuurlijk kende ik haar. Van de kroeg, van het voorbijgaan, omdat we in een ver verleden bij elkaar in de straat woonden, van het verlies van haar man toen ze nog veel te jong was. Maar ook omdat haar broer bij me in de klas zat. Van dat soort zaken. 

Die ene ontmoeting

Maar vooral van die ene ontmoeting. Toen ze daar opeens in dat ene ziekenhuis in Amsterdam zat, waar ik ook moest zijn. Ze zat in de hal, vooraan.  Op die te lage stoeltjes. Boven haar hoofd lagen de mensen aan de chemo wist ik. Wist zij. De geur ervan drong in onze neusgaten. Een geur die we beiden zo goed kenden.

Ik ging even bij haar zitten

Ik ging even bij haar zitten, vroeg haar hoe het ging. Daar in Amsterdam wisten ze weer meer dan elders zei ze, dus ja het ging wel. Joop was de auto of de taxi even halen zei ze en we babbelden totdat ik ons gesprek moest afbreken. Ik moet door de scan zei ik verontschuldigend. Daarna spraken we elkaar af en toe. Ging ik even vragen hoe het ging. Of er lichtpuntjes waren. Of er nog plezier was. Soms zag ik haar fietsen. Ze leek zo gezond.  Aan de buitenkant. Maar we stonden ook samen in de rij bij iemand die was overleden. We snikten. Onbedaarlijk. Om hem. Maar ook om onszelf.  Ik wilde, ik wilde……

dinsdag 10 januari 2017

Relaxtheidkruid




Mijn Afrikaanse man is meestal redelijk relaxt. Zo relaxt dat ik er wel eens wat minder relaxt van wordt. Omdat wij altijd van alles moeten en omdat wij altijd haast hebben en zo. Dan wil ik hem wel een beetje peper ergens in stoppen. 

Kijk hoe hij het flikt

Vaak heeft hij die peper helemaal niet nodig en zou ik juist wat van dat relaxtheidkruid moeten nemen. Dan kijk ik vol verwondering hoe hij het flikt. Vooral omdat hij zich In een land bevindt waarin hij de taal wel steeds beter begint te spreken, maar toch ook nog veel aan hem voorbij gaat.

 

Belangrijke mensen, maar wat is belangrijk

Zaterdag was zo´n dag. Een belangrijke presentatie met een wereldberoemde kunstenares. En pers. Heel veel pers. Wij zijn ook pers, hij maakt de foto´s. Maar bij deze pers verbleekten wij. Camera´s waarmee je van Lemmer naar Hindeloopen kunt kijken, tuigjes waarin weet ik veel wat voor apparaten hingen en die om allerlei persmuskieten hingen. En springende fotografen en cameramensen die voortdurend voordrongen en elkaar nog net niet de hersens insloegen. 

Trots op eigen werk

Mijn eigenste fotograaf werd er niet warm of koud van. Hij keek me zo nu en dan aan met een blik van, zie die gekken nou eens. Ze sprongen allemaal in het gelid als de kunstenares voor haar ontwerp ging staan, renden van de ene kant van de zaal naar de andere. Zo nu en dan ging hij ook staan en liet me dan vervolgens op dat kleine cameraatje van ons trots zijn afbeelding zien. En ging dan weer rustig zitten luisteren. 

Die ene unieke foto

Tot het finale einde. Toen iedereen nog wachtte op dat geweldige shot van haar met kunstwerk, ging hij staan, vroeg haar met zijn ogen en een hand precies zo te gaan staan zoals hij dat bedacht had (want zij sprak alleen Frans) en kreeg haar daar waar iedereen haar wilde. Voordat de meute het besefte had hij de mooiste foto geschoten. De rest was in een soort van shock. Je hoeft alleen maar even te vragen zei hij en ging weer rustig zitten. En ik, ik moest heel hard gniffelen. Best lekker dat relaxtheidkruid. 

maandag 2 januari 2017

Een frisse wind en die overloop waar je eigenlijk gasten niet kunt stallen




De titel zou van alles kunnen betekenen. De wind die we voelden toen we op de eerste dag van het jaar naar een ijzig koude nieuwjaarsduik stonden te kijken (ja kijken, we deden niet mee), het feit dat asielzoekers die rottigheid hebben uitgehaald gewoon de deur niet uit mochten met oud en nieuw, dat we samen aan crowd funding deden voor een zieke medemens uit ons dorp. 

Raddraaiers die de politie bekogelen

Nu moet er nog een frisse wind komen voor al die raddraaiers die gedurende oud en nieuw (en andere tijden) geen respect hebben voor mensen van ambu, politie en brandweer. Zouden ze merken hoe het is als ze zelf niet geholpen worden als ze met iets ernstigs op de straat liggen? Of  zou het eindelijk doordringen als iemand anders vuurwerk op hen afschiet terwijl ze in een soort doodsnood liggen of een geliefde van hen zijn of haar laatste momenten lijkt te ondergaan? Ons land is waarschijnlijk te humaan voor dat soort zaken, maar je zou het bijna invoeren. 

Lyaemer Wonen

Toch gaat die frisse wind daar niet over. Het gaat over onze woningbouwcorporatie. Een aantal weken geleden werden we uitgenodigd om mee te denken over plannen. Plannen die nog open lagen. We mochten roepen wat we wilden: over de straat, de omgeving, de huizen en zelfs ons eigen huis. 

Een enorme overloop waar je niks mee kunt

Dat die woning van ons een overloop heeft waar je niks mee kan, omdat er geen deur in zit, mochten we zeggen. Dat we daar onze logees wel moeten  stallen, omdat er geen andere ruimte is. En dat we dus ’s nachts op onze tenen langs de gasten hun bed kruipen in de hoop dat die niet wakker worden. Of dat we hopen dat we al een handdoek of onderbroek uit de kast hebben getrokken, omdat ze daar anders weer wakker van worden. En dat die vieze lucht van honden, katten en eten van de buren van beneden niet weg kan en een raampje heel fijn zou zijn. En dat er dan geluisterd wordt en ze zelfs komen kijken of iets daarvan veranderd kan worden. Zo'n houding is beslist een fijne frisse wind en verdient en vette pluim.  

P.S. en op die foto boven moeten ze dus liggen en daar sluipen wij dan langs. Of we liggen met een overvolle blaas te wachten tot het eindelijk ochtend wordt. Oh, ja want we hebben ook gevraagd of er boven een wc mogelijk is. En dat alles wordt bekeken. Of het kan is een tweede, maar er wordt in ieder geval naar gekeken.